Uitleveringsverdrag tussen Nederland en San Marino

Type Verdrag
Publication 1903-04-23
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden en de Doorluchtige Republiek van San-Marino, in gemeenschappelijk overleg overeengekomen zijnde een overeenkomst te sluiten betreffende de uitlevering van misdadigers, hebben te dien einde tot HoogstDerzelver gevolmachtigden benoemd, te weten:

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:

den heer BERNARD ORTUINUS THEODOOR HENDRIK WESTENBERG, Commandeur der Orde van den Nederlandschen Leeuw, Grootkruis der Orden van Sint Mauritius en Lazarus en van de Kroon van Italië, enz., enz., HoogstDerzelver Buitengewoon Gezant en Gevolgmachtigd Minister bij Zijne Majesteit den Koning van Italië:

De Doorluchtige Republiek van San-Marino:

den heer GASPARD FINALI, Grootkruis der Orden van Sint Mauritius en Lazarus en van de Kroon van Italië, enz., enz., politieken raad van genoemde Republiek, vice-president van den Senaat en voorzitter der Rekenkamer van het Koninkrijk Italië,

die, na elkander hunne volmachten te hebben medegedeeld, welke in goeden en behoorlijken vorm zijn bevonden, omtrent de volgende artikelen zijn overeengekomen:

Artikel 1

De Regeering der Nederlanden en de Regeering van San-Marino verbinden zich om wederkeerig aan elkander uit te leveren, volgens de voorschriften bij de volgende artikelen vastgesteld en voor zoover de wetten der beide landen die uitlevering toelaten, de personen welke veroordeeld of aangeklaagd zijn ter zake van een der feiten hieronder vermoed, gepleegd buiten het grondgebied van den Staat, aan welken de uitlevering wordt aangevraagd:

Onder de voorgaande qualificatiën zijn begrepen de poging en de medeplichtigheid, voor zoover zij strafbaar gesteld zijn bij de wetgeving van het land, aan hetwelk de uitlevering wordt gevraagd.

In geen geval zal de uitlevering plaats hebben:

Artikel 2

De uitlevering zal geen plaats hebben:

Artikel 3

De uitlevering zal geen plaats hebben zoolang de opgeëischte persoon in het land, waaraan de uitlevering wordt aangevraagd, vervolgd wordt ter zake van hetzelfde feit.

Artikel 4

Indien de opgeëischte persoon vervolgd wordt of straf ondergaat wegens een ander misdrijf, dan dat waarvoor zijne uitlevering wordt aangevraagd, zal zijne uitlevering niet worden toegestaan, dan na afloop der vervolging ingesteld in het land waaraan de uitlevering wordt aangevraagd, en, ingeval van veroordeeling, nadat hij de hem opgelegde straf zal hebben ondergaan of hem daarvan gratie zal zijn verleend. Indien evenwel, volgens de wetten van het land dat de uitlevering aanvraagt, dat tijdsverloop de verjaring der vervolging ten gevolge zou kunnen hebben, zal zijne uitlevering worden toegestaan, tenzij er bijzondere redenen mochten aanwezig zijn die er zich tegen verzetten en onder gehoudenheid tot terugzending van den uitgeleverde, zoodra de vervolging in genoemd land zal zijn afgeloopen.

Artikel 5

De uitgeleverde persoon zal niet mogen worden vervolgd noch gestraft in het land, waaraan de uitlevering is toegestaan, ter zake van een strafbaar feit niet in het tegenwoordig verdrag genoemd en vóór zijne uitlevering gepleegd, noch aan een derden Staat worden uitgeleverd zonder de toestemming van den Staat, die de uitlevering heeft toegestaan, tenzij hij de vrijheid hebbe gehad om het eerstgenoemde land weder te verlaten gedurende ééne maand nadat de tegen hem ingestelde vervolging zal zijn afgeloopen en hij, in geval van veroordeeling, de hem opgelegde straf zal hebben ondergaan of hem daarvan gratie zal zijn verleend.

Hij zal evenmin mogen worden vervolgd of gestraft ter zake van een feit in het tegenwoordig verdrag genoemd en vóór de uitlevering gepleegd, zonder de toestemming der Regeering, die den uitgeleverde heeft overgegeven, en die, indien zij zulks wenschelijk acht, de overlegging zal kunnen vorderen van een der bescheiden in art. 7 van het tegenwoordig verdrag vermeld. Intusschen zal die toestemming niet noodig zijn, wanneer de beklaagde uit eigen beweging zal hebben verzocht terecht te staan of zijn straf te ondergaan of wanneer hij binnen den bovengenoemden termijn het grondgebied van den Staat, waaraan hij is uitgeleverd, niet zal hebben verlaten.

