Verdrag tussen de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de regering van de Verenigde Staten van Amerika inzake wetenschappelijke en technologische samenwerking betreffende nationale en civiele veiligheid
De regering van het Koninkrijk der Nederlanden
en
de regering van de Verenigde Staten van Amerika
(hierna te noemen „de partijen”),
Verbonden door een wederzijds belang in onderzoek en ontwikkeling met betrekking tot de nationale en civiele veiligheid, waarbij in het bijzonder aandacht uitgaat naar de ontwikkeling van innovatieve oplossingen die de veiligheid van mensen verbeteren zonder hun vrijheid te beperken;
Geleid door de wens de uitwisseling van informatie en personeel uit te breiden op gebieden die relevant zijn voor de identificatie van bedreigingen voor de nationale en civiele veiligheid en (tegen)maatregelen en de ontwikkeling van technische normen, operationele procedures en ondersteunende methoden die van toepassing zijn op het gebruik van relevante innovatieve oplossingen, in aanvulling op en, indien van toepassing, in verband met de samenwerking op dit gebied in het kader van de Europese Unie;
Onderstrepend dat zowel de fysieke als op elektronische netwerken gebaseerde vitale infrastructuren en voorzieningen en andere capaciteiten op het gebied van de nationale en civiele veiligheid, zowel publiek als privaat, van wezenlijk belang zijn voor het functioneren en de veiligheid van de respectieve economieën, maatschappijen en overheden van de partijen;
Gelet op het feit dat de economieën van de partijen in toenemende mate van elkaar afhankelijk zijn en dat de bescherming van de infrastructuur en de nationale en civiele veiligheid voor de respectieve overheden van de partijen van het allerhoogste belang zijn;
Zich bewust van het onderzoek naar en de ontwikkeling, beproeving, evaluatie en ontwikkeling van technische normen en operaties in beide landen ten behoeve van chemische, biologische, radiologische en nucleaire (tegen)maatregelen alsmede (tegen)maatregelen op het gebied van explosieven en andere terreinen waarop de nationale en civiele veiligheid zou kunnen worden verbeterd;
Onderkennend de gemeenschappelijke wens om:
de kennis van de bedreigingen te verbeteren;
de technologische capaciteiten van elke partij op het gebied van nationale en civiele veiligheid uit te breiden;
onnodig dubbel werk zoveel mogelijk tegen te gaan;
efficiëntere en kosteneffectievere resultaten te bewerkstelligen; en
zich flexibeler aan de dynamische dreigingssituatie aan te passen
door middel van samenwerking die voor beide partijen gunstig is en betrekking heeft op de toepassing van de modernste en nieuwste beveiligingstechnologieën en wetenschappelijke kennis, waarbij de capaciteiten van de partijen op het gebied van wetenschap, onderzoek, ontwikkeling, beproeving en evaluatie optimaal benut worden;
Bevestigend het gemeenschappelijk belang dat gemoeid is met het uitbreiden van de reeds lang bestaande samenwerking tussen de respectieve instanties van de partijen, hun private sector en overheidsorganisaties en hun academische instituten bij het vinden van wetenschappelijke en technologische oplossingen om bedreigingen te bestrijden, kwetsbaarheden te reduceren en te reageren op en te herstellen van incidenten en noodsituaties op die gebieden waar de mogelijke gevolgen voor de veiligheid en economie en/of de sociale gevolgen ingrijpend kunnen zijn;
Geleid door de wens een platform te creëren voor samenwerking op het gebied van wetenschappelijk en technologisch onderzoek, met inbegrip van sociale, gedrags- en geesteswetenschappen, ontwikkeling, beproeving en evaluatie op het gebied van de nationale en civiele veiligheid,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
| Vertrouwelijke bedrijfsinformatie | Hetgeen daaronder wordt begrepen in Hoofdstuk IV van Bijlage I bij dit Verdrag. |
|---|---|
| Gerubriceerde informatie | Elke informatie die moet worden beschermd en als zodanig herkenbaar is door middel van relevante rubriceringsmarkeringen in overeenstemming met de nationale wet- en regelgeving, beleidslijnen of richtsnoeren van elke partij. De gerubriceerde informatie kan in elke vorm of op elk medium worden opgeslagen, zoals, maar niet beperkt tot, de mondelinge, visuele, magnetische of elektronische vorm of de vorm hebben van documenten, apparatuur, materialen of technologie. |
