Verdrag van handel en scheepvaart tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Japan
Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden en Zijne Majesteit de Keizer van Japan, gelijkelijk bezield met het verlangen om de betrekkingen van vriendschap en van goede verstandhouding, welke gelukkig tusschen Hen en Hunne onderdanen bestaan, te bevestigen, en overtuigd dat het duidelijk en stellig vaststellen der bepalingen, welke in het vervolg op de handelsbetrekkingen tusschen Hunne beide landen toepasselijk zullen zijn, tot het bereiken van dit in hooge in mate wenschelijke doel zal bijdragen, hebben besloten te dien einde een Verdrag van Handel en Scheepvaart te sluiten en tot Hunne gevolmachtigden benoemd, te weten:
Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:
Jonkheer R. DE MAREES VAN SWINDEREN, Hoogstderzelver Kamerheer, Ridder van Hoogstderzelver Orde van den Nederlandschen Leeuw enz. enz., Hoogstderzelver Minister van Buitenlandsche Zaken:
en Zijne Majesteit de Keizer van Japan:
den heer AIMARO SATO, Shôshii, 1ste klasse van de Keizerlijke Orde van den Heiligen Schat enz., Hoogstdeszelfs Buitengewoon Gezant en Gevolmachtigd Minister bij het Hof van Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:
die, na elkander hunne in goeden en behoorlijken vorm bevonden volmachten te hebben medegedeeld, omtrent de navolgende artikelen zijn overeengekomen.
Geschorst per 8 december 1941 (Trb. 1954/168). De schorsing is herroepen per 29 augustus 1953 (Trb. 1954/168).
Artikel. Eerste
De onderdanen der beide Hooge Contracteerende Partijen zullen volle vrijheid hebben met hunne gezinnen binnen te komen en zich te vestigen in de geheele uitgestrektheid van elkanders gebied of bezittingen; en, indien zij zich gedragen naar de wetten des lands:
- 1°. zullen zij, in alles wat betreft het reizen en het verblijf, de studiën en onderzoekingen, de uitoefening hunner bedrijven en beroepen en het voeren van hunne bedrijfs- of nijverheidsondernemingen in alle opzichten op denzelfden voet geplaatst zijn als de onderdanen of burgers van de meest begunstigde natie;
- 2°. zullen zij, evenals de eigen onderdanen zelven, het recht hebben te handelen in alle goederen, waarin de handel vrijstaat;
- 3°. zullen zij mogen bezitten of huren en betrekken de huizen, de fabrieken, de magazijnen, de winkels en de lokalen die zij noodig kunnen hebben en terreinen pachten om er te wonen of te gebruiken voor eenig geoorloofd handels-, bedrijfs-, nijverheids- of ander doel;
- 4°. wat betreft het bezit van roerende goederen van welken aard ook, de overdracht bij testament of anderszins van alle mogelijke roerende goederen welke zij wettig onder levenden kunnen verkrijgen, en wat betreft het recht om, op welke wijze ook, te beschikken over goederen van welken aard ook, welke zij wettig zullen hebben verkregen, zullen zij dezelfde voorrechten, vrijheden en rechten genieten, en zij zullen op dat stuk niet aan hoogere belastingen of lasten onderworpen zijn dan de eigen onderdanen, of de onderdanen of burgers van de meest begunstigde natie;
- 5°. zullen zij, op voorwaarde van wederkeerigheid, kunnen verkrijgen en bezitten alle soorten van onroerende goederen, die naar de wetten des lands, kunnen of zullen kunnen worden verkregen en bezeten door de onderdanen of burgers van eenig ander vreemd land, mits zij zich steeds gedragen naar de voorwaarden en beperkingen, voorgeschreven door gezegde wetten;
- 6°. zullen zij voortdurende en volledige bescherming en veiligheid genieten voor hunne personen en eigendommen; zullen zij ter vervolgingen verdediging hunner rechten vrijen en gereeden toegang hebben tot de rechtbanken, en zullen zij bovendien gerechtigd zijn voor de rechtbanken of andere bevoegde overheden hunne vorderingen op den Staat en zijne organen te doen gelden;
- 7°. zullen zij zijn vrijgesteld van allen verplichten militairen dienst, hetzij in het leger te land of ter zee, hetzij in de schutterij of militie, en van alle heffingen, opgelegd in plaats van persoonlijken dienst. Zij zullen eveneens zijn vrijgesteld van alle gedwongen leeningen en van alle militaire heffingen of bijdragen behalve die, welke zullen worden opgelegd aan de onderdanen of burgers van de meest begunstigde natie;
- 8°. zullen zij niet worden onderworpen aan andere of hoogere heffingen of behoeven te betalen andere of hoogere belastingen of bijdragen, van welken aard ook, dan die, welke zijn of zullen worden opgelegd aan de onderdanen of burgers van de meest begunstigde natie.
