Protocol tussen de Regeringen van de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden) en de Regering van de Republiek Servië ter uitvoering van de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Republiek Servië betreffende de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven

Type Verdrag
Publication 2019-02-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regeringen van de Benelux-Staten (het Koninkrijk België, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden)

en

de Regering van de Republiek Servië,

Hierna genoemd: „de Partijen”,

Op grond van artikel 19 van de te Brussel op 18 september 2007 ondertekende Overeenkomst tussen de Republiek Servië en de Europese Gemeenschap betreffende de overname van personen die zonder vergunning op het grondgebied verblijven,

Hierna genoemd: „de Overeenkomst”,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Bevoegde autoriteiten
1.

De voor de uitvoering van de Overeenkomst bevoegde autoriteiten staan in Bijlage 1 bij dit Protocol vermeld.

2.

De bevoegde autoriteiten communiceren per e-mail, per fax of via andere technische middelen.

3.

De Partijen stellen elkaar rechtstreeks onverwijld en langs diplomatieke weg in kennis van iedere wijziging in de lijst van de in Bijlage 1 bij dit Protocol vermelde bevoegde autoriteiten.

Artikel 2. Grensovergangen
1.

De voor de toepassing van de Overeenkomst te gebruiken grensovergangen staan in Bijlage 2 bij dit Protocol vermeld.

2.

De bevoegde autoriteiten kunnen van geval tot geval overeenkomen gebruik te maken van andere grensovergangen voor de overname.

3.

De Partijen stellen elkaar rechtstreeks onverwijld en langs diplomatieke weg in kennis van iedere wijziging in de lijst van de in Bijlage 2 bij dit Protocol vermelde grensovergangen.

Artikel 3. Procedure voor de overname van onderdanen van de Partijen
1.

Het overnameverzoek genoemd in artikel 7 van de Overeenkomst bevat de in Bijlage 6 bij de Overeenkomst vermelde gegevens.

2.

De identiteit en de nationaliteit van een over te nemen persoon kunnen overeenkomstig artikel 2, lid 1, artikel 4, lid 1, en artikel 8, lid 1, van de Overeenkomst worden bewezen door middel van de in Bijlage 1 bij de Overeenkomst genoemde documenten.

3.

De identiteit en de nationaliteit van een over te nemen persoon kunnen overeenkomstig artikel 2, lid 1, artikel 4, lid 1, en artikel 8, lid 2, van de Overeenkomst kan aannemelijk worden gemaakt aan de hand van de in Bijlage 2 bij de Overeenkomst genoemde documenten.

4.

Indien de over te nemen persoon in het bezit is van een geldig reisdocument, is geen formeel overnameverzoek vereist, overeenkomstig artikel 6, lid 2, van de Overeenkomst.

5.

In alle andere gevallen is een overnameverzoek vereist. Afschriften van de in Bijlage 1 en 2 bij de Overeenkomst vermelde documenten dienen bij het verzoek te worden gevoegd, ook al is de geldigheid ervan verstreken.

6.

Het antwoord op het overnameverzoek bevat de in Bijlage 3 van dit Protocol vermelde gegevens.

7.

Het antwoord op het overnameverzoek wordt ter kennis gebracht van de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Partij. Een positief antwoord wordt tegelijkertijd ter kennis gebracht van de diplomatieke consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Partij, waarna het reisdocument wordt afgegeven. Een verzoek hoeft niet door de over te nemen persoon te worden ondertekend. In geval van een negatief antwoord doen de bevoegde autoriteiten van de aangezochte Partij tevens opgave van de redenen waarom het overnameverzoek is afgewezen.

8.

Indien de geldigheid van een voor de overname van een persoon afgegeven reisdocument om de in artikel 10, lid 5, van de Overeenkomst genoemde redenen is verstreken, wordt een nieuw reisdocument afgegeven, overeenkomstig artikel 2, lid 4, en artikel 4, lid 4, van de Overeenkomst.

9.

Indien de geldigheid van het nieuwe document als bedoeld in artikel 3, lid 8, van dit Protocol verstrijkt, kan de verzoekende Partij het overnameverzoek via elektronische middelen opnieuw indienen, waarbij enkel naam en geboortedatum worden medegedeeld. De aangezochte Partij antwoordt binnen één werkdag. In geval van een positief antwoord wordt onverwijld een nieuw reisdocument afgegeven.

10.

Na ontvangst van het positieve antwoord op het overnameverzoek stellen de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Partij de bevoegde autoriteiten van de aangezochte Partij, in kennis van de overdracht overeenkomstig Bijlage 4 bij dit Protocol en zoals bepaald in artikel 11, lid 1, van de Overeenkomst.

Artikel 4. Ondervragingen
1.

