Schikking betreffende de internationale inschrijving van fabrieks- of handelsmerken

Type Verdrag
Publication 1902-09-14
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De ondergeteekenden, gevolmachtigden van de Regeeringen der bovengenoemde Staten;

Gezien artikel 15 der internationale overeenkomst van den 20sten Maart 1883 tot bescherming van den industrieelen eigendom;

Hebben in gemeen overleg en onder voorbehoud van bekrachtiging de volgende schikking vastgesteld:

Artikel 1

De onderdanen of burgers van elken der contracteerende Staten zullen zich in al de andere Staten de bescherming hunner, bij het dépôt in het land van oorsprong aangenomen fabrieks- of handelsmerken kunnen verzekeren tegen dépôt der gezegde merken aan het Internationaal Bureau te Bern, gedaan door tusschenkomst der Administratie van gezegd land van oorsprong.

Artikel 2

Met de onderdanen of burgers der contracteerende Staten worden gelijkgesteld de onderdanen of burgers der niet tot deze schikking toegetreden Staten, die, op het grondgebied, waarover de bij die schikking tot stand gebrachte Vereeniging van beperkten omvang zich uitstrekt, voldoen aan de voorwaarden vastgesteld in art. 3 der Algemeene Overeenkomst tot bescherming van den industrieelen eigendom.

Artikel 3

Het Internationaal Bureau zal de overeenkomstig artikel 1 gedeponeerde merken onmiddellijk inschrijven. Het zal van die inschrijving aan de contracteerende Staten kennis geven. De ingeschreven merken zullen worden openbaar gemaakt in een bijvoegsel van het blad van het Internationaal Bureau door middel van een cliché verstrekt door dengeen die het merk deponeert. Indien deze verlangt, dat een bepaalde kleur in zijn merk als onderscheidingsteeken dienst zal doen, zal hij gehouden zijn:

Met het oog op de in de onderscheidene Staten aan de ingeschreven merken te geven openbaarheid, zal elke administratie kosteloos van het Internationaal Bureau het aantal exemplaren der gezegde publicatie ontvangen, dat het haar zal gelieven aan te vragen.

Artikel 4

Van het tijdstip der aldus op het Internationaal Bureau gedane inschrijving af, zal de bescherming in elken der contracteerende Staten gelden alsof het merk aldaar rechtstreeks ware gedeponeerd.

Artikel 4bis

Wanneer een merk, reeds gedeponeerd in een of meer der contracterende Staten, daarna is ingeschreven door het Internationaal Bureau ten name van denzelfden inzender of diens rechtverkrijgende, zal de internationale inschrijving beschouwd worden als in de plaats te zijn getreden van de vroegere nationale inschrijvingen, zonder afbreuk te doen aan de rechten door laatstvermelde inschrijvingen verkregen.

Artikel 5

In de landen, waar hunne wetgeving er hen toe machtigt, zullen de administratiën aan welke het Internationaal Bureau de inschrijving van een merk zal mededeelen, de bevoegdheid hebben te verklaren, dat de bescherming niet op hun grondgebied aan dat merk kan worden verleend. Dergelijke weigering van bescherming kan alleen gedaan worden op grond van omstandigheden die, krachtens de overeenkomst van 20 Maart 1883, ook van kracht zouden zijn ten aanzien van een merk, ingezonden ter nationale inschrijving.

Zij zullen van die bevoegdheid behooren gebruik te maken binnen den termijn door de wet van hun land bepaald, en uiterlijk binnen het jaar na de kennisgeving bedoeld in artikel 3, onder opgave aan het Internationaal Bureau van de redenen waarop de weigering van bescherming wordt gegrond. Gezegde verklaring aldus aan het Internationaal Bureau medegedeeld zijnde, zal door hetzelve zonder verwijl overgebracht worden aan de administratie van het land van oorsprong en aan den eigenaar van het merk. De belanghebbende zal dezelfde middelen van verhaal hebben alsof het merk rechtstreeks door hem gedeponeerd ware in het land, waar de bescherming wordt geweigerd.

Artikel 5bis

Het Internationaal Bureau zal aan ieder, die daartoe aanvrage doet, tegen eene taks, bepaald in het reglement (1) een afschrift afgeven van de aanteekeningen, omtrent een bepaald merk in het register van inschrijving voorkomende.

Artikel 6

De bescherming voortvloeiende uit de inschrijving op het Internationaal Bureau zal gedurende twintig jaren van die inschrijving af gelden, maar zal niet kunnen worden ingeroepen ten behoeve van een merk dat mocht hebben opgehouden de wettelijke bescherming in het land van oorsprong te genieten.

Artikel 7

De inschrijving zal steeds kunnen worden vernieuwd volgens de voorschriften der artikelen 1 en 3.

Zes maanden voor den afloop van den termijn van bescherming zal het Internationaal Bureau een officieus bericht zenden aan de Administratie van het land van oorsprong en aan den eigenaar van het merk.

