Kaderovereenkomst inzake een partnerschap en samenwerking tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en Mongolië, anderzijds
De Europese Unie, hierna „de Unie” genoemd,
en
het Koninkrijk België,
de Republiek Bulgarije,
de Tsjechische Republiek,
het Koninkrijk Denemarken,
de Bondsrepubliek Duitsland,
de Republiek Estland,
Ierland,
de Helleense Republiek,
het Koninkrijk Spanje,
de Franse Republiek,
de Italiaanse Republiek,
de Republiek Cyprus,
de Republiek Letland,
de Republiek Litouwen,
het Groothertogdom Luxemburg,
de Republiek Hongarije,
Malta,
het Koninkrijk der Nederlanden,
de Republiek Oostenrijk,
de Republiek Polen,
de Portugese Republiek,
Roemenië,
de Republiek Slovenië,
de Slowaakse Republiek,
de Republiek Finland,
het Koninkrijk Zweden,
het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
verdragsluitende partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna „de lidstaten” genoemd,
enerzijds, alsmede
de Regering van Mongolië, hierna „Mongolië” genoemd,
anderzijds,
hierna gezamenlijk „de partijen” genoemd,
Gezien de traditionele vriendschapsbanden tussen de partijen en de nauwe historische, politieke en economische banden die hen verenigen,
Gezien het bijzondere belang dat de partijen hechten aan het alomvattende karakter van hun wederzijdse betrekkingen,
Overwegende dat de partijen van mening zijn dat deze overeenkomst deel uitmaakt van bredere en samenhangende betrekkingen tussen hen, die tot stand zijn gekomen door overeenkomsten waarbij beide zijden partij zijn,
Opnieuw bevestigende de verbintenis van de partijen tot eerbiediging en hun wil tot bevordering van de democratische beginselen, de rechtsstaat, de mensenrechten en de fundamentele vrijheden, met inbegrip van de rechten van minderheden, zoals onder meer neergelegd in het Handvest van de Verenigde Naties en de Universele Verklaring van de rechten van de mens van de Verenigde Naties en in andere relevante internationale mensenrechteninstrumenten,
Opnieuw bevestigende dat de partijen gehecht zijn aan de beginselen van de rechtsstaat, het respect van het internationale recht, behoorlijk bestuur en de bestrijding van corruptie, en dat zij streven naar economische en sociale vooruitgang ten bate van hun bevolking, rekening houdende met het beginsel van duurzame ontwikkeling en milieubescherming,
Opnieuw bevestigende de wens van de partijen om hun onderlinge samenwerking te verbeteren, gebaseerd op deze gedeelde waarden,
Opnieuw bevestigende dat de partijen streven naar economische en sociale vooruitgang ten bate van hun bevolking, rekening houdende met het beginsel van duurzame ontwikkeling in al haar dimensies,
Opnieuw bevestigende de verbintenis van de partijen om de internationale vrede en veiligheid te bevorderen en te streven naar effectief multilateralisme en de vreedzame beslechting van geschillen, met name door samenwerking tot dit doel binnen het kader van de Verenigde Naties,
Opnieuw bevestigende dat zij streven naar betere samenwerking op het gebied van politieke en economische kwesties, alsook internationale stabiliteit, justitie en veiligheid als een fundamentele voorwaarde om duurzame sociale en economische ontwikkeling te bevorderen, armoede uit te roeien en de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling te verwezenlijken,
Overwegende dat de partijen terrorisme beschouwen als een bedreiging voor de mondiale veiligheid en dat zij hun dialoog en samenwerking in het kader van de strijd tegen het terrorisme willen intensiveren, rekening houdend met de relevante instrumenten van de VN-Veiligheidsraad, met name Resolutie 1373. De Europese veiligheidsstrategie, die in december 2003 door de Europese Raad werd goedgekeurd, beschouwt terrorisme als een belangrijke bedreiging voor de veiligheid. In dit verband heeft de Europese Unie belangrijke maatregelen getroffen, met inbegrip van een antiterrorisme-actieplan dat in 2001 werd goedgekeurd en in 2004 herzien, en een belangrijke Verklaring betreffende de bestrijding van terrorisme van 25 maart 2004, na de aanslagen in Madrid. De Europese Unie heeft tevens in december 2005 haar goedkeuring gehecht aan de EU-strategie inzake terrorismebestrijding,
Verklarende dat de partijen zich er volledig toe verbinden alle vormen van terrorisme te voorkomen en te bestrijden en de samenwerking voor terrorismebestrijding te verbeteren, alsook te strijden tegen de georganiseerde misdaad,
Overwegende dat volgens de partijen doeltreffende maatregelen voor terrorismebestrijding en de bescherming van de mensenrechten elkaar aanvullen en versterken,
