Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko betreffende de status van strijdkrachten
Het Koninkrijk der Nederlanden
en
het Koninkrijk Marokko,
hierna te noemen „de partijen”,
Gelet op de vriendschapsbanden die Marokko en Nederland met elkaar verbinden,
Geleid door de wens de militaire samenwerking tussen hun strijdkrachten te verdiepen,
Verlangend de rechtspositie vast te stellen van hun strijdkrachten wanneer deze in het kader van onderling overeengekomen samenwerkingsactiviteiten op het grondgebied van elk van de partijen verblijven, en de organisatiewijze van deze activiteiten nader aan te duiden,
Onder toepassing van artikel 4 van de Kaderovereenkomst inzake militaire samenwerking,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1
Onder „strijdkrachten” wordt verstaan, de militaire en civiele eenheden en onderdelen van de defensieorganisatie van een van de partijen.
Onder „personeelsleden” wordt verstaan, niet alleen het personeel van de strijdkrachten van de ene partij dat in het kader van dit Verdrag op het grondgebied van de andere partij aanwezig is, maar ook het door de defensieorganisatie van de ene partij aangestelde burgerpersoneel dat zich, overeenkomstig dit Verdrag, voor diensttaken op het grondgebied van de andere partij bevindt en dat ingezetene van de zendstaat is.
Onder „zendstaat” wordt verstaan, de staat waartoe de personeelsleden die zich op het grondgebied van de andere partij bevinden, behoren.
Onder „ontvangende staat” wordt verstaan, de staat op het grondgebied waarvan de personeelsleden van de zendstaat zich bevinden.
Onder „gemeenschappelijke activiteiten” wordt verstaan, de in onderlinge overeenstemming afgesproken militaire samenwerkingsactiviteiten die gezamenlijk of door een van de partijen op het grondgebied van een van de partijen worden uitgevoerd.
Artikel 2
In het kader van dit Verdrag zijn de strijdkrachten en personeelsleden van de zendstaat, met instemming van de ontvangende staat, bevoegd het grondgebied, de territoriale wateren en het luchtruim van de ontvangende staat binnen te komen.
Bij binnenkomst op het grondgebied van de ontvangende staat dienen de personeelsleden van de zendstaat in het bezit te zijn van een geldig paspoort en een door de bevoegde dienst van de zendstaat verstrekte individuele of collectieve dienstopdracht, waaruit de hoedanigheid van de individuele persoon of de eenheid blijkt en waarin de verplaatsing wordt bevestigd.
Indien nodig vragen de personeelsleden van de zendstaat een visum aan. Voor zover mogelijk vergemakkelijken de autoriteiten van de ontvangende staat de nodige formaliteiten voor de spoedige afgifte van visa.
De militaire autoriteiten van de ontvangende staat verlenen hun medewerking aan de strijdkrachten van de zendstaat bij het oplossen van problemen die zich tijdens hun verblijf of binnenkomst op, of vertrek van het grondgebied kunnen voordoen.
Artikel 3
Tijdens hun aanwezigheid op het grondgebied van de ontvangende staat blijven de betrokken personeelsleden op tuchtrechtelijk gebied onderworpen aan hun respectieve hiërarchische autoriteiten.
De zendstaat brengt zijn personeelsleden die op het grondgebied van de ontvangende staat verblijven op de hoogte van de op hen rustende verplichting onder alle omstandigheden de op dat grondgebied geldende wet- en regelgeving in acht te nemen.
Onder voorbehoud van de bepalingen van het vierde lid van dit artikel vallen de door een personeelslid van de zendstaat begane vergrijpen onder de rechtsbevoegdheid van de ontvangende staat.
De autoriteiten van de zendstaat oefenen bij voorrang hun rechtsbevoegdheid over hun personeelsleden uit ten aanzien van:
- a. vergrijpen als gevolg van een handelen of nalaten begaan tijdens de dienst;
- b. vergrijpen die uitsluitend de veiligheid van de zendstaat raken;
- c. vergrijpen die uitsluitend de goederen van de zendstaat raken;
- d. vergrijpen die uitsluitend een ander personeelslid van de zendstaat persoonlijk raken.
Elke partij behoudt zich de mogelijkheid voor op verzoek van de andere partij af te zien van haar voorrang ten aanzien van de rechtsbevoegdheid.
