Verdrag betreffende de leeftijd van toelating van kinderen tot het verrichten van niet-industriële werkzaamheden

Type Verdrag
Publication 1964-11-13
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Verdrag betreffende den leeftijd van toelating van kinderen tot het verrichten van niet-industriëele werkzaamheden.

De Algemeene Conferentie van de Internationale Organisatie van den Arbeid, door den Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau bijeengeroepen te Genève en aldaar bijeengekomen op 12 April 1932 in hare zestiende zitting,

besloten hebbende verschillende voorstellen aan te nemen betreffende den leeftijd van toelating van kinderen tot het verrichten van arbeid in niet-industriëele beroepen, welk onderwerp het derde punt van de agenda der zitting is en

besloten hebbende, dat deze voorstellen den vorm zullen aannemen van een internationaal verdrag,

neemt heden den 30sten April 1932, het volgende verdrag aan, dat genoemd zal worden het “Verdrag betreffende den leeftijd van toelating van kinderen tot het verrichten van niet-industriëele werkzaamheden, 1932”, ter bekrachtiging door de leden van de Internationale Organisatie van den Arbeid, zulks in overeenstemming met de bepalingen van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie:

Artikel 1
1.

Dit verdrag is van toepassing op elken arbeid, die niet valt onder de regeling neergelegd in de volgende verdragen onderscheidenlijk door de Internationale Arbeidsconferentie aangenomen in hare eerste, tweede en derde zitting:

In elk land zal de bevoegde autoriteit, na raadpleging van de voornaamste betrokken organisaties van werkgevers en werknemers de grens vaststellen tusschen de toepasselijkheid van dit verdrag en die van de drie voornoemde verdragen.

2.

Dit verdrag is niet van toepassing op:

3.

In elk land heeft de bevoegde autoriteit de bevoegdheid om van de toepassing van dit verdrag uit te sluiten:

Artikel 2

Kinderen beneden 14 jaar of kinderen ouder dan 14 jaar, die echter nog onderworpen zijn aan den leerplicht voor zooveel de lagere school betreft, mogen niet gebruikt worden voor werkzaamheden waarop dit verdrag van toepassing is, behoudens hetgeen hierna bepaald is.

Artikel 3
1.

De kinderen, die den 12-jarigen leeftijd bereikt hebben kunnen buiten de uren voor het schoolbezoek vastgesteld, voor lichte werkzaamheden gebruikt worden, mits die werkzaamheden:

2.

De lichte werkzaamheden zijn verboden:

3.

De nationale wetgeving bepaalt, na raadpleging van de voornaamste betrokken werkgevers- en arbeidersorganisaties:

4.

Behoudens het bepaalde onder a van het eerste lid bovengenoemd:

Artikel 4
1.

In het belang van de kunst of de wetenschap of het onderwijs, kan de nationale wetgeving door middel van individueele vergunningen, afwijkingen toestaan van de bepalingen van de artikelen 2 en 3 van dit verdrag, teneinde het optreden van kinderen in alle openbare vermakelijkheden mogelijk te maken alsmede het als spelers of als figuranten deelnemen in cinematografische opnamen.

2.

Met dien verstande dat:

Artikel 5

De nationale wetgeving stelt voor de toelating tot elke werkzaamheid, die door haar aard of door de omstandigheden waaronder zij verricht wordt, gevaarlijk is voor het leven, de gezondheid of de zedelijkheid van de personen, die voor die werkzaamheid gebruikt worden, een leeftijdsgrens of leeftijdsgrenzen vast, die hooger zijn dan die genoemd in artikel 2.

Artikel 6

De nationale wetgeving stelt voor de toelating van jeugdige personen en jongelingen tot het verrichten van werkzaamheden in den rondtrekkenden handel op den openbaren weg of in openbare inrichtingen en plaatsen, tot het verrichten van voortdurende werkzaamheden bij étalages buiten, of in rondtrekkende beroepen, een leeftijdsgrens of leeftijdsgrenzen vast, die hooger zijn dan die genoemd in artikel 2 van dit verdrag, wanneer die werkzaamheden verricht worden onder omstandigheden, welke een hoogeren toelatingsleeftijd rechtvaardigen.