| Contract | Elke wederzijds bindende verbintenis op basis van de wetgeving van een van de partijen die een aannemer verplicht tot het leveren van goederen of diensten in het kader van een projectakkoord. |
| Aannemer | Een entiteit aan wie een contract is gegund door of die een contract sluit met een partij in het kader van een projectakkoord. |
| Gecontroleerde ongerubriceerde informatie | Informatie die in de Verenigde Staten noch in Nederland als gerubriceerde informatie wordt aangemerkt, maar waarvoor beperkingen ten aanzien van toegang of verspreiding worden toegepast in overeenstemming met de nationale wet- en regelgeving, beleidslijnen of richtsnoeren van elke partij. De informatie die uit hoofde van dit Verdrag wordt verstrekt of geproduceerd, wordt gemarkeerd om de gevoelige aard ervan aan te geven. Deze begripsomschrijving omvat, maar is niet beperkt tot, informatie die in de Verenigde Staten als volgt is gemarkeerd: „Sensitive Homeland Security Information” (Gevoelige informatie – nationale veiligheid), „Sensitive Security Information” (Gevoelige informatie – veiligheid), „For Official Use Only” (Uitsluitend voor officieel gebruik), „Law Enforcement Sensitive Information” (Gevoelige informatie – handhaving), „Protected Critical Infrastructure Information” (Informatie met betrekking tot vitale infrastructuren), „Restricted” (Dienstgeheim), „Sensitive But Unclassified (SBU)” (Gevoelig maar ongeclassificeerd) en kan vertrouwelijke bedrijfsinformatie omvatten). |
| Samenwerkingsactiviteiten | Elke activiteit beschreven in artikel 7 van dit Verdrag ten aanzien waarvan de partijen overeenkomen samen te werken ten behoeve van het realiseren van de doelstellingen van dit Verdrag. Deze activiteiten vinden doorgaans plaats in de vorm van een project. |
| Vitale infrastructuur/Strategische middelen | Overheids- en/of private activiteiten of -sectoren die in de wetgeving, beschikkingen, richtsnoeren of beleidslijnen van elke partij als „vitale infrastructuur” of „strategische middelen” worden aangemerkt. |
| Designated Security Authority (DSA) (Aangewezen beveiligingsautoriteit) | De overheidsautoriteit die verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van beleid en procedures voor de beveiliging van gerubriceerde informatie of gecontroleerde ongerubriceerde informatie waarop dit Verdrag van toepassing is. |
| Apparatuur en materialen | Elk document, product of substantie waarop of waarin informatie kan worden opgenomen of vervat. Materialen omvatten alles, ongeacht de fysieke aard voor de opmaak ervan, zoals documenten, geschriften, hardware, apparatuur, machines, apparaten, middelen, modellen, foto’s, opnames, reproducties, aantekeningen, schetsen, plattegronden, prototypen, ontwerpen, configuraties, landkaarten en brieven, alsmede alle andere producten, substanties of materialen waaruit informatie kan worden afgeleid. |
| Intellectuele eigendom | Hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 2 van het Verdrag tot oprichting van de Wereldorganisatie voor de Intellectuele Eigendom, gedaan te Stockholm op 14 juli 1967, zoals gewijzigd op 28 september 1979, en kan andere – door de partijen overeengekomen – onderwerpen omvatten. |
| Need-to-Know | Een objectieve voorwaarde die op grond van de officiële taken of de juridische verplichtingen van een persoon diens toegang rechtvaardigt tot specifieke informatie die betrekking heeft op de activiteiten bedoeld in dit Verdrag. |
| Non-Disclosure Agreement (NDA) (Niet-openbaarmakingsovereenkomst) | Een rechtsverbintenis tussen een partij en een of meer deelnemers die voor de deelnemers de verplichting schept bepaalde informatie niet openbaar te maken en het gebruik ervan te beperken. |
| Partij | Het betreft de regering van de Verenigde Staten van Amerika en haar federale ministeries, instanties en ambtenaren of de regering van het Koninkrijk der Nederlanden en haar ministeries, instanties en ambtenaren. |
