Verdrag ter verzekering van uitkeringen of bijstand aan onvrijwillig werklozen

Type Verdrag
Publication 1967-01-17
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Algemene Conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie, door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau bijeengeroepen te Genève en aldaar bijeengekomen op 4 juni 1934 in haar achttiende zitting,

besloten hebbende verschillende voorstellen aan te nemen betreffende de werkloosheidsverzekering en de verschillende vormen van bijstand aan werklozen, welk onderwerp het tweede punt van de agenda der zitting is, en

besloten hebbende dat deze voorstellen de vorm zullen aannemen van een internationaal Verdrag,

neemt heden de 23ste juni 1934 het volgende Verdrag aan dat genoemd zal worden „Verdrag betreffende de werkloosheid 1934”:

Artikel 1
1.

Elk lid der Internationale Arbeidsorganisatie, dat dit Verdrag bekrachtigt, verplicht zich tot de instandhouding van een stelsel dat aan de onvrijwillig werklozen, bedoeld in dit Verdrag, verzekert, hetzij:

2.

Dit stelsel kan, mits het aan alle personen waarop dit Verdrag van toepassing is, de uitkeringen of de bijstand, bedoeld in het eerste lid, verzekert, zijn:

3.

De voorwaarden, waaronder werklozen van het stelsel van uitkeringen overgaan naar het stelsel van bijstand, zullen, in voorkomend geval, door de nationale wetgeving worden vastgesteld.

Artikel 2
1.

Dit Verdrag is van toepassing op alle personen die gewoonlijk tegen loon of salaris werkzaam zijn.

2.

Elk Lid kan echter in zijn nationale wetgeving de door dit Lid nodig geachte uitzonderingen maken, betreffende:

3.

De Leden moeten in de jaarrapporten welke zij over de toepassing van dit Verdrag moeten indienen, de uitzonderingen vermelden, welke zij krachtens het vorig lid hebben vastgesteld.

4.

Dit Verdrag is niet van toepassing op zeelieden, zeevissers, noch op landarbeiders, zoals die groepen door de nationale wetgeving zijn vastgesteld.

Artikel 3

In geval van gedeeltelijke werkloosheid moeten de uitkeringen of de bijstand toegekend worden aan de werklozen wier werk verminderd is, op de wijze als door de nationale wetgeving bepaald.

Artikel 4

Het recht om uitkering of bijstand te ontvangen kan afhankelijk worden gesteld van de volgende door de aanvrager te vervullen voorwaarden:

Artikel 5

Het recht op uitkering of bijstand kan afhankelijk worden gesteld van andere voorwaarden; eveneens kunnen bepalingen omtrent uitsluiting van dat recht worden vastgesteld; in het bijzonder kunnen de rechten afhankelijk worden gesteld van het bepaalde bij de artikelen 6, 7, 8, 9, 10, 11 en 12. Andere dan in de genoemde artikelen voorziene voorwaarden en uitsluitingen moeten in de jaarrapporten welke door de Leden over de toepassing van dit Verdrag worden ingediend, worden aangegeven.

Artikel 6

Het recht op uitkering of bijstand kan afhankelijk worden gesteld van het vervullen van een wachttijd, welke omvat:

Artikel 7

Het recht op uitkering of bijstand kan afhankelijk worden gesteld van het verstrijken van een karenz-tijd, waarvan de duur en voorwaarden van toepassing door de nationale wetgeving moeten worden vastgesteld.

Artikel 8

Het recht op uitkering of bijstand kan afhankelijk worden gesteld van het volgen van een vakcursus of van een andere cursus.

Artikel 9

Het recht op uitkering of bijstand kan afhankelijk worden gesteld van het aannemen, op voorwaarden vast te stellen door de nationale wetgeving, van arbeid bij werkverschaffing uitgaande van een overheidsdienst.

Artikel 10
1.

De aanvrager kan gedurende een gepast tijdvak van het recht op uitkering of bijstand worden uitgesloten, indien hij weigert passende arbeid te aanvaarden. Arbeid mag niet als passend worden beschouwd:

2.

De verzoeker kan gedurende een gepast tijdvak uitgesloten worden van het recht op uitkering of bijstand:

3.

Iedere aanvrager die bij het verlaten van zijn betrekking krachtens zijn arbeidsovereenkomst van zijn werkgever een schadeloosstelling heeft ontvangen, welke in wezen gelijk is aan het loonverlies gedurende een bepaald tijdvak, kan voor de duur van dat tijdvak worden uitgesloten van het recht op uitkering of bijstand. Een uitkering bij ontslag krachtens de nationale wetgeving wordt evenwel niet beschouwd een dergelijke schadeloosstelling te zijn.