Artikel 2
De woningen, magazijnen, fabrieken en winkels van de onderdanen van beide Hooge Contracteerende Partijen zullen binnen het gebied en de bezittingen van de andere, evenals alle daartoe behoorende lokalen, die voor geoorloofde doeleinden worden gebruikt, worden geëerbiedigd.
Het zal niet geoorloofd zijn er huiszoekingen te doen of onderzoekingen te houden, en evenmin om boeken, papieren of rekeningen in te zien of te onderzoeken, behalve onder de voorwaarden en met inachtneming van de vormen door de wetten voor de eigen onderdanen voorgeschreven.
Artikel 3
*) [Red: N.B. Dit artikel is niet toepasselijk op de Nederlandsche Koloniën en overzeesche bezittingen (zie het protocol geteekend bij de uitwisseling der akten van bekrachting).]Ieder der Hooge Contracteerende Partijen zal Consuls-Generaal, Consuls, Vice-Consuls en Consulaire Agenten mogen benoemen in alle havens, steden en plaatsen van de andere, met uitzondering van die, waar er bezwaar tegen zou bestaan zoodanige consulaire ambtenaren toe te laten. Deze uitzondering zal evenwel niet gemaakt worden ten aanzien van eene der Contracteerende Partijen zonder eveneens te worden gemaakt ten aanzien van alle andere Mogendheden.
Gezegde Consuls-Generaal, Vice-Consuls en Consulaire Agenten, zullen, na van de Regeering van het land, waar zij benoemd zijn, het exequatur of andere noodige machtigingen verkregen te hebben, op voet van wederkeerigheid het recht hebben alle ambtsbezigheden te verrichten en alle voorrechten, vrijstellingen en vrijdommen te genieten die zijn of in het vervolg mochten worden verleend aan de consulaire ambtenaren van denzelfden rang der meest begunstigde natie. De Regeering, welke het exequatur of andere machtigingen verleent, heeft het recht die naar eigen goedvinden in te trekken. Zij is in dat geval evenwel gehouden de redenen te ontvouwen, waarom zij het dienstig heeft geoordeeld aldus te handelen.
Artikel 4
*) [N.B. Dit artikel is niet toepasselijk op de Nederlandsche Koloniën en overzeesche bezittingen (zie het protocol geteekend bij de uitwisseling der akten van bekrachting).]Ingeval een onderdaan van eene der Hooge Contracteerende Partijen mocht komen te overlijden binnen het gebied of de bezittingen der andere, zullen de bevoegde overheden ter plaatse van het overlijden daarvan onmiddellijk kennis geven aan de consulaire ambtenaren van het land, waartoe de overledene behoort: dezen zullen van hunnen kant wanneer zij het eerst zullen zijn ingelicht dezelfde inlichtingen moeten geven aan gezegde overheden.
Artikel 5
Er zal tusschen het gebied en de bezittingen van de beide Hooge Contracteerende Partijen wederkeerige vrijheid van handel en scheepvaart bestaan. De onderdanen van elke der Contracteerende Partijen zullen, op denzelfden voet als de onderdanen of burgers van de meestbegunstigde natie, volledige vrijheid hebben om zich met hunne schepen en hunne ladingen te begeven naar de plaatsen, havens en rivieren van het gebied en de bezittingen van de andere, die geopend zijn of mochten worden voor den buitenlandschen handel: zij zullen evenwel gehouden zijn zich steeds te gedragen naar de wetten van het land waar zij aankomen.