Indien de verzoekende Partij geen van de in de Bijlagen 1, 2 en 5 bij de Overeenkomst vermelde documenten kan overleggen, kan, overeenkomstig artikel 8, lid 3, en artikel 9, lid 6, van de Overeenkomst een ondervraging worden verricht teneinde de nationaliteit van de over te nemen persoon vast te stellen.

2.

Een verzoek tot ondervraging kan door de verzoekende Partij in het overnameverzoek, onder F, gevoegd als Bijlage 6 bij de Overeenkomst, worden aangegeven. De ondervraging wordt onverwijld en uiterlijk binnen drie werkdagen na de ontvangst van het overnameverzoek verricht door de bevoegde diplomatieke missie of consulaire vertegenwoordiging van de aangezochte Partij.

3.

De aangezochte Partij bericht onverwijld en uiterlijk binnen drie werkdagen volgend op de ondervraging over de resultaten van de ondervraging.

Artikel 5. Versnelde procedure

Indien de versnelde procedure wordt aangegeven, wordt zij gevolgd overeenkomstig artikel 6, lid 3, en artikel 10, lid 2, bij de Overeenkomst.

Artikel 6. Procedure voor de overname van onderdanen van derde landen en staatloze personen
1.

Het overnameverzoek voor onderdanen van derde landen of staatloze personen bevat de in Bijlage 6 bij de Overeenkomst vermelde gegevens.

2.

Indien beschikbaar dienen de gegevens en de afschriften van documenten met betrekking tot de identiteit en de nationaliteit van de over te nemen persoon bij het overnameverzoek te worden gevoegd.

3.

De gegevens en documenten, aan de hand waarvan de verplichtingen tot overname op het grondgebied van de aangezochte Partij overeenkomstig artikel 3, lid 1 en 3, artikel 5, lid 1 en 3, en artikel 9, lid 1 en 4, van de Overeenkomst kunnen worden aangetoond, staan in Bijlage 3 bij de Overeenkomst vermeld.

4.

De gegevens en documenten, aan de hand waarvan de verplichtingen tot overname van onderdanen van derde landen en staatloze personen op het grondgebied van de aangezochte Partij overeenkomstig artikel 3, lid 1 en 3, artikel 5, lid 1 en 3, en artikel 9, lid 2 en 5, van de Overeenkomst aannemelijk kunnen worden gemaakt, staan in Bijlage 4 en 5 bij de Overeenkomst vermeld.

5.

Het antwoord op het overnameverzoek bevat de in Bijlage 3 bij dit Protocol vermelde gegevens.

6.

Na ontvangst van het positieve antwoord op het overnameverzoek geven de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Partij een reisdocument overeenkomstig artikel 3, lid 4, en artikel 5, lid 4, van de Overeenkomt af en stellen zij de bevoegde autoriteiten van de aangezochte Partij in kennis van de mededeling inzake de overdracht, overeenkomstig Bijlage 4 bij dit Protocol en zoals bepaald in artikel 11, lid 1, van de Overeenkomst.

Artikel 7. Procedure voor doorgeleiding van onderdanen van derde landen en staatloze personen
1.

Het doorgeleidingsverzoek voor onderdanen van derde landen of staatloze personen bevat de in Bijlage 7 bij de Overeenkomst vermelde gegevens en een verklaring van de verzoekende Partij dat de overname tot de eindbestemming is verzekerd.

2.

Het verzoek wordt bij voorkeur binnen zeven kalenderdagen voorafgaand aan de doorgeleiding, verzonden. De aangezochte Partij antwoordt onverwijld en uiterlijk binnen vijf kalenderdagen.

3.

Het antwoord op het doorgeleidingsverzoek bevat de in Bijlage 5 bij dit Protocol vermelde gegevens.

4.

De doorgeleiding van onderdanen van derde landen of staatloze personen vindt via de in Bijlage 2 bij dit Protocol vermelde grensovergangen plaats.

5.

In geval van een verandering van datum of van andere praktische aspecten van de doorgeleiding die voorafgaand is meegedeeld aan en is toegestaan door de aangezochte Partij, dienen de bevoegde autoriteiten van de verzoekende Partij de aangezochte Partij daarvan naar behoren in kennis te stellen. Is zulks aanvaardbaar, dan zal de aangezochte Partij de doorgeleiding dienovereenkomstig toestaan.

Artikel 8. Begeleiding
1.

Een begeleider is een door de verzoekende Partij aangewezen persoon belast met de begeleiding van de over te nemen of door te geleiden persoon.

2.

Op het grondgebied van de aangezochte Partij staan de begeleiders bij de bewaking en bijstand bij de overname of doorgeleiding van de betrokkene onder het gezag van de aangezochte Partij.

3.

