Verdrag ter verzekering van de internationale eenheid en de volmaking van het metrieke stelsel

Type Verdrag
Publication 1929-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Zijne Excellentie de President van de Fransche Republiek, Zijne Majesteit de Keizer van Duitschland, Zijne Majesteit de Keizer van Oostenrijk-Hongarije, Zijne Majesteit de Koning der Belgen, Zijne Excellentie de President der Argentijnsche Confederatie, Zijne Majesteit de Koning van Denemarken, Zijne Majesteit de Koning van Spanje, Zijne Excellentie de President der Vereenigde Staten van Amerika, Zijne Majesteit de Koning van Italië, Zijne Excellentie de President van de Republiek Peru, Zijne Majesteit de Koning van Portugal en der Algarven, Zijne Majesteit de Keizer aller Ruslanden, Zijne Majesteit de Koning van Zweden en Noorwegen, Zijne Excellentie de President van de Zwitsersche Confederatie, Zijne Majesteit de Keizer der Ottomanen en Zijne Excellentie de President van de Republiek Venezuela,

Wenschende de internationale eenheid en de volmaking van het metrieke stelsel te verzekeren, hebben besloten te dien einde een verdrag te sluiten en hebben tot hunne gevolmachtigden benoemd, te weten:

Zijne Excellentie de President van de Fransche Republiek, Hertog Decazes, afgevaardigde ter Nationale Vergadering, Commandeur in de Orde van het Legioen van Eer, enz., enz., enz., Minister van Buitenlandsche Zaken,

Burggraaf de Meaux, afgevaardigde ter Nationale Vergadering, Minister van Landbouw en Handel,

en den Heer Dumas, bestendig Secretaris van de Academie van wetenschappen, Grootkruis in de Orde van het Legioen van Eer, enz., enz., enz.;

Zijne Majesteit de Keizer van Duitschland, Zijne Hoogheid den Vorst van Hohenlohe-Schillingsfürst, Grootkruis in de Orde van den Rooden Adelaar van Pruisen en in de Orde van St. Hubertus van Beieren, enz., enz., HoogstDeszelfs Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur te Parijs;

Zijne Majesteit de Keizer van Oostenrijk-Hongarije, Zijne Excellentie Graaf Apponyi, HoogstDeszelfs werkelijk Kamerheer en Geheimraad, Ridder van het Gulden Vlies, Grootkruis in de Koninklijke Orde van St.-Stephanus van Hongarije en in de Keizerlijke Orde van Leopold, enz., enz., enz., HoogstDeszelfs Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur te Parijs;

Zijne Majesteit de Koning der Belgen, Baron Beyens, Groot-Officier in HoogstDeszelfs Orde van Leopold, Groot-Officier in het Legioen van Eer, enz., enz., enz., HoogstDeszelfs Buitengewoon Gezant en Gevolmachtigd Minister te Parijs;

Zijne Excellentie de President der Argentijnsche Confederatie, den Heer Balcarce, Buitengewoon Gezant en Gevolmachtigd Minister der Argentijnsche Confederatie te Parijs;

Zijne Majesteit de Koning van Denemarken, Graaf von Moltke-Hvitfeldt, Grootkruis in de Orde van Dannebrog en begiftigd met het Eerekruis van dezelfde Orde, Groot-Officier in het Legioen van Eer, enz., enz., enz., HoogstDeszelfs Buitengewoon Gezant en Gevolmachtigd Minister te Parijs;

Zijne Majesteit de Koning van Spanje, Zijne Excellentie Don Mariano Roca de Togores, Markies de Molins, Burggraaf de Rocamora, Grande van Spanje der Eerste Klasse, Ridder van de Verheven Orde van het Gulden Vlies, Grootkruis in het Legioen van Eer, enz., enz., enz., Directeur der Koninklijke Spaansche Academie, HoogstDeszelfs Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur te Parijs,

en Generaal Ibanez, Grootkruis in de Orde van Isabella la Catolica, enz., enz., enz., Directeur-Generaal van het Aardrijkskundig en Statistisch Instituut van Spanje, Lid der Academie van Wetenschappen;

Zijne Excellentie de President der Vereenigde Staten van Amerika, den Heer Elihu-Benjamin Washburne, Buitengewoon Gezant en Gevolmachtigd Minister der Vereenigde Staten te Parijs;

Zijne Majesteit de Koning van Italië, Ridder Constantin Nigra, Ridder Grootkruis in HoogstDeszelfs Orden van St.-Mauritius en Lazarus, Groot-Officier in het Legioen van Eer, enz., enz., enz., HoogstDeszelfs Buitengewoon Gezant en Gevolmachtigd Minister te Parijs;

Zijne Excellentie de President der Republiek Peru, den Heer Pedro Galvez, Buitengewoon Gezant en Gevolmachtigd Minister van Peru te Parijs,

en den Heer Francisco de Rivero, Oud-Buitengewoon Gezant en Gevolmachtigd Minister van Peru;

