Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek India tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden
en
de Regering van de Republiek India,
De wens koesterende een overeenkomst te sluiten tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen,
Zijn het volgende overeengekomen:
HOOFDSTUK I. REIKWIJDTE VAN DE OVEREENKOMST
Artikel 1. Personen op wie de Overeenkomst van toepassing is
Deze Overeenkomst is van toepassing op personen die inwoner zijn van een van de Staten of van beide Staten.
Artikel 2. Belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is
Deze Overeenkomst is van toepassing op belastingen naar het inkomen en naar het vermogen die, ongeacht de wijze van heffing, worden geheven ten behoeve van een van de Staten of van de staatkundige onderdelen of plaatselijke publiekrechtelijke lichamen daarvan.
Als belastingen naar het inkomen en naar het vermogen worden beschouwd alle belastingen die worden geheven naar het gehele inkomen, naar het gehele vermogen of naar bestanddelen van het inkomen of van het vermogen, waaronder begrepen belastingen naar voordelen verkregen uit de vervreemding van roerende of onroerende zaken, belastingen naar het totaalbedrag van de door ondernemingen betaalde lonen of salarissen, alsmede belastingen naar waardevermeerdering.
De bestaande belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is, zijn met name:
- a). in Nederland: (hierna te noemen: „Nederlandse belasting”);
- -. de inkomstenbelasting,
- -. de loonbelasting,
- -. de vennootschapsbelasting, daaronder begrepen het aandeel van de regering in de netto winsten behaald met de exploitatie van natuurlijke rijkdommen geheven krachtens de Mijnwet 1810 met betrekking tot concessies uitgegeven vanaf 1967, of geheven krachtens de Nederlandse Mijnwet continentaal plat 1965,
- -. de dividendbelasting,
- -. de vermogensbelasting,
- b). in India: (hierna te noemen: „Indiase belasting”),
- -. de income tax including any surcharge thereon (de inkomstenbelasting daaronder begrepen alle opcenten daarop),
- -. de surtax (aanvullende inkomstenbelasting),
- -. de wealth tax (de vermogensbelasting),
De Overeenkomst is ook van toepassing op alle gelijke of in wezen gelijksoortige belastingen die na de datum van ondertekening van de Overeenkomst naast of in de plaats van de bestaande belastingen worden geheven. De bevoegde autoriteiten van de Staten doen elkaar mededeling van alle wezenlijke wijzigingen die in hun onderscheiden belastingwetgevingen zijn aangebracht.
HOOFDSTUK II. BEGRIPSBEPALINGEN
Artikel 3. Algemene begripsbepalingen
Voor de toepassing van deze Overeenkomst, tenzij de context anders vereist:
- a). betekent de uitdrukking „Staat” Nederland of India, al naar het context vereist; betekent de uitdrukking „Staten” Nederland en India;
- b). betekent de uitdrukking „Nederland” het deel van het Koninkrijk der Nederlanden dat in Europa is gelegen, en het onder de Noordzee gelegen deel van de zeebodem en de ondergrond daarvan, voor zover dat gebied in overeenstemming met het internationale recht krachtens de Nederlandse wetgeving is of zal worden aangewezen als een gebied waarbinnen Nederland bepaalde rechten kan uitoefenen met betrekking tot de exploratie en exploitatie van de natuurlijke rijkdommen van de zeebodem of de ondergrond daarvan;
- c). betekent de uitdrukking „India” het grondgebied van India en omvat mede de territoriale wateren en het luchtruim er boven en ieder ander zeegebied waarin India volgens de Indiase wetgeving en in overeenstemming met het internationale recht soevereine rechten, andere rechten en rechtsbevoegdheden heeft.