Opnieuw bevestigende dat de ernstigste misdrijven die de internationale gemeenschap aangaan, niet ongestraft mogen blijven en dat de effectieve vervolging ervan moet worden gewaarborgd door maatregelen op nationaal niveau te nemen en de wereldwijde samenwerking te intensiveren,
Overwegende dat de oprichting van het Internationaal Strafhof een belangrijke ontwikkeling voor vrede en internationale gerechtigheid is en dat de Raad van de Unie op 16 juni 2003 zijn goedkeuring heeft gehecht aan een gemeenschappelijk standpunt inzake het Internationaal Strafhof, gevolgd door een actieplan dat op 4 februari 2004 werd goedgekeurd,
Overwegende dat de partijen de mening delen dat de proliferatie van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor een ernstige bedreiging voor de internationale veiligheid vormt, en dat zij hun dialoog en samenwerking op dit gebied wensen te versterken. De door de gehele internationale gemeenschap aangegane verbintenis om de proliferatie van massavernietigingswapens te bestrijden ligt ten grondslag aan de aanneming, bij consensus, van Resolutie 1540 van de VN-Veiligheidsraad. De Raad van de Europese Unie keurde op 17 november 2003 EU-beleidsmaatregelen goed om non-proliferatiebeleid te integreren in de EU-betrekkingen met derde landen. De Europese Raad keurde op 12 december 2003 tevens een strategie goed voor de bestrijding van proliferatie,
Overwegende dat de Europese Raad van oordeel is dat handvuurwapens en lichte wapens een groeiende bedreiging voor de vrede, de veiligheid en de ontwikkeling vormen en op 13 januari 2006 zijn goedkeuring hechtte aan een strategie tot bestrijding van de illegale accumulatie van in handvuurwapens en lichte wapens en van munitie daarvoor. In deze strategie benadrukte de Europese Raad de noodzaak om een alomvattende en consistente aanpak van het veiligheids- en ontwikkelingsbeleid te verzekeren,
Uitdrukking gevende aan hun integrale engagement om duurzame ontwikkeling over de hele lijn te bevorderen, met inbegrip van milieubescherming en doeltreffende samenwerking voor de aanpak van de klimaatverandering en voedselzekerheid, alsook de doeltreffende bevordering en tenuitvoerlegging van internationaal erkende arbeids- en sociale normen,
Onderstrepende het belang van een verdieping van de betrekkingen en de samenwerking op gebieden als overname, asiel en visumbeleid, en van een gezamenlijke aanpak van migratie en mensenhandel,
Herhalende het belang van de handel voor de bilaterale betrekkingen en meer bepaald van de handel in grondstoffen en onderstrepende de verbintenis van de partijen om specifieke regelgeving inzake grondstoffen overeen te komen in het Subcomité voor handel en investeringen,
Opmerkende dat de bepalingen van deze overeenkomst die binnen het toepassingsgebied van het derde deel, titel V, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vallen, het Verenigd Koninkrijk en Ierland als afzonderlijke overeenkomstsluitende partijen binden, en niet als deel van de Europese Unie, totdat de Europese Unie tezamen met het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland Mongolië ervan in kennis heeft gesteld dat het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland gebonden zijn als deel van de Europese Unie, overeenkomstig Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht. Indien het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland niet langer gebonden zijn als deel van de Europese Unie overeenkomstig artikel 4 bis van Protocol nr. 21, moet de Europese Unie tezamen met het Verenigd Koninkrijk en/of Ierland Mongolië onmiddellijk in kennis stellen van iedere wijziging in hun positie; in dat geval blijven zij op persoonlijke titel gebonden door de bepalingen van de overeenkomst. Hetzelfde geldt voor Denemarken, overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van Denemarken dat aan die verdragen is gehecht,
Bevestigende de verbintenis van de partijen tot versterking van de bestaande betrekkingen ter stimulering van hun onderlinge samenwerking, en hun gemeenschappelijke streven om de betrekkingen op gebieden van wederzijds belang te consolideren, te verdiepen en te diversifiëren, op basis van gelijkwaardigheid, op niet-discriminerende grondslag, en wederzijds tot voordeel strekkend,
Zijn als volgt overeengekomen:
TITEL I. AARD EN TOEPASSINGSGEBIED
Artikel 1. Algemene beginselen
De eerbiediging van de democratische beginselen en de rechten van de mens, zoals deze zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens en andere desbetreffende internationale mensenrechteninstrumenten, en van het beginsel van de rechtsstaat, ligt ten grondslag aan het binnenlandse en het buitenlandse beleid van beide partijen en is een essentieel element van deze overeenkomst.
