Handelsovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Colombia en Peru, anderzijds
Het Koninkrijk België,
De Republiek Bulgarije,
De Tsjechische Republiek,
Het Koninkrijk Denemarken,
De Bondsrepubliek Duitsland,
De Republiek Estland,
Ierland,
De Helleense Republiek,
Het Koninkrijk Spanje,
De Franse Republiek,
De Italiaanse Republiek,
De Republiek Cyprus,
De Republiek Letland,
De Republiek Litouwen,
Het Groothertogdom Luxemburg,
Hongarije,
Malta,
Het Koninkrijk der Nederlanden,
De Republiek Oostenrijk,
De Republiek Polen,
De Portugese Republiek,
Roemenië,
De Republiek Slovenië,
De Slowaakse Republiek,
De Republiek Finland,
Het Koninkrijk Zweden,
Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna de „lidstaten van de Europese Unie” genoemd,
en
De Europese Unie,
enerzijds, en
DE REPUBLIEK COLOMBIA (hierna „Colombia” genoemd),
DE REPUBLIEK PERU (hierna „Peru” genoemd)
en
DE REPUBLIEK ECUADOR (hierna „Ecuador” genoemd),
hierna „de overeenkomstsluitende Andeslanden” genoemd,
anderzijds,
Gezien het belang van de historische en culturele banden en de bijzondere banden van vriendschap en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten en de overeenkomstsluitende Andeslanden, en hun wens om de economische integratie tussen de partijen te bevorderen;
Vastbesloten om die banden te versterken door voort te bouwen op de bestaande instrumenten die de betrekkingen tussen de Europese Unie en haar lidstaten en de overeenkomstsluitende Andeslanden regelen;
Opnieuw bevestigend dat zij het handvest van de Verenigde Naties en de Universele Verklaring van de rechten van de mens ten volle onderschrijven;
Hiermee een bijdrage leverend aan de harmonieuze ontwikkeling en uitbreiding van de wereld- en regionale handel en een katalysator voor internationale samenwerking biedend;
Geleid door de wens de algehele economische ontwikkeling te bevorderen, teneinde op hun grondgebieden de armoede te verminderen, werkgelegenheid te creëren en arbeidsomstandigheden te verbeteren, alsook er de levensstandaard te verhogen, door het liberaliseren en uitbreiden van de onderlinge handel en investeringen;
Vastbesloten deze overeenkomst uit te voeren overeenkomstig de doelstelling „duurzame ontwikkeling”, welke doelstelling onder meer het bevorderen van economische vooruitgang, het in acht nemen van arbeidsrechten en het beschermen van het milieu omvat, overeenkomstig de internationale verbintenissen die de partijen zijn aangegaan;
Voortbouwend op de rechten en verplichtingen die voor de partijen voortvloeien uit de Overeenkomst van Marrakesh tot oprichting van de Wereldhandelsorganisatie (hierna de „WTO-overeenkomst” genoemd);
Vastbesloten tot het verwijderen van verstoringen in de handel tussen de partijen en het voorkomen van onnodige handelsbelemmeringen;
Vastbesloten tot het vaststellen van duidelijke, alle partijen tot voordeel strekkende handelsregels en het bevorderen van de onderlinge handel en investeringen en van een regelmatige dialoog hierover;
Geleid door de wens het concurrentievermogen van hun ondernemingen op internationale markten te vergroten door die ondernemingen een voorspelbaar wetgevingskader voor hun handels- en investeringsrelaties te verschaffen;
GEZIEN de verschillen in economische en sociale ontwikkeling tussen de overeenkomstsluitende Andeslanden onderling en tussen de overeenkomstsluitende Andeslanden en de Europese Unie en haar lidstaten;
Bevestigend dat de partijen het recht hebben om zo veel mogelijk gebruik te maken van de flexibiliteiten in het multilaterale kader om het algemeen belang te beschermen;
Zich ervan bewust dat de overeenkomstsluitende Andeslanden lid van de Andesgemeenschap zijn en volgens Besluit 598 van de Andesgemeenschap bij onderhandelingen met derde landen ervoor moeten zorgen dat het stelsel van wettelijke regels dat van toepassing is op de wederzijdse betrekkingen tussen de Andeslanden, gehandhaafd blijft;
Zich bewust van het belang van de respectieve regionale integratieprocessen van de Europese Unie en de overeenkomstsluitende Andeslanden, laatstgenoemde in het kader van de Andesgemeenschap,
Zijn het volgende overeengekomen:
TITEL I. INLEIDENDE BEPALINGEN
HOOFDSTUK 1. ESSENTIËLE ELEMENTEN
Artikel 1. Algemene beginselen
Eerbiediging van de democratische beginselen en fundamentele rechten van de mens, zoals vastgelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens, en het beginsel van de rechtsstaat vormen de basis van het binnen- en buitenlands beleid van de partijen. Eerbiediging van deze beginselen vormt een essentieel element van deze overeenkomst.
Artikel 2. Ontwapening en non-proliferatie van massavernietigingswapens
De partijen zijn van oordeel dat de proliferatie van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor, onder zowel staten als niet-statelijke actoren, een van de ernstigste bedreigingen voor de internationale stabiliteit en veiligheid vormt.