Artikel 6
De artikelen, voortgebracht of vervaardigd in het gebied of de bezittingen van eene der Hooge Contracteerende Partijen, zullen bij den invoer in het gebied en de bezittingen van de andere, van welke plaats zij ook komen, genieten van de laagste invoerrechten toepasselijk op soortgelijke artikelen van elken anderen vreemden oorsprong.
Geen verbod of beperking zal worden gehandhaafd of opgelegd bij den invoer in het gebied of de bezittingen van eene der Hooge Contracteerende Partijen van eenig artikel, voortgebracht of vervaardigd in het gebied of de bezittingen van de andere, van welke plaats ook afkomstig, dat zich niet gelijkelijk zal uitstrekken tot den invoer van soortgelijke artikelen komende uit eenig ander vreemd land.
Dit laatste voorschrift is evenwel niet toepasselijk op verbodsbepalingen of beperkingen, die als sanitaire maatregelen worden gehandhaafd of opgelegd ter bescherming van nuttige dieren of planten.
Artikel 7
De kooplieden en de industrieelen, onderdanen van eene der Hooge Contracteerende Partijen, evenals de kooplieden en de industrieelen, die wonen en hun handel drijven of hunne nijverheid uitoefenen in het gebied of de bezittingen van die Partij, zullen in het gebied en de bezittingen van de andere, hetzij in persoon, hetzij door middel van handelsreizigers, inkoopen mogen doen of bestellingen mogen opnemen met of zonder monsters, en die kooplieden, die industrieelen en hunne handelsreizigers, zullen bij het doen dier aankoopen en het opnemen van die bestellingen, in zake belastingen en faciliteiten de behandeling der meest begunstigde natie genieten.
De Contracteerende Partijen zullen elkander wederkeerig kennis geven van de overheden, die belast zijn met de uitgifte der legitimatiekaarten, waarvan de hierbovengenoemde kooplieden, industrieelen en handelsreizigers voorzien zullen moeten zijn.
De artikelen ingevoerd als monsters voor de doeleinden omschreven in het eerste lid, zullen in elk der beide landen, tijdelijk vrij van rechten worden toegelaten, in overeenstemming met de douane-reglementen en formaliteiten, vastgesteld om hunnen wederuitvoer of de betaling der invoerrechten voorgeschreven in geval van niet-wederuitvoer binnen den door de wet aangegeven termijn te verzekeren. Evenwel zal gezegd voorrecht zich niet uitstrekken tot de artikelen, die wegens hunne hoeveelheid of waarde, niet als monsters kunnen worden beschouwd of die door hunnen aard bij hunnen wederuitvoer niet zouden kunnen worden herkend.
Het recht om te beslissen of een monster vrij van rechten kan worden toegelaten komt in alle gevallen uitsluitend toe aan de bevoegde overheden der plaats, waar de invoer heeft plaats gehad.
Artikel 8
De herkenningsteekenen, merken of zegels door de douaneautoriteiten van eene der Contracteerende Partijen bij den uitvoer op de in het voorgaand artikel genoemde monsters aangebracht, evenals de lijst van die monsters, welke door haar officieel is gewaarmerkt en welke er eene nauwkeurige beschrijving van bevat, zullen over en weer door de douaneautoriteiten van de andere worden aanvaard om vast te stellen dat zij het karakter van monsters hebben en de vrijstelling er van van alle onderzoek te verzekeren behoudens voor zoo verre dit onderzoek noodig is om vast te stellen dat de aangeboden monsters dezelfde zijn als die vermeld op de lijst. De douaneautoriteiten van ieder der Contracteerende Partijen zullen evenwel een tweede merk op de monsters mogen aanbrengen in de bijzondere gevallen waarin zij het noodig oordeelen dien voorzorgsmaatregel te nemen.
Artikel 9
De naamlooze of andere vennootschappen en de handels-, nijverheids- en financieele vereenigingen, die overeenkomstig de wetten van eene der Hooge Contracteerende Partijen zijn of zullen worden opgericht en die haren zetel hebben in het gebied of de bezittingen van die Partij, zijn bevoegd om in het gebied en de bezittingen van de andere Partij hare rechten uit te oefenen en in rechte, op te treden voor de rechtbanken ter vervolging of verdediging hunner rechten mits zij zich naar hare wetten gedragen.
