Unieverdrag van Parijs van 20 maart 1883 tot bescherming van de industriële eigendom, herzien te Brussel op 14 december 1900, te Washington op 2 juni 1911, te 's-Gravenhage op 6 november 1925 en te Londen op 2 juni 1934
De President van het Duitse Rijk; de President van de Bondsstaat Oostenrijk; Zijne Majesteit de Koning der Belgen; de President der Verenigde Staten van Brazilië; de President der Republiek Cuba; Zijne Majesteit de Koning van Denemarken; de President der Republiek Spanje; de President der Verenigde Staten van Amerika; de President der Republiek Finland; de President der Franse Republiek; Zijne Majesteit de Koning van Groot-Brittannië, van Ierland en van de Britse overzeese gebiedsdelen, Keizer van Indië; Zijne Doorluchtige Hoogheid de Regent van het Koninkrijk Hongarije; Zijne Majesteit de Koning van Italië; Zijne Majesteit de Keizer van Japan; Zijne Doorluchtige Hoogheid de Vorst van Liechtenstein; Zijne Majesteit de Sultan van Marokko; de President der Verenigde Staten van Mexico; Zijne Majesteit de Koning van Noorwegen; Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden; de President der Poolse Republiek (in naam van Polen en van de Vrije Stad Danzig); de President der Portugese Republiek; Zijne Majesteit de Koning van Zweden; de Bondsraad van de Zwitserse Bond; de President der Tsjechoslowaakse Republiek; Zijne Hoogheid de Bey van Tunis; de President der Turkse Republiek; Zijne Majesteit de Koning van Zuidslavië,
het dienstig geoordeeld hebbende het internationale verdrag van 20 Maart 1883, waardoor in het leven is geroepen een internationale Unie tot bescherming van de industriële eigendom en dat herzien is te Brussel op 14 December 1900, te Washington op 2 Juni 1911 en te 's-Gravenhage op 6 November 1925, in enige opzichten te wijzigen en aan te vullen, hebben tot Hun gevolmachtigden benoemd, te weten:
(Zie de namen der gevolmachtigden in de Franse tekst van het verdrag.)
die, na elkander mededeling te hebben gedaan van hun wederzijdse volmachten, welke in goede en behoorlijke vorm werden bevonden, zijn overeengekomen omtrent de volgende bepalingen:
Artikel 1
De landen, waarvoor dit verdrag geldt, vormen een Unie tot bescherming van de industriële eigendom.
De bescherming van de industriële eigendom omvat de octrooien van uitvinding, de gebruiksmodellen, de tekeningen of modellen van nijverheid, de fabrieks- of handelsmerken, de handelsnaam en de aanduidingen van herkomst of benamingen van oorsprong, zomede de bestrijding van de oneerlijke mededinging.
Onder industriële eigendom wordt verstaan de ruimste opvatting daarvan; hij heeft niet alleen betrekking op nijverheid en handel in eigenlijke zin, maar evenzeer op het gebied der landbouw- en mijnbouwnijverheid en op alle vervaardigde of natuurlijke voortbrengselen, bij voorbeeld: wijnen, granen, tabaksbladeren, vruchten, vee, mineralen, minerale wateren, bieren, bloemen, meel.
Onder de octrooien van uitvinding zijn begrepen de verschillende soorten van octrooien van nijverheid, welke door de wetgevingen van de landen der Unie erkend zijn, zoals octrooien van invoer, verbeteringsoctrooien, aanvullingsoctrooien en -certificaten, enz.
Artikel 2
De onderdanen van elk van de landen der Unie zullen in alle andere landen der Unie, voor wat betreft de bescherming van de industriële eigendom, de voordelen genieten, welke de onderscheidene wetten op dit ogenblik aan de nationalen toekennen of in het vervolg zullen toekennen, dit alles onverminderd de rechten, welke door dit verdrag in het bijzonder worden toegekend. Dientengevolge zullen zij dezelfde bescherming hebben als deze en hetzelfde wettelijk verhaal tegen elke inbreuk op hun rechten, mits zij de voorwaarden en formaliteiten nakomen, aan de nationalen opgelegd.
Echter kan voor het genot van geen der rechten van industriële eigendom van hen, die tot de Unie behoren, geëist worden, dat zij een woonplaats of inrichting hebben in het land, waar op de bescherming wordt aanspraak gemaakt.
De bepalingen der wetgeving van elk van de landen der Unie met betrekking tot de rechterlijke of administratieve procesgang en de bevoegdheid, benevens tot de keuze van domicilie of het stellen van een gemachtigde, indien de wetten op de industriële eigendom zulks zouden vorderen, worden uitdrukkelijk voorbehouden.
Artikel 3
Met de onderdanen van de landen der Unie worden gelijkgesteld de onderdanen van de landen, welke niet deel uitmaken der Unie, die op het grondgebied van een der landen van de Unie woonplaats hebben of aldaar daadwerkelijke en wezenlijke inrichtingen van nijverheid of handel bezitten.
Artikel 4
-
- Hij, die op regelmatige wijze een aanvrage om octrooi van uitvinding, een gebruiksmodel, een tekening of model van nijverheid of een fabrieks- of handelsmerk in een van de landen der Unie heeft gedeponeerd, of zijn rechtverkrijgende, zal, voor het verrichten van het depôt in de andere landen, gedurende de hierna te bepalen termijnen een recht van voorrang genieten.
