Protocol betreffende de status van vluchtelingen
De Staten welke partij zijn bij dit Protocol,
Overwegende dat het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen, ondertekend te Genève op 28 juli 1951 (hierna te noemen „het Verdrag”), alleen van toepassing is op personen die vluchteling zijn geworden ten gevolge van gebeurtenissen welke vóór 1 januari 1951 hebben plaats gevonden,
Overwegende dat sedert de aanvaarding van het Verdrag nieuwe groepen vluchtelingen zijn ontstaan en dat hierdoor deze vluchtelingen wellicht niet onder het Verdrag vallen,
Overwegende dat het wenselijk is dat een zelfde status geldt voor alle vluchtelingen die vallen onder de begripsomschrijving zoals die in het Verdrag is opgenomen, ongeacht de grensdatum 1 januari 1951,
Zijn als volgt overeengekomen:
Artikel I. Algemeen
De Staten welke partij zijn bij dit Protocol verplichten zich de artikelen 2 tot en met 34 van het Verdrag toe te passen op vluchtelingen zoals hieronder omschreven.
Voor de toepassing van dit Protocol wordt onder „vluchteling” verstaan, behalve wat betreft de toepassing van het derde lid van dit artikel, elke persoon die aan de omschrijving vervat in het eerste artikel van het Verdrag voldoet, alsof de zinsneden „ten gevolge van gebeurtenissen welke vóór 1 januari 1951 hebben plaats gevonden”, en „ten gevolge van bovenbedoelde gebeurtenissen” uit artikel 1 A, lid 2, waren weggelaten.
Dit Protocol is zonder enige geografische begrenzing van toepassing op alle Staten welke hierbij partij zijn, met dien verstande dat de verklaringen die overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 B (1) (a) van het Verdrag zijn afgelegd door Staten die reeds partij zijn bij het Verdrag eveneens onder dit Protocol van toepassing zijn, tenzij de verplichtingen van de verklarende Staat op grond van het bepaalde in artikel 1 B (2) van het Verdrag zijn uitgebreid.
Artikel II. Samenwerking van de nationale autoriteiten met de Verenigde Naties
De Staten welke partij zijn bij dit Protocol verbinden zich om met het Bureau van de Hoge Commissaris van de Verenigde Naties voor de Vluchtelingen of elke andere organisatie van de Verenigde Naties die het mocht opvolgen samen te werken in de uitoefening van zijn functie en zullen in het bijzonder zijn taak om toe te zien op de toepassing van de bepalingen van dit Protocol vergemakkelijken.
Teneinde het Bureau van de Hoge Commissaris of elke andere organisatie van de Verenigde Naties die het mocht opvolgen in staat te stellen rapporten in te dienen bij de bevoegde organen van de Verenigde Naties, verbinden de Staten welke partij zijn bij dit Protocol zich om aan eerstgenoemde organisatie in de daarvoor in aanmerking komende vorm de gevraagde inlichtingen en statistische gegevens te verschaffen betreffende:
- a). de status van vluchtelingen;
- b). de tenuitvoerlegging van dit Protocol;
- c). de wetten, voorschriften en besluiten welke met betrekking tot vluchtelingen van kracht zijn of van kracht zullen worden.
Artikel III. Inlichtingen betreffende de nationale wetten en voorschriften
De Staten welke partij zijn bij dit Protocol zullen aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties mededeling doen van de wetten en voorschriften welke zij mochten aannemen om de toepassing van dit Protocol te verzekeren.
Artikel IV. Beslechting van geschillen
Elk geschil tussen partijen bij dit Protocol betreffende de uitlegging en de toepassing daarvan en dat niet op andere wijze kan worden beslecht, zal op verzoek van een van de partijen bij het geschil aan het Internationale Gerechtshof worden voorgelegd.
Artikel V. Toetreding
Dit Protocol staat open voor toetreding door alle Staten welke partij zijn bij het Verdrag, alsmede door elke Staat die lid is van de Verenigde Naties of van een van de gespecialiseerde organisaties dan wel door elke Staat aan wie de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties een uitnodiging tot toetreding tot het Protocol heeft gericht. De toetreding zal plaatsvinden door de nederlegging van een akte van toetreding bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Artikel VI. Federale clausule
In het geval van een federale of niet-eenheidsstaat, zijn de volgende bepalingen van toepassing:
- a). Wat betreft de artikelen van het Verdrag die van toepassing zijn ingevolge artikel I, eerste lid, van dit Protocol en die vallen binnen de wetgevende bevoegdheid van de federale wetgevende macht zullen de verplichtingen van de federale Regering in dit opzicht dezelfde zijn als die van de partijen die geen federale Staten zijn.