De partijen bevestigen dat zij de waarden delen die zijn vastgelegd in het Handvest van de Verenigde Naties.
De partijen bevestigen dat zij zich ertoe verbinden alle aspecten van duurzame ontwikkeling te stimuleren, samen te werken om het probleem van de klimaatverandering en de mondialisering aan te pakken en bij te dragen tot de verwezenlijking van de internationaal overeengekomen ontwikkelingsdoelstellingen, waaronder de millenniumdoelstellingen voor ontwikkeling. De partijen bevestigen opnieuw hun gehechtheid aan een hoog niveau van milieubescherming en geïntegreerde sociale structuren.
De partijen bevestigen opnieuw hun gehechtheid aan de Verklaring van Parijs van 2005 inzake de doeltreffendheid van hulp (Verklaring van Parijs) en komen overeen hun samenwerking te versterken om betere resultaten op het gebied van ontwikkeling te verwezenlijken.
De partijen bevestigen dat zij belang hechten aan de beginselen van Behoorlijk bestuur, waaronder de onafhankelijkheid van justitie, en corruptiebestrijding.
Artikel 2. Doel van de samenwerking
Met het oog op de versterking van hun bilaterale betrekkingen voeren de partijen een brede dialoog en stimuleren ze verdere samenwerking in alle sectoren van gezamenlijk belang. Hun inspanningen zijn met name gericht op:
- a. het opzetten van samenwerking op het gebied van politieke en economische zaken in alle relevante regionale en internationale fora en organisaties;
- b. het opzetten van samenwerking op het gebied van de bestrijding van ernstige misdrijven waarmee de internationale gemeenschap wordt geconfronteerd;
- c. het opzetten van samenwerking inzake de bestrijding van de proliferatie van massavernietigingswapens en inzake handvuurwapens en lichte wapens;
- d. het ontwikkelen van handel en investeringen tussen de partijen tot wederzijds voordeel; het opzetten van samenwerking op alle handels- en investeringsgerelateerde gebieden van gezamenlijk belang, teneinde de handels- en investeringsstromen te vergemakkelijken en barrières voor handel en investeringen te voorkomen en weg te nemen;
- e. het opzetten van samenwerking op het gebied van justitie, vrijheid en veiligheid, inclusief de rechtsstaat en gerechtelijke samenwerking, gegevensbescherming, migratie, smokkel en mensenhandel, de bestrijding van de georganiseerde misdaad, terrorisme, grensoverschrijdende misdaden, het witwassen van geld en drugs;
- f. het opzetten van samenwerking in alle andere sectoren van wederzijds belang, met name macro-economisch beleid en financiële diensten, belastingen en douane, met inbegrip van Behoorlijk bestuur op belastinggebied, industrieel beleid en kleine en middelgrote ondernemingen, de informatiemaatschappij, audiovisuele en andere media, wetenschap en technologie, energie, vervoer, onderwijs en cultuur, milieu en natuurlijke hulpbronnen, landbouw en plattelandsontwikkeling, gezondheid, werkgelegenheid en sociale zaken, en statistiek;
- g. het bevorderen van de deelname van beide partijen aan regionale en subregionale samenwerkingsprogramma's die openstaan voor de andere partij;
- h. het vergroten van de rol en de zichtbaarheid van de partijen in elkaars regio;
- i. het bevorderen van het begrip tussen mensen door middel van samenwerking tussen verschillende non-gouvernementele entiteiten, zoals denktanks, wetenschappers, maatschappelijke organisaties en de media, in de vorm van workshops, conferenties, contacten tussen jongeren en andere activiteiten;
- j. het bevorderen van de uitbanning van armoede in de context van duurzame ontwikkeling en de geleidelijke integratie van Mongolië in de wereldeconomie.
