Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Venezuela tot beslechting van geschillen door arbitrage, rechtspraak en verzoening

Type Verdrag
Publication 1933-12-19
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden

en

De President der Vereenigde Staten van Venezuela,

bezield met het verlangen de vriendschapsbanden, die Nederland en de Vereenigde Staten van Venezuela vereenigen, nauwer aan te halen en de vreedzame beslechting te bevorderen van de geschillen die de twee landen kunnen komen te verdeelen,

hebben besloten daartoe een verdrag te sluiten en hebben tot Hunne wederzijdsche Gevolmachtigden benoemd, te weten:

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden: Jonkheer FRANS BEELAERTS VAN BLOKLAND, Hoogstderzelver Minister van Buitenlandsche Zaken;

De President der Vereenigde Staten van Venezuela: den Heer JOSÉ IGNACIO CARDENAS, Buitengewoon Gezant en Gevolmachtigd Minister der Vereenigde Staten van Venezuela bij Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden;

die, na elkaar mededeeling te hebben gedaan van hun wederzijdsche volmachten, welke in goeden en behoorlijken vorm zijn bevonden, omtrent de volgende bepalingen zijn overeengekomen.

Artikel 1

De Hooge verdragsluitende Partijen verbinden zich wederzijds om op eene vriendschappelijke wijze de conflicten en geschillen op te lossen, die tusschen de beide landen mochten ontstaan en die niet binnen redelijken tijd mochten kunnen worden opgelost langs de gewone diplomatieke wegen.

Artikel 2

Alle geschillen van juridischen aard, die niet op vriendschappelijke wijze langs de gewone diplomatieke wegen mochten kunnen worden geregeld, hieronder begrepen de geschillen betreffende de uitlegging van dit Verdrag, zullen worden voorgelegd hetzij aan een scheidsgerecht, hetzij aan het Permanente Hof van Internationale Justitie, overeenkomstig de volgende bepalingen.

De bepaling van de vorige paragraaph is niet van toepassing op geschillen ontstaan uit feiten die hebben plaats gehad vóór de totstandkoming van dit verdrag en die tot het verleden behooren, en evenmin op geschillen over vragen die het internationale recht overlaat aan de uitsluitende bevoegdheid van Staten.

De geschillen, voor wier oplossing een speciale procedure wordt voorzien in andere verdragen, die tusschen de Hooge verdragsluitende Partijen van kracht zijn, zullen worden geregeld volgens de bepalingen van die verdragen.

Artikel 3

Vóór eenige procedure voor het Permanente Hof van Internationale Justitie of voor een scheidsgerecht zal het geschil, in overeenstemming tusschen de Partijen, ter fine van verzoening kunnen worden voorgelegd aan een permanente internationale commissie, genaamd Permanente Verzoeningscommissie, die is gevormd overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag.

Artikel 4

Wanneer, in geval van een der geschillen als bedoeld in artikel 2, de twee Partijen niet de tusschenkomst der Permanente Verzoeningscommissie hebben ingeroepen, of wanneer deze er niet in geslaagd is de Partijen te verzoenen, dan zal het geschil in gemeenschappelijk overleg bij wege van een compromis worden onderworpen, hetzij aan een scheidsgerecht, dat zal beslissen onder de voorwaarden en volgens de procedure, vastgesteld door het Verdrag van den Haag van 18 October 1907 voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen, hetzij aan het Permanente Hof van Internationale Justitie, dat zal beslissen onder de voorwaarden en volgens de procedure vastgesteld door zijn Statuut.

Bij gebreke van overeenstemming tusschen de Partijen over de keuze van het rechtsprekend orgaan, over de bepalingen van het compromis, of, in het geval dat zij de arbitrale procedure hebben gekozen, over de keuze der arbiters, zal het geschil voor het Permanente Hof van Internationale Justitie gebracht worden, dat zal oordeelen op grond van de aanspraken die hem zullen zijn voorgelegd.

Artikel 5

Wanneer het een geschil betreft, dat zijn oorsprong vindt in eene reclamatie van een onderdaan van een der beide Staten tegen den anderen Staat, en waarvan het voorwerp volgens de interne wetgeving van deze laatste Partij valt onder de bevoegdheid van hare nationale rechtbanken, zijn de procedures van dit verdrag slechts toepasselijk in het geval van rechtsweigering, hieronder begrepen uitstel dat als misbruik van de zijde der rechtbanken kan worden beschouwd, en in het geval van een rechterlijke beslissing welke niet vatbaar is voor beroep en welke onvereenigbaar is met de uit een verdrag voortvloeiende verplichtingen of met de andere internationale verplichtingen van den Staat, of welke klaarblijkelijk onrechtvaardig is.

