Verdrag betreffende internationale tentoonstellingen
HOOFDSTUK I. Omschrijving en doel
Artikel 1
Een tentoonstelling is een manifestatie die, onder welke benaming ook, als voornaamste doel heeft het publiek te onderwijzen, door de inventaris op te maken van de middelen die de mens ter beschikking staan om aan de behoeften van de beschaving te voldoen en door in een of meer takken van menselijke activiteit de behaalde vooruitgang of de mogelijkheden voor de toekomst te doen uitkomen.
Een tentoonstelling is internationaal, wanneer er meer dan één Staat aan deelneemt.
De deelnemers aan een internationale tentoonstelling zijn enerzijds de exponenten van officieel vertegenwoordigde Staten, gegroepeerd in nationale afdelingen, en anderzijds de internationale organisaties of de exposanten die onderdaan zijn van niet officieel vertegenwoordigde Staten en ten slotte degenen die volgens de reglementen van de tentoonstelling zijn gemachtigd een andere activiteit te bedrijven, met name de concessionarissen.
Artikel 2
Dit Verdrag is van toepassing op alle internationale tentoonstellingen, met uitzondering van:
- a). tentoonstellingen met een duur van minder dan drie weken;
- b). tentoonstellingen van Schone Kunsten;
- c). in hoofdzaak commerciële tentoonstellingen.
Ongeacht de naam die door de organisatoren aan een tentoonstelling wordt gegeven, wordt in dit Verdrag onderscheid gemaakt tussen ingeschreven tentoonstellingen en erkende tentoonstellingen.
HOOFDSTUK II. Algemene voorwaarden voor het organiseren van internationale tentoonstellingen
Artikel 3
Voor inschrijving door het Internationaal Tentoonstellingsbureau, bedoeld in artikel 25 hieronder, komen in aanmerking de internationale tentoonstellingen die voldoen aan de volgende voorwaarden:
- A). de duur ervan mag niet minder dan zes weken en niet meer dan zes maanden zijn;
- B). de gebruiksvoorwaarden van de tentoonstellingsgebouwen die worden gebruikt door de deelnemende Staten, worden vastgesteld in het algemene tentoonstellingsreglement. Indien volgens de van kracht zijnde wetgeving in de uitnodigende Staat onroerend-goedbelasting zou moeten worden geheven, komt deze belasting ten laste van de organisatoren. Alleen de diensten die daadwerkelijk worden verleend op grond van de door het Bureau goedgekeurde reglementen kunnen in aanmerking komen voor een vergoeding;
- C). met ingang van 1 januari 1995 is de tijdruimte tussen twee ingeschreven tentoonstellingen ten minste vijf jaar, waarbij de eerste tentoonstelling kan plaatsvinden in 1995. Het Internationaal Tentoonstellingsbureau kan evenwel aanvaarden dat het tijdstip dat voortvloeit uit de voorgaande bepaling, met ten hoogste 1 jaar wordt vervroegd om de viering of herdenking van een bijzondere gebeurtenis van internationaal belang mogelijk te maken, zonder dat daardoor de tijdruimte van vijf jaar, die is vastgesteld door het oorspronkelijke tijdschema, wordt gewijzigd.
Artikel 4
A). Voor erkenning door het Internationaal Tentoonstellingsbureau komen in aanmerking de internationale tentoonstellingen die voldoen aan de volgende voorwaarden:
-
- de duur ervan mag niet minder dan 3 weken en niet meer dan 3 maanden zijn;
-
- zij moeten een nauwkeurig bepaald thema tot onderwerp hebben;
-
- de totale oppervlakte ervan mag niet meer dan 25 hectare zijn;
-
- de deelnemende Staten moeten hiervoor de beschikking krijgen over tentoonstellingsruimten die zijn gebouwd door de organisator en die geheel vrij zijn van huur, lasten, belastingen en andere kosten dan die welke een vergoeding voor geleverde diensten vormen; de grootste ruimte die aan een Staat wordt toegewezen, mag niet groter zijn dan 1000 m2. Het Internationaal Tentoonstellingsbureau kan evenwel een afwijking toestaan van de verplichting tot kosteloosheid, indien de economische en financiële situatie van de organiserende Staat zulks rechtvaardigt;
-
- van de op grond van deze paragraaf A erkende tentoonstellingen mag er slechts één worden gehouden tussen twee ingeschreven tentoonstellingen;
-
- van de op grond van deze paragraaf A ingeschreven of erkende tentoonstellingen mag er slechts één worden gehouden in de loop van een en hetzelfde jaar.
