Verdrag tussen Nederland en Spanje tot beslechting van geschillen door verzoening, rechtspraak en arbitrage
Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden
en
Zijne Majesteit de Koning van Spanje,
gedachtig aan de traditioneele banden van vriendschap die Nederland en Spanje verbinden,
bezield met dezelfde zorg om aan beide landen nieuwe waarborgen te geven voor wederzijdsche vrede die even noodig is voor hunne sociale vooruitgang als voor hunne economische bloei,
en verlangend om voor de toekomst, overeenkomstig de in het Handvest van den Volkenbond neergelegde beginselen, de Vreedzame beslechting te bevorderen van alle geschillen en conflicten, van welken aard ook, die de twee landen mochten verdeeld houden;
hebben te dien einde besloten een verdrag te sluiten tot beslechting van geschillen door verzoening, rechtspraak en arbitrage, en hebben tot hare wederzijdsche Gevolmachtigden benoemd, te weten:
Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden: Jonkheer FRANS BEELAERTS VAN BLOKLAND, HoogstDerzelver Minister van Buitenlandsche Zaken;
Zijne Majesteit de Koning van Spanje: Graaf DE PRADÈRE, hoogstDeszelfs Buitengewoon Gezant en Gevolmachtigd Minister bij Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden;
die, na hunne in goeden en behoorlijken vorm erkende volmachten te hebben uitgewisseld, omtrent de volgende bepalingen zijn overeengekomen:
Artikel 1
De Hooge verdragsluitende Partijen verbinden zich wederzijds om in geen enkel geval anders dan langs vreedzamen weg de oplossing te zoeken van geschillen of conflicten, van welken aard ook, die tusschen Nederland en Spanje mochten ontstaan en die niet binnen redelijken tijd mochten kunnen worden opgelost langs de gewone diplomatieke wegen.
Artikel 2
Alle geschillen, van welken aard ook, die tot voorwerp hebben een recht, waarop een der Hooge verdragsluitende Partijen zich beroept en dat door de andere betwist wordt, en die niet op vriendschappelijke wijze langs de gewone diplomatieke wegen mochten kunnen worden geregeld, zullen ter berechting worden voorgelegd, hetzij aan het Permanente Hof van Internationale Justitie, hetzij aan een scheidsgerecht, zooals hierna is voorzien. Men is het er over eens, dat de hierboven bedoelde geschilpunten met name die omvatten, welke vermeld worden in artikel 13 van het Handvest van den Volkenbond.
De geschillen, voor wier oplossing een speciale procedure wordt voorzien in andere verdragen, die tusschen de Hooge verdragsluitende Partijen van kracht zijn, zullen worden geregeld volgens de bepalingen van die verdragen.
Artikel 3
Vóór eenige arbitrale procedure of vóór eenige procedure voor het Permanente Hof van Internationale Justitie zal het geschil in overeenstemming tusschen de Partijen, ter fine van verzoening kunnen worden voorgelegd aan een permanente internationale commissie, genaamd Permanente Verzoeningscommissie, die is gevormd overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag.
Artikel 4
Wanneer het een geschil betreft, waarvan het voorwerp, volgens de interne wetgeving van een der Partijen, valt onder de bevoegdheid van nationale rechtbanken, dan zal het geschil niet aan de procedure, waarin door dit verdrag wordt voorzien, kunnen worden onderworpen dan minstens zes maanden en op zijn hoogst drie jaren na een vonnis, dat in kracht van gewijsde is gegaan en dat binnen redelijke termijnen is gewezen door de competente nationale rechterlijke autoriteit.
Artikel 5
De Permanente Verzoeningscommissie zal zijn samengesteld uit vijf leden.
De verdragsluitende Partijen zullen elk naar eigen goedvinden een Commissaris benoemen en zullen in gemeen overleg de drie anderen aanwijzen en, onder dezen laatsten, den Voorzitter van de Commissie. Deze drie Commissarissen zullen niet mogen zijn onderdanen van verdragsluitende Partijen noch hunne woonplaats mogen hebben op haar gebied of zich in haar dienst mogen bevinden. Zij zullen alle drie van verschillende nationaliteit moeten zijn.