| Deelnemer | Een persoon of entiteit die niet tot een partij behoort, met inbegrip van maar niet beperkt tot een organisatie uit de private sector, academische instelling, laboratorium (of een hulporgaan daarvan) of regionale of lokale overheden, entiteiten of ambtenaren betrokken bij een samenwerkingsactiviteit, met inbegrip van zij die gecontracteerd zijn door een partij. |
| Project | Een specifieke vorm van samenwerking, als beschreven in artikel 7 (Projecten). |
| Projectakkoord | Het instrument waarin de reikwijdte van een project wordt vermeld zoals dat door de partijen moet worden uitgevoerd als beschreven in artikel 7 (Projecten). |
| Project achtergrondinformatie | Elke informatie die in het kader van een project wordt verstrekt, ongeacht het soort of type, met inbegrip van informatie van wetenschappelijke, technische, bedrijfsmatige of financiële aard, en met inbegrip van foto’s, rapporten, handleidingen, dreigingsgegevens, experimentele gegevens, testgegevens, ontwerpen, specificaties, processen, technieken, uitvindingen, software, broncodes, tekeningen, technische aantekeningen, geluidsopnamen, afbeeldingen en andere grafische voorstellingen, hetzij in de vorm van magneetband, elektronische media, computergeheugen of enige andere vorm en ongeacht of de informatie door intellectuele eigendom wordt beschermd. |
| Project voorgrondinformatie | Elke informatie die in het kader van een project wordt geproduceerd, ongeacht het soort of type, met inbegrip van informatie van wetenschappelijke, technische, bedrijfsmatige of financiële aard en met inbegrip van foto’s, rapporten, handleidingen, dreigingsgegevens, experimentele gegevens, testgegevens, ontwerpen, specificaties, processen, technieken, uitvindingen, software, broncodes, tekeningen, technische aantekeningen, geluidsopnamen, afbeeldingen en andere grafische voorstellingen, hetzij in de vorm van magneetband, elektronische media, computergeheugen of enige andere vorm en ongeacht of de informatie door intellectuele eigendom wordt beschermd. |
| Ontvangende partij | De partij waaraan gerubriceerde of gecontroleerde ongerubriceerde informatie wordt overgedragen. |
| Zendende partij | De partij waarvan de gerubriceerde of gecontroleerde ongerubriceerde informatie afkomstig is en/of wordt overgedragen aan de ontvangende partij. |
| Technologie-managementplan | Een specifiek onderdeel van het projectakkoord dat door de partijen gezamenlijk wordt ontwikkeld en waarin zij overeenkomen op welke wijze met de project achtergrond- en voorgrondinformatie wordt omgegaan en waarin onder andere wordt besproken welke rechten de partijen en hun aannemers en deelnemers hebben ten aanzien van uit dit Verdrag voortvloeiende intellectuele eigendom, met inbegrip van de wijze waarop eventuele royalty’s zullen worden verdeeld, waar deze intellectuele eigendom wordt beschermd, en wie verantwoordelijk is voor het verkrijgen van die bescherming en voor de verlening van licenties. |
| Derde | Elke entiteit of persoon die geen partij is bij dit Verdrag noch deelnemer aan een van de samenwerkingsactiviteiten uit hoofde van het Verdrag. |
| Transportveiligheid | Veiligheidsmaatregelen ten behoeve van vervoer door de lucht, over zee en over land, de offshore olie- en gasvoorziening en de toeleveringsketen, die bijdragen aan het bereiken en in stand houden van een beter tegen terroristische en andere strafbare handelingen beschermde transportsector. |
Artikel 2. Doelstelling
Dit Verdrag stelt een kader vast voor het ontwikkelen en vergemakkelijken van bilaterale samenwerkingsactiviteiten op het gebied van wetenschap en technologie die bijdragen aan de innovatie van en de capaciteiten op het gebied van de nationale en civiele veiligheid van beide partijen ten aanzien van:
- a. cyberveiligheid;
- b. chemisch-biologische en nucleaire/radiologische veiligheid;
- c. explosieven;
- d. innovatieve screeningtechnologie voor de transportsector;
- e. objectieve meting en vergelijking ter bescherming van vitale infrastructuur;
- f. crisisrespons, beheersing van de gevolgen en mitigatie van zeer ingrijpende gebeurtenissen; en
- g. andere door de partijen vast te stellen activiteiten op het gebied van terrorisme en nationale veiligheid.
Dit zal tevens bijdragen aan de ontwikkeling van onderwijskansen en de wetenschappelijke en technologische capaciteiten van beide partijen op deze gebieden.
