Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de indijking van het Zwin

Type Verdrag
Publication 1873-01-13
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Zijne Majesteit de Koning der Nederlanden en Zijne Majesteit de Koning der Belgen, onderling besloten hebbende den ouden zeearm, genaamd het Zwin, te bedijken, ten einde den gezondheidstoestand der daar langs gelegen landstreek te verbeteren en den landbouw te ontwikkelen, door meer dan 600 hectaren rijpe schorren vruchtbaar te maken, hebben tot dat einde benoemd tot Hunne commissarissen:

Zijne Majesteit de Koning der Nederlanden,

de heeren: JAN FREDERIK WILLEM CONRAD, hoofdingenieur van den waterstaat in de provincie Zeeland;

EDMOND HENDRIK FRANS WILLEM MATRON, directeur der registratie en domeinen te Middelburg;

ADAM VAN HOOFF, ingenieur van den waterstaat in het arrondissement Sluis; en

WILLEM FREDERIK DEL CAMPO genaamd CAMP, gepensioneerd majoor der genie;

en Zijne Majesteit de Koning der Belgen,

de heeren: LEOPOLD CREPIN, hoofdingenieur, directeur der bruggen en wegen in de provincie West-Vlaanderen;

CHARLES ALEXANDRE PILLAERT, directeur der registratie en domeinen in de provincie West-Vlaanderen;

CHARLES BREYDEL DE BROCK, lid van den provincialen raad van West-Vlaanderen; en

EUGÈNE PIENS, ingenieur der bruggen en wegen te Brugge;

die, na elkander inzage te hebben gegeven van hunne wederzijdsche volmagten, welke in goeden en behoorlijken vorm zijn bevonden, het in de navolgende artikelen vermelde zijn overeengekomen:

Artikel 1

De bedijking van het Zwin zal worden uitgevoerd overeenkomstig het ontwerp, dat den 16den Februarij 1871 is opgemaakt door de daartoe benoemde commissie en den 14den November van dat jaar door die commissie in hare vergadering is gewijzigd.

Artikel 2

De tot dat einde uit te voeren werken zullen in het openbaar aanbesteed worden te Brugge, in tegenwoordigheid van den gouverneur der provincie West-Vlaanderen, bijgestaan door de hoofdingenieurs van den waterstaat en van de bruggen en wegen der provincien Zeeland en West-Vlaanderen, of door de ambtenaren, die hen zullen vervangen.

Artikel 3

De aanneemsom der werken zal door de beide Regeringen betaald worden, in evenredigheid van de waarde der landen die op elks grondgebied zullen bedijkt worden.

Deze waarde bedraagt volgens de daarvan gedane schatting:

Het door elke Regering te dragen aandeel zal vermeerderd of verminderd worden met het naar dienzelfden maatstaf te verdeelen bedrag der bijbetalingen of kortingen op de aanneemsom, die mogten voortvloeijen uit de toepassing der bepalingen van het bestek, dat op deze aanneming betrekking heeft.

De genoemde aandeelen zullen bovendien vermeerderd worden met de in diezelfde evenredigheid te verdeelen kosten van toezigt op de uitvoering der werken.

Artikel 4

De betaling der aanneemsom zal geschieden door de Belgische Regering in tien termijnen, op de wijze als is omschreven in art. 41 van het bestek en de voorwaarden die op de aanneming betrekking hebben; naarmate van de betalingen op rekening, zal de Nederlandsche Regering haar aandeel in de kosten achtereenvolgens bij tiende gedeelten in de Belgische schatkist storten.

Artikel 5

Ten aanzien van het toezigt op en het onderhoud van den internationalen zeedijk, die in den mond van het Zwin zal gelegd worden, en ten opzigte van het beheer van den nieuwen polder, die door de bedijking van dezen ouden zeearm zal ontstaan, zijn de contracterende Partijen het navolgende overeengekomen:

Artikel 6

Het beheer en het toezigt over de uit te voeren internationale bedijking van het Zwin zullen worden opgedragen aan de hoofdingenieurs der provincien Zeeland en West-Vlaanderen.

Artikel 7

Het bestek en de voorwaarden, benevens de begrooting van kosten der aan te besteden werken, zullen in de Nederlandsche en Fransche taal gedrukt worden.

Artikel 8

Deze overeenkomst zal worden bekrachtigd en de uitwisseling der akten van bekrachtiging zal zoo spoedig mogelijk plaats hebben.

En hebben de wederzijdsche commissarissen deze overeenkomst onderteekend en daarop hun zegel bevestigd.

Fait à Bruges, en double original, le vingt-quatre Mai 1800 soixante-douze.

(Signe) CONRAD. (L.S.)

(Signé) CREPIN. (L.S.)

” MATHON. (L.S.)

” PILLAERT. (L.S.)

” A. VAN HOOFF. (L.S.)

” BREYDEL DE BROCK. (L.S.)

” DEL CAMPO dit CAMP. (L.S.)

” PIENS. (L.S.)

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.