-
- Ieder depôt, dat de waarde heeft van een regelmatig nationaal depôt overeenkomstig de binnenlandse wet van elk land der Unie of de internationale verdragen, gesloten tussen verschillende landen der Unie, wordt erkend het recht van voorrang te doen ontstaan.
B. Dientengevolge zal het vóór het verstrijken dier termijnen in een van de andere landen der Unie later verrichte depôt niet krachteloos kunnen worden gemaakt door feiten, die in de tussentijd hebben plaats gehad, en wel met name door een ander depôt, door het openbaar bekend maken van de uitvinding of door haar toepassing, door het te koop stellen van exemplaren van de tekening of van het model, door het gebruik van het merk, en deze feiten zullen geen enkel recht van derden kunnen doen ontstaan, noch enig persoonlijk bezit. De rechten, die door derden zijn verkregen vóór de dag van de eerste aanvrage, die tot grondslag strekt voor het recht van voorrang, zijn voorbehouden door de binnenlandse wetgeving van ieder land der Unie.
-
- De hierboven vermelde termijnen van voorrang zijn twaalf maanden voor de octrooien van uitvinding en de gebruiksmodellen en zes maanden voor de tekeningen of modellen van nijverheid en voor de fabrieks- of handelsmerken.
-
- Deze termijnen beginnen te lopen van de dagtekening af van het depôt der eerste aanvrage; de dag van het depôt is niet in de termijn begrepen.
-
- Indien in het land, waar de bescherming wordt gevraagd, de laatste dag van de termijn een wettelijk erkende feestdag is of een dag, waarop het Bureau niet geopend is voor het onvangen van het depôt van aanvragen, zal de termijn verlengd worden tot de eerstvolgende werkdag.
-
- Hij, die zich op het recht van voorrang van een vroeger depôt zal willen beroepen, zal gehouden zijn een verklaring in te leveren, aanwijzende de dagtekening en het land van dat depôt. Elk land zal bepalen, op welk tijdstip deze verklaring op zijn laatst moet worden afgelegd.
-
- Deze aanwijzingen zullen worden vermeld in de bekendmakingen vanwege de bevoegde Administratie, met name in de octrooischriften en de daartoe behorende beschrijvingen.
-
- De landen der Unie zullen van hem, die een verklaring van voorrang aflegt, de overlegging kunnen eisen van een afschrift van de eerder gedane aanvrage (beschrijving, tekeningen, enz.). Het afschrift, voor gelijkluidend gewaarmerkt door de Administratie, die deze aanvrage heeft ontvangen, zal vrijgesteld worden van elke legalisatie en zal in ieder geval, vrij van kosten, overgelegd kunnen worden op onverschillig welk tijdstip binnen drie maanden na het depôt van de laatste aanvrage. Gevorderd zal kunnen worden, dat het vergezeld zij van een verklaring omtrent de dagtekening van het depôt, afgegeven door die Administratie, en van een vertaling.
-
- Andere formaliteiten zullen voor de verklaring van voorrang op het ogenblik van het depôt der aanvrage niet kunnen worden gevorderd. Elk land der Unie zal de gevolgen vaststellen van het verzuim van de formaliteiten, in dit artikel voorgeschreven, zonder dat deze gevolgen verder kunnen reiken dan het verlies van het recht van voorrang.
-
- Naderhand zullen andere bewijzen gevraagd kunnen worden.
-
- Wanneer een tekening of model van nijverheid in een land is gedeponeerd met beroep op een recht van voorrang, gegrond op het depôt van een gebruiksmodel, zal de termijn van voorrang slechts die zijn, welke is vastgesteld voor de tekeningen of modellen van nijverheid.
-
- Bovendien is het geoorloofd in een land een gebruiksmodel in te dienen met beroep op een recht van voorrang, gegrond op het depôt van een aanvrage om octrooi en omgekeerd.
F. Geen land der Unie zal een octrooi kunnen weigeren op een aanvrage op grond van het feit, dat daarbij een beroep wordt gedaan op meer dan één voorrang, mits er eenheid van uitvinding is in de zin der wet van het land.
G. Indien het onderzoek uitwijst, dat een aanvrage om octrooi betrekking heeft op meer dan één uitvinding, kan de verzoeker de aanvrage in een zeker aantal afzonderlijke aanvragen splitsen, met behoud als dagtekening van iedere afgesplitste aanvrage, van de dagtekening der oorspronkelijke aanvrage, en eventueel het genot van het recht van voorrang.
H. De voorrang kan niet worden geweigerd wegens het ontbreken, onder de aanspraken, geformuleerd in de aanvrage in het land van oorsprong, van sommige bestanddelen van de uitvinding, waarvoor men de voorrang opeist, mits het geheel der stukken van de aanvrage deze bestanddelen nauwkeurig aanwijst.
Artikel 4bis
De octrooien, aangevraagd in de verschillende lander der Unie door onderdanen der Unie-landen, zullen onafhankelijk zijn van de octrooien, verkregen voor dezelfde uitvinding in de andere landen, onverschillig of deze al dan niet tot de Unie zijn toegetreden.
