Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld

Type Verdrag
Publication 2016-03-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De lidstaten van de Raad van Europa en de andere staten die dit Verdrag hebben ondertekend,

In herinnering roepend het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (ETS nr. 5, 1950) en de Protocollen daarbij, het Europees Sociaal Handvest (ETS nr. 35, 1961, herzien in 1996, ETS nr. 163), het Verdrag van de Raad van Europa inzake de bestrijding van mensenhandel (CETS nr. 197, 2005) en het Verdrag van de Raad van Europa inzake de bescherming van kinderen tegen seksuele uitbuiting en seksueel misbruik (CETS nr. 201, 2007);

In herinnering roepend de volgende aanbevelingen van het Comité van Ministers aan de lidstaten van de Raad van Europa: Aanbeveling Rec(2002)5 inzake de bescherming van vrouwen tegen geweld, Aanbeveling CM/REC(2007)17 inzake normen en mechanismen voor gendergelijkheid, Aanbeveling CM/Rec(2010)10 inzake de rol van vrouwen en mannen bij de voorkoming en oplossing van conflicten en bij vredesopbouw en andere relevante aanbevelingen;

Rekening houdend met de groeiende jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens waarin belangrijke normen worden vastgesteld op het gebied van geweld tegen vrouwen;

Gelet op het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (1966), het Internationaal Verdrag inzake economische, sociale en culturele rechten (1966), het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de uitbanning van alle vormen van discriminatie van vrouwen (“CEDAW”, 1979) en het Facultatieve Protocol daarbij (1999), alsmede de algemene aanbeveling nr. 19 van het CEDAW-comité inzake geweld tegen vrouwen, het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van het kind (1989) en de Facultatieve Protocollen daarbij (2000) en het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van personen met een handicap (2006);

Gelet op het Statuut van Rome van het Internationaal Strafhof (2002);

In herinnering roepend de beginselen van het internationale humanitaire recht en in het bijzonder het Verdrag van Genève (IV) betreffende de bescherming van burgers in oorlogstijd (1949) en de Aanvullende Protocollen I en II (1977) daarbij;

Alle vormen van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld veroordelend;

Erkennende dat het bereiken van de jure en de facto gelijkheid van vrouwen en mannen een van de sleutels is tot het voorkomen van geweld tegen vrouwen;

Erkennende dat geweld tegen vrouwen een blijk is van historisch ongelijke machtsverhoudingen tussen vrouwen en mannen die hebben geleid tot de overheersing en discriminatie van vrouwen door mannen en de volledige ontplooiing van vrouwen in de weg hebben gestaan;

Het structurele karakter van geweld tegen vrouwen erkennende als op gender gebaseerd geweld en voorts erkennende dat geweld tegen vrouwen tot een van de cruciale sociale mechanismen behoort waarmee vrouwen ten opzichte van mannen in een ondergeschikte positie worden gedwongen;

Erkennende, met grote bezorgdheid, dat vrouwen en meisjes vaak worden blootgesteld aan ernstige vormen van geweld, zoals huiselijk geweld, seksuele intimidatie, verkrachting, gedwongen huwelijk, misdrijven gepleegd in het kader van de zogenaamde „eer” en genitale verminking, die een ernstige schending van de mensenrechten van vrouwen en meisjes vormen en een belangrijk obstakel voor de verwezenlijking van de gelijkheid van vrouwen en mannen;

De voortdurende mensenrechtenschendingen tijdens gewapende conflicten erkennende die de burgerbevolking, en vrouwen in het bijzonder, treffen in de vorm van wijdverbreide of systematische verkrachting en seksueel geweld en de mogelijkheid dat gendergerelateerd geweld tijdens en na conflicten toeneemt;

Erkennende dat vrouwen en meisjes blootstaan aan grotere risico’s van gendergerelateerd geweld dan mannen;

Erkennende dat huiselijk geweld vrouwen buitenproportioneel treft maar dat ook mannen het slachtoffer van huiselijk geweld kunnen zijn;

Erkennende dat kinderen het slachtoffer van huiselijk geweld zijn, ook wanneer ze getuige zijn van geweld binnen het gezin;

Geleid door het streven een Europa te creëren dat vrij is van geweld tegen vrouwen en van huiselijk geweld,

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I. DOELSTELLINGEN, BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN, GELIJKHEID EN NON-DISCRIMINATIE, ALGEMENE VERPLICHTINGEN

Artikel 1. Doelstellingen van het Verdrag
1.