Artikel 6

De bepalingen van het tegenwoordig verdrag zijn niet toepasselijk op staatkundige misdrijven. Hij die, ter zake van een der in artikel 1 genoemde gemeene misdrijven, is uitgeleverd, kan der halve in geen geval worden vervolgd of gestraft in den Staat, waaraan de uitlevering is toegestaan, ter zake van een staatkundig misdrijf door hem gepleegd vóór zijne uitlevering, noch van eenig feit met zoodanig staatkundig misdrijf samenhangende, tenzij hij de vrijheid hebbe gehad het land weder te verlaten gedurende eene maand nadat de tegen hem ingestelde vervolging zal zijn afgeloopen en hij, in geval van veroordeeling, de hem opgelegde straf zal hebben ondergaan of hem daarvan gratie zal zijn verleend.

De uitlevering zal worden toegestaan ook dan wanneer de schuldige een staatkundige beweegreden of een staatkundig doel mocht aanvoeren, indien het feit waarvoor zij is gevraagd op zich zelf een gemeen misdrijf oplevert.

Artikel 7

De uitlevering zal worden aangevraagd: van de zijde van Nederland, door den Minister van Buitenlandsche Zaken en van de zijde der Republiek van San-Marino door de Capitani Reggenti en alleen toegestaan worden op vertoon van het oorspronkelijke of van een gewaarmerkt afschrift hetzij van een vonnis van veroordeeling, hetzij van eene beschikking tot in staat van beschuldigingstelling of van eene beschikking waarbij rechtsingang is verleend met bevel tot gevangenneming, hetzij van een bevel van gevangenneming, afgegeven in de vormen voorgeschreven door de wetgeving van den Staat, die de aanvrage doet, waarbij het feit waarvan sprake is op zoodanige wijze wordt omschreven dat de Staat, waaraan de uitlevering wordt gevraagd, in staat zij te beoordeelen of het volgens zijne wetgeving een geval oplevert in het tegenwoordig verdrag voorzien, en ook de op het feit toepasselijke strafbepaling wordt vermeld.

De aanvrage om uitlevering zal in de Fransche taal gesteld worden en de overtuigingsstukken zullen vergezeld zijn van een Fransche vertaling.

Artikel 8

De goederen welke in het bezit waren van den opgeëischte en in beslag genomen zijn, zullen worden overgegeven aan den opeischenden Staat, indien de bevoegde macht van den Staat, waaraan de uitlevering wordt aangevraagd, de overgave daarvan heeft bevolen.

Artikel 9

In afwachting van de aanvrage om uitlevering zal de voorloopige aanhouding van den persoon, wiens uitlevering volgens het tegenwoordig verdrag kan gevraagd worden, kunnen worden verzocht: van de zijde van Nederland, door iederen officier van justitie of iederen rechter van instructie (rechter-commissaris); van den kant der Republiek van San Marino, door den commissaris der wet.

De voorloopige aanhouding is onderworpen aan de vormen en de regels voorgeschreven door de wetgeving van den Staat, waaraan de uitlevering gevraagd wordt.

De aanvrage om aanhouding zal in de Fransche taal gesteld worden.

Artikel 10

De vreemdeling, die krachtens de bepalingen van het voorgaand artikel voorloopig is aangehouden, zal, ten ware hij uit anderen hoofde behoorde in hechtenis te blijven, in vrijheid worden gesteld, indien niet binnen twintig dagen na de dagteekening van het bevel van voorloopige aanhouding de aanvrage tot uitlevering geschied is op de wijze vermeld in artikel 7, onder overlegging der bescheiden bij het tegenwoordig verdrag voorgeschreven.