Artikel 7

Teneinde een doeltreffende toepassing van de bepalingen van dit verdrag te verzekeren, moet de nationale wetgeving:

Artikel 8

De jaarverslagen, bedoeld in artikel 22 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie moeten volledige inlichtingen geven over de wetgeving, vastgesteld ter uitvoering van de bepalingen van dit verdrag. De inlichtingen zullen in het bijzonder bevatten:

Artikel 9
1.

De bepalingen van de artikelen 2, 3, 4, 5, 6 en 7 van dit verdrag zijn niet van toepassing op Britsch-Indië. Doch in Britsch-Indië:

2.

Indien in Britsch-Indië een wetgeving wordt vastgesteld, die den leerplicht tot het 14de jaar uitstrekt, houdt dit artikel op van toepassing te zijn en worden de artikelen 2, 3, 4, 5, 6 en 7 van toepassing op Britsch-Indië.

Artikel 10

De officieele bekrachtigingen van dit verdrag, in overeenstemming met de bepalingen van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie, zullen worden medegedeeld aan den Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door hem worden ingeschreven.

Artikel 11
1.

Dit verdrag zal slechts verbindend zijn voor de leden van de Internationale Organisatie van den Arbeid, die hunne bekrachtiging door den Directeur-Generaal hebben doen inschrijven.

2.

Het zal van kracht worden twaalf maanden, nadat de bekrachtiging van twee leden door den Directeur-Generaal zullen zijn ingeschreven.

3.

Vervolgens zal dit verdrag voor ieder der andere leden in werking treden twaalf maanden na den datum, waarop de bekrachtiging van dat lid door het Internationaal Arbeidsbureau zal zijn ingeschreven.

Artikel 12

Zoodra de bekrachtigingen van twee leden der Internationale Organisatie van den Arbeid door het Internationaal Arbeidsbureau zijn ingeschreven, zal de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau van dit feit mededeeling doen aan alle leden van de Internationale Organisatie van den Arbeid. Hij zal hen eveneens in kennis stellen met de inschrijvingen van de bekrachtigingen, die hem later door andere leden der Organisatie zullen worden medegedeeld.

Artikel 13
1.

Ieder lid, dat dit verdrag heeft bekrachtigd, kan het opzeggen na verloop van een termijn van tien jaren na den datum, waarop dit verdrag van kracht begint te worden, zulks bij een verklaring toegezonden aan den Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door dezen in te schrijven. De opzegging wordt eerst van kracht, een jaar nadat zij door het Internationaal Arbeidsbureau is ingeschreven.

2.

Ieder lid, dat dit verdrag heeft bekrachtigd, dat binnen den termijn ven een jaar na verloop van den termijn van tien jaar, bedoeld in het vorige lid, geen gebruik maakt van de bevoegdheid tot opzegging, voorzien in dit artikel, zal voor een nieuwen termijn van vijf jaren gebonden zijn en zal in het vervolg dit verdrag kunnen opzeggen na verloop van elken termijn van vijf jaren onder de voorwaarden, bedoeld in dit artikel.

Artikel 14

Telkens wanneer de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau zulks nodig acht legt deze een verslag inzake de toepassing van dit Verdrag voor aan de Algemene Conferentie, en gaat na of het wenselijk is de kwestie van de gehele of gedeeltelijke herziening van het Verdrag op de agenda van de Conferentie te plaatsen.

Artikel 15
1.

Indien de Internationale Arbeidsconferentie een nieuw verdrag aanneemt, houdende geheele of gedeeltelijke wijziging van dit verdrag, zal de ratificatie door een lid van het nieuwe verdrag, houdende herziening, vanzelf medebrengen onmiddellijke opzegging van dit verdrag, niettegenstaande het bepaalde in artikel 13, onder voorbehoud evenwel, dat het nieuwe verdrag van kracht geworden is.

2.

Van den datum af, waarop het nieuwe verdrag, houdende herziening, van kracht geworden is, zal het onderhavige verdrag niet langer door de leden bekrachtigd kunnen worden.

3.

Het onderhavige verdrag zal echter van kracht blijven naar vorm en inhoud voor die leden, die het bekrachtigd hebben en die het nieuwe verdrag, houdende herziening, niet bekrachtigen.

Artikel 16

Zoowel de Fransche als de Engelsche tekst van dit verdrag is authentiek.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.