Wapenhandelsverdrag
Preambule
De staten die partij zijn bij dit Verdrag,
Geleid door de doelstellingen en beginselen van het Handvest van de Verenigde Naties,
Herinnerend aan artikel 26 van het Handvest van de Verenigde Naties waarmee beoogd wordt de totstandkoming en de handhaving van de internationale vrede en veiligheid te bevorderen op een wijze waarbij een zo gering mogelijk deel van wat de wereld aan mensen en middelen te bieden heeft wordt uitgetrokken voor bewapening,
De noodzaak onderstrepend de illegale handel in conventionele wapens te voorkomen en uit te bannen en de omleiding ervan naar de illegale markt of voor onbevoegd eindgebruik en onbevoegde eindgebruikers te beletten, mede met het oog op het plegen van terroristische daden,
De legitieme veiligheidsbelangen van staten erkennend, alsmede belangen van politieke, economische en commerciële aard ten aanzien van de internationale handel in conventionele wapens,
Opnieuw het soevereine recht van elke Staat bevestigend uitsluitend op zijn grondgebied conventionele wapens te reguleren en hierop toezicht te houden ingevolge zijn eigen rechtsstelsel of constitutionele systeem,
Erkennend dat vrede en veiligheid, ontwikkeling en mensenrechten de pijlers vormen van het systeem van de Verenigde Naties en de basis voor de collectieve veiligheid en erkennend dat ontwikkeling, vrede, veiligheid en mensenrechten met elkaar verbonden zijn en elkaar wederzijds versterken,
In herinnering roepend de Richtlijnen van de Ontwapeningscommissie van de Verenigde Naties voor internationale wapenoverdrachten in het kader van resolutie 46/36H van de Algemene Vergadering van 6 december 1991.
Gelet op de bijdrage via het actieprogramma van de Verenigde Naties ter voorkoming, bestrijding en uitbanning van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens in al zijn aspecten, alsmede het Protocol tegen de illegale vervaardiging van en handel in vuurwapens, hun onderdelen, componenten en munitie tot aanvulling van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende misdaad, alsmede het Internationale Instrument waarmee staten tijdig en op betrouwbare wijze illegale handvuurwapens en lichte wapens kunnen identificeren en traceren,
De gevolgen voor de veiligheid erkennend alsmede de sociale, economische en humanitaire consequenties van de illegale en ongereguleerde handel in conventionele wapens,
Indachtig dat burgers, en vrouwen en kinderen in het bijzonder, het overgrote deel uitmaken van degenen die getroffen worden door gewapende conflicten en gewapend geweld,
Voorts de moeilijkheden onderkennend waarmee slachtoffers van gewapende conflicten geconfronteerd worden en hun behoefte aan toereikende zorg, rehabilitatie en sociale en economische herintegratie,
Benadrukkend dat niets in dit Verdrag staten belet doeltreffende aanvullende maatregelen in stand te houden en aan te nemen die bijdragen aan voorwerp en doel van dit Verdrag,
Gelet op de legitieme handel, de rechtmatige eigendom en gebruik van bepaalde conventionele wapens voor recreatieve, culturele, historische en sportieve activiteiten, voor zover deze handel, de eigendom en het gebruik wettelijk zijn toegestaan of bij wet worden beschermd,
Voorts gelet op de rol die regionale organisaties op verzoek kunnen spelen door staten die partij zijn bij te staan bij de tenuitvoerlegging van dit Verdrag,
De actieve en eigen rol erkennend die het maatschappelijk middenveld, met inbegrip van non-gouvernementele organisaties, en de industriële sector kunnen spelen bij het bevorderen van voorwerp en doel van dit Verdrag en bij het ondersteunen van de tenuitvoerlegging ervan,
Erkennend dat regulering van de internationale handel in conventionele wapens en het voorkomen van de omleiding ervan niet ten koste mogen gaan van de internationale samenwerking en legitieme handel in materieel, uitrusting en technologie voor vreedzame doeleinden,
De wenselijkheid benadrukkend universele aansluiting bij dit Verdrag te verwezenlijken,
Vastberaden volgens de volgende beginselen te werk te gaan:
Beginselen
Het inherente recht van alle staten tot individuele of collectieve zelfverdediging zoals erkend in artikel 51 van het Handvest van de Verenigde Naties;
Het langs vreedzame weg tot een oplossing brengen van internationale geschillen, op zodanige wijze dat de internationale vrede en veiligheid en de gerechtigheid niet in gevaar worden gebracht, overeenkomstig artikel 2, derde lid, van het Handvest van de Verenigde Naties;