De Commissarissen zullen voor drie jaar benoemd worden. Indien bij het verstrijken van het mandaat van een lid der Commissie in diens vervanging niet is voorzien, wordt zijn mandaat geacht vernieuwd te zijn voor den tijd van drie jaren; de Partijen behouden zich evenwel voor om aan het einde van den termijn van drie jaren den functie van den Voorzitter aan een ander der gemeenschappelijk aangewezen leden der Commissie over te dragen.
Een lid wiens mandaat gedurende een hangende procedure verstrijkt, blijft aan het onderzoek van het geschil deelnemen totdat de procedure is geëindigd, niettegenstaande zijn plaatsvervanger reeds mocht zijn aangewezen.
In geval van overlijden of van uittreding van een der leden der Verzoeningscommissie zal in zijne vervanging voor den verderen duur van zijn mandaat moeten worden voorzien, zoo mogelijk binnen de drie eerstvolgende maanden en in ieder geval zoodra een geschil aan de Commissie zal zijn onderworpen.
Artikel 6
De Permanente Verzoeningscommissie zal worden samengesteld binnen de zes maanden, volgende op de uitwisseling der bekrachtigingsoorkonden van dit Verdrag.
Wanneer de benoeming van de leden, die gemeenschappelijk moeten worden aangewezen, niet binnen dit tijdsverloop tot stand komt of, in geval van vervanging, binnen drie maanden vanaf het openvallen van den zetel, dan zal die benoeming worden toevertrouwd aan een derde Mogendheid, die door de Partijen in gemeen overleg wordt aangewezen. Indien hierover geen overeenstemming wordt bereikt, zal iedere Partij eene verschillende Mogendheid aanwijzen en de benoemingen zullen gemeenschappelijk door de aldus aangewezen Mogendheden worden gedaan. En indien binnen een tijdsverloop van twee maanden deze beide Mogendheden niet tot overeenstemming hebben kunnen komen, zal elk harer evenveel candidaten aanwijzen als er leden aan te wijzen zijn; het lot zal dan beslissen welke van de alsdan voorgestelde candidaten tot de Commissie zullen worden toegelaten.
Artikel 7
Men zal zich tot de Permanente Verzoeningscommissie richten door een verzoekschrift, gericht tot den Voorzitter, door beide Partijen of door een der Partijen met instemming der andere.
Het verzoekschrift zal, na het voorwerp van het geschil kortelijks te hebben uiteengezet, de uitnoodiging tot de Commissie bevatten om over te gaan tot alle maatregelen, die geëigend zijn om tot een verzoening te geraken.
Wanneer het verzoekschrift uitgaat van slechts één der Partijen, zal het door deze onmiddellijk ter kennis van de tegenpartij worden gebracht.
Artikel 8
Binnen een tijdsverloop van 14 dagen vanaf den dag, waarop de Commissie in het geschil is gekend, zal elk der Partijen, voor het onderzoek van dat geschil, het door haar aangewezen lid kunnen vervangen door iemand, die speciaal ter zake kundig is.
De Partij, die van dat recht gebruik mocht maken, zal daarvan dadelijk kennis geven aan de andere Partij; deze zal de bevoegdheid hebben om van hetzelfde recht gebruik te maken binnen een tijdsverloop van 14 dagen vanaf den dag, waarop die kennisgeving haar zal hebben bereikt.
Iedere Partij behoudt zich het recht voor onmiddellijk een plaatsvervanger te benoemen om tijdelijk het door haar aangewezen bestendige lid te vervangen, die ten gevolge van ziekte of van elke andere omstandigheid zich tijdelijk verhinderd mocht bevinden om deel te nemen aan de werkzaamheden der Commissie.
In het geval dat een van de door de verdragsluitende Partijen gemeenschappelijk aangewezen leden der Verzoeningscommissie ten gevolge van ziekte of van elke andere omstandigheid tijdelijk verhinderd mocht zijn om deel te nemen aan de werkzaamheden der Commissie, zullen de Partijen zich verstaan om een plaatsvervanger aan te wijzen, die tijdelijk in zijn plaats zal zetelen. Indien de aanwijzing van dezen plaatsvervanger niet tot stand komt binnen den termijn van een maand, te rekenen van het tijdelijk openvallen van den zetel, zal gehandeld worden overeenkomstig artikel 6 van dit Verdrag.
