Verdrag inzake ontwikkelingssamenwerking tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Socialistische Republiek Vietnam

Type Verdrag
Publication 2001-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden (hierna te noemen „Nederland”)

en

de Regering van de Socialistische Republiek Vietnam (hierna te noemen „Vietnam”);

Opnieuw de vriendschappelijke betrekkingen bevestigend die tussen beide Staten en hun volken bestaan;

Ter naleving van de bilaterale verdragen die onlangs tussen de twee Staten zijn gesloten;

In het besef dat inachtneming van democratische beginselen, algemene internationale rechtsbeginselen, alsmede mensenrechten, nationale soevereiniteit en de gelijkheid tussen naties belangrijke beginselen zijn in de betrekkingen tussen de twee landen;

Geleid door de wens samen te werken met het doel om ontwikkelingsprocessen te ondersteunen door middel van projecten en programma's en hiertoe, in aanvulling op de inspanningen die Vietnam levert, het juridische en administratieve kader te scheppen voor de tewerkstelling van personeelsleden en de invoer van middelen vanuit Nederland in Vietnam;

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel I. Begripsbepalingen

In dit Verdrag wordt, tenzij uit de context anders blijkt:

Artikel II. Administratieve procedures
1.

Nederland en Vietnam delen elkaar schriftelijk mede welke uitvoerende instantie de desbetreffende Staat vertegenwoordigt bij de uitvoering van projecten en programma's.

Beide Staten stellen elkaar onverwijld schriftelijk in kennis van alle wijzigingen ter zake van deze vertegenwoordiging.

2.

De uitvoerende instanties nemen alle besluiten en verrichten alle handelingen die noodzakelijk zijn voor de juiste en tijdige uitvoering van projecten en programma's.

3.

De uitvoerende instanties beheren gezamenlijk de ingevolge dit Verdrag uitgevoerde projecten en programma's.

4.

Vertegenwoordigers van beide Staten ontmoeten elkaar regelmatig om de ontwikkelingssamenwerking ingevolge dit Verdrag te evalueren.

5.

Nederland deelt Vietnam schriftelijk mede welke personeelsleden Nederland te werk wil stellen in het kader van projecten en programma's.

Vietnam deelt Nederland schriftelijk mede of het de voorgestelde personeelsleden al dan niet aanvaardt.

Artikel III. Voorrechten van personeelsleden
1.

Vietnam:

2.

Vietnam waarborgt dat de personeelsleden en hun gezinsleden op niet minder gunstige wijze worden behandeld dan soortgelijke ontwikkelingssamenwerkingspersoneelsleden van andere landen of internationale organisaties.

Artikel IV. Immuniteiten
1.

Vietnam verleent de personeelsleden immuniteit van rechtsvervolging met betrekking tot het in hun officiële hoedanigheid verrichten of nalaten van handelingen of met betrekking tot in hun officiële hoedanigheid gebezigde woorden.

2.

Vietnam stelt Nederland en de personeelsleden schadeloos en vrijwaart hen ter zake van elke extra-contractuele wettelijke aansprakelijkheid voortvloeiend uit het verrichten of nalaten van handelingen door Nederland en de personeelsleden tijdens werkzaamheden vallend onder of ondernomen uit hoofde van dit Verdrag die de dood van of letsel aan derden veroorzaken of schade aan het eigendom van derden, voor zover deze aansprakelijkheid niet door een verzekering is gedekt, en onthoudt zich van het instellen van vorderingen of het nemen van gerechtelijke stappen vanwege extra-contractuele wettelijke aansprakelijkheid, tenzij de wettelijke aansprakelijkheid het gevolg is van opzettelijk onjuist handelen of grove nalatigheid. Onverminderd de verplichtingen van Vietnam ingevolge dit lid treden, indien de aansprakelijkheid niet geheel door een verzekering is gedekt, Nederland en Vietnam in overleg teneinde de rechtmatige aanspraken van de derde partij te beschermen.

3.

Ingeval Vietnam Nederland of de personeelsleden schadeloos stelt ter zake van een vordering of gerechtelijke stappen op grond van extra-contractuele wettelijke aansprakelijkheid in overeenstemming met het tweede lid van dit artikel, is Vietnam gerechtigd alle rechten te doen gelden die Nederland of de personeelsleden kunnen doen gelden.

4.

Indien Vietnam zulks verzoekt, verschaft Nederland Vietnam de noodzakelijke administratieve of juridische bijstand voor een bevredigende regeling van eventuele problemen die kunnen ontstaan in verband met de toepassing van de voorgaande leden van dit artikel.

Artikel V. Prestaties van personeelsleden
1.

Vietnam heeft het recht, na overleg met Nederland, te verzoeken om terugroeping van personeelsleden indien hun gedrag als onbevredigend wordt beoordeeld.