B). Het Internationaal Tentoonstellingsbureau kan eveneens zijn erkenning verlenen:
-
- aan de tentoonstelling van decoratieve kunst en moderne architectuur van de Triennale van Milaan, omdat zij reeds lang bestaat en voor zover zij haar oorspronkelijke kenmerken behoudt;
-
- aan tuinbouwtentoonstellingen van het type A1, erkend door de Internationale Tuindersvereniging, mits zij in verschillende Staten worden gehouden met een tussenpoos van ten minste twee jaar, en in eenzelfde Staat met een tussenpoos van ten minste 10 jaar;
die gehouden worden tussen twee ingeschreven tentoonstellingen in.
Artikel 5
De data van opening en sluiting van een tentoonstelling en haar algemene kenmerken worden vastgesteld bij de inschrijving of de erkenning ervan en mogen slechts met toestemming van het Internationaal Tentoonstellingsbureau worden gewijzigd.
HOOFDSTUK III. Inschrijving
Artikel 6
De Regering van een Verdragsluitende Partij op wier grondgebied een tentoonstelling is ontworpen (hierna te noemen: de uitnodigende Regering) dient aan het Bureau een verzoek tot inschrijving of erkenning daarvan te richten, daarbij aangevende de wettelijke, reglementaire of financiële maatregelen die zij ter gelegenheid van deze tentoonstelling treft. De Regering van een niet-Verdragsluitende Staat die inschrijving of erkenning van een tentoonstelling wenst, kan evenzo aan het Bureau een verzoek richten, op voorwaarde dat zij zich verbindt tot het ten aanzien van deze tentoonstelling in acht nemen van het bepaalde in de Hoofdstukken I, II, III en IV van dit Verdrag en de ter zake van hun toepassing uitgevaardigde reglementen.
Het verzoek tot inschrijving of erkenning dient te worden gedaan door de Regering die belast is met de internationale betrekkingen ten aanzien van de plaats waar de tentoonstelling volgens het ontwerp wordt ingericht (hierna te noemen: de uitnodigende Regering), ook ingeval deze Regering niet de organisator van de tentoonstelling is.
Het Bureau legt in zijn verbindende kracht hebbende reglementen de uiterste termijn vast voor het bespreken van de datum van een tentoonstelling en de kortste termijn voor de indiening van de aanvraag tot inschrijving of erkenning; het omschrijft de documenten waarvan een zodanige aanvrage vergezeld dient te gaan. Het Bureau stelt eveneens bij een verbindende kracht hebbend reglement het bedrag vast van de verschuldigde bijdragen in de kosten van behandeling van de aanvrage.
De inschrijving of erkenning wordt slechts toegestaan indien de tentoonstelling voldoet aan de voorwaarden die door dit Verdrag zijn gesteld, alsmede aan de reglementen die door het Bureau zijn uitgevaardigd.
Artikel 7
Wanneer twee of meer Staten elkaar de inschrijving of erkenning van een tentoonstelling betwisten en niet tot een vergelijk kunnen komen, roepen zij de Algemene Vergadering van het Bureau bijeen, die een beslissing neemt, rekening houdend met de ingediende overwegingen en met name met bijzondere redenen van historische of morele aard, de tijd die is verlopen sedert de laatste tentoonstelling en het aantal reeds door deze Staten georganiseerde manifestaties.
Het Bureau geeft, behalve in buitengewone omstandigheden, de voorkeur aan een tentoonstelling die is ontworpen op het grondgebied van een Verdragsluitende Partij.
Artikel 8
Behalve in het geval voorzien in artikel 5, tweede lid, verliest de Staat die inschrijving of erkenning van een tentoonstelling heeft verkregen, de aan deze inschrijving of erkenning verbonden rechten, wanneer hij het tijdstip wijzigt waarop de tentoonstelling volgens zijn verklaring zou worden gehouden. Indien de Staat verkiest de tentoonstelling op een ander tijdstip te houden, dient hij een nieuwe aanvrage in te dienen en zich zo nodig te onderwerpen aan de in artikel 7 vastgestelde procedure ter zake van eventuele concurrentie.