Deze bepaling moet volstrekt worden opgevat, met name in deze zin, dat de octrooien, aangevraagd gedurende de termijn van voorrang onafhankelijk zijn, zowel uit een oogpunt van redenen van nietigheid en verval, als uit een oogpunt van gewonen duur.
Zij is van toepassing op alle octrooien, bestaande op het tijdstip, waarop zij in werking treedt.
Dezelfde regel geldt, in geval van toetreding van nieuwe landen, voor de octrooien, over en weer bestaande op het ogenblik der toetreding.
De octrooien, verkregen met het genot van het recht van voorrang, zullen in de verschillende landen der Unie een duur genieten gelijk aan die, welke zij zouden genieten, indien zij waren aangevraagd of verleend zonder het genot van het recht van voorrang.
Artikel 4ter
De uitvinder heeft het recht als zodanig in het octrooi te worden vermeld.
Artikel 5
-
- De invoer, door de octrooihouder, in het land, waar het octrooi werd verleend, van voorwerpen, vervaardigd in een of ander land der Unie, zal het octrooi niet doen vervallen.
-
- Echter zal elk van de landen der Unie de bevoegdheid hebben de wettelijke maatregelen te treffen, nodig om de misbruiken te voorkomen, die zouden kunnen voortvloeien uit de uitoefening van het uitsluitend recht, door het octrooi toegekend, b.v. het achterwege laten van toepassing.
-
- Deze maatregelen kunnen slechts dan verval van het octrooi inhouden, indien de verlening van gedwongen licenties niet voldoende is om die misbruiken te voorkomen.
-
- In elk geval zal de verlening van een gedwongen licentie niet kunnen worden gevraagd, voordat drie jaren verstreken zijn, te rekenen van de dag af, waarop het octrooi verleend is, en deze licentie kan slechts worden verleend, indien de octrooihouder zich niet rechtvaardigt door geldige redenen. Een vordering tot verval of intrekking van een octrooi zal niet kunnen worden ingesteld, voordat twee jaren verstreken zijn, te rekenen van de dag af, waarop de eerste gedwongen licentie is verleend.
-
- De voorafgaande bepalingen zullen, onder voorbehoud van de noodzakelijke wijzigingen, op de gebruiksmodellen toepasselijk zijn.
B. De bescherming der tekeningen en modellen van nijverheid kan niet worden getroffen door enig verval, hetzij op grond van niet-toepassing, hetzij op grond van invoer van voorwerpen gelijk aan die, welke beschermd zijn.
-
- Indien in een land het gebruik van het ingeschreven merk verplicht is, zal de inschrijving slechts kunnen worden vernietigd na verloop van een billijke termijn, en indien de belanghebbende zijn stilzitten niet rechtvaardigt.
-
- Het gebruik van een fabrieks- of handelsmerk door de eigenaar in een vorm, welke door bestanddelen, die het onderscheidend kenmerk niet wijzigen, verschilt van het merk in de vorm, waaronder dit laatste in een van de landen der Unie is ingeschreven, zal de ongeldigverklaring van de inschrijving niet ten gevolge hebben, noch de aan het merk verleende bescherming verminderen.
-
- Het gelijktijdig gebruik van hetzelfde merk voor gelijke of soortgelijke waren door inrichtingen van nijverheid of handel, die, volgens de bepalingen der nationale wet van het land, waar de bescherming wordt gevraagd, als mede-eigenaren van het merk worden beschouwd, zal de inschrijving niet verhinderen, noch op enige wijze de aan dit merk in welk land der Unie ook verleende bescherming verminderen, mits dit gebruik niet tot gevolg heeft, dat bij het publiek verwarring wordt verwekt, en mits het niet strijdig is met het algemeen belang.
D. Generlei teken of vermelding van het octrooi, van het gebruiksmodel, van de inschrijving van het fabrieks- of handelsmerk of van het depôt van de tekening of het model van nijverheid zal, voor de erkening van het recht, op de waar worden geëist.
Artikel 5bis
Een termijn van uitstel, die ten minste drie maanden zal moeten zijn, zal worden toegestaan voor de voldoening van de taxen, bepaald voor het behoud van de rechten van industriële eigendom, met betaling van een verhoogde taxe, indien de nationale wetgeving deze oplegt.
Wat de octrooien van uitvinding betreft verbinden de landen der Unie zich bovendien om, hetzij de termijn van uitstel op ten minste zes maanden te stellen, hetzij in het herstel van het octrooi, vervallen wegens niet-betaling van taxen, te voorzien, welke maatregelen echter onderworpen blijven aan de voorwaarden, in de binnenlandse wetgeving gesteld.
Artikel 5ter
In elk van de landen der Unie zal niet als inbreuk op de rechten van de octrooihouder worden aangemerkt:
- 1°. het gebruik, aan boord van schepen van de andere landen der Unie, van datgene, wat het voorwerp van zijn octrooi uitmaakt, in het schip zelve, in de machines, het scheepswant, de tuigage en andere bijbehorende zaken, wanneer die schepen tijdelijk of bij toeval de wateren van het land binnenkomen, onder voorbehoud dat bedoeld gebruik uitsluitend zal zijn ten behoeve van het schip;
- 2°. het gebruik van datgene, wat het voorwerp van het octrooi uitmaakt in de constructie of werking van voor de voortbeweging in de lucht of te land dienende machines van de andere landen der Unie, of van het toebehoren der machines, wanneer deze tijdelijk of bij toeval dat land binnenkomen.
