Internationaal Verdrag voor de vereenvoudiging van douaneformaliteiten

Type Verdrag
Publication 1925-08-28
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Wenschende de toepassing te verzekeren van het beginsel van de rechtvaardige behandeling van den handel, zooals dat is neergelegd in artikel 23 van het Volkenbondverdrag;

Overtuigd, dat bevrijding van den internationalen handel van den last van onnoodige, overdreven of willekeurige douane- of dergelijke formaliteiten een belangrijke stap naar de bereiking van dit doel zou beteekenen;

Overwegende, dat de beste wijze om het voorgestelde doel te bereiken is een internationale overeenkomst tot stand te brengen, gegrond op een rechtvaardige wederkeerigheid;

Hebben besloten te dien einde een Verdrag te sluiten;

Weshalve de Hooge Verdragsluitende Partijen als haar Gevolmachtigden hebben benoemd:

. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

die, na mededeeling van hunne volmachten, welke in goede orde zijn bevonden, het volgende zijn overeengekomen:

Artikel 1

Teineinde onderling het beginsel en de bepalingen van artikel 23 van het Volkenbondverdrag, voorzoover betreft de rechtvaardige behandeling van den handel, toe te passen, verbinden de Verdragstaten zich hun handelsbetrekkingen niet te belemmeren door overdreven, onnoodige of willekeurige douane- of dergelijke formaliteiten.

Te dien einde verbinden de Verdragstaten zich, door alle gepaste wetgevende of administratieve maatregelen de herziening te bevorderen van de bepalingen, neergelegd in hun wetten of reglementen of in de voorschriften en instructies van hun administratieve autoriteiten, voor zoover betreft de douane- en dergelijke formaliteiten, teneinde deze te vereenvoudigen en van tijd tot tijd aan te passen aan de behoeften van de handelsbetrekkingen met het buitenland en daarbij iedere belemmering te vermijden, die niet noodzakelijk zou zijn voor de bescherming van de wezenlijke belangen van het land.

Artikel 2

De Verdragstaten verbinden zich het beginsel van de rechtvaardige behandeling nauwlettend in acht te nemen, ten aanzien van douane- of dergelijke voorschriften of behandeling, formaliteiten ter zake van het afgeven van consenten, wijze van verificatie of onderzoek of alle andere onderwerpen, bedoeld in dit Verdrag; en overeenkomstig dit beginsel komen zij overeen zich te dezer zake te onthouden van iedere onrechtvaardige achterstelling, die gericht zou zijn tegen den handel van eenigen Verdragstaat.

Het hierboven bedoeld beginsel blijft van toepassing zelfs in de gevallen, waarin zekere Verdragstaten, overeenkomstig hun wetgeving of hun handelsovereenkomsten, elkander nog grootere faciliteiten zouden toekennen dan die, welke voort vloeien uit dit Verdrag.

Artikel 3

Op grond van de ernstige belemmeringen, die verboden en beperkingen van invoer of van uitvoer aan den internationalen handel in den weg leggen, verbinden de Verdragstaten zich om, zoodra de omstandigheden hun dit mogelijk zullen maken, alle maatregelen te nemen en toe te passen, die geschikt zullen zijn om zoodanige verboden en beperkingen tot een minimum terug te brengen en in ieder geval om inzake consenten, die in afwijking van de invoer- of uitvoerverboden worden uitgereikt, alle noodige maatregelen te nemen:

Artikel 4

De Verdragstaten zullen onverwijld alle reglementen betreffende douane- en dergelijke formaliteiten, evenals alle wijzigingen, die hierin worden aangebracht, voorzoover deze tot dusverre niet zouden zijn bekend gemaakt, op zoodanige wijze publiceeren, dat de betrokken personen hiervan kennis kunnen nemen, en aldus de nadeelen vermijden, die zouden kunnen voortvloeien uit de toepassing van douane-formaliteiten, die zij niet kennen.

De Verdragstaten verbinden zich, geen enkelen maatregel betreffende de douaneregeling in werking te doen treden, die niet van te voren ter kennis van het publiek zal zijn gebracht, hetzij door middel van publicatie in het Staatsblad van het land, of door eenig ander geschikt officieel of particulier middel van publiciteit.