De vaststelling of een van de hierboven bedoelde gevallen zich voordoet, zal kunnen worden uitgelokt door arbitrage of door rechtspraak, volgens de bepalingen van artikel 4.

Het geschil zal niet aan de door dit verdrag voorziene procedure worden onderworpen dan na uitputting van de gewone wettelijke rechtsmiddelen.

Artikel 6

De Hooge verdragsluitende Partijen komen overeen, dat, wanneer het scheidsgerecht of het Permanente Hof van Internationale Justitie mocht verklaren, dat een beslissing of een maatregel, die door een rechterlijke of welke andere autoriteit ook van een der partijen in het geschil genomen of voorgeschreven is, geheel of gedeeltelijk in strijd is met het internationale recht en wanneer het grondwettelijk recht van die partij niet of slechts onvoldoende toelaat, dat de gevolgen van die beslissing of van dien maatregel te niet worden gedaan, er door het arbitraal of rechterlijk vonnis aan de benadeelde partijen een billijke vergoeding moet worden toegekend.

Artikel 7

Alle vragen waarover de Hooge verdragsluitende Partijen verdeeld mochten zijn, zonder die op vriendschappelijke wijze te kunnen oplossen langs de gewone diplomatieke wegen, zullen, wanneer het vragen betreft waarvan de oplossing niet zou kunnen worden gezocht door een uitspraak als voorzien in artikel 2 van dit Verdrag, en wanneer daarvoor niet reeds een procedure tot oplossing is voorzien door een verdrag of overeenkomst, tusschen Partijen van kracht, worden onderworpen aan de Permanente Verzoeningscommissie, die belast zal zijn om aan de Partijen een aannemelijke oplossing voor te stellen en in ieder geval om haar een verslag aan te bieden. Deze bepaling is niet toepasselijk op geschillen ontstaan uit feiten die hebben plaats gehad vóór de totstandkoming van dit Verdrag en die tot het verleden behooren.

Bij gebreke van overeenstemming tusschen de Partijen omtrent het verzoek tot de Commissie te richten, zal de een of de andere van haar de bevoegdheid hebben de vraag rechtstreeks aan die Commissie voor te leggen, na daarvan een maand van te voren kennis te hebben gegeven aan de andere Partij.

Wanneer er verschil van meening tusschen de Partijen bestaat over de vraag of het geschil al of niet de natuur heeft van een geschil als bedoeld in artikel 2 en derhalve kan worden opgelost door een bindende uitspraak, zal dat verschilpunt, alvorens tot eenige procedure voor de Permanente Verzoeningscommissie wordt overgegaan, worden voorgelegd aan de beslissing van het Permanente Hof van Internationale Justitie.

Artikel 8

De Permanente Verzoeningscommissie, waarin door dit Verdrag voorzien wordt, zal zijn samengesteld uit vijf leden, die als volgt zullen worden aangewezen, te weten: de Hooge verdragsluitende Partijen zullen elk een Commissaris benoemen, gekozen uit haar wederzijdsche onderdanen en zullen drie andere Commissarissen in gemeenschappelijk overleg aanwijzen onder de onderdanen van derde mogendheden; die drie Commissarissen zullen van verschillende nationaliteiten moeten zijn en de Hooge verdragsluitende Partijen zullen onder hen den Voorzitter van de Commissie aanwijzen.

De Commissarissen worden voor zes jaar benoemd; hun opdracht kan hernieuwd worden. Zij zullen in functie blijven tot hun vervanging en, in ieder geval, tot het voleindigen van hun op het oogenblik, waarop de tijd van hun mandaat verstrijkt, aanhangige werkzaamheden.

Voor elk der vijf leden zal een plaatsvervangend lid worden aangewezen op de wijze, voorzien voor de aanwijzing van elk der vijf in de eerste alinea bedoelde leden. Elk plaatsvervangend lid zal vanzelf gewoon lid worden indien zich eene vacature mocht voordoen ten gevolge van overlijden of van ontslagneming; hij zal tijdelijk dienst doen in geval van eenige tijdelijke verhindering van het lid, in wiens vacature hij is aangewezen om te voorzien.

Er zal zoo spoedig mogelijk op de voor de benoemingen vastgestelde wijze en binnen een tijdsverloop, dat drie maanden niet te boven mag gaan, worden voorzien in de vacatures die zich mochten voordoen onder de plaatsvervangende leden ten gevolge van het feit, dat zij, zooals voorzien is in de vorige alinea, geroepen worden om definitief de plaats in te nemen van een gewoon lid dat overleden is of ontslag heeft genomen.