Artikel 6
A. Elk fabrieks- of handelsmerk, dat op regelmatige wijze in het land van oorsprong is ingeschreven, zal in de andere landen der Unie tot het depôt toegelaten en, zoals het is, beschermd worden, onder de hierna aangegeven voorbehouden. Deze landen zullen, voor tot de definitieve inschrijving over te gaan, de overlegging kunnen eisen van een verklaring van inschrijving in het land van oorsprong, afgegeven door de bevoegde autoriteit. Voor deze verklaring zal geen legalisatie worden gevorderd.
-
- Echter zullen kunnen worden geweigerd of nietig verklaard:
- 1°. de merken, die van die aard zijn, dat daarmede inbreuk kan gemaakt worden op rechten, door derden verkregen in het land, waar de bescherming wordt gevraagd;
- 2°. de merken, die elk onderscheidend kenmerk missen of wel uitsluitend bestaan uit tekens of aanwijzigingen, welke in de handel kunnen dienen tot aanduiding van de soort, de hoedanigheid, de hoeveelheid, de bestemming, de waarde, de plaats van herkomst der waren of het tijdstip van voortbrenging, of gebruikelijk zijn geworden in de gangbare taal of de eerlijke en vaststaande gewoonten van de handel in het land, waar de bescherming wordt gevraagd. Bij de beoordeling van het onderscheidend kenmerk van een merk zal rekening moeten worden gehouden met al de feitelijke omstandigheden, met name met de duur van het gebruik van het merk;
- 3°. de merken, die strijdig zijn met de goede zeden of met de openbare orde, met name die, waardoor misleiding van het publiek te verwachten is. Er is overeengekomen, dat een merk niet als strijdig met de openbare orde zal kunnen worden beschouwd om de enkele reden, dat het niet overeenkomt met enige bepaling van de wetgeving op de merken, behalve in het geval, dat deze bepaling zelve de openbare orde betreft.
-
- In de andere landen der Unie zullen de fabrieks- of handelsmerken niet kunnen worden geweigerd, alleen op grond van het feit, dat zij van de merken, beschermd in het land van oorsprong, verschillen door bestanddelen slechts, die het onderscheidend kenmerk niet wijzigen en die niet raken aan de identiteit der merken in de vorm, waaronder zij in het land van oorsprong zijn ingeschreven.
C. Als land van oorsprong zal beschouwd worden het land der Unie, waar de inzender een daadwerkelijke en wezenlijke inrichting van nijverheid of handel heeft en, zo hij een dergelijke inrichting niet heeft, het land van de Uie, waar hij zijn woonplaats heeft, en, indien hij geen woonplaats heeft in een Unieland, het land van zijn nationaliteit, in het geval dat hij onderdaan is van een land der Unie.
D. Wanneer een fabrieks- of handelsmerk op regelmatige wijze zal zijn ingeschreven in het land van oorsprong en vervolgens in een of meer andere landen der Unie, zal ieder van deze nationale merken van de dag af, waarop het is ingeschreven, worden beschouwd als onafhankelijk van het merk in het land van oorsprong, mits het voldoet aan de vereisten der binnenlandse wetgeving van het land, waar die volgende inschrijving heeft plaats gehad.
E. In geen geval zal de vernieuwing van de inschrijving van een merk in het land van oorsprong de verplichting met zich brengen, de inschrijving in de andere landen der Unie, waar het merk zal zijn ingeschreven, te vernieuwen.
F. Het genot van het recht van voorrang blijft behouden voor het depôt van merken, verricht binnen de termijn van artikel 4, zelfs wanneer de inschrijving in het land van oorsprong eerst na het verstrijken van die termijn tot stand komt.
Artikel 6bis
De landen der Unie verbinden zich om, hetzij ambtshalve, indien de wetgeving van het land dit toelaat, hetzij op verzoek van de belanghebbende, te weigeren of nietig te verklaren de inschrijving van een fabrieks- of handelsmerk, dat de reproductie, nabootsing of vertaling vormt, welke verwarring kunnen verwekken, van een merk, dat, naar het oordeel van de bevoegde autoriteit van het land van inschrijving, aldaar algemeen bekend is als zijnde reeds het merk van iemand, gerechtigd tot het genieten van de voordelen van dit verdrag, en gebruikt voor gelijke of soortgelijke waren. Hetzelfde zal gelden, wanneer het kenmerkend gedeelte van het merk de reproductie vormt van een dergelijk algemeen bekend merk of een nabootsing, welke verwarring daarmede kan verwekken.
Een termijn van ten minste drie jaren zal moeten worden toegestaan om de doorhaling van deze merken te vorderen. De termijn zal beginnen te lopen van de dagtekening der inschrijving van het merk af.
Er zal geen termijn worden vastgesteld om de doorhaling te vorderen van die merken, welke te kwader trouw zijn ingeschreven.
