← Geldende tekst · Geschiedenis

Uitvoeringsprotocol tussen de Regeringen van de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden) en de Regering van de Republiek Moldavië bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Moldavië betreffende de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven

Geldende tekst a fecha 2013-01-25

De Regeringen van de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden) en de Regering van de Republiek Moldavië,

Hierna genoemd „de Partijen”,

Op grond van artikel 19 van de op 10 oktober 2007 te Brussel ondertekende Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Moldavië betreffende de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven,

Hierna genoemd „de Overeenkomst”,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van het Protocol wordt verstaan onder:

Artikel 2. Aanwijzing van de bevoegde autoriteiten (Artikel 19 van de Overeenkomst)
1.

De bevoegde autoriteiten voor de uitvoering van de Overeenkomst zijn vermeld in bijlage 1 bij dit Protocol.

2.

De Partijen stellen elkaar onverwijld in kennis van iedere wijziging van deze lijst.

Artikel 3. Aanwijzing van de grensdoorlaatposten (Artikel 19 van de Overeenkomst)
1.

De voor de toepassing van de Overeenkomst te gebruiken grensdoorlaatposten zijn vermeld in bijlage 2 bij dit Protocol.

2.

De Partijen stellen elkaar onverwijld in kennis van iedere wijziging van deze lijst.

3.

De bevoegde autoriteiten kunnen per geval overeenkomen gebruik te maken van andere grensdoorlaatposten dan die welke in bijlage 2 bij dit Protocol zijn vermeld.

Artikel 4. Terug- en overnameprocedure (Artikelen 6 en 7 van de Overeenkomst)
1.

Een terug- of overnameverzoek wordt via e-mail, per telefax of andere technische middelen ingediend bij de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij. Dit verzoek bevat de in artikel 7, lid 1 en 2, van de Overeenkomst vermelde gegevens.

2.

Voor de indiening van een terug- of overnameverzoek wordt gebruikgemaakt van het formulier dat als bijlage 5 aan de Overeenkomst is gehecht.

3.

De verzoekende Partij kan in het terugnameverzoek aangeven dat om een ondervraging wordt verzocht. Overeenkomstig artikel 8, lid 3, van de Overeenkomst, wordt de ondervraging onverwijld doch uiterlijk binnen drie werkdagen verricht door de diplomatieke vertegenwoordiging van de aangezochte Partij. De aangezochte Partij informeert de verzoekende Partij onverwijld doch uiterlijk binnen drie werkdagen over de resultaten van de ondervraging.

4.

Indien is voldaan aan de voorwaarden genoemd in artikel 6, lid 2, van de Overeenkomst volstaat een schriftelijke mededeling door middel van het formulier dat als bijlage 3 aan het Protocol is gehecht.

5.

Het antwoord op een terug- of overnameverzoek wordt via e-mail, per telefax of andere technische middelen aan de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij verzonden door middel van het formulier dat als bijlage 4 aan het Protocol is gehecht. Een afschrift van een positief antwoord wordt ten behoeve van de afgifte van een reisdocument eveneens aan de diplomatieke vertegenwoordiging van de aangezochte Partij verstrekt.

6.

Overeenkomstig artikel 10, lid 4, van de Overeenkomst wordt de afwijzing van een terug- of overnameverzoek met redenen omkleed.

Artikel 5. Reisdocumenten (Artikelen 2, 3, 4 en 5 van de Overeenkomst)
1.

In geval van een positief antwoord op het verzoek om terugname voor eigen onderdanen worden de voor terugkeer vereiste reisdocumenten overeenkomstig artikel 2, lid 4, en artikel 4, lid 4, van de Overeenkomst onverwijld doch uiterlijk binnen drie werkdagen door de diplomatieke vertegenwoordiging aan de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Partij verstrekt.

2.

Het reisdocument heeft een geldigheidsduur van ten minste drie maanden.

3.

In geval van een positief antwoord op het overnameverzoek voor onderdanen van derde landen en staatloze personen worden de voor terugkeer vereiste reisdocumenten overeenkomstig artikel 3, lid 3, en artikel 5, lid 4, van de Overeenkomst door de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Partij afgegeven.

4.

Nadere bijzonderheden omtrent de afgifte van reisdocumenten zijn vervat in artikel 2, lid 4, en artikel 4, lid 4, van de Overeenkomst.

Artikel 6. Overdracht (Artikelen 10 en 11 van de Overeenkomst)
1.

De bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij stelt de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij via e-mail, per telefax of andere technische middelen, minimaal drie werkdagen vóór de geplande overdracht in kennis van haar voornemen hiertoe over te gaan. Daartoe wordt gebruikgemaakt van het formulier dat als bijlage 3 aan dit Protocol is gehecht.

2.

Indien de terug of over te nemen persoon niet binnen de in artikel 10, lid 5, van de Overeenkomst genoemde termijn van drie maanden kan worden overgedragen, verzoekt de bevoegde autoriteit van de verzoekende Partij de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij onverwijld om verlenging van deze termijn.

3.

Indien de overdracht om gegronde medische redenen niet door de lucht kan plaatsvinden, kan deze over de weg of over zee geschieden. De bevoegde autoriteiten van de verzoekende Partij geven dit aan in het terug- of overnameverzoek.

Artikel 7. Doorgeleidingsprocedure (Artikelen 13 en 14 van de Overeenkomst)
1.