- d). betekent de uitdrukking „belasting” Indiase belasting of Nederlandse belasting al naar de context vereist, maar omvat niet bedragen die verschuldigd zijn wegens een verzuim of nalatigheid met betrekking tot de belastingen waarop deze Overeenkomst van toepassing is of die zijn opgelegd als boete met betrekking tot die belastingen;
- e). omvat de uitdrukking „persoon” een natuurlijk persoon, een lichaam, elke andere vereniging van personen en elke andere eenheid die ingevolge de belastingwetgeving, die in de onderscheiden Staten van kracht is, als zodanig aan de belastingheffing is onderworpen;
- f). betekent de uitdrukking „lichaam” elke rechtspersoon of elke eenheid die ingevolge de belastingwetgeving, die in de onderscheiden Staten van kracht is, als een lichaam of een rechtspersoon wordt behandeld;
- g). betekenen de uitdrukkingen „onderneming van een van de Staten” en „onderneming van de andere Staat” onderscheidenlijk een onderneming gedreven door een inwoner van een van de Staten en een onderneming gedreven door een inwoner van de andere Staat;
- h). betekent de uitdrukking „internationaal verkeer” alle vervoer met een schip of een luchtvaartuig, geëxploiteerd door een onderneming waarvan de plaats van de werkelijke leiding in een van de Staten is gelegen, behalve wanneer het schip of luchtvaartuig uitsluitend wordt geëxploiteerd tussen plaatsen die in de andere Staat zijn gelegen;
- i). betekent de uitdrukking „onderdanen”:
-
- alle natuurlijke personen die de nationaliteit van een van de Staten bezitten;
-
- alle rechtspersonen, vennootschappen en verenigingen die hun rechtspositie als zodanig ontlenen aan de wetgeving die in een van de Staten van kracht is;
- j). betekent de uitdrukking „bevoegde autoriteit”:
-
- in Nederland de Minister van Financiën of zijn bevoegde vertegenwoordiger;
-
- in India de Centrale Regering in het Ministerie van Financiën (Department of Revenue) of haar bevoegde vertegenwoordiger.
Voor de toepassing van de Overeenkomst door een van de Staten heeft, tenzij de context anders vereist, elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van die Staat met betrekking tot de belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is.
Artikel 4. Inwoner
Voor de toepassing van deze Overeenkomst betekent de uitdrukking „inwoner van een van de Staten” iedere persoon die, ingevolge de wetgeving van die Staat, aldaar aan belasting is onderworpen op grond van zijn woonplaats, verblijf, plaats van leiding of enige andere soortgelijke omstandigheid.
Indien een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide Staten is, wordt zijn positie als volgt bepaald:
- a). hij wordt geacht inwoner te zijn van de Staat waarin hij een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft; indien hij in beide Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft, wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarmede zijn persoonlijke en economische betrekkingen het nauwst zijn (middelpunt van de levensbepalingen);
- b). indien niet kan worden bepaald in welke Staat hij het middelpunt van zijn levensbelangen heeft, of indien hij in geen van de Staten een duurzaam tehuis tot zijn beschikking heeft, wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarin hij gewoonlijk verblijft;
- c). indien hij in beide Staten of in geen van beide gewoonlijk verblijft, wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarvan hij onderdaan is;
- d). indien hij onderdaan is van beide Staten of van geen van beide, regelen de bevoegde autoriteiten van de Staten de aangelegenheid in onderlinge overeenstemming.
Indien een andere dan een natuurlijke persoon ingevolge de bepalingen van het eerste lid inwoner van beide Staten is, wordt hij geacht inwoner te zijn van de Staat waarin de plaats van zijn werkelijke leiding is gelegen.
Artikel 5. Vaste inrichting
Voor de toepassing van deze Overeenkomst betekent de uitdrukking „vaste inrichting” een vaste bedrijfsinrichting door middel waarvan de werkzaamheden van een onderneming geheel of gedeeltelijk worden uitgeoefend.
De uitdrukking „vaste inrichting” omvat in het bijzonder:
- a). een plaats waar leiding wordt gegeven;
- b). een filiaal;
- c). een kantoor;
- d). een fabriek;
- e). een werkplaats;
- f). een mijn, een olie- of gasbron, een steengroeve of een andere plaats waar natuurlijke rijkdommen worden gewonnen;
- g). een pakhuis voor zover het gebruikt wordt door een persoon om opslagfaciliteiten ter beschikking te stellen aan derden;
- h). een lokaliteit gebruikt als verkoopgelegenheid;
- i). een installatie of bouwsel gebruikt voor de exploratie van natuurlijke rijkdommen mits de werkzaamheden meer dan 183 dagen voortduren.