Artikel 6ter
De landen der Unie komen overeen om te weigeren of nietig te verklaren de inschrijving, en door daartoe passende maatregelen te verbieden het gebruik, zonder goedkeuring der bevoegde machten, hetzij als fabrieks- of handelsmerken, hetzij als bestanddelen van die merken, van wapens, vlaggen en andere staatsemblemen van de landen der Unie, van officiële door die landen aangenomen contrôle- en waarborgtekens en -stempels, zomede iedere nabootsing, bezien uit heraldisch oogpunt.
Het verbod van officiële contrôle- en waarborgtekens en -stempels zal alleen toepasselijk zijn in de gevallen, waarin de merken, die deze bevatten, bestemd zijn om gebruikt te worden op gelijke of gelijksoortige waren.
De landen der Unie komen overeen, voor de toepassing van deze bepalingen, elkander wederkerig mede te delen, door tussenkomst van het Internationaal Bureau te Bern, de lijst van staatsemblemen en officiële contrôle- en waarborgtekens en -stempels, welke zij, zonder beperking of binnen zekere grenzen, onder de bescherming van dit artikel wensen of zullen wensen te brengen, evenals alle latere in deze lijst aangebrachte wijzigingen. Elk land der Unie zal te gelegener tijd de medegedeelde lijsten ter beschikking van het publiek stellen.
Elk land der Unie zal binnen een termijn van twaalf maanden van de ontvangst der kennisgeving af, door bemiddeling van het Internationaal Bureau te Bern, aan het belanghebbende land zijn eventuele bezwaren kunnen doen overbrengen.
Ten aanzien van de algemeen bekende staatsemblemen zullen de maatregelen, bedoeld in alinea 1, alleen worden toegepast op de merken, ingeschreven na de zesde November 1925.
Ten aanzien van de staatsemblemen, die niet algemeen bekend mochten zijn, en ten aanzien van de officiële tekens en stempels, zullen deze bepalingen slechts toepasselijk zijn op de merken, ingeschreven meer dan twee maanden na ontvangst van de kennisgeving, bedoeld in alinea 3.
In geval van kwade trouw zullen de landen de bevoegdheid hebben om zelfs de merken, welke vóór de zesde November 1925 zijn ingeschreven en staatsemblemen, tekens en stempels bevatten, te doen doorhalen.
De onderdanen van elk land, die gerechtigd mochten zijn om gebruik te maken van de staatsemblemen, tekens en stempels van hun land, zullen deze mogen bezigen, zelfs indien er gelijkenis ware met die van een ander land.
De landen der Unie verbinden zich het gebruik in de handel, zonder verkregen toestemming, van de staatswapens der andere landen der Unie te verbieden, wanneer door dit gebruik omtrent de oorsprong der waren verwarring zal kunnen ontstaan.
De voorafgaande bepalingen verhinderen niet het gebruik maken, door de landen, van de bevoegdheid om door toepassing van artikel 6, letter B, alinea 1, onder 3°., de merken, welke zonder verkregen toestemming wapens, vlaggen, ridderorden en andere staatsemblemen of officiële tekens en stempels, aangenomen door een land der Unie, bevatten, te weigeren of nietig te verklaren.
Artikel 6quater
Wanneer, volgens de wetgeving van een land der Unie, de overdracht van een merk slechts geldig is, indien zij plaats heeft, tegelijk met de overdracht van de onderneming of handelszaak, waaraan het merk toebehoort, zal het, om deze geldigheid te doen erkennen, voldoende zijn, dat het gedeelte van de onderneming of handelszaak, hetwelk in dat land gelegen is, aan de verkrijger is overgedragen, met het uitsluitend recht om de waren, die het overgedragen merk dragen, daar te lande te vervaardigen of te verkopen.
Deze bepaling legt aan de landen der Unie niet de verplichting op om de overdracht van die merken als geldig te beschouwen, waarvan het gebruik door de verkrijger inderdaad bij het publiek verwarring zou kunnen wekken, met name voor wat betreft de herkomst, de aard of de kenmerkende eigenschappen der waren, waarvoor het merk wordt gebruikt.
Artikel 7
De aard van de waar, waarop het fabrieks- of handelsmerk moet worden aangebracht, kan in geen geval een beletsel vormen voor de inschrijving van het merk.
Artikel 7bis
De landen der Unie verbinden zich tot het depôt toe te laten en te beschermen de collectieve merken, die aan gemeenschappen toebehoren, welker bestaan niet strijdig is met de wet van het land van oorsprong, zelfs al bezitten die gemeenschappen niet een inrichting van nijverheid of handel.
Elk land zal vrij zijn in het stellen van bijzondere voorwaarden, waaronder een collectief merk zal worden beschermd, en het zal de bescherming kunnen weigeren, indien dit merk strijdig is met het algemeen belang.
Intussen zal de bescherming van deze merken niet kunnen worden geweigerd aan een gemeenschap, welker bestaan niet strijdig is met de wet van het land van oorsprong, op grond van het feit, dat zij niet gevestigd is in het land, waar de bescherming wordt gevraagd, of dat zij niet is opgericht overeenkomstig de wetgeving van dit land.