Artikel 9
De Verdragsluitende Partijen weigeren hun medewerking aan, hun bescherming van, alsook iedere subsidie aan tentoonstellingen die niet zijn ingeschreven of erkend.
De Verdragsluitende Partijen zijn en blijven volkomen vrij om niet deel te nemen aan een ingeschreven of erkende tentoonstelling.
Iedere Verdragsluitende Partij maakt gebruik van alle middelen die haar, gezien haar wetgeving, het meest geschikt schijnen om op te treden tegen promotors van fictieve tentoonstellingen of tentoonstellingen waarvoor de deelnemers valselijk zijn aangetrokken door misleidende beloften, aankondigingen of reclame.
HOOFDSTUK IV. Verplichtingen van de organisatoren van ingeschreven tentoonstellingen en van deelnemende Staten
Artikel 10
De uitnodigende Regering dient te waken over de naleving van het bepaalde in dit Verdrag en in de reglementen die ter zake van zijn toepassing zijn uitgevaardigd.
Indien deze Regering de tentoonstelling niet zelf organiseert, dient de rechtspersoon die haar organiseert te dezen officieel te zijn erkend door de Regering, die de naleving van de verplichtingen van deze rechtspersoon garandeert.
Artikel 11
Alle uitnodigingen tot deelneming aan een tentoonstelling, hetzij gericht aan Verdragsluitende Partijen, hetzij aan Staten die geen lid zijn, dienen uitsluitend door de Regering van de uitnodigende Staat langs diplomatieke weg te worden gericht uitsluitend aan de Regering van de uitgenodigde Staat, uit naam van zichzelf of van andere natuurlijke personen of rechtspersonen die onder haar gezag vallen. De antwoorden dienen langs dezelfde weg te worden gericht aan de uitnodigende Regering, evenals de wensen tot deelneming van niet uitgenodigde natuurlijke personen of rechtspersonen. De uitnodigingen dienen te geschieden met inachtneming van de door het Bureau voorgeschreven termijnen. Uitnodigingen aan organisaties met een internationaal karakter worden rechtstreeks aan deze organisaties gericht.
Geen Verdragsluitende Partij mag een internationale tentoonstelling organiseren of de deelneming daaraan beschermen, indien de uitnodigingen niet volgens de bepalingen van dit Verdrag zijn verzonden.
De Verdragsluitende Partijen verplichten zich ertoe geen uitnodiging tot deelneming aan een tentoonstelling te verzenden of te aanvaarden, ongeacht of zij plaatsvindt op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat of op dat van een Staat die geen lid is, indien deze uitnodiging geen melding maakt van verleende inschrijving of erkenning overeenkomstig de bepalingen van dit Verdrag.
ledere Verdragsluitende Partij kan van de organisatoren verlangen dat zij haar alleen de uitnodigingen toestuurt die voor haar bestemd zijn. Zij kan zich er ook van onthouden de uitnodigingen of de wensen tot deelneming afkomstig van natuurlijke personen of rechtspersonen die niet zijn uitgenodigd, verder te geleiden.
Artikel 12
De uitnodigende Regering moet een algemene tentoonstellingscommissaris benoemen indien het een ingeschreven tentoonstelling betreft of een tentoonstellingscommissaris indien het een erkende tentoonstelling betreft die tot taak heeft haar te vertegenwoordigen ter zake van al hetgeen voortvloeit uit dit Verdrag en al hetgeen de tentoonstelling betreft.
Artikel 13
De Regering van iedere Staat die aan een tentoonstelling deelneemt, moet een algemene afdelingscommissaris benoemen indien het een ingeschreven tentoonstelling betreft of een afdelingscommissaris indien het een erkende tentoonstelling betreft die haar vertegenwoordigt bij de uitnodigende Regering. De algemene afdelingscommissaris of de afdelingscommissaris is als enige belast met de organisatie van de nationale inzending. Hij licht de algemene tentoonstellingscommissaris of de tentoonstellingscommissaris in over de samenstelling van de inzending en waakt over de naleving van de rechten en de verplichtingen van de exposanten.
Artikel 14
Vervallen
Artikel 15
Vervallen
Artikel 16
Het douanereglement voor tentoonstellingen is vastgesteld in een Bijlage bij dit Verdrag, die daarvan een integrerend deel uitmaakt.
