Handelsverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Tsjechoslowaakse Republiek, met Protocol

Type Verdrag
Publication 1924-10-31
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden en de President der Tsjechoslowaaksche Republiek, bezield met den wensch de vriendschapsbanden tusschen beide landen nauwer aan te halen en derzelver economische betrekkingen te bevorderen, hebben besloten een handelsverdrag te sluiten en hebben te dien einde tot Hunne Gevolmachtigden benoemd:

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:

Zijne Excellentie Jonkheer H. A. VAN KARNEBEEK, Hoogstderzelver Minister van Buitenlandsche Zaken;

de President der Tsjechoslowaaksche Republiek:

den Heer ZDENĔK FIERLINGER, Buitengewoon Gezant en Gevolmachtigd Minister der Tsjechoslowaaksche Republiek te 's-Gravenhage, en den Heer JAN DVOŘÁČEK, Gevolmachtigd Minister en Chef der Afdeeling Economische Zaken van het Ministerie van Buitenlandsche Zaken der Tsjechoslowaaksche Republiek,

die, daartoe behoorlijk gemachtigd, omtrent de navolgende bepalingen tot overeenstemming zijn gekomen:

I
1.

De onderdanen van elk der Hooge Verdragsluitende Partijen zullen op het grondgebied der andere Partij in alle opzichten en in het bijzonder voor wat betreft de vestiging en de uitoefening van den handel, de nijverheid en de scheepvaart, hunne rechtspositie, hunne roerende en onroerende goederen, hunne rechten en belangen, op even gunstige wijze behandeld worden als de onderdanen der meest-begunstigde natie.

2.

Het zal hun vrij staan, hunne zaken op het grondgebied der andere Partij te regelen, hetzij persoonlijk, hetzij door een tusschen persoon hunner keuze, zonder te dezen opzichte aan eenige andere beperkingen te zijn onderworpen dan die, vastgesteld bij de op dat grondgebied van kracht zijnde wetten en voorschriften.

3.

Zij zullen voor de uitoefening van hunnen handel, hunne nijverheid en hunne scheepvaart binnen het grondgebied der andere Partij geene andere of hoogere belasting, heffing of rechten betalen dan die, welke aan de nationalen opgelegd worden.

II
1.

De naamlooze en andere vennootschappen op het gebied van handel, nijverheid of financiën, daaronder begrepen de scheepvaart-maatschappijen, die haar zetel hebben op het grondgebied van eene der Hooge Verdragsluitende Partijen en die, volgens de wetten dier Partij, op rechtsgeldige wijze daar zijn opgericht, zullen evenzeer bevoegd zijn om op het grondgebied der andere Partij haar rechten te verdedigen en in het bijzonder in rechte op te treden, hetzij als eischeressen, hetzij als gedaagden, mits zij zich onderwerpen aan de daarop betrekking hebbende wetten en voorschriften, van kracht op het grondgebied dier andere Partij.

2.

De toelating der hierboven bedoelde, op rechtsgeldige wijze op het grondgebied van een der Hooge Verdragsluitende Partijen opgerichte vennootschappen, die na het van kracht worden van dit verdrag hare werkzaamheden willen uitstrekken over het grondgebied der andere Partij en die daartoe eene bijzondere machtiging mochten behoeven, zal geregeld worden overeenkomstig de wetten en voorschriften, welke op het grondgebied van dien Staat van kracht zijn, met dien verstande evenwel, dat de toelating van banken en verzekeringmaatschappijen zal zijn onderworpen aan de daarop betrekking hebbende bijzondere wetten en reglementen van den desbetreffenden Staat.

3.

Alle eenmaal wettig gevestigde vennootschappen zullen in elk opzicht op den voet der meestbegunstigde natie worden behandeld.

III
1.

Elk der Hooge Verdragsluitende Partijen verbindt zich aan de andere de meest gunstige behandeling te verleenen, die zij toekent of in de toekomst zal toekennen aan een derden Staat, welken ook, vooral wat betreft den uitvoer, den invoer, het entrepotverkeer en den doorvoer van koopwaren, de voldoening van rechten of belastingen en de vervulling van douaneformaliteiten.

2.