Artikel 8
De handelsnaam zal in alle landen der Unie, zonder verplichting van depôt of inschrijving, beschermd worden, onverschillig of hij al dan niet deel uitmaakt van een fabrieks- of handelsmerk.
Artikel 9
Elke waar, die onrechtmatig van een fabrieks- of handelsmerk of van een handelsnaam voorzien is, zal in beslag genomen worden bij de invoer in die landen der Unie, waar dat merk of die handelsnaam recht hebben op wettelijke bescherming.
De inbeslagneming zal eveneens plaats hebben in het land, waar de waar op ongeoorloofde wijze van een merk of een handelsnaam is voorzien of waar zij werd ingevoerd.
De inbeslagneming zal plaats hebben ten verzoeke òf van het openbaar ministerie, òf van elke andere bevoegde macht, òf van de belanghebbende partij, hetzij natuurlijke of rechtspersoon, overeenkomstig de binnenlandse wetgeving van elk land.
De autoriteiten zullen niet gehouden zijn tot inbeslagneming over te gaan ingeval van doorvoer.
Indien de wetgeving van een land de inbeslagneming bij de invoer niet toelaat, zal de inbeslagneming worden vervangen door een verbod van invoer of door inbeslagneming in het land zelf.
Indien de wetgeving van een land noch de inbeslagneming bij de invoer, noch een verbod van invoer, noch de inbeslagneming in het land zelf toelaat, zullen deze maatregelen, in afwachting dat die wetgeving dienovereenkomstig mocht worden gewijzigd, worden vervangen door de rechtsvorderingen en middelen, welke de wet van dat land in een dergelijk geval aan de onderdanen verzekert.
Artikel 10
De bepalingen van het voorgaande artikel zullen toepasselijk zijn op elke waar, die valselijk, ter aanduiding van herkomst, van de naam ener bepaalde plaats of van een bepaald land voorzien is, wanneer die aanduiding vergezeld gaat van een handelsnaam, die verdicht is of met bedriegelijke bedoeling aan een andere is ontleend.
In elk geval zal als belanghebbende partij, onverschillig of deze is een natuurlijke of rechtspersoon, worden erkend iedere producent, fabrikant of koopman, die zich met de voortbrenging of vervaardiging van die waar of de handel daarin bezig houdt en gevestigd is, hetzij in de plaats, welke valselijk als plaats van herkomst is opgegeven, hetzij in de landstreek, waarin die plaats is gelegen, hetzij in het valselijk opgegeven land, hetzij in het land, waar de valse aanduiding van herkomst is gebruikt.
Artikel 10bis
De landen der Unie zijn gehouden aan hen, die tot de Unie behoren, een daadwerkelijke bescherming te verlenen tegen de oneerlijke mededinging.
Elke daad van mededinging, strijdig met de eerlijke gebruiken in nijverheid en handel, levert een daad van oneerlijke mededinging op.
Met name zullen moeten worden verboden:
- 1°. alle daden, welke ook, die verwarring zouden kunnen verwekken door onverschillig welk middel ten opzichte van de inrichting, de waren of de werkzaamheid op het gebied van nijverheid of handel van een concurrent;
- 2°. valse beweringen bij het handel drijven, die de inrichting, de waren of de werkzaamheid op het gebied van nijverheid of handel van een concurrent in discrediet zouden kunnen brengen.
Artikel 10ter
De landen der Unie verbinden zich om aan de onderdanen van de andere Unielanden wettelijk verhaal te verzekeren, geschikt om alle handelingen, bedoeld in de artikelen 9, 10 en 10bis, met kracht tegen te gaan.
Zij verbinden zich bovendien, maatregelen te treffen om aan syndicaten en verenigingen, welke de belanghebbende fabrikanten, producenten of kooplieden, vertegenwoordigen en welker bestaan niet strijdig is met de wetten van hun land, toe te staan in rechten of bij de administratieve autoriteiten op te treden ter bestrijding van de handelingen, bedoeld in de artikelen 9, 10 en 10bis, voor zover de wet van het land, waarin de bescherming wordt gevraagd, zulks toestaat aan de syndicaten en verenigingen van dat land.
Artikel 11
De landen der Unie zullen, overeenkomstig hun binnenlandse wetgeving, een tijdelijke bescherming verlenen aan de voor octrooi vatbare uitvindingen, de gebruiksmodellen, de tekeningen of modellen van nijverheid, alsmede aan de fabrieks- of handelsmerken, voor de waren, welke op de officiële of officieel erkende internationale tentoonstellingen, in een dier landen gehouden, zullen worden ten toon gesteld.
Deze tijdelijke bescherming zal de termijnen, genoemd te artikel 4, niet verlengen. Indien later het recht van voorrang wordt ingeroepen, zal de Administratie van elk land de termijn kunnen doen beginnen van de datum af, waarop de waar ter tentoonstelling is aangebracht.
Elk land zal als bewijs van de identiteit van het tentoongestelde voorwerp en van de datum, waarop het ter tentoonstelling is aangebracht, de bewijsstukken kunnen eisen, welke het nodig zal achten.
