Verdrag betreffende repatriëring van schepelingen

Type Verdrag
Publication 1964-11-13
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Verdrag betreffende repatriëring van schepelingen

De Algemene Conferentie van de Internationale Organisatie van de Arbeid, door de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau bijeengeroepen te Genève en aldaar bijeengekomen op 7 Juni 1926, in haar negende zitting,

besloten hebbende verschillende voorstellen aan te nemen betreffende repatriëring van schepelingen, welk onderwerp begrepen is in punt 1 van de agenda der zitting en

besloten hebbende, dat deze voorschriften de vorm zullen aannemen van een internationaal verdrag,

neemt heden de 23ste Juni 1926 het volgende verdrag aan, dat genoemd zal worden het “Verdrag betreffende repatriëring van schepelingen, 1926”, ter bekrachtiging door de leden van de Internationale Organisatie van de Arbeid, zulks overeenkomstig de bepalingen van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie:

De wijziging is in werking getreden op 15 januari 1948 (Trb. 1957/181).

Artikel 1
1.

Dit verdrag is van toepassing op alle zeevaartuigen ingeschreven in het land van een der leden, die dit verdrag bekrachtigd hebben en op de reders, kapiteins en schepelingen van die schepen.

2.

Het is niet van toepassing op:

Artikel 2

Voor de toepassing van dit verdrag moeten de volgende uitdrukkingen als volgt worden verstaan:

Artikel 3
1.

Ieder schepeling, die tijdens de duur van de arbeidsovereenkomst of bij het eind daarvan in het buitenland ontscheept is, heeft recht op vervoer hetzij naar zijn land, hetzij naar de haven, waar de arbeidsovereenkomst aangegaan werd, hetzij naar de haven, waar de reis is aangevangen, overeenkomstig de bepalingen van de nationale wet, welke de nodige voorschriften dienaangaande moet geven en in het bijzonder moet vaststellen, te wiens laste de kosten van repatriëring komen.

2.

De repatriëring wordt als voldoende verzekerd beschouwd, indien de schepeling een behoorlijke betrekking wordt verschaft aan boord van een schip, dat zich begeeft naar een der bestemmingsplaatsen, bedoeld in het vorig lid.

3.

Als gerepatrieerd wordt beschouwd de schepeling, die ontscheept is hetzij in zijn eigen land, hetzij in de haven waar de overeenkomst aangegaan werd of in een naburige haven, hetzij in de haven, waar de reis is aangevangen.

4.

De nationale wet of, bij gebreke van wettelijke bepalingen, de arbeidsovereenkomst zal de voorwaarden vaststellen, waaronder de vreemde schepeling die aan boord gekomen is in een ander land dan het zijne, recht heeft op repatriëring. De bepalingen van de vorige leden blijven echter van toepassing op de schepeling aan boord gekomen in zijn eigen land.

Artikel 4

De kosten van repatriëring kunnen niet ten laste van de schepeling gebracht worden, indien hij achtergelaten is ten gevolge van:

Artikel 5
1.

De kosten van repatriëring moeten omvatten alle uitgaven met betrekking tot het vervoer, de huisvesting en de voeding van de schepeling gedurende de reis. Zij omvatten eveneens de kosten van onderhoud van de schepeling tot aan het ogenblik vastgesteld voor zijn vertrek.

2.

Wanneer de schepeling gerepatrieerd wordt als lid van een bemanning, heeft hij recht op beloning voor zijn diensten verricht gedurende de reis.

Artikel 6

De openbare macht van het land, waar het schip staat ingeschreven, is gehouden te waken voor de repatriëring van alle schepelingen in geval het onderhavige verdrag op hen van toepassing is, zonder onderscheid van nationaliteit van de schepelingen; indien nodig zal zij de kosten der repatriëring voorschieten.

Artikel 7

De officiële bekrachtigingen van dit verdrag, overeenkomstig het bepaalde in het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie, zullen worden medegedeeld aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door hem worden ingeschreven.

Artikel 8
1.

Dit verdrag zal van kracht worden, zodra de bekrachtigingen van twee leden van de Internationale Organisatie van de Arbeid door de Directeur-Generaal zullen zijn ingeschreven.

2.

Het zal slechts verbindend zijn voor de leden, die hun bekrachtiging door de Directeur-Generaal hebben doen inschrijven.

3.

Vervolgens zal dit verdrag voor ieder der andere leden in werking treden op de datum, waarop de bekrachtiging van dat lid door het Internationaal Arbeidsbureau zal zijn ingeschreven.

Artikel 9

Zodra de bekrachtigingen van twee leden der Internationale Organisatie van de Arbeid door het Internationaal Arbeidsbureau zijn ingeschreven, zal de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau van dit feit mededeling doen aan alle leden van de Internationale Organisatie van de Arbeid. Hij zal hen eveneens in kennis stellen met de inschrijvingen van de bekrachtigingen, die hem later door andere leden der Organisatie zullen worden medegedeeld.

Artikel 10

Behoudens het bepaalde in artikel 8, verbindt ieder lid, dat dit verdrag bekrachtigt, zich om de bepalingen van de artikelen 1, 2, 3, 4, 5 en 6 uiterlijk op 1 Januari 1928 in toepassing te brengen en zodanige maatregelen te nemen als nodig zullen blijken om deze doeltreffend te doen zijn.

Artikel 11

Ieder lid van de Internationale Organisatie van de Arbeid, dat dit verdrag bekrachtigt, verbindt zich om het toe te passen ten aanzien van zijn koloniën, bezittingen en protectoraten, overeenkomstig de bepalingen van artikel 35 van het Statuut van de Internationale Arbeidsorganisatie.

Artikel 12

Ieder lid, dat dit verdrag heeft bekrachtigd, kan het opzeggen na verloop van een termijn van tien jaren na de datum, waarop dit verdrag van kracht begint te worden, zulks bij een verklaring toegezonden aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau en door deze in te schrijven. De opzegging wordt eerst van kracht een jaar nadat zij door het Internationaal Arbeidsbureau is ingeschreven.

Artikel 13

Telkens wanneer de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau zulks nodig acht legt deze een verslag inzake de toepassing van dit Verdrag voor aan de Algemene Conferentie, en gaat na of het wenselijk is de kwestie van de gehele of gedeeltelijke herziening van het Verdrag op de agenda van de Conferentie te plaatsen.

Artikel 14

Zowel de Franse als de Engelse tekst van dit verdrag is authentiek.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.