Artikel 9
De Permanente Verzoeningscommissie zal tot taak hebben de geschilpunten tot een oplossing te brengen, daartoe alle inlichtingen, die nuttig kunnen zijn, verzamelen, hetzij door een onderzoek, hetzij op andere wijze en zich inspannen om de Partijen te verzoenen. Zij zal na onderzoek van de zaak aan de Partijen kunnen uiteenzetten op welken voet eene schikking haar redelijk zou voorkomen en aan de Partijen een termijn kunnen stellen om zich uit te spreken.
Aan het einde van haar werkzaamheden zal de Commissie een proces-verbaal opstellen, dat, al naar het geval zich voordoet, constateert, hetzij dat de Partijen eene schikking hebben getroffen en, als daartoe aanleiding bestaat, de voorwaarden van de schikking, hetzij dat de Partijen zich niet hebben kunnen verzoenen.
De werkzaamheden van de Commissie zullen, tenzij de Partijen anders overeenkomen, moeten worden beëindigd binnen een tijdsverloop van zes maanden, te rekenen van den dag, waarop de Commissie van het geschil kennis zal hebben genomen.
Artikel 10
Behoudens bijzondere bepalingen in tegengestelden zin zal de Permanente Verzoeningscommissie zelve haar procedure regelen, die in alle gevallen zal moeten plaats hebben op tegenspraak. Wat betreft het onderzoek zal de Commissie, als zij niet eenstemmig anders beslist, zich houden aan de bepalingen van Titel III (internationale commissie van onderzoek) van het Verdrag van den Haag van 18 October 1907 voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen.
Artikel 11
De Permanente Verzoeningscommissie zal, tenzij de Partijen anders mochten zijn overeengekomen, samenkomen op de plaats die door den Voorzitter is aangewezen.
Artikel 12
De werkzaamheden van de Permanente Verzoeningscommissie zijn slechts openbaar krachtens een besluit van de Commissie genomen met instemming van de Partijen.
Artikel 13
De Partijen zullen bij de Permanente Verzoeningscommissie vertegenwoordigd zijn door agenten, die tot taak hebben als tusschenpersonen te dienen tusschen haar en de Commissie; zij zullen zich bovendien kunnen doen bijstaan door raadslieden en deskundigen, daartoe door haar benoemd, en het verhoor vragen van alle personen, wier getuigenis haar nuttig mocht lijken.
Van haar kant zal de Commissie de bevoegdheid hebben om mondelinge uiteenzettingen te vragen aan de agenten, raadslieden en deskundigen der twee Partijen, evenals aan alle personen waarvan zij het nuttig mocht oordeelen om met toestemming van hunne Regeering voor zich te laten verschijnen.
Artikel 14
Behoudens bepalingen, die het tegendeel behelzen en die in dit Verdrag zijn opgenomen, zullen de beslissingen van de Permanente Verzoeningscommissie met meerderheid van stemmen worden genomen.
Artikel 15
De Hooge verdragsluitende Partijen verbinden zich om de werkzaamheden van de Permanente Verzoeningscommissie te vergemakkelijken en bijzonderlijk om haar in de ruimst mogelijke mate alle ter zake dienende stukken en inlichtingen te verschaffen en om van haar ten dienste staande middelen gebruik te maken om de leden der Commissie in staat te stellen om op haar grondgebied volgens hare wetgeving over te gaan tot het oproepen en hooren van getuigen of deskundigen, evenals tot een onderzoek ter plaatse.
Artikel 16
Voor den duur der werkzaamheden van de Verzoeningscommissie zal elk der Commissarissen een vergoeding ontvangen, waarvan het bedrag zal worden vastgesteld in gemeen overleg tusschen de Hooge verdragsluitende Partijen.
Elke Regeering zal hare eigen kosten dragen en een gelijk deel der gemeenschappelijke kosten der Commissie, terwijl onder deze gemeenschappelijke kosten de in het eerste lid bedoelde vergoedingen begrepen zijn.
