Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Federale Democratische Republiek Ethiopië tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen

Type Verdrag
Publication 2016-09-30
Laatst bijgewerkt 2026-08-05
State In force
Source BWB
artikelen 30
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

mits het door die persoon verworven inkomen krachtens de belastingwetgeving van die staat wordt behandeld als inkomen van die persoon en niet als het inkomen van de belanghebbenden, leden of participanten van die persoon.

III. Ad artikelen 3 en 24

Het is wel te verstaan dat indien de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten in onderling overleg binnen de context van het Verdrag een oplossing hebben bereikt voor gevallen waarin

  • a. artikel 3, tweede lid, wordt toegepast met betrekking tot de uitlegging van een in het Verdrag niet omschreven uitdrukking; of
  • b. sprake is van verschillen in kwalificatie (bijvoorbeeld van een bestanddeel van het inkomen of van een persoon)

en dit zou leiden tot dubbele belasting of dubbele vrijstelling, deze oplossing, na bekendmaking ervan door beide bevoegde autoriteiten, ook bindend zal zijn bij de toepassing van de bepalingen van het Verdrag in andere, gelijksoortige gevallen.

IV. Ad artikel 4

Het is wel te verstaan dat in het geval van natuurlijke personen die aan boord van een schip wonen onder „enige andere soortgelijke omstandigheid” mede wordt begrepen de thuishaven van dat schip.

V. Ad artikelen 5, 6, 7 en 13

Het is wel te verstaan dat rechten tot de exploratie en exploitatie van natuurlijke rijkdommen worden beschouwd als onroerende zaken die zijn gelegen in de verdragsluitende staat op wiens territoriale zee, en elk gebied buiten de territoriale zee waarin deze staat, in overeenstemming met het internationale recht, rechtsmacht of soevereine rechten uitoefent, met inbegrip van de zeebodem en ondergrond daarvan, deze rechten van toepassing zijn en dat deze rechten geacht worden te behoren tot de activa van een vaste inrichting in die staat. Voorts is het wel te verstaan dat de hiervoor genoemde rechten ook omvatten rechten op belangen bij of voordelen uit vermogensbestanddelen die voortvloeien uit die exploratie of exploitatie.

VI. Ad artikelen 6, 10, 11, 12 en 13

1.

Inkomsten en voordelen uit collectieve investeringen via besloten fondsen voor gezamenlijke rekening gevestigd in een van de verdragsluitende staten (besloten „FJA's”) en paraplufondsen bestaande uit diverse besloten FJA's worden toegewezen aan de deelnemers die via de besloten FJA's investeren en wel naar rato van de omvang van hun deelneming in het fonds.

2.

Een besloten FJA die in een van de verdragsluitende staten gevestigd is en inkomsten of voordelen ontvangt die ontstaan in de andere verdragsluitende staat kan zelf, via vertegenwoordiging door de manager van het fonds of diens depositaris in plaats van de deelnemers in de besloten FJA aanspraak maken op de voordelen uit een overeenkomst ten behoeve van het vermijden van dubbele belasting waarbij de andere staat partij is en die specifiek van toepassing is op een van de betrokken investeerders, namens die deelnemers in de besloten FJA.

Dergelijke vorderingen kunnen het voorwerp zijn van een onderzoek en desgevraagd verstrekt een manager van het fonds of diens depositaris relevante informatie, die een overzicht van deelnemers en de voor een vordering relevante toegewezen inkomsten of voordelen, alsmede specifieke overeenkomsten voor het vermijden van dubbele belasting uit hoofde waarvan door de FJA aanspraak wordt gemaakt op voordelen.

3.

Niettegenstaande het tweede lid, mag een besloten FJA geen aanspraak maken op voordelen uit het Verdrag namens een deelnemer van de besloten FJA, indien de deelnemer zelf aanspraak heeft gemaakt op voordelen ter zake van dezelfde inkomsten of voordelen.

VII. Ad artikel 7

Met betrekking tot artikel 7, eerste en tweede lid, geldt dat, indien een onderneming van een verdragsluitende staat in de andere verdragsluitende staat goederen of koopwaar verkoopt of een bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting, de voordelen van die vaste inrichting niet worden bepaald op basis van het totale door de onderneming ontvangen bedrag, doch slechts op basis van dat deel van de inkomsten van de onderneming dat aan de werkelijke werkzaamheden van de vaste inrichting voor die verkopen of die bedrijfsuitoefening is toe te rekenen.

VIII. Ad artikel 8

Het is wel te verstaan dat de bepalingen van artikel 8 tevens van toepassing zijn op belastingen geheven op basis van bruto ontvangsten uit het vervoer van passagiers en vracht in internationaal verkeer.

IX. Ad artikelen 8, 13, 15 en 21

1.