- b). Wat betreft de artikelen van het Verdrag die van toepassing zijn ingevolge artikel I, eerste lid, van dit Protocol en die vallen binnen de wetgevende bevoegdheid van elk van de samenstellende staten, provincies of kantons, die krachtens het constitutionele stelsel van de federatie niet gehouden zijn wetgevende maatregelen te nemen, zal de federale Regering bedoelde artikelen zo spoedig mogelijk met een gunstige aanbeveling ter kennis brengen van de bevoegde autoriteiten der staten, provincies of kantons.
- c). Een federale Staat die partij is bij dit Protocol zal, op het door tussenkomst van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties overgebrachte verzoek van enige andere Staat die partij is bij dit Protocol, een uiteenzetting verstrekken van de in de federatie en haar samenstellende delen geldende wetten en gebruiken met betrekking tot enige bepaling van het Verdrag die toegepast moet worden overeenkomstig artikel I, eerste lid, van dit Protocol, waaruit blijkt in hoeverre door een wettelijke of andere maatregel uitvoering is gegeven aan die bepaling.
Artikel VII. Voorbehouden en verklaringen
Bij de toetreding mag elke Staat voorbehouden maken ten aanzien van artikel IV van dit Protocol en ten aanzien van de toepassing overeenkomstig artikel I van dit Protocol, van alle bepalingen van het Verdrag, met uitzondering van de artikelen 1, 3, 4, 16 (1) en 33, mits, in het geval van een Staat welke partij is bij het Verdrag, de voorbehouden krachtens dit artikel gemaakt geen betrekking hebben op vluchtelingen op wie het Verdrag van toepassing is.
De voorbehouden van de Staten welke partij zijn bij het Verdrag overeenkomstig het bepaalde in artikel 42 van het Verdrag zijn, tenzij ze zijn ingetrokken, van toepassing op de verplichtingen die uit dit Protocol voortvloeien.
Elke Staat die overeenkomstig het bepaalde in het eerste lid van dit artikel een voorbehoud maakt kan dit te allen tijde intrekken door middel van een daartoe strekkende mededeling aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
De verklaringen overeenkomstig artikel 40, eerste en tweede lid, van het Verdrag, afgelegd door een Staat welke partij is bij het Verdrag en toetreedt tot dit Protocol, worden geacht van toepassing te zijn met betrekking tot dit Protocol, tenzij bij de toetreding de desbetreffende Staat welke partij is bij het Verdrag een daaraan tegengestelde kennisgeving richt aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties. De bepalingen van artikel 40, tweede en derde lid, en van artikel 44, derde lid, van het Verdrag worden geacht van toepassing te zijn, mutatis mutandis, op dit Protocol.
Artikel VIII. Inwerkingtreding
Dit Protocol zal in werking treden op de dag van de nederlegging van de zesde akte van toetreding.
Voor elke Staat die tot het Protocol toetreedt na de nederlegging van de zesde akte van toetreding, zal het Protocol in werking treden op de dag van de nederlegging van de akte van toetreding van die Staat.
Artikel IX. Opzegging
Elke Staat welke partij is bij dit Protocol kan dit te allen tijde opzeggen door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving.
De opzegging zal voor de betrokken Staat van kracht worden één jaar na de datum waarop zij door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties is ontvangen.
Artikel X. Kennisgeving door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties
De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties zal wat dit Protocol betreft aan alle Staten bedoeld in artikel V mededeling doen van de data van inwerkingtreding, van toetreding, van nederlegging en intrekking van voorbehouden, van opzeggingen en van verklaringen en kennisgevingen die daarop betrekking hebben.
Artikel XI. Nederlegging van het Protocol in het archief van het Secretariaat van de Verenigde Naties
Een exemplaar van dit Protocol waarvan de Engelse, de Chinese, de Spaanse en de Russische tekst gelijkelijk authentiek zijn, ondertekend door de President van de Algemene Vergadering en door de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, zal worden nedergelegd in het archief van het Secretariaat van de Organisatie. De Secretaris-Generaal zal voor eensluidend gewaarmerkte afschriften doen toekomen aan alle Lid-Staten van de Verenigde Naties en aan de andere in artikel V bedoelde Staten.
In accordance with article XI of the Protocol, we have appended our signatures this thirty-first day of January one thousand nine hundred and sixty-seven.
(sd.) A. R. PAZHWAK
President of the General Assembly of the United Nations
(sd.) U. THANT
Secretary-General of the United Nations
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.