Artikel 11

Wanneer, bij de vervolging in een strafzaak, uitgezonderd in het geval voorzien bij art. 6, eene der Regeeringen het noodig oordeelt om op het gebied van den anderen Staat, een onderzoek door deskundigen, een ondervraging van beklaagden of een getuigenverhoor te doen plaats hebben, zal daartoe eene rogatoire commissie gezonden worden op de wijze vermeld in art. 7. en zal daaraan gevolg gegeven worden met inachtneming van de wetten van het land, waar de deskundigen, beklaagden of getuigen zullen worden uitgenoodigd te verschijnen. De kosten door het onderzoek van deskundigen veroorzaakt zullen ten laste blijven van den Staat die er om verzoekt. Intusschen zal in spoedeischende gevallen een rogatoire commissie rechtstreeks door der rechterlijke overheid in den eenen Staat kunnen worden toegezonden aan de rechterlijke overheid in den anderen Staat.

Elke rogatoire commissie zal van eene Fransche vertaling vergezeld moeten zijn.

Artikel 12

Indien, in eene strafzaak een gemeen misdrijf betreffende, de persoonlijke verschijning van een getuige in het andere land noodig is of verlangd wordt zal zijne Regeering hem verzoeken aan de tot hem te richten uitnoodiging gevolg te geven en, in geval hij daaraan voldoet, zullen hem reis- en verblijfkosten worden toegekend volgens de tarieven en reglementen van kracht in het land, waar het verhoor zal moeten plaats hebben, behoudens het geval dat de aanvragende Regeering het noodig zal achten hoogere schadevergoeding aan den getuige toe te kennen.

Een getuige van welke nationaliteit ook, die, in een van beide Staten opgeroepen, vrijwillig voor de rechters van den anderen Staat verschijnt, zal aldaar niet kunnen worden vervolgd of aangehouden ter zake van vroeger door hem begane strafbare feiten of tegen hem wegens misdrijf uitgesproken veroordeelingen, en evenmin onder voorwendsel van medeplichtigheid aan de feiten die het onderwerp uitmaken van het geding, waarin hij als getuige optreedt.

Artikel 13

Wanneer in eene strafzaak een gemeen misdrijf betreffende, de confrontatie van misdadigers, gedetineerd in den anderen Staat, of wel de mededeeling van overtuigingsstukken of van bescheiden, welke zich in handen bevinden der autoriteiten van het andere land, nuttig of noodig zal worden geoordeeld, zal de daartoe strekkende aanvraag geschieden op de wijze vermeld in artikel 7 en zal daaraan, tenzij er bijzondere redenen mochten bestaan die er zich tegen verzetten, gevolg gegeven worden, onder gehoudenheid tot terugzending van de misdagigers en van de stukken.

Artikel 14

De doorvoer over het grondgebied van een der contracteerende Staten, van een door eene derde Mogendheid aan de andere Partij uitgeleverden persoon, die niet behoort tot het land door hetwelk de doorvoer plaats heeft, zal worden toegestaan op het eenvoudig vertoon, hetzij in het oorspronkelijke hetzij in een gewaarmerkt afschrift, van een der stukken genoemd in art. 7, mits het feit, waarop de uitlevering gegrond is, in het tegenwoordig verdrag begrepen zij en niet valle onder de bepalingen voorzien bij de artt. 2 en 6, en mits de doorvoer, wat het medegeleide betreft, geschiede met medewerking van beambten van het land dat den doorvoer over zijn grondgebied heeft toegestaan.

De kosten van doorvoer zullen komen voor rekening van den Staat die de uitlevering heeft aangevraagd.

Artikel 15

De wederzijdsche Regeeringen doen over en weder afstand van alle aanvrage om terugbetaling van de kosten van onderhoud, van vervoer en andere die, binnen de grenzen van haar wederzijdsch grondgebied, zouden kunnen voortvloeien uit de uitlevering van geklaagde, in staat van beschuldiging gestelde of veroordeelde personen, evenals van die, voortvloeiende uit de tenuitvoerlegging van rogatoire commissiën, uit het vervoer en de terugzending van misdadigers ter confrontatie en uit de toezending en terugzending der overtuigingstukken of der bescheiden.

Artikel 16

De tegenwoordige overeenkomst, die niet op de koloniën toepasselijk is, zal worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging er van zullen zoo spoedig mogelijk worden uitgewisseld.

Zij zal in werking treden vier maanden na de uitwisseling der akten van bekrachtiging en zal van kracht blijven tot zes maanden na verklaring in tegenovergestelden zin door een der beide regeeringen gedaan.

En foi de quoi, les plénipotentiaires respectifs ont signé la présente convention et y ont apposé leurs cachets.

Fait, en double, le sept novembre 1902, à Rome.

(L. S.) WESTENBERG.

(L. S.) G. FINALI.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.