De plaats van uitvoering van een bouwwerk of van constructie-, installatie- of montagewerkzaamheden vormt alleen een vaste inrichting indien de duur van dat bouwwerk of die werkzaamheden een periode van zes maanden overschrijdt.
Niettegenstaande de voorgaande bepalingen van dit artikel, wordt de uitdrukking „vaste inrichting” niet geacht te omvatten:
- a). het gebruik maken van inrichtingen, uitsluitend voor opslag of uitstalling van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar;
- b). het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar, uitsluitend voor opslag of uitstalling;
- c). het aanhouden van een voorraad van aan de onderneming toebehorende goederen of koopwaar, uitsluitend voor bewerking of verwerking door een andere onderneming;
- d). het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting, uitsluitend om voor de onderneming goederen of koopwaar aan te kopen of inlichtingen in te winnen;
- e). het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting, uitsluitend voor reclamedoeleinden, voor het geven van inlichtingen, voor wetenschappelijk onderzoek of voor andere werkzaamheden voor de onderneming die van voorbereidende aard zijn of het karakter van hulpwerkzaamheden hebben,
- f). het aanhouden van een vaste bedrijfsinrichting, uitsluitend voor een combinatie van de in de letters a) tot en met e) genoemde werkzaamheden, mits het totaal van de werkzaamheden van de vaste bedrijfsinrichting dat uit deze combinatie voortvloeit van voorbereidend aard is of het karakter van hulpwerkzaamheid heeft.
Indien een persoon - niet zijnde een onafhankelijke vertegenwoordiger waarop het zesde lid van toepassing is - in een van de Staten namens een onderneming van de andere Staat werkzaam is, wordt die onderneming, niettegenstaande de bepalingen van het eerste en tweede lid, geacht in de eerstgenoemde Staat een vaste inrichting te hebben, indien:
- a). hij een machtiging bezit om namens de onderneming overeenkomsten af te sluiten en dit recht in die Staat gewoonlijk uitoefent, tenzij zijn werkzaamheden beperkt blijven tot de aankoop van goederen of koopwaar voor de onderneming; of
- b). hij zulk een machtiging niet bezit, maar gewoonlijk in de eerstgenoemde Staat een voorraad goederen of koopwaar aanhoudt waaruit hij namens de onderneming regelmatig goederen of koopwaar aflevert.
Een onderneming van een van de Staten wordt niet geacht een vaste inrichting in de andere Staat te bezitten alleen op grond van de omstandigheid dat zij in die andere Staat zaken doet door bemiddeling van een makelaar, commissionair of enige andere onafhankelijke vertegenwoordiger, mits deze personen in de normale uitoefening van hun bedrijf handelen. Indien evenwel de werkzaamheden van zulk een vertegenwoordiger uitsluitend of nagenoeg uitsluitend worden verricht voor die onderneming, wordt hij niet geacht een onafhankelijke vertegenwoordiger te zijn in de zin van dit lid indien wordt aangetoond dat de handelingen tussen de vertegenwoordiger en de onderneming hebben plaatsgevonden, onder voorwaarden die afwijken van die welke tussen onafhankelijke partijen zouden gelden.
De omstandigheid dat een lichaam dat inwoner is van een van de Staten, een lichaam beheerst of door een lichaam wordt beheerst dat inwoner is van de andere Staat of dat in die andere Staat zaken doet (hetzij door middel van een vaste inrichting, hetzij op andere wijze), stempelt een van beide lichamen niet tot een vaste inrichting van het andere.
HOOFDSTUK III. BELASTINGHEFFING NAAR HET INKOMEN
Artikel 6. Inkomsten uit onroerende goederen
Inkomsten verkregen door een inwoner van een van de Staten uit onroerende goederen (waaronder begrepen voordelen uit landbouw of bosbedrijven) die in de andere Staat zijn gelegen mogen in die andere Staat worden belast.