Elk personeelslid van de zendstaat dat voor de gerechtelijke instanties van de ontvangende staat wordt gedaagd, wordt in overeenstemming met de geldende gerechtelijke procedures behandeld.
De autoriteiten van de ontvangende staat geven de autoriteiten van de zendstaat onverwijld kennis van elke arrestatie van een personeelslid van de zendstaat.
De militaire autoriteiten van de partijen werken samen in geval van onrechtmatige of onwettige afwezigheid van een lid van de strijdkrachten van de zendstaat.
Artikel 4
In het kader van dit Verdrag kunnen de personeelsleden van de zendstaat, in overeenstemming met de in deze ontvangende staat geldende wet- en regelgeving, gebruik maken van de vrijstelling van invoerrechten en -heffingen voor de door hen in gebruik zijnde spullen en voorwerpen die deel van hun persoonlijke roerende goederen uitmaken.
Voor de duur van hun verblijf kunnen de strijdkrachten van de ene partij, na het vervullen van de geldende douaneformaliteiten en onder voorbehoud van de overlegging van de overige benodigde vergunningen, hun militaire uitrustingsstukken, machines en voertuigen onder de regeling tijdelijke invoer met schorsing van rechten en heffingen invoeren.
De goederen die in toepassing van dit Verdrag onder de regeling tijdelijke invoer zijn ingevoerd, kunnen, nadat aan de douaneformaliteiten voor uitvoer is voldaan, onder vrijstelling van alle rechten en heffingen vrijelijk worden wederuitgevoerd.
Van de goederen die met schorsing of vrijstelling van rechten en heffingen zijn ingevoerd, kan op het grondgebied van de ontvangende staat normaliter, noch tegen betaling, noch kosteloos, afstand worden gedaan. In bijzondere gevallen kan evenwel afstand of vernietiging worden toegestaan, onder voorbehoud van de voorwaarden die hiertoe door de bevoegde autoriteiten van de ontvangende staat worden gesteld (betaling van de rechten en heffingen en vervulling van de formaliteiten die met het toezicht op de buitenlandse handel verband houden). Behoudens in geval van afstand onder een schorsingsregeling of ten gunste van het personeel van de zendstaat dat recht heeft op vrijstelling uit hoofde van de geldende regelgeving, vindt de afstand plaats na betaling van de rechten en heffingen en de vervulling van de formaliteiten die met het toezicht op de buitenlandse handel verband houden. De aanzuivering van het vernietigde materieel vindt plaats hetzij door de wederuitvoer ervan, of door middel van inklaring ten verbruike onder betaling van de opeisbare rechten en heffingen.
De door de autoriteiten van de zendstaat, alsmede de door het personeel en de hun ten laste komende personen ingevoerde goederen die bestemd zijn voor andere doeleinden dan het voorzien in alleen de eigen behoeften van bovengenoemden, zijn niet vrijgesteld van rechten en heffingen.
De in de ontvangende staat aangeschafte (handels)goederen zijn bij de uitvoer ervan onderworpen aan de in de ontvangende staat geldende wetgeving.
De militaire voertuigen van de zendstaat worden, voor zover de geldende nationale wetgeving op het grondgebied van de ontvangende staat zulks toestaat, tevens vrijgesteld van wegenbelasting.
De ontvangende staat treft de nodige maatregelen, in overeenstemming met de geldende regelgeving, ter vergemakkelijking van de binnenkomst op en het vertrek van zijn grondgebied van de voor de normale uitvoering van de gemeenschappelijke activiteiten benodigde uitrustingsstukken en voorraden.
Artikel 5
Ten behoeve van de dienst mogen de leden van de strijdkrachten van de zendstaat op het grondgebied van de ontvangende staat een dienstwapen in hun bezit hebben en kunnen zij toestemming krijgen dit te dragen, zulks in overeenstemming met de op het grondgebied van de ontvangende staat geldende wet- en regelgeving.
Het militaire personeel heeft uitsluitend toestemming om de wapens en munitie voor oefendoeleinden te gebruiken, en wel op door de ontvangende staat daartoe speciaal bestemde locaties.
De wapens, munitie en gevaarlijke stoffen van de strijdkrachten van de zendstaat worden vervoerd, opgeslagen, bewaard en gebruikt met in achtneming van de op het grondgebied van de ontvangende staat toepasselijke regelgeving.