Artikel 8

De administratie van het land van oorsprong zal naar goedvinden vaststellen en te haren voordeele innen eene taks, welke zij zal invorderen van den eigenaar van het merk, welks internationale inschrijving verlangd wordt. Deze taks zal worden verhoogd met een internationaal emolument van honderd francs voor het eerste merk en van vijftig francs voor elk volgend merk door denzelfden eigenaar te gelijker tijd ingezonden. De jaarlijksche opbrengst van deze taks zal door de zorgen van het Internationaal Bureau in gelijke deelen onder de contracteerende Staten worden verdeeld, na aftrek der gemeenschappelijke onkosten door de uitvoering dezer schikking veroorzaakt.

Artikel 9

De Administratie van het land van oorsprong zal aan het Internationaal Bureau kennis geven van elke opheffing, doorhaling, afstand, overdracht en andere wijzigingen die zich ten opzichte van den eigendom van het merk zullen voordoen. Het Internationaal Bureau zal deze wijzigingen inschrijven, dezelve mededeelen aan de contracteerende Administratiën en terstond in zijn blad openbaar maken.

Artikel 9bis

Indien een merk, dat in het internationaal register is ingeschreven, mocht worden overgedragen aan een persoon gevestigd in eenen anderen der contracteerende Staten dan waaruit het merk afkomstig is, zal de overdracht ter kennis van het Internationaal Bureau worden gebracht door de administratie van het land waaruit het merk afkomstig is. Het Internationaal Bureau zal de overdracht inschrijven en na ontvangst van de toestemming der administratie waaronder de nieuwe eigenaar ressorteert, mededeelen aan de andere administraties, en in zijn blad openbaar maken.

Bovenstaande bepaling brengt geene wijziging in de wetgevingen der contracteerende Staten, die overdracht van een merk niet toelaten, wanneer daarmee niet gepaard gaat overdracht der onderneming van nijverheid of handel ter onderscheiding van welker voortbrengselen dat merk dient. Overdracht van een in het internationaal register ingeschreven merk aan een persoon, niet gevestigd in een der contracteerende landen, zal niet worden ingeschreven.

Artikel 10

De Administratiën zullen in gemeen overleg de bijzonderheden betreffende de uitvoering van deze schikking regelen.

Artikel 11

De Staten der Unie ter bescherming van den industrieelen eigendom die aan de onderwerpelijke schikking geen deel hebben genomen, zullen ter aansluiting worden toegelaten op hunne aanvrage daartoe en in den vorm voorgeschreven bij artikel 16 der overeenkomst van den 20sten Maart 1883 tot bescherming van den industrieelen eigendom. Zoodra aan het Internationaal Bureau zal bericht zijn dat een staat tot deze schikking is toegetreden zal hetzelve aan de Administratie van dien staat, overeenkomstig artikel 3 in eens kennis geven van alle merken die op dat oogenblik de internationale bescherming genieten. Die kennisgeving zal op zich zelf voldoende zijn om aan gezegde merken het voordeel der voorafgaande bepalingen op het grondgebied van den toegetreden staat te verzekeren en om den termijn van een jaar te doen aanvangen, gedurende welken de betrokken Administratie gebruik kan maken van de bij artikel 5 vermelde bevoegdheid.

Artikel 12

Deze schikking zal bekrachtigd worden en de akten van bekrachtiging zullen uiterlijk binnen zes maanden te Madrid worden uitgewisseld. Zij zal in werking treden eene maand na de uitwisseling der akten van bekrachtiging en zal dezelfde kracht en duur hebben als de overeenkomst van den 20sten Maart 1883.

De ondergeteekenden gevolmachtigden der bovengenoemde Regeeringen;

Gezien de verklaring den 12den Maart 1883 aangenomen door de te Parijs vergaderde internationale conferentie voor de bescherming van den industrieelen eigendom;

Hebben in gemeen overleg en onder voorbehoud van bekrachtiging het volgende Protocol aangenomen:

Artikel 1

De eerste alinea van cijfer 6 van het Slotprotokol behoorende bij de internationale overeenkomst van den 20sten Maart 1883 tot bescherming van den industrieelen eigendom wordt afgeschaft en vervangen door de volgende bepaling:

„De uitgaven van het Internationaal Bureau bij artikel 13 ingesteld, zullen gemeenschappelijk door de contracteerende Staten worden gedragen. Zij zullen in geen geval eene som van zestig duizend franken per jaar kunnen te boven gaan.”

Artikel 2

Dit Protokol zal bekrachtigd worden en de akten van bekrachtiging zullen uiterlijk binnen zes maanden te Madrid worden uitgewisseld.

Het zal in werking treden eene maand na de uitwisseling der akten van bekrachtiging en zal dezelfde kracht en duur bezitten als de overeenkomst van den 20sten Maart 1883, waarvan het zal beschouwd worden een onafscheidelijk deel uit te maken.

En foi de quoi, les Plénipotentiaires des Etats ci-dessus énumérés ont signé le présent Arrangement à Madrid le quatorze avril mil huit cent quatre-vingt-onze.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.