Artikel 17
Bij gebreke van een overeenkomst als bedoeld in artikel 3 om het geschil voor de Permanente Verzoeningscommissie te brengen en, in het geval van zoodanige overeenkomst, bij gebreke van verzoening voor genoemde Commissie, zal het geschil bij wege van compromis worden onderworpen, hetzij aan het Permanente Hof van Internationale Justitie onder de voorwaarden en volgens de procedure vastgesteld door zijn statuut, hetzij aan een scheidsgerecht onder de voorwaarden en volgens de procedure vastgesteld voor het Verdrag van den Haag van 18 October 1907 voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen.
Indien het compromis niet gesloten is binnen vijf maanden, te rekenen van den dag, waarop een der Partijen het verzoek om beslechting door rechtspraak zal hebben ontvangen, zal elke Partij, na daarvan een maand van te voren kennis te hebben gegeven, het geschil rechtstreeks bij verzoekschrift voor het Permanente Hof van Internationale Justitie kunnen brengen.
Artikel 18
Alle vragen waarover de Regeeringen der beide Hooge verdragsluitende Partijen verdeeld mochten zijn, zonder die op vriendschappelijke wijze te kunnen oplossen langs de gewone diplomatieke wegen, zullen, wanneer het vragen betreft waarvan de oplossing niet zou kunnen worden gezocht door een uitspraak als voorzien in artikel 2 van dit Verdrag, en wanneer daarvoor niet reeds een procedure tot oplossing is voorzien door een verdrag of overeenkomst, tusschen Partijen van kracht, worden onderworpen aan de Permanente Verzoeningscommissie, die belast zal zijn om aan de Partijen een aannemelijke oplossing voor te stellen en in ieder geval om haar een verslag aan te bieden.
De in de artikelen 7 tot 16 van dit Verdrag aangegeven procedure zal worden gevolgd.
Bij gebreke van overeenstemming tusschen de Partijen omtrent het verzoek tot de Commissie te richten, zal de een of de andere van haar de bevoegdheid hebben de vraag rechtstreeks aan die Commissie voor te leggen, na daarvan een maand van te voren kennis te hebben gegeven.
Indien het verzoek afkomstig is van een enkele der Partijen, zal zij door deze zonder verwijl aan de andere Partij worden medegedeeld.
In alle gevallen zal, wanneer er strijd tusschen de Partijen is over de vraag of het geschil al of niet de natuur heeft van een geschil als bedoeld in artikel 2 en derhalve zou kunnen worden opgelost door een uitspraak, die strijd vóór elke procedure voor de Permanente Verzoeningscommissie worden voorgelegd aan de beslissing van het Permanente Hof van Internationale Justitie, krachtens onderling overleg tusschen de Hooge verdragsluitende Partijen of bij gebreke van overeenstemming op het verzoek van een van haar.
Artikel 19
Indien in het in het vorig artikel bedoeld geval van een conflict de Partijen niet verzoend zijn kunnen worden, zullen zij gemeenschappelijk onderzoeken of er aanleiding is dit conflict aan arbitrage te onderwerpen. Indien zij het daarover eens worden, zal het conflict bij wege van compromis voor beslissing onderworpen worden aan een scheidsgerecht, dat de bevoegdheid heeft ex aequo et bono te beslissen, voor zoover de punten, waarover het geschil loopt, niet beheerscht worden door een tusschen beide Partijen van kracht zijnd verdrag of door het internationale recht.
Indien niet anders is overeengekomen, zal het scheidsgerecht zijn samengesteld uit vijf leden die aangewezen zijn volgens de in de artikelen 5 en 6 van dit verdrag voor de samenstelling van de Verzoeningscommissie vastgestelde wijze, en zal handelen overeenkomstig de bepalingen van het verdrag van den Haag van 18 October 1907 voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen. Het scheidsgerecht zal moeten zijn samengesteld binnen zes maanden nadat het verzoek om arbitrage is gedaan.
De beslissing van het scheidsgerecht zal voor de Partijen bindend zijn.