Bijzondere aandacht gaat uit naar de ontwikkeling van oplossingen om de veiligheid van mensen te bevorderen zonder hun vrijheid en/of hun andere fundamentele rechten te beperken.
Artikel 3. Aanpak voor het realiseren van de doelstellingen
De partijen streven ernaar de in artikel 2 (Doelstelling) vervatte doelstellingen te realiseren door middel van een aanpak die onder andere wordt gekenmerkt door, maar niet wordt beperkt tot:
- a. het vergemakkelijken van de uitwisseling van technologieën, personeel en zowel openbare als gecontroleerde informatie;
- b. bevorderen van gecoördineerde en gezamenlijke onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten;
- c. samenwerking bij de ontwikkeling van technologieën en prototypen van systemen die bijdragen aan de bestrijding van actuele en verwachte terroristische acties op hun respectieve grondgebieden en andere nationale en civiele dreigingen zoals natuurrampen en grootschalige ongevallen;
- d. bevorderen van de integratie van de technieken voor de nationale en civiele veiligheid van elke partij teneinde ontwikkelingskosten te besparen;
- e. uitvoering van evaluaties en tests op prototypen van technologieën voor de nationale en civiele veiligheid;
- f. ontwikkeling van een aanpak om gedeelde prioriteiten en lacunes in de capaciteiten in kaart te brengen, alsmede onderzoeksgebieden voor samenwerkingsactiviteiten;
- g. bevorderen van maatregelen op het gebied van doelmatigheid door de ontwikkeling van passende normen en testprotocollen en -methodologieën;
- h. bevorderen van de betrokkenheid van de relevante organisaties uit de publieke en private sector die zich bezighouden met onderzoek en ontwikkeling;
- i. vergemakkelijken van kansen voor het ontplooien van samenwerkingsactiviteiten, met gedeelde verantwoordelijkheden en bijdragen, die in verhouding staan tot de respectieve middelen van de partijen of deelnemers;
- j. vergemakkelijken van bezoeken van onderzoekers en deskundigen teneinde informatie, apparatuur en materialen uit te wisselen;
- k. vergemakkelijken van de uitwisseling van informatie, apparatuur en materialen verband houdend met samenwerkingsactiviteiten, verenigbaar met toepasselijke wet- en regelgeving, beleidslijnen en richtsnoeren; en/of
- l. gebruikmaking en toepassing van de uit de samenwerkingsactiviteiten voortkomende project voorgrondinformatie ten behoeve van beide partijen en de deelnemers. De eigendoms- en exploitatierechten van project voorgrondinformatie worden geregeld in de artikelen van dit Verdrag en worden vastgelegd in het technologie-managementplan van het desbetreffende projectakkoord, met inachtneming van, onder andere, de respectieve bijdragen van de partijen of deelnemers aan het project.
De partijen kunnen beschikbare mechanismen selecteren of bevorderen die geschikt zijn om de samenwerkingsactiviteiten te bewerkstelligen. Deze mechanismen omvatten, maar zijn niet beperkt tot, subsidies, projectakkoorden of andere contracten met publieke of private entiteiten, zoals federale, regionale of lokale overheidsorganisaties, het bedrijfsleven (met inbegrip van kleine ondernemingen en kleine ondernemingen met een maatschappelijke of economische achterstandspositie), door de overheid gefinancierde onderzoeks- en ontwikkelingscentra en -organisaties, en universiteiten.
Niets van het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel belet de partijen andere vormen van samenwerking of overeengekomen middelen ter verwezenlijking van de doelstellingen daarvan, te bevorderen, noch wordt een samenwerkingsactiviteit uit hoofde van dit Verdrag zodanig uitgelegd dat deze andere regelingen tussen de desbetreffende actoren van de partijen doorkruist.
Artikel 4. Uitvoerende agenten
De onderminister voor Wetenschap en Techniek van het Ministerie van Binnenlandse Veiligheid van de Verenigde Staten is binnen de regering van de Verenigde Staten van Amerika de eerstverantwoordelijke voor het toezicht op de samenwerkingsactiviteiten in de Verenigde Staten, zoals in dit Verdrag omschreven, en wordt hierbij aangewezen als „uitvoerende agent van de VS” die verantwoordelijk is voor de uitvoering van dit Verdrag. De taken van de uitvoerende agent van de VS kunnen aan andere functionarissen binnen het Ministerie van Binnenlandse Veiligheid worden gedelegeerd.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.