Voor de toepassing van de artikelen 8, 13, 15 en 21 wordt de plaats van de werkelijke leiding van de onderneming van Koninklijke Luchtvaartmaatschappij N.V. (KLM N.V.) geacht in Nederland te zijn gelegen, zolang Nederland de uitsluitende heffingsbevoegdheid heeft ter zake van de onderneming van KLM N.V. uit hoofde van het tussen Nederland en Frankrijk gesloten belastingverdrag.

2.

Het bepaalde in het eerste lid is eveneens van toepassing indien de luchtvervoeractiviteiten van de huidige KLM N.V. geheel of grotendeels zouden worden voortgezet door een andere persoon. Voor de toepassing van dit Verdrag wordt deze persoon aangemerkt als inwoner van Nederland.

X. ad Artikel 10

1.

De bepalingen van artikel 10, tweede lid, onderdeel c, onder i., zijn van toepassing zolang ingevolge de bepalingen van de Nederlandse wetgeving inzake inkomstenbelasting een lichaam volledig is vrijgesteld van Nederlandse belasting ter zake van dividenden die dat lichaam ontvangt van een lichaam dat inwoner is van Ethiopië.

zijn van toepassing zolang de inkomsten van pensioenfondsen zijn vrijgesteld ingevolge de bepalingen van de Nederlandse wetgeving inzake inkomstenbelasting.

XI. Ad artikelen 10, 11 en 12

Indien aan de bron belasting is geheven die het belastingbedrag dat ingevolge de bepalingen van de artikelen 10, 11 of 12 mag worden geheven te boven gaat, moeten verzoeken om teruggaaf van het daarboven uitgaande belastingbedrag worden ingediend bij de bevoegde autoriteit van de staat die de belasting heeft geheven, binnen een tijdvak van vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarin de belasting is geheven.

XII. Ad artikelen 10 en 13

Het is wel te verstaan dat inkomsten die worden ontvangen in verband met de (gedeeltelijke) liquidatie van een lichaam of de inkoop van eigen aandelen door een lichaam worden behandeld als inkomsten uit aandelen en niet als vermogenswinsten.

XIII. Ad artikel 16

Het is wel te verstaan dat de uitdrukking „lid van de raad van beheer” zowel personen omvat die zijn belast met de algemene leiding van het lichaam als personen die zijn belast met het toezicht daarop.

XIV. Ad artikel 24

De bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten kunnen, zo nodig in strijd met hun respectieve nationale wetgeving, ter zake van een overeengekomen regeling in het kader van een procedure voor onderling overleg als bedoeld in artikel 24, tevens overeenkomen dat de staat, waar ingevolge eerdergenoemde regeling sprake is van een additionele belastingheffing, met betrekking tot deze additionele belastingheffing geen belastingverhogingen, toeslagen, interest en kosten zal opleggen, indien de andere staat, waarin ingevolge de regeling sprake is van een overeenkomstige vermindering van belasting, afziet van de betaling van interest verschuldigd met betrekking tot een dergelijke vermindering van belasting.

XV. Ad artikel 25

1.

De bepalingen van artikel 25 zijn dienovereenkomstig van toepassing op informatie die relevant is voor de tenuitvoerlegging van inkomstengerelateerde voorschriften krachtens de Nederlandse wetgeving door de Nederlandse belastingautoriteiten die belast zijn met de implementatie, toepassing of handhaving van deze inkomstengerelateerde voorschriften.

2.

Alle informatie die uit hoofde van het eerste lid juncto artikel 25 wordt ontvangen, wordt uitsluitend gebruikt ten behoeve van de vaststelling en heffing van de bijdragen en de vaststelling en toewijzing van de voordelen uit hoofde van de inkomstengerelateerde voorschriften bedoeld in het eerste lid.

IN WITNESS whereof the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Convention.

DONE at Addis Ababa this 10th day of August 2012, in duplicate, in the English language.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands,

J. F. L. BLANKENBERG

For the Government of the Federal Republic of Ethiopia,

A. GUJO

Artikel 21A. Beperking van voordelen

1.

Een inwoner van een verdragsluitende staat heeft uitsluitend recht op de voordelen die worden toegekend door de bepalingen van artikel 10, tweede lid, artikel 11, tweede lid, of artikel 12, tweede lid, indien deze inwoner daarvoor als gekwalificeerd persoon wordt aangemerkt overeenkomstig het tweede lid.

2.