Artikel 12
Elk van de landen der Unie verbindt zich tot het inrichten van een bijzondere dienst van de industriële eigendom en van een centrale bewaarplaats, ten einde openbare mededeling te doen van de octrooien van uitvinding, de gebruiksmodellen, de tekeningen of modellen van nijverheid en de fabrieks- of handelsmerken.
Deze dienst zal een regelmatig verschijnend officieel blad uitgeven. Hij zal geregeld bekendmaken:
- a). de namen der houders van de verleende octrooien, met een korte aanduiding van de geoctrooieerde uitvindingen;
- b). de reproducties der ingeschreven merken.
Artikel 13
Het internationaal bureau, te Bern opgericht onder de naam van Internationaal Bureau tot bescherming van de industriële eigendom, is geplaatst onder het hoog gezag der Regering van de Zwitserse Bond, die de inrichting ervan regelt en op zijn werking toeziet.
De officiële taal van het Internationaal Bureau is de Franse taal.
Het Internationaal Bureau verzamelt inlichtingen van allerlei aard, betreffende de bescherming van de industriële eigendom; het verenigt ze en maakt ze openbaar. Het bestudeert, wat van gemeenschappelijk nut en belang is voor de Unie, en stelt met behulp van de bescheiden, die door de verschillende Administraties te zijner beschikking worden gesteld, een regelmatig verschijnend blad in de Franse taal samen over de vraagstukken, die het doel der Unie raken.
De nummers van dit blad, evenzeer als alle bescheiden, door het Internationaal Bureau uitgegeven, worden onder de Administraties van de landen der Unie verdeeld naar evenredigheid van het aantal der hieronder vermelde bijdrage-eenheden. De exemplaren en bescheiden, welke boven dit aantal mochten worden aangevraagd, hetzij door de genoemde Administraties, hetzij door verenigingen of bijzondere personen, zullen afzonderlijk worden betaald.
Het Internationaal Bureau moet zich te allen tijde ter beschikking van de landen der Unie houden, ten einde hun over de vragen, betreffende de internationale dienst van de industriële eigendom, de bijzondere inlichtingen te geven, welke zij nodig zouden kunnen hebben. De Directeur van het Internationaal Bureau brengt over zijn beheer een jaarlijks verslag uit, dat aan alle landen der Unie wordt medegedeeld.
De gewone uitgaven van het Internationaal Bureau zullen gemeenschappelijk door de landen der Unie worden gedragen. Tot nader order zullen zij het bedrag van 120 000 Zwitserse franken per jaar niet mogen overschrijden. Deze som zal naar behoefte vermeerderd kunnen worden door eenstemmig besluit van een der Conferenties, bedoeld in artikel 14.
De gewone uitgaven bevatten niet de kosten, verbonden aan de werkzaamheden van diplomatieke of administratieve Conferenties, noch de kosten, die bijzondere werkzaamheden of publicaties, verricht of uitgegeven volgens de besluiten van een Conferentie, mede zullen kunnen brengen. Deze kosten, waarvan het jaarlijks bedrag 20 000 Zwitserse franken niet mag overschrijden, zullen onder de landen der Unie worden omgeslagen, naar evenredigheid van de bijdrage, die zij voor de werking van het Internationaal Bureau betalen, volgens de bepalingen van alinea 8 van dit artikel.
Ten einde het aandeel te bepalen, dat elk der landen in dat totaal bedrag der kosten moet bijdragen, worden de landen der Unie en die, welke later tot de Unie zullen toetreden, verdeeld in zes klassen, die ieder in de verhouding van een zeker aantal eenheden bijdragen, te weten:
| Eenheden | |||
|---|---|---|---|
| 1ste | klasse | ............. | 25 |
| 2de | klasse | ............. | 20 |
| 3de | klasse | ............. | 15 |
| 4de | klasse | ............. | 10 |
| 5de | klasse | ............. | 5 |
| 6de | klasse | ............. | 3 |
Deze coëfficiënten worden vermenigvuldigd met het getal der landen van iedere klasse en de som der aldus verkregen producten levert het aantal eenheden op, waardoor het totaal der uitgaven gedeeld moet worden. De uitkomst daarvan geeft het bedrag der eenheid van kosten aan.
Elk van de landen der Unie zal bij zijn toetreding de klasse aanwijzen, waarin het wenst te worden gerangschikt. Echter zal ieder land der Unie later de verklaring kunnen afleggen, dat het in een andere klasse wenst te worden gerangschikt.
De Regering van de Zwitserse Bond ziet toe op de uitgaven van het Internationaal Bureau, doet de nodige voorschotten en stelt de jaarlijkse rekening vast, die aan alle andere Administraties zal worden medegedeeld.
Artikel 14
Dit verdrag zal aan geregelde herzieningen worden onderworpen, ten einde daarin de verbeteringen aan te brengen, die kunnen strekken tot volmaking van het stelsel der Unie.
Te dien einde zullen achtereenvolgens in een van de landen der Unie conferenties van de afgevaardigden dier landen plaats hebben.
De Administratie van het land, waar de Conferentie zitting moet houden, zal, met medewerking van het Internationaal Bureau, de werkzaamheden dier Conferentie voorbereiden.
De Directeur van het Internationaal Bureau zal de zittingen der Conferenties bijwonen en aan de beraadslagingen deelnemen zonder recht van stem.