Zijne Majesteit de Koning van Portugal en der Algarven, den Heer José da Silva Mendes Leal, Pair van het Koninkrijk, Grootkruis in de Orde van San Thiago, Ridder in de Orde van den Toren en het Zwaard van Portugal, enz., enz., enz., HoogstDeszelfs Buitengewoon Gezant en Gevolmachtigd Minister te Parijs;

Zijne Majesteit de Keizer aller Ruslanden, den Heer Grégoire Okouneff, Ridder in de Russische Orden van St.-Anna 1e klasse, van St.-Stanislas 1e klasse, van St.-Wladimir 3e klasse. Commandeur in het Legioen van Eer, enz., enz., enz., werkelijk Staatsraad, Ambassaderaad van Rusland te Parijs;

Zijne Majesteit de Koning van Zweden en Noorwegen, Baron Adelsward, Grootkruis in de Orden van de Poolster van Zweden en van St.-Olaf van Noorwegen, Groot-Officier in het Legioen van Eer, enz., enz., enz., HoogstDeszelfs Buitengewoon Gezant en Gevolmachtigd Minister te Parijs;

Zijne Excellentie de President van de Zwitsersche Confederatie, den Heer Jean Conrad Kern, Buitengewoon Gezant en Gevolmachtigd Minister van de Zwitsersche Confederatie te Parijs;

Zijne Majesteit de Keizer der Ottomanen, Husny Bey, Luitenant-Kolonel van den Generalen Staf, Begiftigd met de Vierde Klasse van de Keizerlijke Orde van Osmanié, met de Vijfde Klasse van de Orde van Medjidié, Officier in de Orde van het Legioen van Eer, enz.;

en Zijne Excellentie de President van de Republiek Venezuela, Dr. Eliseo Acosta,

die, na elkander hunne in goeden en behoorlijken vorm bevonden volmachten te hebben medegedeeld, de volgende bepalingen hebben vastgesteld:

Art. 1

De Hooge verdragsluitende partijen verbinden zich tot de stichting en het onderhoud op gemeenschappelijke kosten van een wetenschappelijk en blijvend “Bureau international des Poids et Mesures”, waarvan de zetel is te Parijs.

Art. 2

De Fransche Regeering zal de noodige maatregelen nemen om den aankoop, of, indien daartoe aanleiding bestaat, den bouw te vergemakkelijken van een in het bijzonder voor dit doel bestemd gebouw, op de voorwaarden vastgesteld door het aan dit verdrag toegevoegde reglement.

Art. 3

Het internationaal bureau zal werken uitsluitend onder leiding en toezicht van een Comité international des Poids et Mesures, hetwelk zelf onderworpen is aan het gezag van een Conférence générale des Poids et Mesures, samengesteld uit afgevaardigden van alle verdragsluitende Regeeringen.

Art. 4

Het voorzitterschap van de Conférence générale des Poids et Mesures wordt opgedragen aan den fungeerenden Voorzitter van de Academie van wetenschappen te Parijs.

Art. 5

De inrichting van het Bureau, evenals de samenstelling en de bevoegdheden van het Comité international en van de Conférence générale des Poids et Mesures worden bepaald door het aan dit verdrag toegevoegde reglement.

Art. 6

Het Bureau international des Poids et Mesures is belast:

Art. 7

Nadat het Comité zal zijn overgegaan tot den arbeid van het bewerken der metingen betreffende de electrische eenheden en nadat de Conférence générale er met algemeene stemmen toe besloten zal hebben, zal het Bureau belast worden met de vervaardiging en de bewaring der standaarden voor de electrische eenheden en hunne hulpstandaarden, alsmede met de vergelijking van de nationale of andere standaarden met de bovengenoemde.

Het Bureau wordt bovendien belast met de metingen betreffende de physische constanten, waarvan eene juistere kennis kan dienen om in de gebieden, waartoe de hierboven (artikel 6 en 1ste alinea van artikel 7) genoemde eenheden behooren, de nauwkeurigheid te verhoogen en de uniformiteit beter te verzekeren.

Het wordt ten slotte belast met den arbeid van het bewerken van de analoge metingen, in andere Instituten uitgevoerd.

Art. 8

De internationale standaarden, alsmede hunne hulpstandaarden, blijven in het Bureau bewaard; de toegang tot de bewaarplaats is uitsluitend toegestaan aan het Comité international.

Art. 9

Alle kosten van de stichting en inrichting van het Bureau international des Poids et Mesures, alsmede de jaarlijksche uitgaven voor onderhoud en die van het Comité worden gedekt door bijdragen van de verdragsluitende Staten, vastgesteld volgens eene schaal gebaseerd op de tegenwoordige grootte van hunne bevolking.

Art. 10

De gelden, die de bijdrage van elk der verdragsluitende Staten uitmaken, worden in het begin van elk jaar door tusschenkomst van het Ministerie van Buitenlandsche Zaken van Frankrijk gestort in de Caisse des dépôts et consignations te Parijs, waaruit ze naar mate der behoeften op mandaat van den directeur van het Bureau worden opgenomen.