Artikel 10
Alle artikelen die wettig mogen of zullen mogen worden ingevoerd in de havens van eene der Hooge Contracteerende Partijen door nationale schepen zullen eveneens in die havens mogen worden ingevoerd door schepen van de andere Contracteerende Partij, zonder te worden onderworpen aan andere of hoogere rechten of lasten, onder welken naam ook, dan die waaraan dezelfde artikelen zouden zijn onderworpen indien zij werden ingevoerd door nationale schepen.
Deze wederkeerige gelijkheid van behandeling zal worden toegepast onverschillig of deze artikelen rechtstreeks komen uit de plaats van oorsprong dan wel uit eenig ander vreemd land.
Er zal eveneens volkomen gelijkheid van behandeling zijn voor den uitvoer, zoodat dezelfde uitvoerrechten zullen worden betaald en dezelfde premien en drawbacks zullen worden verleend in het gebied en de bezittingen van elke der Contracteerende Partijen, bij den uitvoer van eenig artikel dat er wettig kan worden of zal kunnen worden uitgevoerd, onverschillig of die uitvoer geschiedt met Japansche schepen of met Nederlandsche schepen, en welke ook de plaats der bestemming zij, hetzij eene haven van de andere Partij hetzij eene haven van eene derde Mogendheid.
Artikel 11
In alles wat betreft de plaatsing der schepen, hunne lading, hunne lossing in de territoriale wateren van de Hooge Contracteerende Partijen zal door de eene der Partijen aan de nationale schepen geen enkel voorrecht of faciliteit worden verleend, die, in gelijksoortige gevallen ook niet aan de schepen van het andere land zal worden verleend, daar het de wil der Contracteerende Partijen is dat op dit stuk de wederzijdsche vaartuigen op voet van volkomen gelijkheid worden behandeld.
Artikel 12
De koopvaardijschepen, welke onder Nederlandsche of Japansche vlag varen en de dokumenten aan boord hebben door hunne landswetten tot vaststelling van hunne nationaliteit vereischt, zullen in Japan en in Nederland respectievelijk als Nederlandsche en Japansche schepen worden beschouwd.
Artikel 13
Geene tonne-, doorvoer-, kanaal-, haven-, loods-, vuur-, quarantaine- of andere gelijksoortige of analoge gelden of rechten onder welken naam ook geheven in naam of ten voordeele der Regeering, van openbare ambtenaren, van particulieren, van welke lichamen of instellingen ook, zullen in de territoriale wateren van eene der beide landen worden opgelegd aan de schepen van de andere, zonder dat zij eveneens, onder dezelfde voorwaarden worden opgelegd aan de nationale schepen in het algemeen of aan de schepen van de meest begunstigde natie. Deze gelijkheid van behandeling zal wederkeerig op de wederzijdsche schepen worden toegepast, van welke plaats zij ook komen en welke ook de plaats van bestemming zij.
Artikel 14
*) [Red: N.B. Dit artikel is niet toepasselijk op de Nederlandsche Koloniën en overzeesche bezittingen (zie het protocol geteekend bij de uitwisseling der akten van bekrachting).]De bevoegde consulaire ambtenaren van elke der Hooge Contracteerende Partijen zullen in het gebied en de bezittingen van de andere uitsluitend belast zijn met de handhaving der inwendige orde op de koopvaardijschepen van hun land, en zij alleen zullen bevoegd zijn kennis te nemen van de geschillen die mochten rijzen, hetzij op zee, hetzij in de territoriale wateren van de andere Partij, tusschen de kapiteins, de officieren en de schepelingen, bepaaldelijk voor wat betreft de regeling der loonen en de uitvoering der overeenkomsten. Evenwel zal de rechtspraak toekomen aan de landsoverheden, ingeval er aan boord van een koopvaardijschip van eene der Contracteerende Partijen in de territoriale wateren van de andere wanordelijkheden mochten rijzen, die de bevoegde plaatselijke overheden van dien aard mochten achten dat zij de rust en de orde in die wateren of te land verstoren of zouden kunnen verstoren.
