Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Midden-Amerika, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2024-05-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

het Koninkrijk België,

de Republiek Bulgarije,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

Ierland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

Hongarije,

Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

Roemenië,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna de „lidstaten van de Europese Unie” genoemd, en

de Europese Unie,

enerzijds, en

de Republiek Costa Rica,

de Republiek El Salvador,

de Republiek Guatemala,

de Republiek Honduras,

de Republiek Nicaragua,

de Republiek Panama,

hierna „Midden-Amerika”,

anderzijds,

gelet op de traditionele historische, culturele, politieke, economische en sociale banden tussen de partijen en de wens om de betrekkingen op basis van gemeenschappelijke beginselen en waarden te versterken, voortbouwend op de bestaande mechanismen die de betrekkingen tussen de partijen bepalen, alsmede de wens om de biregionale banden op gebieden van gemeenschappelijk belang te consolideren, te verdiepen en te diversifiëren in een sfeer van wederzijds respect, gelijkheid, non-discriminatie, solidariteit en wederzijds profijt;

gelet op de positieve ontwikkelingen in beide regio’s gedurende de laatste twee decennia, waardoor bij de bevordering van gemeenschappelijke doelen en belangen een nieuwe fase kan worden ingeluid met diepgaandere, modernere en permanentere betrekkingen, met als doel een biregionale associatie tot stand te brengen die beantwoordt aan zowel de huidige binnenlandse uitdagingen als de nieuwe internationale realiteit;

de nadruk leggend op het belang dat de partijen hechten aan de consolidatie van de politieke dialoog en het economisch samenwerkingsproces dat tot op heden bestaat tussen de partijen op grond van de Dialoog van San José, die is gestart in 1984 en die sindsdien bij diverse gelegenheden is hervat;

herinnerend aan de conclusies van de Top van Wenen van 2006, met inbegrip van de toezeggingen die door Midden-Amerika zijn gedaan met betrekking tot verdieping van de regionale economische integratie;

erkennend de vooruitgang die is geboekt in het Midden-Amerikaanse economische integratieproces, zoals de ratificatie van de Convenio Marco para el Establecimiento de la Unión Aduanera Centroamericana en het Tratado sobre Inversión y Comercio de Servicios, alsmede de implementatie van een gerechtelijk mechanisme dat moet zorgen voor handhaving van de regionale economische wetgeving in de gehele Midden-Amerikaanse regio;

herbevestigend dat zij de democratische beginselen en fundamentele mensenrechten zoals verwoord in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens respecteren;

herinnerend aan hun engagement voor de beginselen van de rechtsstaat en goed bestuur;

uitgaand van het beginsel van gedeelde verantwoordelijkheid en in de overtuiging van het belang van het voorkomen van illegaal drugsgebruik en van het beperken van de schadelijke effecten daarvan, met inbegrip van de strijd tegen de verbouwing, de productie, de verwerking en het verhandelen van drugs en hun precursoren, alsmede tegen witwaspraktijken;

er nota van nemend dat de bepalingen van deze overeenkomst die binnen het toepassingsgebied van het derde deel, titel V, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vallen, het Verenigd Koninkrijk en Ierland binden als afzonderlijke overeenkomstsluitende partijen, en niet als deel van de Europese Unie, tenzij de Europese Unie tezamen met het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland de republieken van de MA-partij ervan in kennis heeft gesteld dat het Verenigd Koninkrijk of Ierland gebonden zijn als deel van de Europese Unie, overeenkomstig Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht. Indien het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland overeenkomstig artikel 4 bis van Protocol nr. 21 niet langer gebonden zijn als deel van de Europese Unie, moet de Europese Unie tezamen met het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland de republieken van de MA-partij onmiddellijk in kennis stellen van iedere wijziging in hun positie; in dat geval blijven zij op zichzelf gebonden door de bepalingen van deze overeenkomst. Hetzelfde geldt voor Denemarken, overeenkomstig het aan die verdragen gehechte Protocol betreffende de positie van Denemarken;

onderstrepend hun engagement om samen te werken aan het verwezenlijken van de doeleinden van armoedebestrijding, werkgelegenheidsschepping, rechtvaardige en duurzame ontwikkeling, met inachtneming van de kwetsbaarheid voor natuurrampen, milieubehoud, milieubescherming en biodiversiteit, en de geleidelijke integratie van de republieken van de MA-partij in de wereldeconomie;