De uitdrukking „onroerende goederen” heeft de betekenis welke die uitdrukking heeft volgens de wetgeving van de Staat waarin de desbetreffende goederen zijn gelegen. De uitdrukking omvat in ieder geval de goederen die bij de onroerende goederen behoren, levende en dode have van landbouw en bosbedrijven, rechten waarop de bepalingen van het privaatrecht betreffende de grondeigendom van toepassing zijn, vruchtgebruik van onroerende goederen en rechten op veranderlijke of vaste vergoedingen ter zake van de exploitatie, of concessie tot exploitatie, van minerale aardlagen, bronnen en andere natuurlijke rijkdommen; schepen en luchtvaartuigen worden niet als onroerende goederen beschouwd.
De bepalingen van het eerste lid zijn van toepassing op de inkomsten verkregen uit de rechtstreekse exploitatie, uit het verhuren of verpachten, of uit elke andere vorm van exploitatie van onroerende goederen.
De bepalingen van het eerste en derde lid zijn ook van toepassing op inkomsten uit onroerende goederen van een onderneming en op inkomsten uit onroerende goederen die worden gebruikt voor het verrichten van zelfstandige arbeid.
Artikel 7. Winst uit onderneming
De voordelen van een onderneming van een van de Staten zijn slechts in die Staat belastbaar, tenzij de onderneming in de andere Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting. Indien de onderneming aldus haar bedrijf uitoefent, mogen de voordelen van de onderneming in de andere Staat worden belast, maar slechts in zoverre als zij aan die vaste inrichting kunnen worden toegerekend.
Onder voorbehoud van de bepalingen van het derde lid worden, indien een onderneming van een van de Staten in de andere Staat haar bedrijf uitoefent door middel van een aldaar gevestigde vaste inrichting, in elk van de Staten aan die vaste inrichting de voordelen toegerekend die zij geacht zou kunnen worden te behalen, indien zij een zelfstandige onderneming zou zijn die dezelfde of soortgelijke werkzaamheden zou uitoefenen onder dezelfde of soortgelijke omstandigheden en die geheel onafhankelijk transacties zou aangaan met de onderneming waarvan zij een vaste inrichting is. In gevallen waarin het juiste bedrag van de aan een vaste inrichting toe te rekenen voordelen niet kan worden vastgesteld of de vaststelling daarvan uitzonderlijke moeilijkheden oplevert, mogen de aan de vaste inrichting toe te rekenen voordelen worden geschat op basis van een verdeling van de totale winst van de onderneming over haar verschillende delen, mits evenwel, het resultaat in overeenstemming is met de in dit artikel neergelegde beginselen.
- a). Bij het bepalen van de voordelen van een vaste inrichting worden in aftrek toegelaten kosten - waaronder begrepen kosten van de leiding en algemene beheerskosten - die ten behoeve van de vaste inrichting zijn gemaakt, hetzij in de Staat waarin de vaste inrichting zijn gemaakt, hetzij in de Staat waarin de vaste inrichting is gevestigd, hetzij elders, zulks in overeenstemming met de bepalingen en onder voorbehoud van de beperkingen van de belastingwetgeving van die Staat. In het geval, dat de wetgeving van de Staat waarin de vaste inrichting is gevestigd het in aftrek toe te laten bedrag aan kosten van de leiding en algemene beheerskosten aan een beperking onderwerpt, en in een Overeenkomst tussen die Staat en een derde Staat die in werking treedt na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst, die beperking wordt versoepeld of te niet gedaan, zal de bevoegde autoriteit van die Staat de bevoegde autoriteit van de andere Staat de bewoordingen van de desbetreffende bepaling in de Overeenkomst met die derde Staat mededelen, zulks onmiddellijk na de inwerkingtreding van die Overeenkomst en zullen, indien de bevoegde autoriteit van de andere Staat daarom verzoekt, de bepalingen van dit onderdeel door middel van een protocolbepaling worden gewijzigd teneinde het in overeenstemming te brengen met die bewoordingen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.