Dezelfde verplichting tot voorafgaande bekendmaking is van toepassing op alles wat betreft de tarieven, evenals de verboden en beperkingen van invoer of van uitvoer.

Intusschen zullen in gevallen van zoo bijzonderen aard, dat voorafgaande bekendmaking nadeel zou kunnen toebrengen aan de wezenlijke belangen van het land, de bepalingen van lid 2 en 3 van dit artikel haar verplichtend karakter verliezen. In zoodanige gevallen zal echter de bekendmaking zooveel mogelijk moeten samenvallen met het in werking treden van den genomen maatregel.

Artikel 5

Iedere Verdragstaat, die door achtereenvolgende toevoegingen of veranderingen zijn douane-tarief voor een belangrijk aantal artikelen zal hebben gewijzigd, zal hiervan aan het publiek een duidelijk overzicht moeten geven door in een gemakkelijk toegankelijken vorm alle rechten, welke van toepassing zijn tengevolge van het geheel der geldende bepalingen, te publiceeren.

Te dien einde zullen alle rechten, welke geheven worden door de douane-autoriteiten op grond van den invoer of van den uitvoer van goederen, op een stelselmatige wijze moeten worden aangeduid, onverschillig of daarbij sprake is van douanerechten, bijkomende onkosten, heffingen op verbruik, op vervoer, kosten van behandeling van goederen of dergelijke kosten, en in het algemeen heffingen van welken aard ook, met dien verstande, dat de hierboven bedoelde verplichting beperkt is tot de rechten en kosten, die voor rekening van den Staat en op grond van de vrijmaking van de ingevoerde of uitgevoerde goederen worden geheven.

Terwijl de heffingen, waaraan de goederen onderworpen zijn, aldus duidelijk worden aangegeven, zal men voorzoover betreft de heffingen op het verbruik en andere heffingen, die voor rekening van den Staat op grond van de vrijmaking van goederen worden geheven, duidelijk moeten aangeven of de buitenlandsche goederen onderhevig zijn aan een bijzondere belasting, voortvloeiende uit het feit, dat bij wijze van uitzondering deze belasting in het geheel niet of slechts gedeeltelijk kan worden geheven van de goederen van het land van invoer.

De Verdragstaten verbinden zich de noodige maatregelen te nemen om de kooplieden in staat te stellen zich officieele inlichtingen te verschaffen omtrent de douane-tarieven, en met name omtrent het bedrag der rechten, die ten opzichte van een bepaalde koopwaar worden geheven.

Artikel 6

Ten einde de Verdragstaten en hun onderdanen in staat te stellen zoo spoedig mogelijk kennis te nemen van alle in de artikelen 4 en 5 bedoelde maatregelen, die van belang zijn voor hun handel, verbindt iedere Verdragstaat zich aan den diplomatieken vertegenwoordiger van ieder van de andere Staten of aan iederen anderen vertegenwoordiger, die voor dit doel wordt aangewezen en op zijn grondgebied verblijf houdt, alle publicaties te doen toekomen, die overeenkomstig de genoemde artikelen worden uitgegeven, met dien verstande, dat deze mededeeling moet geschieden terstond bij de bekendmaking, en in twee exemplaren. Bij gebreke van een diplomatiek of ander vertegenwoordiger zal de mededeeling aan den betrokken Staat geschieden op de wijze, die deze voor dit doel zal aangeven.

Iedere Verdragstaat verbindt zich bovendien alle publicaties, welke plaats hebben overeenkomstig de artikelen 4 en 5, zoodra deze zullen zijn verschenen, in tien exemplaren te doen toekomen aan het Secretariaat van den Volkenbond.

Iedere Verdragstaat verbindt zich eveneens alle douanetarieven of wijzigingen in de tarieven, welke door hem worden vastgesteld, zoodra deze zullen zijn verschenen, in tien exemplaren toe te zenden aan het „Internationaal Bureau voor de bekendmaking van de Douanetarieven” te Brussel, waaraan door het internationale Verdrag van 5 Juli 1890 de vertaling en de bekendmaking der tarieven is opgedragen.