De partijen komen daarom overeen samen te werken en bij te dragen tot het tegengaan van de proliferatie van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor, door bestaande verplichtingen die voor hen voortvloeien uit overeenkomsten, verdragen en andere relevante internationale instrumenten inzake ontwapening en non-proliferatie, volledig na te leven.
Dat de partijen overeenkomen samen te werken en bij te dragen tot het realiseren van de doelstelling van ontwapening en non-proliferatie van massavernietigingswapens, betekent dat zij zich er gezamenlijk voor inzetten dat de desbetreffende verdragen universele geldigheid krijgen en overal ten uitvoer worden gelegd.
De partijen komen overeen dat de leden 1 en 2 van dit artikel een essentieel element van deze overeenkomst vormen.
HOOFDSTUK 2. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 3. Oprichting van een vrijhandelszone
De partijen komen overeen een vrijhandelszone op te richten, overeenkomstig artikel XXIV van de Algemene Overeenkomst inzake tarieven en handel 1994, hierna de „GATT 1994” genoemd, en artikel V van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten, hierna de „GATS” genoemd.
Artikel 4. Doelstellingen
Deze overeenkomst heeft de volgende doelstellingen:
- a. het geleidelijk liberaliseren van de handel in goederen, overeenkomstig artikel XXIV van de GATT 1994;
- b. het vergemakkelijken van de handel in goederen, met name door het toepassen van de overeengekomen bepalingen inzake douane en handelsbevordering, normen, technische voorschriften en procedures voor conformiteitsbeoordeling en sanitaire en fytosanitaire maatregelen;
- c. het geleidelijk liberaliseren van de handel in diensten, overeenkomstig artikel V van de GATS;
- d. het ontwikkelen van een gunstig investeringsklimaat waardoor de investeringsstromen worden vergroot en in het bijzonder het verbeteren van de vestigingsvoorwaarden, op basis van niet-discriminatie;
- e. het bevorderen van handel en investeringen tussen de partijen door het liberaliseren van lopende betalingen en het kapitaalverkeer in verband met directe investeringen;
- f. het daadwerkelijk en wederzijds openstellen van markten voor overheidsopdrachten;
- g. het adequaat en effectief beschermen van intellectuele-eigendomsrechten, overeenkomstig de internationale regels die tussen de partijen gelden, waarbij een evenwicht moet worden bewaard tussen de rechten van houders van intellectuele-eigendomsrechten en het algemeen belang;
- h. het uitoefenen van economische activiteiten, in het bijzonder tussen de partijen, overeenkomstig het beginsel van vrije mededinging;
- i. het creëren van een snelle, effectieve en voorspelbare procedure voor geschillenbeslechting;
- j. het bevorderen van internationale handel op een wijze die bijdraagt aan de doelstelling duurzame ontwikkeling en het integreren en weerspiegelen van deze doelstelling in de handelsbetrekkingen van de partijen;
- k. ervoor zorgen dat de samenwerking op het terrein van technische bijstand en de versterking van de handelscapaciteit van de partijen bijdragen aan de uitvoering van deze overeenkomst en er ook toe bijdragen dat optimaal gebruik wordt gemaakt van de kansen die de overeenkomst biedt, met inachtneming van het bestaande wettelijke en institutionele kader.
Artikel 5. Verband met de WTO-overeenkomst
De partijen bevestigen opnieuw de bestaande rechten en verplichtingen die zij ingevolge de WTO-overeenkomst jegens elkaar hebben.
Artikel 6. Definitie van de partijen
Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder:
- –. „partij”: de Europese Unie of haar lidstaten of de Europese Unie en haar lidstaten, binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden zoals deze voortvloeien uit het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna „EU” genoemd), of elk van de overeenkomstsluitende Andeslanden;
- –. „partijen”: de EU, enerzijds, en elk van de overeenkomstsluitende Andeslanden, anderzijds.
Daar waar deze overeenkomst voorziet in specifieke en afzonderlijke verbintenissen ten aanzien van een lidstaat van de Europese Unie of een van de overeenkomstsluitende Andeslanden, geldt de overeenkomst voor dat specifieke land of die specifieke landen al naargelang wat van toepassing is.
Overeenkomstig artikel 7 betekenen „een andere partij” of „de andere partijen” voor de overeenkomstsluitende Andeslanden „de EU”, daar waar deze termen in deze overeenkomst worden gebruikt.
Artikel 7. Economische en handelsbetrekkingen die onder deze overeenkomst vallen
Deze overeenkomst is van toepassing op de bilaterale economische en handelsbetrekkingen tussen, enerzijds, elk overeenkomstsluitend Andesland en, anderzijds, de EU, maar niet op de economische en handelsbetrekkingen tussen de overeenkomstsluitende Andeslanden1)Deze bepaling wordt niet zodanig uitgelegd dat afbreuk wordt gedaan aan de verplichtingen die de overeenkomstsluitende Andeslanden en de EU volgens de artikelen 10 en 105 jegens elkaar hebben..