herbevestigend het belang dat de partijen hechten aan de beginselen en regels ten aanzien van de internationale handel, met name diegene die zijn opgenomen in de overeenkomst van Marrakesh tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie van 15 april 1994 (hierna „WTO-Overeenkomst” genoemd), en de multilaterale overeenkomsten die zijn gehecht aan de WTO-Overeenkomst, alsmede aan de noodzaak om deze op een transparante en niet-discriminerende wijze toe te passen;

overwegend het verschil in economische en sociale ontwikkeling dat bestaat tussen de republieken van de MA-partij en de EU-partij en de gedeelde doelstelling om het proces van economische en sociale ontwikkeling in Midden-Amerika kracht bij te zetten;

de wens uitdrukkend hun economische betrekkingen te versterken, in het bijzonder handel en investeringen, ter versterking en verbetering van de huidige mate van toegang van de republieken van de MA-partij tot de markt van de Europese Unie, om zo bij te dragen aan de economische groei in Midden-Amerika en de vermindering van de ongelijkheden tussen de twee regio’s;

ervan overtuigd dat deze overeenkomst een klimaat zal creëren dat bevorderlijk is voor groei binnen duurzame economische betrekkingen tussen de partijen, met name in de sectoren handel en investeringen, die essentieel zijn voor de verwezenlijking van de economische en sociale ontwikkeling en van technologische innovatie en modernisering;

onderstrepend de noodzaak om voort te bouwen op de beginselen, doelstellingen en mechanismen die de betrekkingen tussen de twee regio’s bepalen, in het bijzonder de Overeenkomst inzake politieke dialoog en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten enerzijds, en de Republiek Costa Rica, de Republiek El Salvador, de Republiek Guatemala, de Republiek Honduras, de Republiek Nicaragua en de Republiek Panama anderzijds, ondertekend in 2003 (hierna „de Overeenkomst inzake politieke dialoog en samenwerking van 2003”), alsmede de Raamovereenkomst inzake samenwerking van 1993 die door dezelfde partijen is ondertekend;

zich bewust van de noodzaak om in beide regio’s duurzame ontwikkeling te bevorderen door middel van een ontwikkelingspartnerschap waar alle relevante belanghebbenden, met inbegrip van het maatschappelijk middenveld en de particuliere sector, bij zijn betrokken, overeenkomstig de beginselen van de Consensus van Monterrey en de Verklaring van Johannesburg, en het bijbehorende Uitvoeringsplan;

herbevestigend dat de staten bij de uitoefening van hun soevereine bevoegdheid om hun natuurlijke hulpbronnen overeenkomstig hun eigen milieu- en ontwikkelingsbeleid te exploiteren, duurzame ontwikkeling moeten bevorderen;

indachtig de noodzaak om een uitgebreide dialoog over migratie te ontwikkelen ter versterking van de biregionale samenwerking inzake migratievraagstukken in het kader van die delen van deze overeenkomst welke betrekking hebben op politieke dialoog en samenwerking, en om te zorgen voor effectieve bevordering en bescherming van de mensenrechten van alle migranten;

erkennend dat geen enkele bepaling van deze overeenkomst in welk opzicht ook mag verwijzen naar of geïnterpreteerd of uitgelegd mag worden als de bepaling van een standpunt van de partijen in lopende of toekomstige bilaterale of multilaterale handelsbesprekingen;

de nadruk leggend op de wil om samen te werken in internationale fora inzake kwesties van wederzijds belang;

lettend op het strategisch partnerschap dat tussen de Europese Unie en Latijns-Amerika en het Caribisch gebied in het kader van de topontmoeting van Rio in 1999 tot stand is gekomen en dat op de topontmoetingen van Madrid in 2002, Guadalajara in 2004, Wenen in 2006, Lima in 2008 en Madrid in 2010 opnieuw is bevestigd;

rekening houdend met de verklaring van Madrid van mei 2010;

hebben besloten deze overeenkomst te sluiten:

DEEL I. ALGEMENE EN INSTITUTIONELE BEPALINGEN

TITEL I. AARD EN TOEPASSINGSGEBIED VAN DEZE OVEREENKOMST

Artikel 1. Beginselen
1.

Respect voor de democratische beginselen en fundamentele mensenrechten zoals verwoord in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens, en voor de rechtsstaat, vormt het fundament van het binnenlandse en internationale beleid van beide partijen en vormt een essentieel onderdeel van deze overeenkomst.

2.