De doelstellingen van dit Verdrag zijn:

2.

Teneinde de doeltreffende uitvoering van de bepalingen ervan door de partijen te waarborgen, wordt bij dit Verdrag een specifiek toezichtmechanisme ingesteld.

Artikel 2. Reikwijdte van het Verdrag
1.

Dit Verdrag is van toepassing op alle vormen van geweld tegen vrouwen, met inbegrip van huiselijk geweld, dat vrouwen buitenproportioneel treft.

2.

De partijen worden aangemoedigd dit Verdrag toe te passen op alle slachtoffers van huiselijk geweld. De partijen dienen bij de uitvoering van de bepalingen van dit Verdrag bijzondere aandacht te schenken aan vrouwen die het slachtoffer zijn van gendergerelateerd geweld.

3.

Dit Verdrag is zowel van toepassing in vredestijd als ten tijde van gewapende conflicten.

Artikel 3. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van dit Verdrag:

Artikel 4. Grondrechten, gelijkheid en non-discriminatie
1.

De partijen nemen de nodige wetgevende en andere maatregelen ter bevordering en bescherming van het recht van een ieder, en van vrouwen in het bijzonder, om in zowel de publieke als de privésfeer gevrijwaard te worden van geweld.

2.

De partijen veroordelen alle vormen van discriminatie van vrouwen en nemen onverwijld de nodige wetgevende en andere maatregelen om discriminatie te voorkomen, in het bijzonder door:

3.

De uitvoering van de bepalingen van dit Verdrag door de partijen, met name maatregelen ter bescherming van de rechten van slachtoffers, wordt gewaarborgd zonder discriminatie op welke grond dan ook, zoals geslacht, gender, ras, kleur, taal, godsdienst, politieke of andere opvatting, nationale of maatschappelijke afkomst, het behoren tot een nationale minderheid, vermogen, geboorte, seksuele geaardheid, genderidentiteit, leeftijd, gezondheid, handicap, burgerlijke staat, migranten- of vluchtelingenstatus of andere status.

4.

Bijzondere maatregelen die nodig zijn ter voorkoming en bescherming van vrouwen tegen gendergerelateerd geweld worden niet discriminatoir geacht op grond van de bepalingen van dit Verdrag.

Artikel 5. Verplichtingen van de staat en zorgvuldigheid
1.

De partijen onthouden zich van elke betrokkenheid bij daden van geweld tegen vrouwen en zien erop toe dat de autoriteiten van de staat, ambtenaren, agenten, instellingen en andere actoren die optreden namens de staat in overeenstemming met deze verplichting handelen.

2.

De partijen nemen de nodige wetgevende en andere maatregelen teneinde de vereiste zorgvuldigheid in acht te nemen bij het voorkomen, onderzoeken, bestraffen en bewerkstelligen van herstel na daden van geweld die vallen onder de reikwijdte van dit Verdrag en worden gepleegd door actoren die niet behoren tot het staatsapparaat.

Artikel 6. Genderbewust beleid

De partijen verplichten zich een genderperspectief te hanteren bij de uitvoering en toetsing van de gevolgen van de bepalingen van dit Verdrag en effectief beleid ten behoeve van de gelijkheid van vrouwen en mannen te implementeren evenals de bevordering van de eigen kracht van vrouwen.

HOOFDSTUK II. INTEGRAAL BELEID EN GEGEVENS VERZAMELEN

Artikel 7. Alomvattend en gecoördineerd beleid
1.

De partijen nemen de nodige wetgevende en andere maatregelen voor het aannemen en uitvoering van effectief, alomvattend en gecoördineerd nationaal beleid dat alle relevante maatregelen omvat ter voorkoming en bestrijding van alle vormen van geweld die onder de reikwijdte van dit Verdrag vallen en een holistisch antwoord vormen op geweld tegen vrouwen.

2.

De partijen zien erop toe dat de rechten van het slachtoffer centraal staan bij alle maatregelen uit hoofde van het beleid bedoeld in het eerste lid, dat door middel van effectieve samenwerking tussen alle betrokken instanties, instellingen en organisaties wordt uitgevoerd.

3.