De producten van bodem of nijverheid van Tsjechoslowaakschen oorsprong worden in Nederland en zijne Koloniën toegelaten en de producten van bodem of nijverheid van Nederlandschen en Nederlandsch-kolonialen oorsprong worden in de Tsjechoslowaaksche Republiek toegelaten, onder toepassing van het gunstigste tarief van invoerrechten, hetwelk elk der Hooge Verdragsluitende Partijen toestaat of zal toestaan aan een derden Staat, welken ook, zoowel voor wat betreft alle rechten en belastingen, als ten aanzien van alle coëfficiënten, surtaxen of toeslagen, welke op deze rechten en belastingen betrekking hebben of zullen hebben.

IV
1.

Aan de betaling van invoerrechten onderworpen voorwerpen, welke als monsters dienst doen, met uitzondering van ten invoer verboden koopwaren, zullen wederzijds onder tijdelijken vrijdom van invoerrechten worden toegelaten, onder voorbehoud echter, dat de douaneformaliteiten, welke noodig zijn om den weder-uitvoer dier goederen te verzekeren, worden inachtgenomen.

2.

De herkenningsmerken, door de autoriteiten van een der Hooge Verdragsluitende Partijen op de monsters aangebracht, zullen door de autoriteiten der andere Partij ter vaststelling der identiteit worden erkend, met dien verstande evenwel, dat deze laatsten de bevoegdheid zullen hebben, daarnevens de nationale herkenningsmerken aan te brengen in al die gevallen, waarin hun zulks noodzakelijk zal voorkomen.

3.

Het genot van dezen vrijdom van invoerrechten kan worden ontnomen aan handelsreizigers en handelshuizen, die zich niet aan de vastgestelde bepalingen houden.

V

Ook voor die gevallen, welke niet voorzien zijn in de voorgaande artikelen, staan de Hooge Verdragsluitende Partijen elkander wederzijds de behandeling op den voet der meestbegunstigde natie toe, voor alles wat betreft den handel, de nijverheid, de scheepvaart en den consulairen dienst.

VI

Het is welverstaan, dat dit verdrag hoegenaamd geen betrekking heeft op de voordeelen, welke aan de Tsjechoslowaaksche Republiek zijn toegekend bij art. 222 van het verdrag van St. Germain en art. 205 van het verdrag van Trianon, noch op de gunsten, die een der Hooge Verdragsluitende Partijen aan aangrenzende Staten heeft toegestaan of zal toestaan ter vergemakkelijking van het grensverkeer.

VII

Elk geschil over den uitleg, de toepassing of de uitvoering van dit verdrag, dat door de Hooge Verdragsluitende Partijen niet langs diplomatieken weg is kunnen worden opgelost, zal onderworpen worden aan het Permanente Hof van Internationale Justitie.

VIII

De bepalingen van dit verdrag zijn van toepassing op Nederland en zijn Koloniën.

IX

Dit verdrag zal bekrachtigd worden en de akten van bekrachtiging zullen zoodra mogelijk te Praag worden uitgewisseld. Het zal in werking treden vijftien dagen na de uitwisseling der akten van bekrachtiging en zal van kracht blijven gedurende een jaar te rekenen van den dag zijner inwerkingtreding, met stilzwijgende verlenging telkenmale voor eenzelfde periode, tenzij het door een der Hooge Verdragsluitende Partijen ten minste zes maanden vóór den afloop mocht zijn opgezegd.

Op het oogenblik, dat tot de onderteekening van het heden gesloten verdrag werd overgegaan, hebben de ondergeteekende Gevolmachtigden de volgende verklaringen afgelegd:

Par. 1

Aangezien de Regeering van de Tsjechoslowaaksche Republiek zich genoodzaakt ziet voor het oogenblik de door haar ingestelde regeling van de contrôle op de invoeren en de uitvoeren te handhaven, maar aan de producten en koopwaren uit Nederland en de Nederlandsche Koloniën in den zin van het heden geteekende verdrag een tenminste even gunstige behandeling wenscht te verzekeren als aan elken derden staat, zal zij de producten en koopwaren van Nederlandschen en Nederlandsch-kolonialen oorsprong, vermeld op de lijst „A”, vrij ten invoer in de Tsjechoslowaaksche Republiek toelaten.

