Vriendschapsverdrag tussen Nederland en Perzië

Type Verdrag
Publication 1931-01-17
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden eenerzijds

en

Zijne Keizerlijke Majesteit de Shah van Perzië anderzijds

in gelijke mate bezield met den wensch om de aloude vriendschapsbetrekkingen tusschen de beide landen te versterken, hebben besloten een vriendschapsverdrag te sluiten en hebben daartoe tot Hun gevolmachtigden benoemd:

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:

den heer LEENDERT PIETER JOHAN DE DECKER, zaakgelastigde der Nederlanden te Teheran;

Zijne Keizerlijke Majesteit de Shah van Perzië:

Zijne Excellentie M. MOHAMAD ALI KHAN FARZINE, Minister van Buitenlandsche Zaken;

die na elkaar mededeeling te hebben gedaan van hun wederzijdsche volmachten, welke in goeden en behoorlijken vorm zijn bevonden, omtrent de volgende bepalingen zijn overeengekomen:

Artikel 1

Er zal een onschendbare vrede en oprechte en voortdurende vriendschap bestaan tusschen het Keizerrijk Perzië en het Koninkrijk der Nederlanden, evenals tusschen de onderdanen der twee Staten.

Artikel 2

De Hooge Verdragsluitende Partijen komen overeen om Hun diplomatieke betrekkingen voort te zetten in overeenstemming met de grondbeginselen en de practijk van het algemeene internationale recht. Zij komen overeen, dat de diplomatieke vertegenwoordigers van elk Harer op het grondgebied van de andere, onder voorwaarde van wederkeerigheid, de door de grondbeginselen en de practijk van het algemeene internationale recht bevestigde behandeling zullen genieten, een behandeling, die in geen enkel geval, minder gunstig kan zijn, dan die wordt toegekend aan de diplomatieke vertegenwoordigers van de meest begunstigde natie.

Artikel 3

De Hooge Verdragsluitende Partijen komen overeen om aan arbitrage te onderwerpen alle geschillen, die tusschen Haar mochten rijzen naar aanleiding van de toepassing of de uitlegging der bepalingen van alle verdragen en overeenkomsten, die tusschen Haar zijn of zullen worden gesloten, artikel 2 van dit Verdrag daaronder begrepen, en welke niet binnen redelijken tijd op vriendschappelijke wijze zouden kunnen worden opgelost langs den gewonen diplomatieken weg.

Deze bepaling zal, als het geval zich voordoet, ook toepasselijk zijn op de voorafgaande vraag of het geschil betrekking heeft op de uitlegging of op de toepassing van genoemde verdragen en overeenkomsten. De beslissing van het arbitrale scheidsgerecht zal voor de Partijen verbindend zijn. Voor elk geschil zal het scheidsgerecht worden samengesteld op verzoek van een der Hooge Verdragsluitende Partijen en wel op de volgende wijze:

Binnen drie maanden na het neerleggen van het verzoek zal elk der twee Staten een scheidsrechter aanwijzen, die gekozen zal kunnen worden onder Zijn eigen onderdanen of onder de onderdanen van een derden Staat. Wanneer bij het verstrijken van bedoeld tijdsverloop van drie maanden de verweerende Staat geen scheidsrechter heeft aangewezen, zal de keuze, op verzoek van den eischenden Staat, worden gedaan door den Voorzitter van het Hof van Internationale Justitie onder de onderdanen van den verweerenden Staat.

Binnen een nieuw tijdsverloop van twee maanden zullen de Partijen overeenkomen omtrent de bewoordingen van het compromis, waarin het geschil aanhangig gemaakt wordt bij het scheidsgerecht, de competentie van het scheidsgerecht wordt omschreven, de punten, waarover het geschil loopt, worden gesteld en de procedure, die gevolgd zal moeten worden om tot een oplossing te komen, zal worden vastgesteld.

Voor het geval dat, nadat het tijdsverloop van twee maanden is verstreken, de twee Staten het niet eens zouden zijn geworden over het compromis, zal de zorg om het op te stellen worden toevertrouwd aan het scheidsgerecht, dat daartoe zal overgaan op verzoek van den eischenden Staat.

