Verdrag tussen Nederland en Siam tot beslechting van geschillen door rechtspraak en verzoening
HARE MAJESTEIT DE KONINGIN DER NEDERLANDEN
en
ZIJNE MAJESTEIT DE KONING VAN SIAM,
verlangende de vriendschapsbanden, die Siam en Nederland verbinden, nauwer aan te halen en overeenkomstig den geest van het Volkenbondsverdrag de vreedzame beslechting te bevorderen van geschillen, die tusschen beide landen mochten rijzen, hebben besloten te dien einde een verdrag te sluiten tot beslechting van geschillen door rechtspraak en verzoening en hebben tot Hunne Gevolmachtigden benoemd, te weten:
Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden: Jonkheer FRANS BEELAERTS VAK BLOKLAND, HoogstDerzelver Minister van Buitenlandsche Zaken;
Zijne Majesteit de Koning van Siam: Zijne Doorluchtige Hoogheid Prins VARNVAIDYA, HoogstDeszelfs Buitengewoon Gezant en Gevolmachtigd Minister bij Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden;
die, na elkander hunne in goeden en behoorlijken vorm bevonden volmachten te hebben medegedeeld, omtrent de volgende bepalingen zijn overeengekomen:
Artikel 1
De Hooge verdragsluitende Partijen verbinden zich wederkeerig om in geen enkel geval anders dan langs vreedzamen weg de oplossing te zoeken van de geschillen of conflicten, die tusschen haar mochten rijzen.
Artikel 2
Behalve, indien Partijen zijn overeengekomen een geschil op andere wijze tot oplossing te brengen, erkennen de Hooge verdragsluitende Partijen als verplicht, voor den duur van dit verdrag, de rechtspraak van het Permanente Hof van Internationale Justitie volgens het Statuut van het Hof voor alle rechtsgeschillen, die tusschen haar mochten rijzen en die niet langs diplomatieken weg binnen redelijken tijd opgelost mochten kunnen zijn en in het bijzonder alle geschillen, welke tot onderwerp hebben:
- a). de uitlegging van een verdrag;
- b). ieder punt van internationaal recht;
- c). het bestaan van ieder feit, dat, wanneer het werd vastgesteld, de schending zou inhouden van eene internationale verbintenis;
- d). den aard of den omvang van de vergoeding, verschuldigd voor de schending van eene internationale verbintenis.
In geval van verschil van meening over de vraag of het Hof bevoegd is tot oplossing van het geschil overeenkomstig de bepalingen van de voorafgaande paragraaf, zal het Hof over deze vraag beslissen.
Elke Partij is gehouden zoo spoedig mogelijk het door het Hof gewezen vonnis ten uitvoer te leggen.
Alle geschilpunten, waarover de Hooge verdragsluitende Partijen verdeeld mochten zijn zonder daarvoor eene minnelijke oplossing langs de gewone diplomatieke wegen te kunnen vinden en waarvan de oplossing niet mocht kunnen worden gezocht door een uitspraak, zooals in de eerste alinea van dit artikel is voorzien en voor de oplossing waarvan eene andere procedure niet is voorzien, zullen worden onderworpen aan de procedure van verzoening, welke in elk geval afzonderlijk zal worden ingesteld bij eene overeenkomst tusschen de Partijen.
Artikel 3
Dit verdrag zal worden bekrachtigd. De bekrachtigingsoorkonden zullen binnen den kortst mogelijken tijd te 's-Gravenhage worden uitgewisseld.
Het verdrag is gesloten voor den duur van vijf jaren, te rekenen van den dag van uitwisseling der bekrachtigingsoorkonden. Indien het niet ten minste zes maanden voor den afloop van dezen termijn is opgezegd, blijft het van kracht voor een nieuw tijdvak van vijf jaren en zoo vervolgens.
Wanneer eene procedure voor het Permanente Hof van Internationale Justitie hangende is op het oogenblik van het afloopen van dit verdrag, zullen de bepalingen daarvan van toepassing blijven.
En foi de quoi, les Plénipotentiaires susnommés ont signé le présent traité, et y ont apposé leurs cachets.
Fait, en double, à La Haye le 27 octobre 1928.
(L.S.) BEELAERTS VAN BLOKLAND.
(L.S.) VARNVAIDYA.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.