Artikel 3. Bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor
De partijen zijn van oordeel dat de verspreiding van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor, onder zowel staten als niet-statelijke actoren, een van de ernstigste bedreigingen voor de internationale stabiliteit en veiligheid vormt.
De partijen werken samen en leveren een bijdrage aan de bestrijding van de proliferatie van massavernietigingswapens en overbrengingsmiddelen daarvoor, door de volledige naleving en de uitvoering op nationaal niveau van de verbintenissen die zij zijn aangegaan in het kader van internationale verdragen en overeenkomsten op het gebied van ontwapening en non-proliferatie. alsmede van hun andere internationale verplichtingen op dat gebied, zoals Resolutie 1540 van de VN-Veiligheidsraad. De partijen komen overeen dat deze bepaling een essentieel element van deze overeenkomst vormt.
De partijen komen bovendien overeen samen te werken en bij te dragen aan de strijd tegen massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, door:
- –. maatregelen te nemen die gericht zijn op ondertekening of bekrachtiging van of toetreding, naar gelang van het geval, tot alle andere internationale instrumenten ter zake, en op de volledige tenuitvoerlegging daarvan;
- –. een doeltreffend systeem voor nationale exportcontroles op te zetten om de uitvoer en doorvoer van met massavernietigingswapens verband houdende goederen te controleren, met inbegrip van de controle van technologie voor tweeërlei gebruik op eindgebruik voor massavernietigingswapens, met doeltreffende sancties op inbreuken op deze exportcontroles.
De partijen stellen een regelmatige politieke dialoog in ter begeleiding en consolidatie van deze elementen. Deze dialoog kan op regionale basis plaatsvinden.
Artikel 4. Handvuurwapens en lichte wapens
De partijen erkennen dat de illegale productie en overdracht van en de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor, alsmede buitensporige accumulatie, slecht beheer, inadequaat beveiligde voorraden en ongecontroleerde verspreiding ervan een ernstige bedreiging voor de vrede en de internationale veiligheid blijven vormen.
De partijen komen overeen hun verplichtingen met betrekking tot de aanpak van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor na te komen en volledig ten uitvoer te leggen, overeenkomstig de bestaande internationale verdragen en de resoluties van de VN-Veiligheidsraad, evenals hun verbintenissen in het kader van andere internationale instrumenten op dit gebied, zoals het VN-actieprogramma ter voorkoming, bestrijding en uitbanning van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten.
De partijen werken samen en zien toe op coördinatie, complementariteit en synergie bij de aanpak van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens en munitie daarvoor, op mondiaal, regionaal, subregionaal en nationaal niveau, en stellen een regelmatige politieke dialoog in ter begeleiding en consolidatie van deze werkzaamheden.
Artikel 5. Ernstige misdrijven waarmee de internationale gemeenschap wordt geconfronteerd (het Internationaal Strafhof)
De partijen bevestigen opnieuw dat de ernstigste misdrijven die de gehele internationale gemeenschap aangaan, niet ongestraft mogen blijven en dat de effectieve vervolging ervan moet worden gewaarborgd door maatregelen op nationaal en waar nodig internationaal niveau, onder meer in het Internationaal Strafhof. De partijen zijn van oordeel dat de oprichting van een doeltreffend functionerend Internationaal Strafhof een belangrijke ontwikkeling is voor internationale vrede en gerechtigheid.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.