Nederland heeft het recht, na overleg met Vietnam, te allen tijde personeelsleden terug te roepen.

In geval van terugroeping stelt Nederland alles in het werk om, indien Vietnam zulks verzoekt, geschikte vervangers te vinden voor de teruggeroepen personeelsleden.

2.

Personeelsleden vervullen hun taak zoals wordt overeengekomen door Nederland en Vietnam. Wat de dagelijkse werkzaamheden met betrekking tot een project of programma betreft, handelen zij in nauw overleg met de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het project, en nemen zij de door die autoriteiten gegeven werkinstructies in acht.

3.

Vietnam verleent de personeelsleden alle bijstand die zij redelijkerwijs nodig hebben ten einde hun taken te kunnen uitvoeren.

4.

De personeelsleden nemen de in Vietnam geldende wet- en regelgeving en heersende gebruiken in acht en hun is niet toegestaan in Vietnam zaken te doen.

Artikel VI. Arrestatie, hechtenis
1.

Vietnam stelt Nederland er onverwijld van in kennis indien personeelsleden of één van hun gezinsleden worden gearresteerd, gevangen gezet, in voorlopige hechtenis genomen of anderszins in detentie worden gehouden. Alle mededelingen die in zulke gevallen door personeelsleden en hun gezinsleden aan Nederland worden gedaan, worden onverwijld door Vietnam aan Nederland doorgezonden.

2.

Vertegenwoordigers van Nederland zijn gerechtigd met personeelsleden en hun gezinsleden die zijn gearresteerd, gevangen zijn gezet, in voorlopige hechtenis zijn genomen of zich anderszins in detentie bevinden, te spreken, te corresponderen en hen te bezoeken, en zijn voorts gerechtigd maatregelen te nemen ter zake van hun wettelijke vertegenwoordiging.

Artikel VII. Projecten en programma's
1.

De identificatie, voorbereiding, beoordeling en supervisie van projecten en programma's ingevolge dit Verdrag worden uitgevoerd onder de eindverantwoordelijkheid van Vietnam. Vietnam vrijwaart Nederland ter zake van elke verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor deze projecten en programma's ingevolge de wetgeving van Vietnam.

2.

Vertegenwoordigers van Nederland worden in overleg met Vietnam in de gelegenheid gesteld zich in situ op de hoogte te stellen van de voortgang van de projecten en programma's, en de projecten en programma's te evalueren.

Artikel VIII. Middelen met betrekking tot projecten en programma's
1.

Vietnam zal met betrekking tot de door Nederland ter beschikking gestelde middelen genoemd in artikel I:

2.

Nederland stelt Vietnam tijdig in kennis van de locatie van deze middelen.

3.

De materiële middelen, bedoeld in artikel I, welke door Nederland worden geleverd, worden uitsluitend aangewend voor de uitvoering van dit project of programma, tenzij anders is overeengekomen.

4.

Na afloop van een project of programma worden de materiële middelen, bedoeld in artikel I, welke door Nederland worden geleverd, officieel overgedragen aan Vietnam, tenzij beide partijen overeenkomen dat die middelen gebruikt moeten worden voor een ander project of programma.

Artikel IX. Beslechting van geschillen
1.

Indien tussen Nederland en Vietnam een geschil ontstaat met betrekking tot de uitlegging, toepassing of uitvoering van dit verdrag, trachten Nederland en Vietnam dit in eerste instantie te regelen door middel van onderhandeling.

2.

Indien Nederland en Vietnam er niet in slagen het geschil te regelen door middel van onderhandeling, kan het geschil op verzoek van hetzij Nederland of Vietnam ter beslissing worden voorgelegd aan een gerecht van drie scheidsmannen, van wie elke Staat er een benoemt en de aldus gekozen twee scheidsmannen overeenstemming bereiken over de derde, op voorwaarde dat die derde scheidsman geen onderdaan is van een van beide Staten. Nederland en Vietnam wijzen een scheidsman aan binnen een periode van zestig (60) dagen na de datum waarop een van beide Staten van de andere Staat een diplomatieke nota heeft ontvangen waarin om een scheidsrechterlijke beslissing van het geschil wordt verzocht, en over de derde scheidsman wordt binnen een daarop volgende termijn van zestig (60) dagen overeenstemming bereikt. Indien Nederland of Vietnam nalaat zijn eigen scheidsman aan te wijzen binnen de termijn van zestig (60) dagen of indien niet over de derde scheidsman binnen de genoemde termijn overeenstemming is bereikt, kan de President van het Permanente Hof van Arbitrage te Den Haag door een van beide Staten worden verzocht een scheidsman of scheidsmannen te benoemen.

3.

Nederland en Vietnam verplichten zich ertoe zich te houden aan elke uitspraak gedaan ingevolge het tweede lid van dit artikel.

Artikel X. Inwerkingtreding en beëindiging

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.