Artikel 15
*) [Red: N.B. Dit artikel is niet toepasselijk op de Nederlandsche Koloniën en overzeesche bezittingen (zie het protocol geteekend bij de uitwisseling der akten van bekrachting).]Indien een schepeling deserteert van een koopvaardijschip, behoorende tot eene der Hooge Contracterende Partijen, in de territoriale wateren van de andere, zullen de plaatselijke overheden gehouden zijn om, binnen de perken der wet, allen bijstand in hare macht te verleenen voor de aanhouding en de uitlevering van dien deserteur op de aanvraag welke te dien einde tot haar zal worden gericht door den bevoegden consulairen ambtenaar van het land, waartoe het betrokken schip behoort, met de toezegging dat alle daaruit voortvloeiende kosten zullen worden terugbetaald.
Het is verstaan dat deze bepaling niet toepasselijk zal zijn op de onderdanen van het land waar de desertie zal hebben plaats gehad.
Artikel 16
In geval van schipbreuk, averij ter zee of gedwongen oponthoud, zal elke der Hooge Contracteerende Partijen, voorzoover de verplichtingen der neutraliteit het toelaten, aan de schepen van de andere, onverschillig of zij toebehooren aan den Staat of aan particulieren, dezelfde hulp en bescherming en dezelfde vrijstellingen moeten verleenen als die welke in soortgelijke gevallen aan de nationale schepen zullen worden verleend. De artikelen welke van de schepen, welke schipbreuk of averij hebben geleden, zijn geborgen, zullen vrij zijn van alle invoerrechten, tenzij zij voor binnenlandsch verbruik worden bestemd, in welk geval zij gehouden zullen zijn de voorgeschreven rechten te betalen.
Artikel 17
De Hooge Contracteerende Partijen komen overeen dat elk voorrecht, elke gunst of elke vrijdom op het gebied van handel, scheepvaart en nijverheid welke de eene Hooge Contracteerende Partij reeds heeft verleend of in de toekomst mocht verleenen aan de schepen, de onderdanen of de burgers van eenigen anderen vreemden Staat, onmiddellijk en onvoorwaardelijk zal worden uitgestrekt tot de schepen of onderdanen van de andere Hooge Contracteerende Partij, aangezien het de bedoeling der Contracteerende Partijen is dat de handel, de scheepvaart en de nijverheid van beide landen in alle opzichten worden behandeld op den voet der meestbegunstigde natie.
Artikel 18
De bepalingen van dit Verdrag zijn niet toepasselijk:
- a. op de voorrechten welke eene der Hooge Contracteerende Partijen heeft verleend of zal verleenen aan aangrenzende Staten ter vergemakkelijking van het grensverkeer:
- b. aan de behandeling, welke wordt verleend of zal verleend worden aan de voortbrengselen van de nationale visscherij der Hooge Contracteerende Partijen of aan de voortbrengselen van de visscherijen, welk op het stuk van den invoer harer voortbrengselen zijn gelijkgesteld met de nationale visscherij.
Artikel 19
De bepalingen van dit Verdrag zijn toepasselijk op het geheele gebied en alle bezittingen welke behooren aan eene der Hooge Contracteerende Partijen of door haar worden bestuurd.
Artikel 20
Dit verdrag zal worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zullen zoo spoedig mogelijk te Tokio worden uitgewisseld. Het zal in werking treden den dag volgende op dien, waarop de akten van bekrachtiging zijn uitgewisseld en zal van kracht blijven tot na het verloop van twaalf maanden te rekenen van den dag, waarop eene der Hooge Contracteerende Partijen aan de andere haar voornemen zal hebben te kennen gegeven om het te doen eindigen.
En foi de quoi les Plénipotentiaires respectifs ont signé le présent Traité et y ont apposé le sceau de leurs armes.
Fait en double à La Haye, le 6 juillet 1912.
R. DE MAREES VAN SWINDEREN.
AIMARO SATO.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.