Artikel 9

De Permanente Verzoeningscommissie zal worden samengesteld binnen de zes maanden volgende op de uitwisseling der bekrachtigingsoorkonden van dit Verdrag.

Wanneer de benoeming van de gewone en de plaatsvervangende leden, die gemeenschappelijk moeten worden aangewezen, niet binnen dat tijdsverloop mocht plaats hebben, of, in geval van vervanging van de plaatsvervangende leden, binnen drie maanden te rekenen van het openvallen van den zetel, dan zal bij gebreke van een andere afspraak aan den President van het Permanente Hof van Internationale Justitie door de Hooge verdragsluitende Partijen worden verzocht tot de vereischte benoemingen over te gaan. Indien de President is verhinderd, of indien hij onderdaan is van een der Partijen, zal aan den Vice-President worden verzocht tot die benoemingen over te gaan. Indien deze verhinderd is of indien hij onderdaan is van een der Partijen, zal aan den eerste der andere rechters volgens de volgorde van het tableau van het Hof, die geen onderdaan is van een der Partijen, worden verzocht, tot die benoemingen over te gaan.

Artikel 10

Men zal zich tot de Permanente Verzoeningscommissie richten door een verzoekschrift, gericht tot den Voorzitter op de wijze, voorzien in de artikelen 3 en 7, al naar den aard der zaak.

Het verzoekschrift zal, na het voorwerp van het geschil te hebben uiteengezet, de uitnoodiging tot die Commissie bevatten om over te gaan tot alle maatregelen, die geëigend zijn om tot een verzoening te geraken.

Wanneer het verzoekschrift uitgaat van slechts één der Partijen, zal het door deze onmiddellijk ter kennis van de tegenpartij worden gebracht.

Artikel 11

Binnen een tijdsverloop van 14 dagen, te rekenen van den dag, waarop een der Hooge verdragsluitende Partijen een geschil voor de Permanente Verzoeningscommissie mocht hebben gebracht, zal elk der Partijen, voor het onderzoek van dat geschil, haar Commissaris kunnen vervangen door iemand, die speciaal ter zake kundig is.

De Partij, die van dat recht gebruik mocht maken, zal daarvan dadelijk kennis geven aan de andere Partij; deze zal alsdan de bevoegdheid hebben om op gelijke wijze te handelen binnen een tijdsverloop van 14 dagen, te rekenen van den dag waarop die kennisgeving haar zal hebben bereikt.

Artikel 12

De Permanente Verzoeningscommissie zal tot taak hebben om de geschilpunten op te helderen, daartoe alle inlichtingen, die nuttig kunnen zijn, verzamelen, hetzij door een onderzoek, hetzij op andere wijze en zich inspannen om de Partijen te verzoenen. Zij zal na onderzoek van de zaak aan de Partijen kunnen uiteenzetten op welken voet eene schikking haar redelijk zou voorkomen en aan de Partijen een termijn kunnen stellen om zich uit te spreken, als daartoe aanleiding bestaat.

Aan het einde van haar werkzaamheden zal de Commissie een verslag opstellen dat daarvan het resultaat zal vastleggen en waarvan aan elk der Partijen een exemplaar zal worden overhandigd.

De Partijen zullen nooit gebonden zijn door de feitelijke, rechts- of andere overwegingen, die de Commissie mocht hebben aangenomen.

Onder voorbehoud van het bepaalde bij artikel 7, lid 3, zullen de werkzaamheden van de Commissie, tenzij de Partijen anders overeenkomen, moeten worden beëindigd binnen een tijdsverloop van zes maanden, te rekenen van den dag, waarop de Commissie kennis zal hebben genomen van het geschil.

Artikel 13

Behoudens bijzondere bepalingen in tegengestelden zin zal de Permanente Verzoeningscommissie zelve haar procedure regelen, die in alle gevallen zal moeten plaats hebben op tegenspraak. In zaken van onderzoek zal de Commissie, als zij niet eenstemmig anders beslist, zich houden aan de bepalingen van Titel III (internationale commissie van onderzoek) van het Verdrag van den Haag van 18 October 1907 voor de vreedzame beslechting van internationale geschillen.

Artikel 14

De Permanente Verzoeningscommissie zal, tenzij de Partijen anders mochten zijn overeengekomen, samenkomen op de plaats die door den Voorzitter is aangewezen.

Artikel 15

De werkzaamheden van de Permanente Verzoeningscommissie zijn slechts openbaar krachtens een besluit van de Commissie genomen met instemming van de Partijen.

De Hooge verdragsluitende Partijen komen overeen om het resultaat van de werkzaamheden van de Commissie niet openbaar te maken, zonder elkaar eerst geraadpleegd te hebben.