Artikel 7

De Verdragstaten verbinden zich, zoowel door middel van hun wetgeving als van hun administratie, de meest geschikte maatregelen te nemen, teneinde willekeurige of onrechtvaardige toepassing van hun wetten en regelingen op douane- en dergelijk gebied te voorkomen, alsmede een beroep langs den administratieven, rechterlijken of scheidsrechterlijken weg te verzekeren aan hen, die door zoodanige misbruiken zouden kunnen zijn benadeeld.

Alle zoodanige maatregelen, die op dit oogenblik van kracht zijn of die in de toekomst zullen worden genomen, zullen moeten worden bekendgemaakt op de in de artikelen 4 en 5 aangegeven wijze.

Artikel 8

Met uitzondering van de gevallen, waarin goederen zouden kunnen vallen onder een invoerverbod, en voorzoover de aanwezigheid der goederen niet noodzakelijk is voor de oplossing van het geschil, moeten de goederen, die het voorwerp uitmaken van een geschil met betrekking tot de toepassing van het tarief, de oorsprong, de herkomst of de waarde, op verzoek van den aangever onmiddellijk te zijner vrije beschikking worden gesteld, zonder dat de oplossing van het geschil wordt afgewacht, onder voorbehoud echter van de maatregelen, welke noodig kunnen zijn ter bescherming van de belangen van den Staat. Het is wel te verstaan, dat de terugbetaling van het in bewaring gegeven bedrag der rechten of de opheffing van de zekerheid, die de aangever heeft gesteld, plaats zal hebben, zoodra het geschil tot oplossing zal zijn gebracht, hetgeen in ieder geval zoo spoedig mogelijk zal moeten geschieden.

Artikel 9

Teneinde de vorderingen te doen uitkomen, welke bereikt zijn in alles wat betrekking heeft op de vereenvoudiging van de douane- of dergelijke formaliteiten, als bedoeld in de voorafgaande artikelen, moet ieder van de Verdragstaten, binnen een tijdsverloop van 12 maanden nadat dit Verdrag voor hem zal zijn in werking getreden, aan den Secretaris-Generaal van den Volkenbond een overzicht doen toekomen van de maatregelen, welke hij heeft genomen om de bedoelde vereenvoudiging te verzekeren.

Dergelijke overzichten zullen daarna iedere drie jaar en telkens wanneer de Raad van den Volkenbond het verzoekt, worden overgelegd.

Artikel 10

Monsters en modellen, welke onderhevg zijn aan invoerrechten en niet door een verbod worden getroffen, zullen, wanneer zij worden ingevoerd door fabrikanten of kooplieden, gevestigd in een van de Verdragstaten, hetzij dit persoonlijk, hetzij door tusschenkomst van handelsreizigers geschiedt, met voorloopige vrijstelling van rechten worden toegelaten op het grondgebied van ieder van de Verdragstaten, onder voorbehoud, dat het voor de invoerrechten verschuldigde bedrag worde gestort, of zekerheid worde gesteld voor eventueele betaling van deze rechten.

Om van dit voorrecht gebruik te kunnen maken, moeten de fabrikanten of kooplieden en handelsreizigers zich gedragen overeenkomstig de wetten, reglementen en douaneformaliteiten, welke door de genoemde Staten ter zake zijn vastgesteld; deze wetten en reglementen zullen aan de betrokkenen de verplichting kunnen opleggen, voorzien te zijn van een legitimatie-kaart.

Voor de toepassing van dit artikel worden als monsters of modellen beschouwd alle voorwerpen, bestemd om een bepaalde koopwaar weer te geven, echter onder voorbehoud eerstens, dat het mogelijk is deze voorwerpen behoorlijk te identificeeren, wanneer zij weder worden uitgevoerd, en ten tweede, dat de invoer dier voorwerpen niet in zoodanige hoeveelheden of waarden plaats heeft, dat zij in hun geheel genomen niet meer het gebruikelijke karakter van monsters hebben.