De rechten en verplichtingen die de partijen in deze overeenkomst vastleggen, hebben geen gevolgen voor de rechten en verplichtingen die de overeenkomstsluitende Andeslanden als lid van de Andesgemeenschap jegens elkaar hebben.
Artikel 8. Voldoen aan verplichtingen
Elke partij is verantwoordelijk voor de naleving van alle bepalingen van deze overeenkomst en neemt alle noodzakelijke maatregelen om ervoor te zorgen dat wordt voldaan aan de daaruit voortvloeiende verplichtingen; dat betekent onder meer dat wordt toegezien op de naleving van deze bepalingen door centrale, regionale of lagere overheden en instanties, alsook door niet-gouvernementele organisaties wanneer zij bevoegdheden uitoefenen die bedoelde overheden en instanties aan hen hebben gedelegeerd2)Onder „centrale, regionale of lagere overheden en instanties” vallen alle autoriteiten en bestuursniveaus van de partijen..
Wanneer een partij van oordeel is dat een andere partij niet heeft voldaan aan de verplichtingen die voor haar uit deze overeenkomst voortvloeien, heeft bedoelde partij als enige rechtsmiddel de procedure voor geschillenbeslechting die in titel XII (Geschillenbeslechting) is vastgesteld, en is zij gebonden aan het resultaat daarvan.
Onverminderd de bestaande mechanismen voor politieke dialoog tussen de partijen, kan elke partij bij schending door een andere partij van de in artikel 1 en 2 van deze overeenkomst bedoelde essentiële elementen, onmiddellijk passende maatregelen in overeenstemming met het internationale recht nemen. Die andere partij kan om een spoedeisende vergadering vragen waarbij de betrokken partijen binnen 15 dagen voor een grondig onderzoek van de situatie bijeenkomen om een aanvaardbare oplossing te vinden. De maatregelen moeten in verhouding staan tot de schending. Voorrang wordt gegeven aan maatregelen die de werking van deze overeenkomst het minst verstoren. De maatregelen worden ingetrokken zodra de redenen waarom zij zijn genomen, niet meer bestaan.
Artikel 9. Geografisch toepassingsgebied
Deze overeenkomst is enerzijds van toepassing op elk grondgebied waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing is, onder de in die verdragen neergelegde voorwaarden, en anderzijds op het grondgebied van Colombia, Peru en Ecuador 3)Voor de duidelijkheid verklaren partijen hierbij dat de in deze overeenkomst vervatte verwijzingen naar „grondgebied” uitsluitend betrekking hebben op het geografisch toepassingsgebied van de overeenkomst..
In afwijking van het bepaalde in lid 1 is deze overeenkomst ook van toepassing op de gebieden van het douanegebied van de EU (hierna het „EU-douanegebied” genoemd) die niet vallen onder bovenstaande omschrijving van het geografisch toepassingsgebied van de overeenkomst.
Artikel 10. Regionale integratie
De partijen zijn zich bewust van het belang van regionale integratie voor het bevorderen van de economische en sociale ontwikkeling van de overeenkomstsluitende Andeslanden en van de Europese Unie, waardoor de betrekkingen tussen de partijen kunnen worden versterkt en aan de doelstellingen van deze overeenkomst kan worden bijgedragen.
De partijen zijn zich bewust van en bevestigen opnieuw het belang van de processen van regionale integratie van de lidstaten van de Europese Unie onderling en van de landen van de Andesgemeenschap onderling als middel om de handelsmogelijkheden te vergroten en hun effectieve integratie in de wereldeconomie te bevorderen.
De partijen zijn zich ervan bewust dat verdere regionale integratie van de Andeslanden een zaak van de leden van de Andesgemeenschap is.
De partijen zijn zich ervan bewust dat de overeenkomstsluitende Andeslanden in hun onderlinge betrekkingen gehouden zijn aan het stelsel van wettelijke regels van de Andesgemeenschap, overeenkomstig Besluit 598 van de Andesgemeenschap.
Gezien het streven van de partijen om te komen tot een associatie tussen de twee regio’s, waarbij alle landen van de Andesgemeenschap partij bij deze overeenkomst zullen worden, zal het Handelscomité de relevante bepalingen, in het bijzonder dit artikel en artikel 105, te zijner tijd opnieuw onderzoeken om deze aan te passen aan de nieuwe situatie en regionale-integratieprocessen te ondersteunen.
HOOFDSTUK 3. ALGEMENE DEFINITIES
Artikel 11. Definities
Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder:
- –. „dagen”: kalenderdagen, inclusief weekenden en vakantiedagen;
- –. „goed van een partij” of „product van een partij”: binnenlandse producten als bedoeld in de GATT 1994 of andere door de partijen overeengekomen goederen of producten, waaronder begrepen goederen of producten van oorsprong uit die partij, zoals omschreven in artikel 19;
- –. „rechtspersoon”: elke juridische eenheid, naar toepasselijk recht opgericht of anderszins georganiseerd, met winst- of andere oogmerken, ongeacht of zij eigendom van particulieren of van de overheid is, met inbegrip van alle vennootschappen, trusts, maatschappen, joint ventures, eenmanszaken of verenigingen;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.