Het zich onthouden in hun internationale betrekkingen van bedreiging met of het gebruik van geweld tegen de territoriale integriteit of de politieke onafhankelijkheid van een staat, en van elke andere handelswijze die onverenigbaar is met de doelstellingen van de Verenigde Naties, overeenkomstig artikel 2, vierde lid, van het Handvest van de Verenigde Naties;
Niet-inmenging in aangelegenheden die wezenlijk onder de nationale rechtsmacht van een staat vallen, overeenkomstig artikel 2, zevende lid, van het Handvest van de Verenigde Naties;
Het humanitair oorlogsrecht te eerbiedigen en te doen eerbiedigen in overeenstemming met, onder andere, de Verdragen van Genève van 1949 en de rechten van de mens, te eerbiedigen en te doen eerbiedigen in overeenstemming met, onder andere, het Handvest van de Verenigde Naties en de Universele Verklaring van de rechten van de mens
De verantwoordelijkheid van alle staten om in overeenstemming met hun onderscheiden internationale verplichtingen de internationale handel in conventionele wapens doeltreffend te reguleren en de omleiding ervan te voorkomen, alsmede de primaire verantwoordelijkheid van alle staten tot het instellen en ten uitvoer leggen van hun onderscheiden nationale controlesystemen;
Eerbiediging van de legitieme belangen van staten om conventionele wapens te verwerven voor de uitoefening van hun recht op zelfverdediging en voor vredesoperaties en om conventionele wapens te produceren, uit te voeren, in te voeren en over te dragen;
Dit Verdrag op consistente, onpartijdige en niet-discriminerende wijze ten uitvoer te leggen.
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Voorwerp en doel
Voorwerp van dit Verdrag is:
- –. De hoogst mogelijke gemeenschappelijke internationale standaard vast te stellen voor de regulering of verbetering van de regulering van de internationale handel in conventionele wapens;
- –. De illegale handel in conventionele wapens te voorkomen en uit te bannen en de omleiding ervan te voorkomen;
met het doel:
- –. bij te dragen aan de internationale en regionale vrede, veiligheid en stabiliteit;
- –. menselijk lijden te verminderen;
- –. samenwerking, transparantie en verantwoord optreden van de staten die partij zijn ten aanzien van de internationale handel in conventionele wapens te bevorderen, en daardoor bij te dragen aan het vertrouwen tussen de staten die partij zijn.
Artikel 2. Reikwijdte
Dit Verdrag is van toepassing op alle conventionele wapens binnen de volgende categorieën:
- a. gevechtstanks;
- b. pantsergevechtsvoertuigen;
- c. groot kaliber artilleriesystemen;
- d. gevechtstoestellen/vliegtuigen;
- e. gevechtshelikopters;
- f. oorlogsschepen;
- g. raketten en raketwerpers; en
- h. handvuurwapens en lichte wapens.
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt onder de activiteiten van de internationale handel verstaan uitvoer, invoer, doorvoer, overslag en tussenhandel, hierna te noemen „overdracht”.
Dit Verdrag is niet van toepassing op de internationale verplaatsing voor eigen gebruik van conventionele wapens door of namens een staat die partij is, mits de conventionele wapens eigendom blijven van die staat die partij is.
Artikel 3. Munitie
Elke staat die partij is stelt een nationaal controlesysteem in en houdt dat in stand ter regulering van de uitvoer van munitie die wordt afgevuurd, gelanceerd of anderszins gelost met de conventionele wapens waarop artikel 2, eerste lid, van toepassing is en past de bepalingen van artikel 6 en artikel 7 toe alvorens de uitvoer van dergelijke munitie toe te staan.
Artikel 4. Onderdelen en componenten
Elke staat die partij is stelt een nationaal controlesysteem in en houdt dat in stand ter regulering van de uitvoer van onderdelen en componenten indien de uitvoer geschiedt op een wijze die het mogelijk maakt de conventionele wapens waarop artikel 2, eerste lid, van toepassing is samen te stellen en past de bepalingen van artikel 6 en artikel 7 toe alvorens de uitvoer van dergelijke onderdelen en componenten toe te staan.
Artikel 5. Algemene tenuitvoerlegging
Elke staat die partij is legt dit Verdrag op consistente, onpartijdige en niet-discriminerende wijze ten uitvoer, indachtig de in dit Verdrag genoemde beginselen.
Elke staat die partij is stelt een nationaal controlesysteem, met inbegrip van een nationale controlelijst, in en houdt dat in stand ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de bepalingen van dit Verdrag.