Indien de verzoekende Partij ondersteuning van de doorgeleiding door de autoriteiten van de aangezochte Partij noodzakelijk acht, wordt dit verzoek in het doorgeleidingsverzoek, onder C, gevoegd als Bijlage 7 bij de Overeenkomst, aangegeven.

4.

In het antwoord op het doorgeleidingsverzoek bericht de aangezochte Partij of zij in de gevraagde ondersteuning kan voorzien.

Artikel 9. Verplichtingen van de begeleiders
1.

De bevoegdheden van de begeleiders zijn beperkt tot zelfverdediging. Daarnaast kunnen de begeleiders, bij afwezigheid van de terzake bevoegde ambtenaren van de aangezochte Partij of ter ondersteuning van deze ambtenaren, bij een onmiddellijke en ernstige dreiging op redelijke en proportionele wijze optreden om te voorkomen dat de betrokkene vlucht, zichzelf of derden letsel toebrengt dan wel schade aan goederen veroorzaakt.

2.

De begeleiders voeren hun taak ongewapend en in burgerkledij uit. Zij dienen in het bezit te zijn van een begeleidingsvergunning, een machtiging tot overname of doorgeleiding en een identiteitsbewijs.

3.

De autoriteiten van de aangezochte Partij verlenen de begeleiders bij de uitoefening van hun taken in het kader van de Overeenkomst dezelfde bescherming en bijstand als aan de eigen terzake bevoegde ambtenaren.

Artikel 10. Kosten
1.

De toewijzing van alle kosten verbonden aan het proces van overname en doorgeleiding is vastgesteld in artikel 15 van de Overeenkomst.

2.

Alle door de aangezochte Partij gemaakte kosten worden door de verzoekende Partij vergoed door middel van een bankoverschrijving binnen zestig dagen na de datum van overhandiging van de factuur in euro’s.

Artikel 11. Vergadering van deskundigen
1.

De Partijen werken samen bij het analyseren van kwesties omtrent de toepassing van de Overeenkomst en dit Protocol.

2.

Hiertoe kan een vergadering van deskundigen worden bijeengeroepen op verzoek van één der Partijen.

Artikel 12. Taal

De Partijen communiceren met elkaar in de Engelse taal.

Artikel 13. Bijlagen

De Bijlagen 1 tot en met 5 vormen een integrerend onderdeeldeel van het Uitvoeringsprotocol.

Artikel 14. Wijzigingen
1.

Dit Protocol en zijn bijlagen kunnen in onderlinge overeenstemming tussen de Partijen worden gewijzigd.

2.

Wijzigingen van het Protocol treden in werking in overeenstemming met de procedure vervat in artikel 17, eerste en tweede lid.

3.

Wijzigingen van de Bijlagen treden in werking op een door de partijen te bepalen datum.

Artikel 15. Territoriale toepassing

Dit Protocol is van toepassing op het grondgebied van de Republiek Servië, het grondgebied van het Koninkrijk België, het grondgebied van het Groothertogdom Luxemburg en het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden waar het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op dit grondgebied van toepassing is.

Artikel 16. Depositaris

Het Koninkrijk België is depositaris van dit Protocol. De depositaris zal alle Partijen een voor eensluidend verklaard afschrift daarvan doen toekomen.

Artikel 17. Inwerkingtreding en opzegging
1.

De Partijen stellen elkaar en de depositaris in kennis van de voltooiing van hun nationale wettelijke procedures voor de inwerkingtreding van het Protocol.

2.

Dit Protocol treedt overeenkomstig artikel 19, lid 2, van de Overeenkomst in werking op de eerste dag van de tweede maand na kennisgeving door de depositaris aan het Gemengd Comité overname dat de daarvoor noodzakelijke interne procedures door alle Partijen zijn voltooid. Een afschrift van deze kennisgeving wordt door de depositaris aan iedere Partij verstrekt.

3.

Overeenkomstig artikel 20 van de Overeenkomst heeft dit Protocol, in de relaties tussen de Republiek Servië en de Benelux-Staten, voorrang op de bepalingen van de op 19 juli 2002 te Belgrado tot stand gekomen Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van het Groothertogdom Luxemburg en de Federale Regering van de Federale Republiek Joegoslavië betreffende de terug- en overname van personen die niet of niet meer voldoen aan de voorwaarden voor binnenkomst of verblijf op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende staat. De Overeenkomst van 2002 blijft van kracht tussen Curaçao, Sint Maarten en het Caribische deel van Nederland (Bonaire, Sint Eustatius en Saba) enerzijds en de Republiek Servië anderzijds.

4.

Dit Protocol houdt gelijktijdig met de opzegging van de Overeenkomst op van toepassing te zijn.

DONE at Brussels on 25 January 2013, in the English, French, Dutch and Serbian languages, each of the four texts being equally authentic. In case of divergence of interpretation, the English text shall prevail.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.