Verdrag betreffende de werkloosheid
De Algemeene Conferentie van de Internationale Organisatie van den Arbeid,
door de Regeering der Vereenigde Staten van Amerika bijeengeroepen te Washington, op 29 October 1919,
besloten hebbende verschillende voorstellen aan te nemen betreffende „het vraagstuk der middelen ter voorkoming van werkloosheid en ter leniging van de gevolgen daarvan”, welk onderwerp het tweede punt uitmaakt van de agenda van de te Washington gehouden zitting van de Conferentie, en
besloten hebbende, dat deze voorstellen den vorm zullen aannemen voor een Internationaal Verdrag,
neemt het volgende Verdrag aan, dat genoemd zal worden het “Verdrag betreffende de werkloosheid, 1919”, ter bekrachtiging door de Leden van de Internationale Organisatie van den Arbeid, zulks overeenkomstig de bepalingen van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie:
Art. 1
Ieder Lid, dat dit Verdrag bekrachtigt, zal aan het Internationaal Bureau van Arbeid met zoo kort mogelijke tusschenpoozen, die niet langer mogen zijn dan drie maanden, alle beschikbare inlichtingen, statistische of andere, doen toekomen betreffende de werkloosheid, met inbegrip van alle gegevens omtrent de maatregelen, die ter bestrijding van de werkloosheid genomen zijn of zullen worden. In alle gevallen, waarin zulks mogelijk zal zijn, zullen de gegevens op zoodanige wijze moeten worden verzameld, dat daarvan mededeeling kan worden gedaan binnen de drie maanden, die volgen op het tijdperk waarop de gegevens betrekking hebben.
Art. 2
Ieder Lid, dat dit Verdrag bekrachtigt, zal een stelsel van publieke bureaux voor kostelooze arbeidsbemiddelling (arbeidsbeurzen) moeten inrichten, die onder toezicht zijn geplaatst van een centrale overheid. Commissies, welke daartoe aangewezen zijn en waarin vertegenwoordigers van de werkgevers en de werknemers zitting hebben, zullen moeten worden geraadpleegd ten opzichte van alles wat de werking dier bureaux betreft.
Wanneer naast elkander kostelooze openbare en particuliere bureaux voor arbeidsbemiddeling bestaan, moeten maatregelen worden genomen om hunne werkzaamheden in een nationaal geordend stelsel met elkander in overeenstemming te brengen.
In de werking der verschillende nationale stelsels zal door het Internationaal Bureau van Arbeid, in overleg met de betrokken landen, overeenstemming gebracht worden.
Art. 3
De Leden van de Internationale Organisatie van den Arbeid, die dit Verdrag bekrachtigen en die een stelsel van verzekering tegen werkloosheid hebben ingesteld, zullen, op de voorwaarden, vastgesteld in gemeen overleg tusschen betrokken Leden, maatregelen moeten treffen, die het aan de arbeiders, behoorende tot een dezer Leden, en werkende op het grondgebied van een ander Lid, mogelijk maken verzekeringsuitkeeringen te ontvangen, die gelijk zijn aan die, welke toegekend worden aan de arbeiders behoorende tot het laatstgenoemde Lid.
Art. 4
De officieele bekrachtigingen van dit Verdrag, onder de voorwaarden, neergelegd in het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie, zullen worden medegedeeld aan den Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door hem worden ingeschreven.
Art. 5
Ieder Lid van de Internationale Organisatie van den Arbeid, dat dit Verdrag bekrachtigt, verbindt zich om het toe te passen ten aanzien van zijn koloniën, bezittingen of protectoraten, voor zoover die geen volkomen zelfbestuur hebben, onder het volgende voorbehoud:
- a. dat de plaatselijke omstandigheden de toepassing der bepalingen van dit Verdrag niet onmogelijk maken;
- b. dat in dit Verdrag zoodanige wijzigingen kunnen worden aangebracht als noodig zullen zijn om de bepalingen daarvan aan te passen aan de plaatselijke omstandigheden.
Ieder Lid zal aan het Internationaal Bureau van Arbeid mededeeling doen van zijn beslissing ten opzichte van elke zijner koloniën, bezittingen of protectoraten, die geen volkomen zelfbestuur hebben.
Art. 6
Zoodra de bekrachtigingen van drie Leden van de Internationale Organisaties van den Arbeid door het Internationaal Arbeidsbureau zijn ingeschreven, zal de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau van dit feit mededeeling doen aan alle Leden van de Internationale Organisatie van den Arbeid.
Art. 7
Dit Verdrag zal van kracht worden op den datum, waarop deze kennisgeving door den Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau zal zijn gedaan; zij zal slechts verbindend zijn voor de Leden, die hunne bekrachtiging door het Internationaal Arbeidsbureau hebben doen inschrijven. Vervolgens zal dit Verdrag voor ieder ander Lid van kracht worden op den datum, waarop de bekrachtiging van dat Lid door het Internationaal Arbeidsbureau zal zijn ingeschreven.
Art. 8
Ieder Lid, dat dit Verdrag bekrachtigt, verbindt zich om de bepalingen daarvan in toepassing te brengen uiterlijk op 1 Juli 1921 en om zoodanige maatregelen te treffen als noodig zullen zijn om deze bepalingen rechtskracht te verschaffen.
Art. 9
Ieder Lid, dat dit Verdrag heeft bekrachtigd, kan het opzeggen na verloop van een termijn van tien jaren na den datum waarop dit Verdrag begint van kracht te worden, zulks bij verklaring, toegezonden aan den Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door dezen ingeschreven. De opzegging wordt eerst van kracht een jaar nadat zij door het Internationaal Arbeidsbureau is ingeschreven.
Art. 10
Telkens wanneer de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau zulks nodig acht legt deze een verslag inzake de toepassing van dit Verdrag voor aan de Algemene Conferentie, en gaat na of het wenselijk is de kwestie van de gehele of gedeeltelijke herziening van het Verdrag op de agenda van de Conferentie te plaatsen.
Art. 11
Zoowel de Fransche als de Engelsche tekst van dit Verdrag is authentiek.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.