Overeenkomst houdende instelling, te Parijs, van een Internationaal Wijnbureau

Type Verdrag
Publication 1947-03-19
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regeringen van Spanje, Frankrijk, Griekenland, Hongarije, Italië, Luxemburg, Portugal en Tunesië, van mening dat het dienstig is een internationaal wijnbureau in te stellen, hebben besloten te dien einde een overeenkomst te sluiten en hebben overeenstemming bereikt over de volgende bepalingen:

Buiten werking getreden per 1 januari 1959 (Trb. 1965/166). Opnieuw in werking getreden per 20 februari 1963 (Trb. 1965/166).

Artikel 1

Er wordt een Internationaal Wijnbureau ingesteld, dat zijn zetel heeft te Parijs en dat tot taak zal hebben:

Artikel 2

Het Internationale Wijnbureau is een instelling der Regeringen, waarin iedere Partij zal zijn vertegenwoordigd door afgevaardigden die door die Partij zijn aangewezen.

De afgevaardigden, in vergadering bijeen, vormen het Comité, waarvan de samenstelling en de bevoegdheden in de hiernavolgende artikelen worden omschreven.

Artikel 3

Het Comité kiest ieder jaar uit zijn midden een Bestuur, dat bestaat uit een voorzitter en twee vice-voorzitters. Hun mandaat loopt tot de eerste zitting van het daaropvolgende jaar; zij zijn herkiesbaar. Twee maal per jaar vindt een vergadering plaats. Op verzoek van een van de Regeringen der Partijen kunnen buitengewone vergaderingen worden bijeengeroepen.

De door de gewone vergadering van het Comité te behandelen agenda wordt door het Comité opgesteld tijdens zijn voorgaande vergadering. Iedere Regering die om een buitengewone vergadering verzoekt, dient mededeling te doen van de agenda die zij besproken wenst te zien.

Artikel 4

Het Comité is belast met de algemene leiding van het Internationale Wijnbureau. Het bespreekt de regelingen met betrekking tot de organisatie en de interne functionering van het Bureau en stelt deze regelingen vast. Het stelt de begroting van inkomsten en uitgaven vast binnen de grenzen van de bestaande kredieten, controleert de rekeningen en keurt deze goed.

Het legt aan de Regeringen der Partijen alle wijzigingen ter goedkeuring voor, die een verhoging van de uitgaven of een uitbreiding van de bevoegdheden van het Bureau met zich mede brengen.

Het benoemt en ontslaat de directeur. Op voorstel van de directeur benoemt en ontslaat het Bestuur van het Comité de ambtenaren en het overige personeel.

Geldige besluiten kunnen slechts worden genomen indien afgevaardigden van een derde der Partijen daadwerkelijk aanwezig zijn, en indien die afgevaardigden tenminste twee derde van het aantal stemmen vertegenwoordigen. De vertegenwoordiging van een Partij kan aan de delegatie van een andere Partij worden toevertrouwd, doch geen delegatie mag, behalve zijn eigen land, meer dan een land vertegenwoordigen.

Artikel 5

Iedere Partij is vrij in de vaststelling van het aantal van haar afgevaardigden doch beschikt slechts over een stemmenaantal dat gelijk is aan het aantal contributie-eenheden waarvoor zij heeft ingeschreven.

Iedere Partij kan voor maximaal vijf contributie-eenheden inschrijven. De contributie-eenheid is vastgesteld op 3000 goudfranken. Een groep die bestaat uit een mogendheid, haar koloniën, bezittingen, dominions, protectoraten en mandaatgebieden, kan echter in geen geval over meer dan vijf stemmen beschikken. Hetzelfde geldt voor een groep die bestaat uit de koloniën, bezittingen, dominions, protectoraten en mandaatgebieden van een mogendheid die geen partij is.

De bijdragen van elk der Partijen worden aan het begin van ieder jaar aan het Bureau betaald.

Artikel 6

Ieder land dat deze Overeenkomst niet heeft ondertekend, kan er toe toetreden door zijn verlangen daartoe kenbaar te maken door tussenkomst van de instantie die belast is met de diplomatieke vertegenwoordiging van dat land bij de Franse Regering. De Franse Regering brengt het verzoek ter kennis van de Regeringen der andere deelnemende Staten. De toetreding is definitief indien de meerderheid van bedoelde staten binnen zes maanden na indiening van het verzoek mededeling doet van haar instemming.

Artikel 7

Onverminderd het bepaalde in artikel 4, tweede alinea, kan een herziening van deze Overeenkomst rechtens worden ingeleid indien ten minste twee derde van het aantal Partijen het verzoek daartoe goedkeurt. In dat geval roept de Franse Regering binnen zes maanden een conferentie van de Partijen bijeen. Twee maanden voordat de conferentie bijeenkomt, wordt de agenda ter kennis gebracht van de Regeringen der Partijen. De op deze wijze bijeengekomen conferentie stelt zelf haar procedureregels vast. De directeur van het Bureau treedt op als secretaris-generaal van de conferentie.

Artikel 8

Elk der Regeringen der Partijen kan wat haar betreft de Overeenkomst opzeggen met inachtneming van een opzeggingstermijn van zes maanden. Het niet betalen van twee opeenvolgende contributies wordt als opzegging van de Overeenkomst beschouwd.

Artikel 9

Deze Overeenkomst dient te worden bekrachtigd. Zij treedt in werking zodra vijf der ondertekenende landen hun akte van bekrachtiging hebben nedergelegd. Iedere mogendheid zendt haar akte van bekrachtiging zo spoedig mogelijk aan de Franse Regering, die de andere ondertekenende landen mededeling doet van de ontvangst daarvan. De akten van bekrachtiging blijven berusten in het archief van de Franse Regering.

Fait à Paris, le 29 novembre 1924, en un seul exemplaire qui restera déposé dans les archives du Gouvernement français et dont des copies certifiées conformes seront remises aux Parties contractantes.

Ledit exemplaire, daté comme il est dit ci-dessus, pourra être signé jusqu'au 31 mars 1925.

En foi de quoi les plénipotentiaires des pays ci-dessus énumérés ont arrêté le présent arrangement et l'ont revêtu de leurs signatures.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.