Een inwoner van een verdragsluitende staat wordt uitsluitend als gekwalificeerd persoon aangemerkt indien deze inwoner:

  • a. een natuurlijke persoon is;
  • b. een verdragsluitende staat, een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam daarvan is;
  • c. een pensioenfonds is;
  • d. een lichaam is, mits:
  • i. de aandelen van het lichaam regelmatig worden verhandeld op een erkende effectenbeurs; of
  • ii. ten minste 50 percent van de aandelen van het lichaam dat de inkomsten ontvangt onmiddellijk bezit is van een of meer lichamen waarvan de aandelen regelmatig worden verhandeld op een erkende effectenbeurs, maar uitsluitend indien laatstbedoeld lichaam of laatstbedoelde lichamen:
  • aa. inwoner is of inwoners zijn van de andere verdragsluitende staat; of
  • bb. recht zou of zouden hebben op voordelen ter zake van de specifieke categorie inkomen waarvoor aanspraak wordt gemaakt op de voordelen uit hoofde van dit Verdrag die gelijk zijn aan of gunstiger dan de voordelen uit hoofde van dit Verdrag ingevolge een allesomvattende regeling tot het vermijden van dubbele belasting tussen zijn of hun woonstaat en de verdragsluitende staat bij welke aanspraak wordt gemaakt op de voordelen van dit Verdrag of uit hoofde van een multilaterale overeenkomst waarbij zijn of hun woonstaat en de verdragsluitende staat bij welke aanspraak wordt gemaakt op de voordelen van dit Verdrag partij zijn; of
  • iii. het lichaam zich actief bezighoudt met handels- of bedrijfsuitoefening in de verdragsluitende staat waarvan het inwoner is (anders dan het plegen of beheren van investeringen voor rekening van het lichaam zelf, tenzij deze activiteiten het bankbedrijf of verzekeringen betreffen en verricht worden door een bank of een verzekeringsmaatschappij); of
  • iv. het lichaam een hoofdkantoor is voor een multinationale groep van vennootschappen dat een substantieel deel verzorgt van het algemene toezicht op, de financiering of het bestuur van de groep en dat de onafhankelijke discretionaire bevoegdheden heeft en uitoefent voor het verrichten van deze functies, maar uitsluitend indien;
  • aa. de multinationale groep van vennootschappen bestaat uit vennootschappen die inwoner zijn van ten minste vijf landen of vijf regio’s van landen en zich aldaar bezighouden met bedrijfsmatige activiteiten en deze bedrijfsmatige activiteiten in elk van de vijf landen (of vijf regio's van landen) ten minste 10 percent van het bruto-inkomen van de groep genereren; en
  • bb. niet meer dan 50 percent van zijn bruto-inkomen afkomstig is uit de verdragsluitende staat niet zijnde de verdragsluitende staat waarvan het hoofdkantoor inwoner is.
3.

Een lichaam dat geen gekwalificeerd persoon overeenkomstig het tweede lid is, heeft evenwel recht op de voordelen die worden toegekend door de bepalingen van artikel 10, tweede lid, artikel 11, tweede lid, of artikel 12, tweede lid, indien de bevoegde autoriteit van de verdragsluitende staat die de voordelen moet toekennen vaststelt dat het voornaamste doel of een van de voornaamste doelen van de oprichting, verwerving of de instandhouding van dit lichaam, of van zijn rechten op dergelijke voordelen, of van uitoefening van zijn activiteiten, niet het veiligstellen van deze voordelen is.

4.

De vaststelling ingevolge het derde lid dient te worden gebaseerd op alle feiten en omstandigheden, waaronder:

  • a. de aard en de omvang van de werkzaamheden van het lichaam in zijn woonstaat ten opzichte van de aard en de omvang van de inkomsten waarop de toe te kennen voordelen betrekking hebben;
  • b. de eigendom van het lichaam in het heden en het verleden; en
  • c. de zakelijke redenen van het lichaam voor het verblijf in zijn woonstaat.
5.

De bevoegde autoriteit van de verdragsluitende staat die de voordelen moet toekennen raadpleegt de bevoegde autoriteit van de andere verdragsluitende staat alvorens de voordelen uit hoofde van dit lid te weigeren.

6.

Voor de toepassing van het tweede lid wordt verstaan onder „erkende effectenbeurs”:

  • a. elke effectenbeurs in de lidstaten van de Europese Unie (EU);
  • b. elke effectenbeurs van de African Securities Exchanges Association;
  • c. elke andere effectenbeurs die de bevoegde autoriteiten van de verdragsluitende staten overeenkomen, mits de aankoop of verkoop van aandelen op de effectenbeurs niet impliciet of expliciet is voorbehouden aan een beperkte groep investeerders.

HOOFDSTUK IV. VERMIJDEN VAN DUBBELE BELASTING

HOOFDSTUK V. BIJZONDERE BEPALINGEN

HOOFDSTUK VI. SLOTBEPALINGEN

Bij de ondertekening van het Verdrag tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen heden gesloten tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Federale Democratische Republiek Ethiopië, zijn de ondergetekenden overeengekomen dat de volgende bepalingen een integrerend onderdeel van het Verdrag vormen.

IN WITNESS whereof the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Convention.

DONE at Addis Ababa this 10th day of August 2012, in duplicate, in the English language.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands,

J. F. L. BLANKENBERG

For the Government of the Federal Republic of Ethiopia,

A. GUJO

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)