Unieverdrag van Parijs van 20 maart 1883 tot bescherming van de industriële eigendom, herzien te Brussel op 14 december 1900, te Washington op 2 juni 1911, te 's-Gravenhage op 6 november 1925 en te Londen op 2 juni 1934

Type Verdrag
Publication 1948-08-05
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De President van het Duitse Rijk; de President van de Bondsstaat Oostenrijk; Zijne Majesteit de Koning der Belgen; de President der Verenigde Staten van Brazilië; de President der Republiek Cuba; Zijne Majesteit de Koning van Denemarken; de President der Republiek Spanje; de President der Verenigde Staten van Amerika; de President der Republiek Finland; de President der Franse Republiek; Zijne Majesteit de Koning van Groot-Brittannië, van Ierland en van de Britse overzeese gebiedsdelen, Keizer van Indië; Zijne Doorluchtige Hoogheid de Regent van het Koninkrijk Hongarije; Zijne Majesteit de Koning van Italië; Zijne Majesteit de Keizer van Japan; Zijne Doorluchtige Hoogheid de Vorst van Liechtenstein; Zijne Majesteit de Sultan van Marokko; de President der Verenigde Staten van Mexico; Zijne Majesteit de Koning van Noorwegen; Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden; de President der Poolse Republiek (in naam van Polen en van de Vrije Stad Danzig); de President der Portugese Republiek; Zijne Majesteit de Koning van Zweden; de Bondsraad van de Zwitserse Bond; de President der Tsjechoslowaakse Republiek; Zijne Hoogheid de Bey van Tunis; de President der Turkse Republiek; Zijne Majesteit de Koning van Zuidslavië,

het dienstig geoordeeld hebbende het internationale verdrag van 20 Maart 1883, waardoor in het leven is geroepen een internationale Unie tot bescherming van de industriële eigendom en dat herzien is te Brussel op 14 December 1900, te Washington op 2 Juni 1911 en te 's-Gravenhage op 6 November 1925, in enige opzichten te wijzigen en aan te vullen, hebben tot Hun gevolmachtigden benoemd, te weten:

(Zie de namen der gevolmachtigden in de Franse tekst van het verdrag.)

die, na elkander mededeling te hebben gedaan van hun wederzijdse volmachten, welke in goede en behoorlijke vorm werden bevonden, zijn overeengekomen omtrent de volgende bepalingen:

Artikel 1
1.

De landen, waarvoor dit verdrag geldt, vormen een Unie tot bescherming van de industriële eigendom.

2.

De bescherming van de industriële eigendom omvat de octrooien van uitvinding, de gebruiksmodellen, de tekeningen of modellen van nijverheid, de fabrieks- of handelsmerken, de handelsnaam en de aanduidingen van herkomst of benamingen van oorsprong, zomede de bestrijding van de oneerlijke mededinging.

3.

Onder industriële eigendom wordt verstaan de ruimste opvatting daarvan; hij heeft niet alleen betrekking op nijverheid en handel in eigenlijke zin, maar evenzeer op het gebied der landbouw- en mijnbouwnijverheid en op alle vervaardigde of natuurlijke voortbrengselen, bij voorbeeld: wijnen, granen, tabaksbladeren, vruchten, vee, mineralen, minerale wateren, bieren, bloemen, meel.

4.

Onder de octrooien van uitvinding zijn begrepen de verschillende soorten van octrooien van nijverheid, welke door de wetgevingen van de landen der Unie erkend zijn, zoals octrooien van invoer, verbeteringsoctrooien, aanvullingsoctrooien en -certificaten, enz.

Artikel 2
1.

De onderdanen van elk van de landen der Unie zullen in alle andere landen der Unie, voor wat betreft de bescherming van de industriële eigendom, de voordelen genieten, welke de onderscheidene wetten op dit ogenblik aan de nationalen toekennen of in het vervolg zullen toekennen, dit alles onverminderd de rechten, welke door dit verdrag in het bijzonder worden toegekend. Dientengevolge zullen zij dezelfde bescherming hebben als deze en hetzelfde wettelijk verhaal tegen elke inbreuk op hun rechten, mits zij de voorwaarden en formaliteiten nakomen, aan de nationalen opgelegd.

2.

Echter kan voor het genot van geen der rechten van industriële eigendom van hen, die tot de Unie behoren, geëist worden, dat zij een woonplaats of inrichting hebben in het land, waar op de bescherming wordt aanspraak gemaakt.

3.

De bepalingen der wetgeving van elk van de landen der Unie met betrekking tot de rechterlijke of administratieve procesgang en de bevoegdheid, benevens tot de keuze van domicilie of het stellen van een gemachtigde, indien de wetten op de industriële eigendom zulks zouden vorderen, worden uitdrukkelijk voorbehouden.

Artikel 3

Met de onderdanen van de landen der Unie worden gelijkgesteld de onderdanen van de landen, welke niet deel uitmaken der Unie, die op het grondgebied van een der landen van de Unie woonplaats hebben of aldaar daadwerkelijke en wezenlijke inrichtingen van nijverheid of handel bezitten.