Artikel 20
Indien binnen drie maanden nadat de Permanente Verzoeningscommissie hare werkzaamheden heeft beëindigd, de Partijen het er niet over eens geworden zijn om het conflict overeenkomstig de bepalingen van artikel 19 aan eene scheidsrechterlijke beslissing te onderwerpen, zal de aangelegenheid op het enkele verzoek van een of de andere Partij, die in dat geval zonder verwijl daarvan aan de andere Partij zal kennisgeven, gebracht kunnen worden voor den Raad van den Volkenbond, die overeenkomstig het Handvest van den Volkenbond zal handelen.
Artikel 21
In alle gevallen en met name als de vraag waaromtrent de Partijen verdeeld zijn voortvloeit uit daden die reeds verricht of op punt zijn dat te worden, zal het Permanente Hof van Internationale Justitie, handelende ingevolge artikel 41 van zijn Statuut of, naar omstandigheden, het scheidsgerecht zoo spoedig mogelijk aangeven welke voorloopige maatregelen genomen moeten worden; de Permanente Verzoeningscommissie zal, als daartoe aanleiding bestaat, op dezelfde wijze kunnen handelen, nadat Partijen het daaromtrent eens zijn geworden.
Elk der Hooge verdragsluitende Partijen verbindt zich om zich te onthouden van het nemen van elken maatregel, die een nadeeligen terugslag zou kunnen hebben op de ten uitvoerlegging van de beslissing of op schikkingen, die mochten worden voorgesteld door de Permanente Verzoeningscommissie en, in het algemeen, om niet over te gaan tot het verrichten van eenige daad, die het geschil zou kunnen verergeren of uitbreiden.
Artikel 22
Wanneer het Permanente Hof van Internationale Justitie of het Scheidsgerecht mocht vaststellen dat eene beslissing van eene rechtelijke of welke andere autoriteit ook van een der verdragsluitende Partijen zich geheel of gedeeltelijk in strijd bevindt met het Volkenrecht en wanneer het grondwettelijk recht van die Partij niet of slechts onvoldoende toelaat dat de gevolgen van die beslissing of van dien betrokken maatregel te niet worden gedaan langs administratieven weg, zal het rechterlijke of scheidsrechterlijke vonnis den aard van den omvang bepalen van de aan de benadeelde Partijen toe te kennen schadevergoeding.
Artikel 23
Dit Verdrag zal overeenkomstig artikel 18 van het Handvest aan den Volkenbond ter inschrijving worden medegedeeld.
Artikel 24
De geschillen, die over de uitlegging of de uitvoering van dit Verdrag mochten rijzen, zullen behoudens het geval dat in anderen zin wordt overeengekomen, rechtstreeks aan het Permanente Hof van Internationale Justitie worden onderworpen bij wege van een eenvoudig verzoek van de eene of de andere Partij.
Artikel 25
Dit Verdrag zal bekrachtigd worden. De acten van bekrachtiging zullen zoo spoedig mogelijk te 's-Gravenhage worden uitgewisseld.
Artikel 26
Dit Verdrag zal in werking treden dadelijk na de uitwisseling der bekrachtigingsoorkonden en zal een duur hebben van tien jaren te rekenen vanaf zijn inwerkingtreding. Wanneer het niet is opgezegd zes maanden vóór het verstrijken van dien termijn, zal het beschouwd worden als stilzwijgend te zijn verlengd voor een nieuw tijdvak van vijf jaar en zoo vervolgens.
Wanneer ten tijde van de buitenwerkingtreding van dit Verdrag een procedure krachtens dit Verdrag hangende mocht zijn voor de Permanente Verzoeningscommissie, voor het Permanente Hof van Internationale Justitie, voor een arbitrale rechtbank of voor den Raad van den Volkenbond, dan zal die procedure tot het einde worden vervolgd.
En foi de quoi les Plénipotentiaires respectifs ont signé le présent Traité et l'ont revêtu de leurs cachets.
Fait à La Haye en double exemplaire le 30 mars 1931.
(L.S.) BEELAERTS VAN BLOKLAND.
(L.S.) Le Comte DE PRADÈRE.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.