De douane-autoriteiten van elk van de Verdragstaten zullen ten aanzien van de latere herkenning der monsters of modellen genoegen nemen met de merken, die er op zijn aangebracht door de douane-autoriteiten van een anderen Verdragstaat, mits deze monsters of modellen vergezeld zijn van een beschrijvende lijst, welke door de douane-autoriteiten van dien laatsten Staat is gewaarmerkt. Intusschen zullen aanvullende merken kunnen worden aangebracht op de monsters of modellen, door de douane-beambten van het land van invoer in alle gevallen, waarin deze zoodanigen aanvullenden waarborg noodzakelijk zouden achten om de herkenning van de monsters of modellen bij den wederuitvoer te verzekeren. Buiten dit laatste geval zal de verificatie door de douane uitsluitend bestaan in het vaststellen van de identiteit van de monsters en in het bepalen van het bedrag der rechten en kosten, die eventueel geëischt kunnen worden.

De termijn voor wederuitvoer is bepaald op minstens zes maanden, behoudens de bevoegdheid tot verlenging, welke is toegekend aan de douane-administratie van het land van invoer. Wanneer de toegestane termijn is verstreken, zal betaling van rechten over de monsters, die niet weder zijn uitgevoerd, worden verlangd.

Terugbetaling van rechten, gestort bij invoer of opheffing van de gestelde zekerheid in zake de betaling van die rechten, zal onverwijld geschieden bij alle kantoren aan de grens of binnen in het land, waaraan de noodige bevoegdheid daartoe zal zijn verleend, en wel eventueel onder aftrek van de rechten voor de monsters of modellen, die niet voor wederuitvoer zijn aangeboden. De Verdragstaten zullen de lijst van de kantoren, waaraan zoodanige bevoegdheid is verleend, bekend maken.

Ingeval een legitimatiekaart wordt vereischt, moet deze overeenkomen met het model, dat als bijlage is gevoegd bij dit artikel, en worden afgegeven door een autoriteit, te dien einde aangewezen door den Staat, waar de fabrikanten of kooplieden hunne onderneming gevestigd hebben. Op voorwaarde van wederkeerigkeid zullen de legitimatiekaarten vrijgesteld zijn van een consulair of ander visum, met uitzondering van het geval, dat een Staat zou aantoonen, dat bijzondere of uitzonderingsomstandigheden hem verplichten een zoodanig visum te eischen. In zoodanig geval zullen de kosten van het visum op een zoo laag mogelijk bedrag moeten worden gesteld en de kosten der afgifte niet te boven mogen gaan.

De Verdragstaten zullen elkander rechtstreeks binnen zoo kort mogelijken termijn mededeeling doen van de lijst van de autoriteiten, waaraan de bevoegdheid wordt toegekend tot de afgifte van legitimatiekaarten; zij zullen eveneens hiervan mededeeling doen aan het Secretariaat van den Volkenbond.

In afwachting van de totstandkoming van het bovenomschreven stelsel, zullen de faciliteiten, die de Staten thans reeds verleenen, niet beperkt worden.

De bepalingen van dit artikel, met uitzondering van die, welke betrekking hebben op legitimatiekaarten, zijn op de monsters en modellen, die onderworpen zijn aan invoerrechten, niet onderhevig zijn aan invoerverboden, en ingevoerd worden door de fabrikanten, handelaars of handelsreizigers, gevestigd in één van de Verdragstaten, ook dan toepasselijk, wanneer deze fabrikanten, handelaars of handelsreizigers de monsters of modellen niet vergezellen.

Artikel 11

De Verdragstaten zullen de gevallen, waarin certificaten van oorsprong worden geëischt, zooveel mogelijk beperken.

In overeenstemming met dit beginsel en met dien verstande, dat de douane-administraties haar volle recht van contrôle behouden ten aanzien van den werkelijken oorsprong der goederen en dientengevolge ook het recht om niettegenstaande de overlegging van certificaten alle andere bewijzen te vorderen, welke zij noodig oordeelen, aanvaarden de Verdragstaten de verplichting om zich overeenkomstig de volgende bepalingen te gedragen:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.