Kaderovereenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko inzake militaire samenwerking

Type Verdrag
Publication 2025-08-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

het Koninkrijk Marokko,

hierna te noemen „de partijen”,

Opnieuw bevestigend hun verplichtingen voor het Handvest van de Verenigde Naties en het internationaal recht,

Indachtig hun gemeenschappelijk belang bij de internationale vrede,

Geleid door de wens hun goede en vriendschappelijke banden te intensiveren,

De wens tot uitdrukking brengend samenwerkingsbanden met betrekking tot onderwerpen van gemeenschappelijk belang te ontwikkelen,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1

In deze Overeenkomst wordt het kader vastgesteld voor militaire samenwerking tussen de partijen op de volgende gebieden:

Artikel 2

De uitvoeringsbepalingen met betrekking tot de in artikel 1 van deze Overeenkomst genoemde samenwerkingsactiviteiten worden door middel van een passend juridisch instrument in onderlinge overeenstemming tussen beide partijen vastgesteld.

Artikel 3

Teneinde een doelmatige toepassing van de bepalingen van deze Overeenkomst te waarborgen, komen beide partijen overeen periodiek bijeen te komen in een gemengde militaire commissie, waarvan de bevoegdheden en werkwijzen in onderlinge overeenstemming worden vastgesteld.

Artikel 4

In geval van vergrijpen wordt de wetgeving toegepast van de staat op wiens grondgebied het vergrijp heeft plaatsgevonden.

De juridische en tuchtrechtelijke bepalingen die van toepassing zijn op het personeel van beide partijen dat in het kader van de militaire samenwerking op hun respectieve grondgebieden aanwezig is, worden vastgelegd in een door de partijen gesloten apart Verdrag betreffende de status van personeelsleden en strijdkrachten (SOFA).

Artikel 5

Tenzij de partijen anderszins overeenkomen, draagt elke partij haar eigen kosten met betrekking tot de deelname aan de samenwerkingsactiviteiten in het kader van deze Overeenkomst.

Artikel 6
1.

Geen van de partijen mag zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de andere partij de in het kader van de militaire samenwerking ontvangen of verkregen informatie aan derden overdragen, verzenden of overbrengen.

2.

De in het kader van de militaire samenwerking door de ene partij ontvangen informatie mag niet ten nadele van de andere partij worden gebruikt.

3.

De tussen beide partijen uitgewisselde informatie wordt overeenkomstig de in elk van beide landen toepasselijke wetgeving beschermd en gerubriceerd.

4.

De bepalingen inzake de bescherming van de gerubriceerde informatie die de partijen op basis van wederkerigheid uitwisselen of die in het kader van de militaire samenwerking wordt uitgewisseld, kunnen worden vervat in een Specifieke Overeenkomst tussen de bevoegde instanties van beide partijen.

Artikel 7
1.

De bepalingen van deze Overeenkomst doen geen afbreuk aan de internationale overeenkomsten waarbij beide landen partij zijn.

2.

Deze Overeenkomst wordt voorlopig toegepast zodra deze is ondertekend en treedt in werking op de eerste dag van de maand volgend op het verstrijken van een tijdvak van twee maanden na de datum waarop de partijen elkaar er wederzijds schriftelijk van op de hoogte hebben gebracht dat aan de voor de inwerkingtreding vereiste interne bepalingen is voldaan.

3.

Deze Overeenkomst wordt gesloten voor een tijdvak van vijf (5) jaren en wordt telkens stilzwijgend met eenzelfde tijdvak verlengd, tenzij een van de partijen besluit de Overeenkomst op te zeggen, op enig tijdstip, door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de andere partij met een opzegtermijn van 6 maanden. In een dergelijk geval worden de in uitvoering zijnde projecten voortgezet totdat ze zijn afgerond.

4.

De partijen kunnen deze Overeenkomst te allen tijde op basis van schriftelijke onderlinge overeenstemming wijzigen.

5.

Elk geschil betreffende de interpretatie of de toepassing van de bepalingen van deze Overeenkomst wordt in der minne geschikt door middel van overleg of onderhandelingen tussen de partijen.

FAIT à Rabat, le 21 mai 2013, en double exemplaire, chacun en langues arabe, néerlandaise et française, tous les textes faisant également foi. En cas de divergence d’interprétation, le texte en langue française prévaudra.

Pour le Royaume des Pays-Bas,

R.G. STRIKKER

Pour le Royaume du Maroc,

ABDELTIF LOUDYI

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.