Artikel 17
Op een tentoonstelling worden slechts als nationale afdelingen beschouwd en kunnen derhalve slechts onder deze benaming worden aangeduid de afdelingen die onder het gezag van de door de Regeringen van de deelnemende Staten overeenkomstig artikel 13 benoemde algemene commissarissen of commissarissen zijn ingericht. Een nationale afdeling omvat alle exposanten van de desbetreffende Staat, doch niet de concessionarissen.
Artikel 18
Op een tentoonstelling mag, ten einde een deelnemer of een groep van deelnemers aan te duiden, geen gebruik worden gemaakt van een aardrijkskundige benaming die betrekking heeft op een Verdragsluitende Partij, tenzij met toestemming van de algemene afdelingscommissaris of de afdelingscommissaris die de Regering van de desbetreffende Partij vertegenwoordigt.
Indien een Verdragsluitende Partij niet aan een tentoonstelling deelneemt, waakt de algemene tentoonstellingscommissaris of de tentoonstellingscommissaris wat deze Verdragsluitende Partij betreft, over de bescherming waarin het voorgaande lid voorziet.
Artikel 19
De in de nationale afdeling van een deelnemende Staat getoonde voortbrengselen dienen een nauwe relatie te hebben met deze Staat (bij voorbeeld objecten van oorsprong van zijn grondgebied of door zijn onderdanen gecreëerde voortbrengselen).
Nochtans mogen er met de toestemming van de algemene commissarissen of de commissarissen van de andere betrokken Staten, andere objecten of voortbrengselen voorkomen, op voorwaarde dat zij slechts dienen ter aanvulling van de inzending.
In geval van onenigheid tussen deelnemende Staten in de gevallen voorzien in het eerste en het tweede lid, treedt het college van de algemene afdelingscommissarissen of de commissarissen arbitrerend op en doet uitspraak bij meerderheid van de stemmen van de aanwezige commissarissen. De uitspraak is onherroepelijk.
Artikel 20
Tenzij voorschriften in de van kracht zijnde wetgeving van de uitnodigende Staat het tegenovergestelde bepalen, mag geen monopolie van welke aard ook worden toegestaan, anders dan wat de algemene diensten betreft, met op het tijdstip van de inschrijving of erkenning verleende toestemming van het Bureau. In dat geval zijn de organisatoren gehouden aan de volgende verplichtingen:
- a). het bestaan van dit monopolie of deze monopolies aan te geven in het algemene tentoonstellingsreglement en in het deelnemingscontract;
- b). de deelnemers het gebruik van de gemonopoliseerde diensten te verzekeren op de voorwaarden die gewoonlijk in de Staat worden toegepast;
- c). in geen enkel geval de bevoegdheden van de algemene commissarissen of de commissarissen binnen hun respectieve afdelingen te beperken.
De algemene tentoonstellingscommissaris of de tentoonstellingscommissaris neemt alle maatregelen opdat de tarieven welke aan de deelnemende Staten worden opgelegd, niet hoger zijn dan die, welke aan de organisatoren van de tentoonstelling worden opgelegd en zeker niet hoger dan de normale tarieven ter plaatse.
Artikel 21
De algemene tentoonstellingscommissaris of de tentoonstellingscommissaris neemt alle binnen zijn bereik liggende maatregelen om een doeltreffend functioneren van de diensten van openbaar nut binnen de tentoonstelling te verzekeren.
Artikel 22
De uitnodigende Regering tracht de organisatie van de deelneming van de Staten en hun onderdanen zoveel mogelijk te vergemakkelijken, met name ter zake van de vervoerstarieven en de toelatingsvoorwaarden van personen en objecten.
Artikel 23
Het algemene tentoonstellingsreglement moet aangeven, of, onafhankelijk van certificaten van deelneming die kunnen worden verleend, al dan niet aan de deelnemers bekroningen worden toegekend. Ingeval in bekroningen mocht zijn voorzien, kan de toekenning hiervan tot bepaalde categorieën worden beperkt.
Voor de opening van de tentoonstelling kan elke deelnemer verklaren niet voor toekenning van bekroningen in aanmerking te willen komen.
Artikel 24
Het Internationale Tentoonstellingsbureau, bedoeld in het volgende Hoofdstuk, kan reglementen vaststellen waarin de algemene voorwaarden worden vastgelegd voor de samenstelling en de werkwijze van de jury's en voor de toekenning van bekroningen.
HOOFDSTUK V. Institutionele bepalingen
Artikel 25
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.