Artikel 11

Het recht op uitkering of bijstand kan worden beperkt tot een bepaald tijdvak, dat in de regel niet korter mag zijn dan 156 werkdagen per jaar en in geen geval korter dan 78 werkdagen per jaar.

Artikel 12
1.

De betaling van de uitkeringen mag niet afhankelijk worden gesteld van de behoeften van de aanvrager.

2.

Het recht op bijstand kan afhankelijk worden gesteld van het bewijs, op door de nationale wetgeving te bepalen voorwaarden, dat de aanvrager in behoeftige omstandigheden verkeert.

Artikel 13
1.

De uitkeringen moeten in geld worden betaald, doch aanvullende uitkeringen, bestemd om de wedertewerkstelling van de verzekerde te vergemakkelijken kunnen in natura worden toegekend.

2.

De bijstand kan in natura worden toegekend.

Artikel 14

In overeenstemming met de nationale wetgeving dienen scheidsgerechten of andere bevoegde autoriteiten te worden ingesteld om in de geschillen ontstaan door de aanvragen om uitkering of bijstand, gedaan door de personen op wie dit Verdrag van toepassing is, te beslissen.

Artikel 15
1.

De aanvrager kan van het recht op uitkering of bijstand worden uitgesloten gedurende de tijd dat hij in het buitenland woont.

2.

Er kan een bijzondere regeling worden vastgesteld voor werknemers uit de grensstreken, die hun arbeid verrichten in het ene land en hun woonplaats in het andere land hebben.

Artikel 16

Vreemdelingen moeten recht op uitkeringen en bijstand hebben op dezelfde voorwaarden als de eigen onderdanen. Elk Lid kan echter ten aanzien van de betalingen uit fondsen waaraan de aanvrager niet heeft bijgedragen, weigeren onderdanen van een Lid of een Staat die door dit Verdrag niet gebonden is, op dezelfde wijze te behandelen als zijn eigen onderdanen.

Artikel 17

De officiële bekrachtigingen van dit Verdrag worden medegedeeld aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door hem geregistreerd.

Artikel 18

Dit Verdrag is slechts verbindend voor de Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie, die hun bekrachtigingen door de Directeur-Generaal hebben doen registreren.

Het treedt in werking twaalf maanden nadat de bekrachtigingen van twee Leden door de Directeur-Generaal zijn geregistreerd,

Vervolgens treedt dit Verdrag ten aanzien van ieder der andere Leden in werking twaalf maanden na de datum waarop de bekrachtiging van dat Lid is geregistreerd.

Artikel 19

Zodra de bekrachtigingen van twee Leden der Internationale Arbeidsorganisatie door het Internationaal Arbeidsbureau zijn geregistreerd, doet de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau van dit feit mededeling aan alle Leden van de Internationale Arbeidsorganisatie. Hij stelt hen eveneens in kennis van de registratie van de bekrachtigingen die hem later door andere Leden der Organisatie worden medegedeeld.

Artikel 20
1.

Ieder Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd, kan het opzeggen na verloop van een termijn van vijf jaar na de datum waarop dit Verdrag van kracht is geworden, en wel door een verklaring toegezonden aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door deze te registreren. De opzegging wordt eerst van kracht een jaar nadat zij door het Internationaal Arbeidsbureau is geregistreerd.

2.

Ieder Lid dat dit Verdrag heeft bekrachtigd, en niet binnen een jaar na het verloop van de termijn van vijf jaar, bedoeld in het vorige lid, gebruik maakt van die bevoegdheid tot opzegging voorzien in dit artikel, is voor een nieuwe termijn van vijf jaren gebonden en kan daarna dit Verdrag opzeggen, na verloop van elke termijn van vijf jaar onder de voorwaarden bedoeld in dit artikel.

Artikel 21

Telkens wanneer de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau zulks nodig acht, legt deze een verslag inzake de toepassing van dit Verdrag voor aan de Algemene Conferentie, en gaat na of het wenselijk is de kwestie van de gehele of gedeeltelijke herziening van het Verdrag op de agenda van de Conferentie te plaatsen.

Artikel 22

Indien de Conferentie een nieuw Verdrag aanneemt, houdende gehele of gedeeltelijke herziening van het onderhavige Verdrag, zal, tenzij het nieuwe verdrag anders bepaalt:

Het onderhavige Verdrag blijft echter in elk geval naar huidige vorm en inhoud van kracht ten aanzien van die Leden die het bekrachtigd hebben en die het nieuwe verdrag, houdende herziening, niet hebben bekrachtigd.

Artikel 23

De Franse en de Engelse tekst van dit Verdrag zijn beide authentiek.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.