Artikel 4

B. Dientengevolge zal het vóór het verstrijken dier termijnen in een van de andere landen der Unie later verrichte depôt niet krachteloos kunnen worden gemaakt door feiten, die in de tussentijd hebben plaats gehad, en wel met name door een ander depôt, door het openbaar bekend maken van de uitvinding of door haar toepassing, door het te koop stellen van exemplaren van de tekening of van het model, door het gebruik van het merk, en deze feiten zullen geen enkel recht van derden kunnen doen ontstaan, noch enig persoonlijk bezit. De rechten, die door derden zijn verkregen vóór de dag van de eerste aanvrage, die tot grondslag strekt voor het recht van voorrang, zijn voorbehouden door de binnenlandse wetgeving van ieder land der Unie.

F. Geen land der Unie zal een octrooi kunnen weigeren op een aanvrage op grond van het feit, dat daarbij een beroep wordt gedaan op meer dan één voorrang, mits er eenheid van uitvinding is in de zin der wet van het land.

G. Indien het onderzoek uitwijst, dat een aanvrage om octrooi betrekking heeft op meer dan één uitvinding, kan de verzoeker de aanvrage in een zeker aantal afzonderlijke aanvragen splitsen, met behoud als dagtekening van iedere afgesplitste aanvrage, van de dagtekening der oorspronkelijke aanvrage, en eventueel het genot van het recht van voorrang.

H. De voorrang kan niet worden geweigerd wegens het ontbreken, onder de aanspraken, geformuleerd in de aanvrage in het land van oorsprong, van sommige bestanddelen van de uitvinding, waarvoor men de voorrang opeist, mits het geheel der stukken van de aanvrage deze bestanddelen nauwkeurig aanwijst.

Artikel 4bis
1.

De octrooien, aangevraagd in de verschillende lander der Unie door onderdanen der Unie-landen, zullen onafhankelijk zijn van de octrooien, verkregen voor dezelfde uitvinding in de andere landen, onverschillig of deze al dan niet tot de Unie zijn toegetreden.

2.

Deze bepaling moet volstrekt worden opgevat, met name in deze zin, dat de octrooien, aangevraagd gedurende de termijn van voorrang onafhankelijk zijn, zowel uit een oogpunt van redenen van nietigheid en verval, als uit een oogpunt van gewonen duur.

3.

Zij is van toepassing op alle octrooien, bestaande op het tijdstip, waarop zij in werking treedt.

4.

Dezelfde regel geldt, in geval van toetreding van nieuwe landen, voor de octrooien, over en weer bestaande op het ogenblik der toetreding.

5.

De octrooien, verkregen met het genot van het recht van voorrang, zullen in de verschillende landen der Unie een duur genieten gelijk aan die, welke zij zouden genieten, indien zij waren aangevraagd of verleend zonder het genot van het recht van voorrang.

Artikel 4ter

De uitvinder heeft het recht als zodanig in het octrooi te worden vermeld.

Artikel 5

B. De bescherming der tekeningen en modellen van nijverheid kan niet worden getroffen door enig verval, hetzij op grond van niet-toepassing, hetzij op grond van invoer van voorwerpen gelijk aan die, welke beschermd zijn.

D. Generlei teken of vermelding van het octrooi, van het gebruiksmodel, van de inschrijving van het fabrieks- of handelsmerk of van het depôt van de tekening of het model van nijverheid zal, voor de erkening van het recht, op de waar worden geëist.

Artikel 5bis
1.

Een termijn van uitstel, die ten minste drie maanden zal moeten zijn, zal worden toegestaan voor de voldoening van de taxen, bepaald voor het behoud van de rechten van industriële eigendom, met betaling van een verhoogde taxe, indien de nationale wetgeving deze oplegt.

2.

Wat de octrooien van uitvinding betreft verbinden de landen der Unie zich bovendien om, hetzij de termijn van uitstel op ten minste zes maanden te stellen, hetzij in het herstel van het octrooi, vervallen wegens niet-betaling van taxen, te voorzien, welke maatregelen echter onderworpen blijven aan de voorwaarden, in de binnenlandse wetgeving gesteld.

Artikel 5ter

In elk van de landen der Unie zal niet als inbreuk op de rechten van de octrooihouder worden aangemerkt:

Artikel 6

A. Elk fabrieks- of handelsmerk, dat op regelmatige wijze in het land van oorsprong is ingeschreven, zal in de andere landen der Unie tot het depôt toegelaten en, zoals het is, beschermd worden, onder de hierna aangegeven voorbehouden. Deze landen zullen, voor tot de definitieve inschrijving over te gaan, de overlegging kunnen eisen van een verklaring van inschrijving in het land van oorsprong, afgegeven door de bevoegde autoriteit. Voor deze verklaring zal geen legalisatie worden gevorderd.

C. Als land van oorsprong zal beschouwd worden het land der Unie, waar de inzender een daadwerkelijke en wezenlijke inrichting van nijverheid of handel heeft en, zo hij een dergelijke inrichting niet heeft, het land van de Uie, waar hij zijn woonplaats heeft, en, indien hij geen woonplaats heeft in een Unieland, het land van zijn nationaliteit, in het geval dat hij onderdaan is van een land der Unie.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.