Artikel 16

De Partijen zullen bij de Permanente Verzoeningscommissie vertegenwoordigd zijn door agenten, die tot taak hebben als tusschenpersoon te dienen tusschen haar en de Commissie; zij zullen zich bovendien te kunnen doen bijstaan door raadslieden en deskundigen, daartoe door haar benoemd, en het verhoor vragen van alle personen, wier getuigenis haar nuttig mocht lijken.

Van haar kant zal de Commissie de bevoegdheid hebben om mondelinge uiteenzettingen te vragen aan de agenten, raadslieden en deskundigen der twee Partijen, evenals aan alle personen, die zij nuttig mocht oordeelen om met toestemming van hare Regeering voor zich te laten verschijnen.

Artikel 17

Behoudens in dit Verdrag opgenomen afwijkende bepalingen, zullen de beslissingen van de Permanente Verzoeningscommissie met meerderheid van stemmen worden genomen.

De Commissie zal geen besluit kunnen nemen omtrent de kern van het geschil, dan wanneer alle leden behoorlijk zijn opgeroepen en wanneer ten minste alle leden, die gemeenschappelijk zijn gekozen, aanwezig zijn.

Artikel 18

De Hooge verdragsluitende Partijen verbinden zich om de werkzaamheden van de Permanente Verzoeningscommissie te vergemakkelijken en in het bijzonder om aan haar den bijstand te verzekeren van haar bevoegde overheden om haar in de ruimst mogelijke mate alle ter zake dienende stukken en inlichtingen te verschaffen en om de noodige maatregelen te nemen om de Commissie in staat te stellen op haar grondgebied over te gaat tot het oproepen en hooren van getuigen of deskundigen, evenals tot een onderzoek ter plaatse.

Artikel 19

Voor den duur der werkzaamheden van de Permanente Verzoeningscommissie zal elk der Commissarissen een vergoeding ontvangen, waarvan het bedrag zal worden vastgesteld in gemeen overleg tusschen de Hooge verdragsluitende Partijen, die daarvan elk een gelijk deel zullen dragen.

Artikel 20

In alle gevallen en met name als de vraag, waaromtrent de Partijen verdeeld zijn, voortvloeit uit daden, die reeds zijn verricht of op punt zijn dat te worden, zullen de Permanente Verzoeningscommissie, nadat Partijen het daaromtrent eens zijn geworden, of het Permanente Hof van Internationale Justitie, handelende ingevolge artikel 41 van zijn Statuut of het scheidsgerecht zoo spoedig mogelijk de voorloopige maatregelen kunnen aangeven, welke genomen moeten worden.

Elk der Hooge Verdragsluitende Partijen verbindt zich om zich te onthouden van het nemen van elken maatregel, die een nadeeligen terugslag zou kunnen hebben op de ten uitvoerlegging van de beslissing of op de schikkingen, die mochten worden voorgesteld door de Permanente Verzoeningscommissie en, in het algemeen, om niet over te gaan tot het verrichten van eenige daad van welken aard ook, die het geschil zou kunnen verergeren of uitbreiden.

Artikel 21

De bepalingen van dit Verdrag zullen niet van toepassing zijn op geschillen die het belang van een derden Staat raken of die betrekking hebben op de actie van een derden Staat.

Artikel 22

Dit Verdrag zal bekrachtigd worden. De akten van bekrachtiging zullen zoo spoedig mogelijk te 's-Gravenhage worden uitgewisseld.

Artikel 23

Dit Verdrag zal in werking treden dadelijk na de uitwisseling der bekrachtigingsoorkonden en zal een duur hebben van tien jaren te rekenen vanaf zijn inwerkingtreding. Het zal overeenkomstig artikel 18 van het Handvest ter registratie aan den Volkenbond worden medegedeeld. Wanneer het niet is opgezegd zes maanden vóór het verstrijken van dien termijn, zal het beschouwd worden als stilzwijgend te zijn verlengd voor een nieuw tijdvak van vijf jaar en zoo vervolgens.

Wanneer ten tijde van de buitenwerkingtreding van dit Verdrag eenige procedure krachtens dit Verdrag hangende mocht zijn voor de Permanente Verzoeningscommissie, voor het Permanente Hof van Internationale Justitie of voor een arbitrale rechtbank, dan zal die procedure tot het einde worden vervolgd.

En foi de quoi les Plénipotentiaires susnommés ont signé le présent Traité et y ont apposé leurs cachets.

Fait à La Haye, en double exemplaire, le 5 avril 1938.

(L.S.) BEELAERTS VAN BLOKLAND.

(L.S.) JOSÉ IG. CARDENAS.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.