Tijdens een activiteit op het grondgebied van de ontvangende staat is de dracht van het uniform en de militaire onderscheidingstekens door de leden van de strijdkrachten van de zendstaat beperkt tot activiteiten van officiële en militaire aard, zulks binnen de grenzen van de exclusieve bevoegdheden van de strijdkrachten van de ontvangende staat.
Artikel 6
De personeelsleden van de zendstaat die bevoegd zijn in de zendstaat militaire voertuigen en machines te besturen, zijn eveneens bevoegd deze militaire voertuigen en machines in de ontvangende staat te besturen.
Verplaatsingen van de militaire voertuigen en machines en personeelsleden van de zendstaat worden, conform de op het grondgebied van de ontvangende staat geldende procedures, per verplaatsing toegestaan door de bevoegde autoriteiten van de ontvangende staat.
Artikel 7
Elke partij doet afstand van alle vorderingen tot schadevergoeding tegen de andere partij, alsmede tegen haar personeelsleden, voor schade die gedurende de gemeenschappelijke activiteiten aan haar personeelsleden of goederen wordt toegebracht, zelfs bij letsel of overlijden van een van haar personeelsleden tijdens de dienst.
De bepalingen van het voorgaande lid zijn evenwel niet van toepassing in geval van grove schuld of opzet door de personeelsleden van de andere partij tijdens de dienst. Onder grove schuld dient te worden verstaan grove fout of grove nalatigheid. Onder opzet dient te worden verstaan een fout begaan met het oogmerk van de dader om schade toe te brengen. De partijen stellen in onderling overleg het bestaan van grove schuld of opzet, alsmede het bedrag van de schadeloosstelling vast.
Vorderingen van derden tot schadevergoeding wegens verlies, schade of letsel veroorzaakt door het personeel van de zendstaat bij de uitvoering van de officiële opdracht, worden door de zendstaat afgehandeld. Ingeval een vordering door derden wordt ingesteld, wordt het bedrag van de schadevergoeding in gelijke delen over de partijen omgeslagen indien de schade aan beide partijen kan worden toegerekend of indien het onmogelijk is de aansprakelijkheid bij een van de partijen te leggen.
Artikel 8
Het personeel van de zendstaat dient vóór binnenkomst op het grondgebied van de ontvangende staat medisch en tandheelkundig te zijn goedgekeurd.
Elke partij is verantwoordelijk voor de eigen geneeskundige verzorging en geneeskundige afvoer. Indien nodig wordt de toegang tot spoedeisende hulp bij de geneeskundige dienst van de krijgsmachtdelen van de andere partij, alsmede de primaire afvoer ten behoeve van elk van de partijen kosteloos verleend respectievelijk verzorgd onder dezelfde voorwaarden als die welke voor de strijdkrachten van de andere partij gelden. De geneeskundige verzorging in een militair hospitaal of civiel ziekenhuis geschiedt tegen betaling.
Artikel 9
Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag slechts van toepassing op het grondgebied van het Koninkrijk in Europa.
Artikel 10
Elk geschil betreffende de interpretatie of de toepassing van de bepalingen van dit Verdrag wordt in der minne geschikt door middel van overleg of onderhandelingen tussen de partijen.
Artikel 11
Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op het verstrijken van een tijdvak van twee (2) maanden na de datum waarop de partijen elkaar er wederzijds schriftelijk van op de hoogte hebben gebracht dat aan de voor de inwerkingtreding vereiste interne bepalingen is voldaan.
Dit Verdrag wordt gesloten voor een tijdvak van vijf (5) jaren en wordt telkens stilzwijgend met eenzelfde tijdvak verlengd, tenzij een van de partijen besluit het Verdrag op te zeggen, op enig tijdstip, door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de andere partij met een opzegtermijn van 6 maanden.
Dit Verdrag kan eveneens te allen tijde op basis van schriftelijke onderlinge overeenstemming worden gewijzigd.
EN FOI de quoi, les représentants dûment autorisés des deux Parties ont signé le présent Accord.
FAIT à Rabat, le 21 mai 2013, en deux originaux, chacun en langues arabe, néerlandaise et française, tous les textes faisant également foi. En cas de divergence d’interprétation, le texte en langue française prévaudra.
Pour le Royaume des Pays-Bas,
R.G. STRIKKER
Pour le Royaume du Maroc,
ABDELTIF LOUDYI
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.