Verdrag betreffende de toepassing van de wekelijkse rustdag in de industrie
De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie,
Door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau bijeengeroepen te Genève en aldaar bijeengekomen op 25 oktober 1921 in haar derde zitting,
Besloten hebbende, verschillende voorstellen aan te nemen betreffende de wekelijkse rustdag in de industrie, welk onderwerp vervat is in het zevende punt van de agenda der zitting,
Besloten hebbende, dat deze voorstellen de vorm zullen aannemen van een internationaal Verdrag,
Neemt het volgende Verdrag aan, hetwelk kan worden aangehaald als het „Verdrag betreffende de wekelijkse rustdag (industrie), 1921”, ter bekrachtiging door de Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie, zulks overeenkomstig de bepalingen van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie:
Artikel 1
Voor de toepassing van dit Verdrag worden als „nijverheidsondernemingen” beschouwd:
- a). mijnen, groeven en alle andere inrichtingen voor het winnen van minerale stoffen uit de aardbodem;
- b). bedrijven waarin goederen worden vervaardigd, veranderd, gereinigd, hersteld, versierd, afgewerkt, tot verkoop geschikt gemaakt, gesloopt of vernietigd, of waarin stoffen een verandering ondergaan, hierbij inbegrepen de scheepsbouw, alsmede de voortbrenging, transformatie en overbrenging van elektriciteit en van alle andere beweegkracht;
- c). het bouwen of aanleggen, het weer opbouwen of opnieuw aanleggen, het onderhouden, het herstellen, het veranderen of slopen van gebouwen, spoor- en tramwegen, havens, dokken, pieren, kanalen, binnenwateren, wegen, tunnels, bruggen, viaducten, riolen, goten, putten, telefoon- en telegraafinstallaties, elektrische installaties, gas- of waterleidingswerken of andere constructiewerken, met inbegrip van de voorbereidende en de funderingswerkzaamheden van zodanige werken;
- d). het vervoer van personen of goederen langs wegen, spoorwegen of binnenwateren, met inbegrip van de behandeling der goederen in dokken, op kaden, werven of in opslagplaatsen, uitgezonderd het vervoer met de hand.
Op de hierboven vermelde opsomming kunnen uitzonderingen worden gemaakt op grond van de door het Verdrag van Washington, strekkende tot beperking van de arbeidsduur in nijverheidsondernemingen tot acht uren per dag en achtenveertig uren per week, voorziene uitzonderingen voor bepaalde landen, voor zover deze uitzonderingen op het onderhavige Verdrag van toepassing zijn.
Indien dit nodig blijkt, zal ieder Lid in aansluiting aan de hierboven gegeven opsomming, de scheidingslijn kunnen vaststellen tussen de nijverheid enerzijds en de handel en landbouw anderzijds.
Artikel 2
Het gehele personeel werkzaam in nijverheidsondernemingen, hetzij overheids-, hetzij particuliere ondernemingen, of in een toebehoren daarvan, zal, behoudens de uitzonderingen genoemd in de volgende artikelen, telkens in een periode van zeven dagen een rusttijd van ten minste vierentwintig achtereenvolgende uren hebben.
Deze rusttijd zal zoveel mogelijk aan het gehele personeel van een onderneming gelijktijdig worden toegestaan.
De rusttijd zal zoveel mogelijk moeten samenvallen met de dag die door de traditie of de gebruiken van het land of de streek daaraan gewijd is.
Artikel 3
Ieder Lid zal van de toepassing van de bepalingen van artikel 2 kunnen uitzonderen de personen werkzaam in nijverheidsondernemingen waarin uitsluitend leden van één gezin werkzaam zijn.
Artikel 4
Ieder Lid kan gehele of gedeeltelijke uitzonderingen toestaan (met inbegrip van opschorting of vermindering van rusttijd) op de bepalingen van artikel 2, daarbij in het bijzonder rekening houdend met alle economische en humanitaire overwegingen en na overleg met de betrokken verenigingen van werkgevers en werknemers, zo deze bestaan.
Dit overleg is niet noodzakelijk in geval van uitzonderingen die reeds zijn toegestaan door toepassing van reeds van kracht zijnde wettelijke bepalingen.