Een doorgeleidingsverzoek wordt minimaal zes werkdagen vóór de geplande doorgeleiding via e-mail, per telefax of andere technische middelen ingediend bij de bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij. Voor de indiening van het verzoek wordt gebruikgemaakt van het formulier dat als bijlage 6 aan de Overeenkomst is gehecht.

2.

De bevoegde autoriteit van de aangezochte Partij antwoordt onverwijld doch uiterlijk binnen vier werkdagen via e-mail, per telefax of andere technische middelen. Daartoe wordt gebruikgemaakt van het formulier dat als bijlage 5 aan het Protocol is gehecht.

3.

Doorgeleiding geschiedt in beginsel door de lucht.

Artikel 8. Ondersteuning tijdens doorgeleiding (Artikel 14 van de Overeenkomst)
1.

Indien de verzoekende Partij ondersteuning bij een specifieke doorgeleiding door de autoriteiten van de aangezochte Partij noodzakelijk acht, verzoekt zij daarom in het formulier dat als Bijlage 6 aan de Overeenkomst is gehecht.

2.

In het antwoord op het doorgeleidingsverzoek door middel van het formulier dat als Bijlage 5 aan dit Protocol is gehecht, vermeldt de aangezochte Partij of zij kan voorzien in de gevraagde ondersteuning.

3.

Op het grondgebied van de aangezochte Partij verrichten de begeleiders die de door te geleiden persoon bewaken en ondersteunen, hun werkzaamheden onder het gezag van de aangezochte Partij.

Artikel 9. Verplichtingen voor begeleiders (Artikel 13, lid 3, van de Overeenkomst)
1.

De bevoegdheden van de begeleiders die een persoon vergezellen zijn beperkt tot zelfverdediging. Daarnaast kunnen de begeleiders, bij afwezigheid van ter zake bevoegde ambtenaren van de aangezochte Partij of ter ondersteuning van deze ambtenaren, naar aanleiding van een onmiddellijke en ernstige dreiging op redelijke en evenredige wijze optreden om te voorkomen dat de betrokkene vlucht, zichzelf of derden letsel toebrengt dan wel schade aan goederen veroorzaakt.

2.

Op het grondgebied van de aangezochte Partij moeten de begeleiders in alle omstandigheden de wetgeving van die Partij naleven.

3.

De begeleiders voeren hun taak ongewapend en in burgerkledij uit. Zij dienen in het bezit te zijn van een machtiging tot begeleiding, de toestemming voor terug of overname of doorgeleiding en een identiteitsbewijs.

4.

De autoriteiten van de aangezochte Partij verlenen de begeleiders dezelfde bescherming en bijstand als aan de eigen ter zake bevoegde ambtenaren.

Artikel 10. Kosten (Artikel 15 van de Overeenkomst)

Door de aangezochte Partij gemaakte kosten in verband met terug- of overname en doorgeleiding welke op grond van artikel 15 van de Overeenkomst ten laste van de verzoekende Partij komen, worden door de verzoekende Partij na overlegging van een factuur vergoed.

Artikel 11. Vergadering van deskundigen
1.

De Partijen werken samen bij kwesties omtrent de uitvoering van de Overeenkomst en het Protocol.

2.

Op verzoek van een van de Partijen wordt een vergadering van deskundigen belegd die uit vertegenwoordigers van de bevoegde autoriteiten van de Partijen bestaat.

Artikel 12. Taal

De Partijen communiceren met elkaar in de Engelse taal.

Artikel 13. Bijlagen

De bijlagen 1 tot en met 5 vormen een integrerend deel van het Protocol.

Artikel 14. Wijzigingen
1.

Dit Protocol en de bijlagen kunnen in onderlinge overeenstemming tussen de Partijen worden gewijzigd.

2.

Elke wijziging van het Protocol wordt van kracht overeenkomstig de in artikel 16 van dit Protocol omschreven procedure.

3.

Elke wijziging van de bijlagen wordt van kracht op een door de Partijen te bepalen datum.

Artikel 15. Territoriale toepassing (Artikel 21 van de Overeenkomst)

Dit Protocol wordt toegepast op het grondgebied van de Republiek Moldavië, het grondgebied van het Koninkrijk België, het grondgebied van het Groothertogdom Luxemburg en het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden waar het Verdrag van de Europese Gemeenschap van toepassing is.

Artikel 16. Inwerkingtreding en opzegging (Artikel 19, lid 2, van de Overeenkomst)
1.

De Partijen stellen elkaar ervan in kennis dat de nationale wettelijke procedures voor de inwerkingtreding van dit Protocol zijn voltooid.

2.

Na de wederzijdse kennisgeving bedoeld in lid 1 van dit artikel stelt de Regering van het Koninkrijk België overeenkomstig artikel 19, lid 2, van de Overeenkomst het Gemengd Comité in kennis door indiening van een afschrift van dit Protocol. Een afschrift van deze kennisgeving wordt door de Regering van het Koninkrijk België aan alle Partijen verstrekt.

3.

Dit Protocol treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgend op de datum van de in lid 2 van dit artikel bedoelde kennisgeving.

4.

Dit Protocol wordt voor onbepaalde tijd gesloten. Het Protocol houdt gelijktijdig met de Overeenkomst op van toepassing te zijn.

Artikel 17. Depositaris

De Regering van het Koninkrijk België is depositaris van dit Protocol voor de Benelux-Staten. De depositaris zal iedere Benelux-Staat een voor eensluidend verklaard afschrift daarvan doen toekomen.

DONE at Brussels on 25 January 2013, in two original versions, each in the English, French, Dutch and Moldovan languages, all texts being equally authentic. In case of divergence of interpretation, the English text shall prevail.