Par. 2

Evenzoo zal de Regeering van de Tsjechoslowaaksche Republiek afwijkingen toestaan van de in de Tsjechoslowaaksche Republiek bestaande invoerverboden voor de producten en koopwaren van Nederlandschen en Nederlandsch-kolonialen oorsprong, vermeld op de lijst „B”, tot aan het beloop van de daarvoor vastgestelde jaarlijksche contingenten.

Par. 3

De jaarlijksche contingenten, vermeld op lijst „B”, zullen worden verbruikt in driemaandelijksche gelijke hoeveelheden, met dien verstande, dat wanneer de invoer in een kwartaal blijft beneden een vierde gedeelte van het contingent, het verschil zal worden toegevoegd aan het contingent van het volgende kwartaal.

Par. 4

Evenzoo zal van de zijde der Tsjechoslowaaksche Regeering een welwillende behandeling worden toegestaan voor wat betreft de verleening van vergunningen tot invoer in de Tsjechoslowaaksche Republiek, in 't bijzonder voor de producten en koopwaren van Nederlandschen en Nederlandsch-kolonialen oorsprong, vermeld op de lijst „C”.

Par. 5

Er is overeengekomen, dat de afwijkingen, vastgesteld in de paragraphen I, II en IV in niets inbreuk maken op de andere voorschriften, die op den in- en uitvoer in het algemeen van toepassing zijn.

Par. 6

Voor wat betreft de beperkingen van invoer en uitvoer in het algemeen, zullen de Hooge Verdragsluitende Partijen zich gedragen overeenkomstig de artikelen III en V van bovenbedoeld verdrag, met dien verstande, dat de aangelegenheid der contingenten is geregeld door de bepalingen van dit protocol.

Par. 7
1.

Indien de omstandigheden zulks wenschelijk maken, zal de Regeering van de Tsjechoslowaaksche Republiek kunnen eischen, dat de op haar grondgebied ingevoerde producten en koopwaren vergezeld zullen zijn van een certificaat van oorsprong. De certificaten van oorsprong zullen worden afgegeven door de bevoegde autoriteiten. De Tsjechoslowaaksche Regeering zal de kostelooze legalisatie van de onderwerpelijke certificaten van oorsprong door een Tsjechoslowaaksch Consulaat in Nederland of in de Nederlandsche Koloniën kunnen eischen.

2.

Evenzoo behoudt de Nederlandsche Regeering zich het recht voor, om, indien de omstandigheden het wenschelijk maken, analoge documenten te eischen voor wat betreft de producten en koopwaren van Tsjechoslowaakschen oorsprong, ingevoerd op het grondgebied van Nederland of de Nederlandsche Koloniën.

Par. 8

De bepalingen van het onderwerpelijke protocol zijn gebaseerd op de huidige regeling van den invoer en den uitvoer in Nederland. Voor het geval de Nederlandsche Regeering genoodzaakt zou zijn te dien aanzien beperkingen in te voeren, die den invoer van Tsjechoslowaaksche goederen zouden kunnen treffen, zal zij zich met de Tsjechoslowaaksche Regeering verstaan over de vaststelling, voor wat betreft deze artikelen, van contingenten, overeenkomende met de wederzijdsche belangen.

Par. 9
1.

De bepalingen van dit protocol zullen tegelijkertijd van kracht worden als het heden tusschen Nederland en de Tsjechoslowaaksche Republiek gesloten handelsverdrag, met dien verstande, dat dit protocol zal worden goedgekeurd, overeenkomstig de wetten en bepalingen van de wederzijdsche Staten.

2.

Onverminderd het bepaalde bij par. 8 van dit protocol, zal dit laatste vervallen tegelijk met bovenbedoeld handelsverdrag, welteverstaan evenwel, dat het protocol zal ophouden van kracht te zijn, zoodra het stelsel van beperkingen zal worden opgeheven.

3.

Gedurende deze tijdsruimte zullen de Hooge Verdragsluitende Partijen in gemeen overleg de bepalingen van dit protocol kunnen wijzigen, indien de omstandigheden met betrekking tot de wederzijdsche economische betrekkingen zulks wenschelijk maken.

En foi de quoi les Plénipotentiaires ont signé la présente convention.

Faite en double à La Haye, le vingt janvier mil neuf cent vingt trois.

VAN KARNEBEEK.

ZD. FIERLINGER.

J. DVOŘÁČEK.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.