Wanneer de twee scheidsrechters het niet eens worden over het vaststellen van een compromis binnen het tijdsverloop van twee maanden gerekend vanaf het oogenblik waarop die zorg aan het scheidsgerecht is toevertrouwd, of wanneer die twee scheidsrechters er niet in slagen het geschil te regelen binnen een redelijken tijd, die overigens in de regeling van de procedure zal moeten zijn vastgesteld, dan zullen de Hooge Verdragsluitende Partijen gezamenlijk nog drie scheidsrechters kiezen, tenzij zij zijn overeengekomen slechts een enkelen derden scheidsrechter te benoemen. Die scheidsrechters zullen onderdanen moeten zijn van een of meer derde Staten. Wanneer de Staten het, binnen een tijdsverloop van twee maanden te rekenen van het oogenblik waarop het verzoek tot benoeming van die scheidrechters of van een derden scheidsrechter zal zijn gedaan, niet eens worden over de keuze van de bovenbedoelde scheidsrechters of den scheidsrechter, dan zullen zij gezamenlijk of — wanneer het gezamenlijk verzoek niet mocht zijn gedaan binnen een nieuw tijdsverloop van twee maanden — de meest gereede van hen den President van het Permanente Hof van Internationale Justitie verzoeken de drie scheidsrechters of den derden scheidsrechter ouder de onderdanen van derde Staten te benoemen. In gemeen overleg der Partijen zal hem een lijst van derde Staten kunnen worden overhandigd, waartoe hij zich bij zijn keuze zal moeten beperken. De Partijen behouden zich het recht voor om voor een bepaald tijdperk zich van te voren te verstaan omtrent de aanwijzing van de drie scheidsrechters of den derden scheidsrechter.

In geval het noodig is geweest over te gaan tot de aanwijzing van de drie scheidsrechters of van den derden scheidsrechter, en bij gebreke van een compromis tusschen de twee verdragsluitende Staten waarin de, vanaf het oogenblik van die aanwijzing, te volgen procedure is vastgelegd, zullen de drie scheidsrechters of zal de derde scheidsrechter zich voegen bij de twee eerste scheidsrechters, en het zoo gevormde scheidsgerecht zal zijn procedure vaststellen en het geschil regelen. Alle beslissingen van het scheidsgerecht zullen bij meerderheid van stemmen genomen worden.

Ten aanzien van elk ander geschil dan die, welke betrekking hebben op de toepassing of uitlegging van verdragen en overeenkomsten, en dat niet op bevredigende wijze langs den gewonen diplomatieken weg mocht kunnen zijn opgelost, komen de Hooge Verdragsluitende Partijen, haar verplichtingen als leden van den Volkenbond hooghoudende, overeen slechts tot vreedzame wijze van oplossing hare toevlucht te zullen nemen. Zij zullen in elk geval door een speciaal compromis de procedure, die haar het meest geëigend voorkomt, vaststellen.

De Hooge Verdragsluitende Partijen komen bovendien overeen, dat, voor het geval zij verder mochten toetreden tot de Algemeene Akte van Arbitrage van 26 September 1928 of tot het protocol nopens de verplichte aanvaarding van de bevoegdheid van het Permanente Hof van Internationale Justitie van 16 December 1920, de bepalingen van die overeenkomsten eventueel zullen worden toegepast, niettegenstaande de bepalingen van dit artikel.

Artikel 4

Dit verdrag zal bekrachtigd worden en de bekrachtigingsoorkonden zullen zoo spoedig mogelijk worden uitgewisseld. Het zal van kracht worden een maand na de uitwisseling der bekrachtigingsoorkonden.

En foi de quoi, les Plénipotentiaires respectifs ont signé le présent Traité et y ont apposé leurs sceaux.

Fait à Téhéran, le 12 mars 1930. (21 esfand mah 1308 Solaire).

(L.S.) L. P. J. DE DECKER.

(L.S.) M. FARZINE.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.