De partijen bevestigen hun verbintenis om duurzame ontwikkeling te bevorderen, hetgeen een leidend beginsel vormt voor de uitvoering van deze overeenkomst, waarbij met name rekening wordt gehouden met de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling. De partijen zorgen voor een passend evenwicht tussen de economische, sociale en milieuaspecten van duurzame ontwikkeling.

3.

De partijen bevestigen opnieuw hun gehechtheid aan goed bestuur en de rechtsstaat, hetgeen in het bijzonder het primaat van het recht, de scheiding der machten, de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, duidelijke besluitvormingsprocedures op het niveau van de overheidsinstellingen, transparante en verantwoordelijke instellingen, goed en transparant beheer van de publiekszaken op plaatselijk, regionaal en nationaal niveau, en de uitvoering van maatregelen ter voorkoming en bestrijding van corruptie behelst.

Artikel 2. Doelstellingen

De partijen komen overeen dat deze overeenkomst de volgende doelstellingen heeft:

Artikel 3. Toepassingsgebied

De partijen behandelen elkaar als gelijken. Geen enkele bepaling in deze overeenkomst wordt zodanig uitgelegd dat deze de soevereiniteit van een republiek van de MA-partij ondermijnt.

TITEL II. INSTITUTIONEEL KADER

Artikel 4. Associatieraad
1.

Er wordt een Associatieraad ingesteld, die toezicht houdt op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst en de uitvoering daarvan. De Associatieraad komt op ministerieel niveau bijeen met regelmatige tussenpozen van niet meer dan twee jaar, en wanneer de omstandigheden zulks vereisen in buitengewone vergadering, indien de partijen daartoe gezamenlijk besluiten. De Associatieraad komt, indien nodig en overeengekomen door beide partijen, bijeen op het niveau van staatshoofden en regeringsleiders. Om de politieke dialoog te versterken en efficiënter te maken, zullen tevens ad-hocvergaderingen op werkniveau worden aangemoedigd.

2.

De Associatieraad behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van deze overeenkomst voordoen en alle andere bilaterale, multilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.

3.

De Associatieraad behandelt tevens voorstellen en aanbevelingen van de partijen die strekken tot verbetering van de betrekkingen die worden gevestigd op grond van deze overeenkomst.

Artikel 5. Samenstelling en reglement van orde
1.

De Associatieraad bestaat uit vertegenwoordigers op ministerieel niveau van de EU-partij en van elk van de republieken van de MA-partij, overeenkomstig de respectieve interne regelingen van de partijen en rekening houdend met de specifieke kwesties (politieke dialoog, samenwerking en/of handel) die tijdens een bepaalde sessie worden behandeld.

2.

De Associatieraad stelt zijn eigen reglement van orde vast.

3.

De leden van de Associatieraad kunnen zich doen vertegenwoordigen, overeenkomstig de daartoe in het reglement van orde van de Associatieraad vastgestelde voorwaarden.

4.

De Associatieraad wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van de EU-partij enerzijds en een vertegenwoordiger van één republiek van de MA-partij anderzijds, zulks overeenkomstig het bepaalde in het reglement van orde van de Associatieraad.

Artikel 6. Beslissingsbevoegdheid
1.

Voor de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst heeft de Associatieraad beslissingsbevoegdheid in de gevallen die in deze overeenkomst worden genoemd.

2.

De besluiten van de Associatieraad zijn bindend voor de partijen, die voor de uitvoering ervan de nodige maatregelen treffen overeenkomstig de interne regelgeving en de wettelijke procedures van elke partij.

3.

De Associatieraad kan tevens passende aanbevelingen doen.

4.

De Associatieraad stelt besluiten en aanbevelingen vast in onderling overleg tussen de partijen. In het geval van de republieken van de MA-partij is voor de vaststelling van besluiten en aanbevelingen hun consensus vereist.

5.

De in lid 4 vastgestelde procedure geldt tevens voor alle andere bij deze overeenkomst ingestelde bestuursorganen.

Artikel 7. Associatiecomité
1.

De Associatieraad wordt bij de uitvoering van zijn taken bijgestaan door een Associatiecomité, dat bestaat uit vertegenwoordigers op het niveau van hoge ambtenaren van de EU-partij en van elk van de republieken van de MA-partij, rekening houdend met de specifieke kwesties (politieke dialoog, samenwerking en/of handel) die tijdens een bepaalde sessie worden behandeld.

2.

Het Associatiecomité wordt belast met de algemene uitvoering van deze overeenkomst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.