Elke staat die partij is wordt aangemoedigd de bepalingen van dit Verdrag toe te passen op een zo breed mogelijk spectrum van conventionele wapens. Nationale definities van de categorieën waarop artikel 2, eerste lid, letters a tot en met g, van toepassing is mogen niet beperkter zijn dan de omschrijvingen in het register van de Verenigde Naties van conventionele wapens op het tijdstip van inwerkingtreding van dit Verdrag. Voor de categorie waarop artikel 2, eerste lid, letter h, van toepassing is mogen de nationale definities niet beperkter zijn dan de omschrijvingen gebruikt in relevante instrumenten van de Verenigde Naties op het tijdstip van inwerkingtreding van dit Verdrag.
Elke staat die partij is doet overeenkomstig zijn nationale recht zijn nationale controlelijst toekomen aan het secretariaat dat deze ter beschikking stelt van de overige staten die partij zijn. De staten die partij zijn worden aangemoedigd hun controlelijsten openbaar te maken.
Elke staat die partij is neemt de maatregelen die nodig zijn voor de tenuitvoerlegging van de bepalingen van dit Verdrag en wijst bevoegde nationale autoriteiten aan ten behoeve van een doeltreffend en transparant nationaal controlesysteem ter regulering van de overdracht van conventionele wapens waarop artikel 2, eerste lid, van toepassing is en van goederen waarop de artikelen 3 en 4 van toepassing zijn.
Elke staat die partij is wijst een of meer nationale contactpunten aan voor de uitwisseling van informatie over aangelegenheden betreffende de tenuitvoerlegging van dit Verdrag. Elke staat die partij is, stelt het ingevolge artikel 18 ingestelde secretariaat in kennis van zijn nationale contactpunt en houdt deze gegevens actueel.
Artikel 6. Verboden
Een staat die partij is staat de overdracht van conventionele wapens waarop artikel 2, eerste lid, van toepassing is of van goederen waarop artikel 3 of 4 van toepassing is niet toe, indien de overdracht in strijd zou zijn met zijn verplichtingen uit hoofde van maatregelen aangenomen door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties die optreedt uit hoofde van hoofdstuk VII van het Handvest van de Verenigde Naties, wapenembargo’s in het bijzonder.
Een staat die partij is staat de overdracht van conventionele wapens waarop artikel 2, eerste lid, van toepassing is of van goederen waarop artikel 3 of 4 van toepassing is, niet toe indien overdracht in strijd zou zijn met zijn relevante internationale verplichtingen uit hoofde van internationale verdragen waarbij hij partij is, in het bijzonder verplichtingen met betrekking tot de overdracht van of illegale handel in conventionele wapens.
De staat die partij is staat de overdracht van conventionele wapens waarop artikel 2, eerste lid, van toepassing is of van goederen waarop artikel 3 of 4 van toepassing is, niet toe, indien hij op het tijdstip van het verlenen van toestemming wetenschap heeft dat de wapens of producten zouden worden gebruikt voor het plegen van genocide, misdaden tegen de menselijkheid, ernstige inbreuken op de Verdragen van Genève van 1949, aanvallen gericht tegen burgerobjecten of als zodanig beschermde burgers of andere oorlogsmisdaden vastgelegd in de internationale verdragen waarbij hij partij is.
Artikel 7. Uitvoer en toetsing van uitvoer
Indien uitvoer niet verboden is uit hoofde van artikel 6, toetst elke uitvoerende staat die partij is, alvorens de uitvoer toe te staan van conventionele wapens onder zijn rechtsmacht en nationale controlesysteem waarop artikel 2, eerste lid, van toepassing is of van goederen waarop artikel 3 of 4 van toepassing is, op onpartijdige en niet-discriminerende wijze, rekening houdend met relevante factoren waaronder informatie verschaft door de invoerende staat in overeenstemming met artikel 8, eerste lid, in hoeverre de conventionele wapens of goederen:
- a. zouden bijdragen of afbreuk doen aan de vrede en veiligheid;
- b. gebruikt zouden kunnen worden voor:
- i. het plegen of bevorderen van een ernstige schending van het internationaal humanitair recht;
- ii. het plegen of bevorderen van een ernstige schending van het internationaal recht van de rechten van de mens;
- iii. het plegen of bevorderen van een handeling die strafbaar is gesteld ingevolge internationale verdragen of protocollen inzake terrorisme waarbij de uitvoerende staat partij is; of
- iv. het plegen of bevorderen van een handeling die strafbaar is gesteld ingevolge internationale verdragen of protocollen inzake grensoverschrijdende georganiseerde misdaad waarbij de uitvoerende staat partij is.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.