Maatregelen die uit hoofde van dit artikel worden genomen hebben waar van toepassing betrekking op alle betrokken actoren, zoals overheidsinstanties, nationale, regionale en lokale parlementen en autoriteiten, nationale mensenrechteninstanties en maatschappelijke organisaties.

Artikel 8. Financiële middelen

De partijen wijzen passende financiële middelen en personeel toe voor de adequate implementatie van integraal beleid, maatregelen en programma’s ter voorkoming en bestrijding van alle vormen van geweld die vallen onder de reikwijdte van dit Verdrag, met inbegrip van hetgeen wordt uitgevoerd door non-gouvernementele organisaties en het maatschappelijk middenveld.

Artikel 9. Non-gouvernementele organisaties en het maatschappelijk middenveld

De partijen erkennen, stimuleren en ondersteunen de werkzaamheden van de betrokken non gouvernementele organisaties en het maatschappelijk middenveld ter bestrijding van geweld tegen vrouwen op alle niveaus en zetten een effectieve samenwerking op met deze organisaties.

Artikel 10. Coördinerend orgaan
1.

De partijen wijzen een of meer officiële organen aan of stellen die in die verantwoordelijk zijn voor de coördinatie, implementatie, toezicht op en toetsing van beleid en maatregelen ter voorkoming en bestrijding van alle vormen van geweld waarop dit Verdrag van toepassing is. Deze organen coördineren het verzamelen van gegevens zoals bedoeld in artikel 11 en analyseren en verspreiden de resultaten.

2.

De partijen zien erop toe dat de uit hoofde van dit artikel aangewezen of ingestelde organen algemene informatie ontvangen over ingevolge Hoofdstuk VIII genomen maatregelen.

3.

De partijen zien erop toe dat de uit hoofde van dit artikel aangewezen of ingestelde organen beschikken over de capaciteit om rechtstreeks te communiceren en betrekkingen te onderhouden met hun tegenhangers van de andere partijen.

Artikel 11. Het verzamelen van gegevens en onderzoek
1.

Ten behoeve van de uitvoering van dit Verdrag verplichten de partijen zich

2.

De partijen streven ernaar met regelmatige tussenpozen onderzoeken onder hun bevolking uit te voeren teneinde de omvang van en ontwikkelingen binnen alle vormen van geweld die vallen onder de reikwijdte van dit Verdrag vast te stellen.

3.

De partijen voorzien de groep deskundigen bedoeld in artikel 66 van dit Verdrag van de informatie die uit hoofde van dit artikel is verzameld teneinde internationale samenwerking te stimuleren en internationale benchmarking mogelijk te maken.

4.

De partijen zien erop toe dat de uit hoofde van dit artikel verzamelde informatie beschikbaar is voor het publiek.

HOOFDSTUK III. PREVENTIE

Artikel 12. Algemene verplichtingen
1.

De partijen nemen de nodige maatregelen om veranderingen in de sociale en culturele gedragspatronen van vrouwen en mannen te stimuleren teneinde vooroordelen, gewoonten, tradities en alle andere praktijken gebaseerd op het idee dat vrouwen inferieur zouden zijn of op stereotype rollen van vrouwen en mannen uit te bannen.

2.

De partijen nemen de wetgevende en andere maatregelen die nodig zijn ter voorkoming van alle vormen van geweld door natuurlijke personen of rechtspersonen die vallen onder de reikwijdte van dit Verdrag.

3.

Maatregelen genomen uit hoofde van dit hoofdstuk houden rekening met en behandelen de specifieke behoeften van personen die kwetsbaar zijn vanwege specifieke omstandigheden en plaatsen de mensenrechten van alle slachtoffers centraal.

4.

De partijen nemen de nodige maatregelen om alle leden van de maatschappij, in het bijzonder mannen en jongens, te stimuleren actief bij te dragen aan het voorkomen van alle vormen van geweld die vallen onder de reikwijdte van dit Verdrag.

5.

De partijen zien erop toe dat cultuur, gewoonte, religie, traditie of de zogenaamde „eer” niet worden gebruikt ter rechtvaardiging van daden van geweld die vallen onder de reikwijdte van dit Verdrag.

6.

De partijen nemen de nodige maatregelen ter bevordering van programma’s en activiteiten met betrekking tot het versterken van de eigen kracht van vrouwen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.