Artikel 15
Er is overeengekomen, dat de landen der Unie zich wederkerig het recht voorbehouden afzonderlijk onderling bijzondere overeenkomsten te treffen tot bescherming van de industriële eigendom, voor zover deze overeenkomsten niet in strijd zijn met de bepalingen van dit verdrag.
Artikel 16
De landen, die aan dit verdrag geen deel hebben genomen, zullen op hun verzoek daartoe mogen toetreden.
Deze toetreding zal langs diplomatieke weg ter kennis der Regering van de Zwitserse Bond en door deze ter kennis van alle andere Regeringen worden gebracht.
Zij zal, van rechtswege, medebrengen toetreding tot alle bepalingen en toelating tot alle voordelen, bij dit verdrag bedongen, en zal in werking treden een maand na de toezending van de kennisgeving door de Regering van de Zwitserse Bond aan de andere landen der Unie, tenzij een later tijdstip in het verzoek tot toetreding mocht zijn aangewezen.
Artikel 16bis
Elk van de landen der Unie kan te allen tijde aan de Regering van de Zwitserse Bond schriftelijk er van kennis geven, dat dit verdrag toepasselijk is op alle of een deel van zijn koloniën, protectoraten, mandaatlanden of alle andere aan zijn gezag onderworpen gebiedsdelen of alle gebiedsdelen onder suzereiniteit, en het verdrag zal in al de in de kennisgeving aangewezen gebiedsdelen toepasselijk zijn een maand na de toezending van de mededeling door de Regering van de Zwitserse Bond aan de andere landen der Unie, tenzij een later tijdstip in de kennisgeving mocht zijn aangegeven. Bij gebreke van deze kennisgeving zal het verdrag op deze gebieden niet toepasselijk zijn.
Elk van de landen der Unie kan te allen tijde aan de Regering van de Zwitserse Bond schriftelijk er van kennis geven, dat dit verdrag ophoudt toepasselijk te zijn op alle of een deel der gebiedsdelen, waarop de in de vorige alinea bedoelde kennisgeving betrekking had, en het verdrag zal voor de in deze kennisgeving bedoelde gebiedsdelen ophouden toepasselijk te zijn twaalf maanden na ontvangst der kennisgeving, gericht aan de Regering van de Zwitserse Bond.
Alle kennisgevingen, volgens de bepalingen van de alinea's 1 en 2 van dit artikel aan de Regering van de Zwitserse Bond gedaan, zullen door deze Regering aan alle landen der Unie worden medegedeeld.
Artikel 17
De uitvoering der wederkerige verbintenissen, in dit verdrag vervat, is, voor zoveel nodig, afhankelijk van de vervulling der formaliteiten en regelen, vastgesteld door de staatswetten van die landen der Unie, welke gehouden zijn voor de toepassing daarvan zorg te dragen, waaraan zij zich verplichten binnen de kortst mogelijke tijd te voldoen.
Artikel 17bis
Het verdrag zal gedurende onbepaalde tijd van kracht blijven, totdat een jaar zal zijn verstreken sedert de dag, waarop het zal zijn opgezegd.
Deze opzegging zal worden gericht tot de Regering van de Zwitserse Bond. Zij zal alleen werken met betrekking tot het land, in welks naam zij gedaan zal zijn, terwijl het verdrag voor de andere landen der Unie verbindend zal blijven.
Artikel 18
De akte zal worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zullen worden nedergelegd te Londen, uiterlijk de eerste Juni 1938. Zij zal in werking treden tussen de landen, namens welke zij zal zijn bekrachtigd, een maand na die datum. Mocht zij evenwel reeds vroeger namens ten minste zes landen bekrachtigd zijn, dan zal zij in werking treden tussen die landen, een maand nadat hun van de nederlegging van de zesde akte van bekrachtiging door de Regering van de Zwitserse Bond kennis is gegeven, en ten aanzien van de landen, namens welke zij vervolgens zal zijn bekrachtigd, een maand na de kennisgeving van elk deze bekrachtigingen.
De landen, namens welke de akte van bekrachtiging niet in het in de vorige alinea bedoelde tijdvak zal zijn nedergelegd, zullen mogen toetreden volgens de bepalingen van artikel 16.
Deze akte zal in de betrekkingen tussen de landen, waar zij van toepassing is, het Unieverdrag van Parijs van 1883 en de daarop volgende akten van herziening vervangen.
Ten aanzien van de landen, waarvoor deze akte niet geldt, maar waarvoor het Unieverdrag van Parijs, zoals het in 1925 te 's-Gravenhage is herzien, geldt, zal dit laatste van kracht blijven.
Evenzo zal ten aanzien van de landen, waar noch deze akte, noch het Unieverdrag van Parijs in de herziening van 's-Gravenhage van toepassing is, het Unieverdrag van Parijs, zoals het in 1911 te Washington is herzien, van kracht blijven.
Artikel 19
Deze akte zal worden getekend in een enkel exemplaar, hetwelk zal worden nedergelegd in de archieven van de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Noord-Ierland. Een gewaarmerkt afschrift zal door deze regering worden gezonden aan elk der Regeringen van de landen der Unie.
Fait à Londres, en un seul exemplaire, le 2 juin 1934.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)