Artikel 5
Ieder Lid zal, voor zover mogelijk, bepalingen moeten vaststellen, waarbij in geval van opschorting of vermindering van de rusttijd krachtens artikel 4 andere rusttijden ter compensatie worden gegeven, behalve in de gevallen waarin dergelijke rusttijden reeds geregeld zijn bij overeenkomst of bij plaatselijk gebruik.
Artikel 6
Ieder Lid zal een lijst opstellen van de overeenkomstig de artikelen 3 en 4 van dit Verdrag toegestane uitzonderingen en zal daarvan mededeling doen aan het Internationaal Arbeidsbureau. Ieder Lid zal vervolgens om de twee jaar van de in de lijst aangebrachte wijzigingen mededeling doen.
Het Internationaal Arbeidsbureau zal daaromtrent een verslag uitbrengen aan de Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie.
Artikel 7
Ten einde de toepassing van de bepalingen van dit Verdrag te vergemakkelijken zal iedere werkgever, directeur of bedrijfsleider de verplichting worden opgelegd:
- a). wanneer de wekelijkse rustdag aan het gehele personeel gelijktijdig gegeven wordt, van de gemeenschappelijke rusttijden kennis te geven door middel van een aankondiging, op een duidelijk zichtbare wijze aangebracht in de onderneming of op een andere geschikte plaats, dan wel op enige andere, door de overheid goedgekeurde wijze;
- b). wanneer de rusttijd niet gelijktijdig aan het gehele personeel wordt gegeven, in een register, ingericht op de bij de wet of in een reglement van de bevoegde overheid goedgekeurde wijze, de arbeiders of beambten te vermelden, die aan een bijzondere regeling van rusttijden onderworpen zijn, met aanduiding van het stelsel van de regeling der rusttijden.
Artikel 8
De officiële bekrachtigingen van dit Verdrag zullen, overeenkomstig de bepalingen van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie, ter kennis van de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau worden gebracht en door hem worden geregistreerd.
Artikel 9
Dit Verdrag zal in werking treden zodra de bekrachtigingen van twee Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie door de Directeur-Generaal zullen zijn geregistreerd.
Het zal slechts verbindend zijn voor de Leden die hun bekrachtiging hebben doen registreren bij het Internationaal Arbeidsbureau.
Vervolgens zal dit Verdrag voor ieder Lid in werking treden op de dag waarop zijn bekrachtiging is ingeschreven bij het Internationaal Arbeidsbureau.
Artikel 10
Zodra de bekrachtigingen van twee Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie bij het Internationaal Arbeidsbureau zijn geregistreerd, zal de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau hiervan kennis geven aan alle Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie. Hij zal hen eveneens in kennis stellen van de registratie van de bekrachtigingen die hem later door andere Leden van de Organisatie worden medegedeeld.
Artikel 11
Ieder Lid dat dit Verdrag bekrachtigt verbindt zich om de bepalingen van de artikelen 1, 2, 3, 4, 5, 6 en 7 uiterlijk op 1 januari 1924 in toepassing te brengen en zodanige maatregelen te nemen als nodig zullen blijken om deze doeltreffend te doen zijn.
Artikel 12
Ieder Lid van de Internationale Arbeidsorganisatie dat dit Verdrag bekrachtigt verbindt zich om het toe te passen op zijn koloniën, bezittingen en protectoraten overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie.
Artikel 13
Ieder Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd kan het opzeggen na verloop van een tijdvak van tien jaar na de datum waarop dit Verdrag in werking is getreden, door middel van een verklaring toegezonden aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door deze geregistreerd. De opzegging zal eerst een jaar nadat zij is geregistreerd bij het Internationaal Arbeidsbureau van kracht worden.
Artikel 14
Telkens wanneer de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau zulks nodig acht legt deze een verslag inzake de toepassing van dit Verdrag voor aan de Algemene Conferentie, en gaat na of het wenselijk is de kwestie van de gehele of gedeeltelijke herziening van het Verdrag op de agenda van de Conferentie te plaatsen.
Artikel 15
De Franse en de Engelse tekst van dit Verdrag zijn gelijkelijk authentiek.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.