Art. 11

De Regeeringen, die gebruik zouden maken van het recht aan elken staat voorbehouden, om tot dit verdrag toe te treden,

Art. 12

De Hooge verdragsluitende partijen behouden zich het recht voor, om in gemeen overleg in dit verdrag alle wijzigingen aan te brengen, waarvan de ervaring het nut mocht aantoonen.

Art. 13

Na afloop van een termijn van twaalf jaar zal dit verdrag door ieder van de Hooge verdragsluitende partijen kunnen worden opgezegd.

De Regeering, die gebruik mocht maken van de bevoegdheid om de werking van het verdrag te haren opzichte te doen ophouden, is gehouden haar voornemen een jaar te voren bekend te maken en zal door die handeling afstand doen van alle rechten op mede-eigendom van de internationale standaarden en van het Bureau.

Art. 14

Dit verdrag zal worden bekrachtigd overeenkomstig de voor iederen Staat geldende grondwetten; de bekrachtigingen zullen te Parijs worden uitgewisseld binnen zes maanden of vroeger, indien dit mogelijk is. Het zal in werking treden den 1sten Januari 1876.

Art. 1

Het Bureau International des Poids et Mesures wordt gevestigd in een afzonderlijk gebouw, dat alle noodige waarborgen biedt betreffende rust en hechtheid.

Het zal behalve de ruimte, ingericht voor het bewaren der standaarden, vertrekken bevatten voor de opstelling van de comparateurs en van de balansen, een laboratorium, eene bibliotheek, eene archiefbergplaats, werkkamers voor de beambten en woningen voor het bewakings- en dienstpersoneel.

Art. 2

Het Comité international is belast met den aankoop en het in orde brengen van dit gebouw, alsmede met de inrichting van den dienst, waartoe het bestemd is.

In geval het Comité geen geschikt gebouw zou kunnen verkrijgen, zal er een onder zijne leiding en volgens zijn plannen gebouwd worden.

Art. 3

De Fransche Regeering zal op verzoek van het Comité international de noodige schikkingen treffen om het Bureau als inrichting van algemeen nut te doen erkennen.

Art. 4

Het Comité international zal de noodige instrumenten doen vervaardigen, zooals: comparateurs voor de standaardstreep- en eindmaten, toestellen voor de bepaling van de absolute uitzetting, balansen voor de wegingen in de lucht en in het luchtledige, comparateurs voor de geodetische meetstaven enz.

Art. 5

De kosten van aankoop of van het bouwen van het gebouw en de kosten van inrichting en die van aankoop van instrumenten en toestellen zullen tezamen de som van frs. 400.000 niet mogen te boven gaan.

Art. 6

De jaarlijksche inkomsten van het Bureau international bestaan uit twee deelen, het eene vast, het andere aanvullend.

Het vaste deel bedraagt, in beginsel, frs. 250.000, maar kan door een besluit van het Comité, met algemeene stemmen genomen, op frs. 300.000 worden gebracht. Het komt ten laste van alle Staten en autonome koloniën, die vóór de zesde Conférence générale tot de Meterconventie zijn toegetreden.

Het aanvullend gedeelte wordt gevormd door de bijdragen der Staten en autonome koloniën, die na genoemde Conférence générale tot het verdrag toegetreden zijn.

Het Comité is belast met het opmaken, op grond van de voorstellen van den directeur, van de jaarlijksche begrooting, zonder echter de som te overschrijden, die overeenkomstig de bepalingen der twee voorafgaande alinea's berekend is. Deze begrooting wordt elk jaar, in een speciaal financieel verslag, ter kennis gebracht der Regeeringen van de Hooge verdragsluitende partijen.

Ingeval het Comité het noodig mocht oordeelen, om hetzij het vaste deel van de jaarlijksche inkomsten tot boven de frs. 300.000 te verhoogen, hetzij de berekening van de bijdragen, vastgesteld bij artikel 20 van dit Reglement, te wijzigen, moet het de Regeeringen daarmede in kennis stellen, om haar de gelegenheid te geven, bijtijds aan hare gedelegeerden ter volgende Conférence générale de noodige instructies te geven, opdat deze laatste een geldig besluit kan nemen. Het besluit zal alleen geldig zijn, in geval geen der verdragsluitende Staten in de Conférence eene stem er tegen heeft uitgebracht of zal uitbrengen.

Indien een Staat drie jaar heeft laten verloopen zonder zijne bijdrage te storten, wordt deze onder de andere Staten naar verhouding van hunne eigen bijdragen verdeeld. De aanvullende bedragen, aldus door de Staten gestort, om het bedrag van de inkomsten van het Bureau voltallig te maken, worden beschouwd als een voorschot aan den ten achter zijnden Staat en zullen hun teruggegeven worden, indien deze alsnog zijne achterstallige bijdragen voldoet.

De voordeelen en voorrechten, verkregen door de toetreding tot de Meterconventie worden opgeschort ten opzichte van Staten, die drie jaar lang niet aan hunne verplichtingen hebben voldaan.

Na wederom drie jaren wordt de in gebreke gebleven Staat uitgesloten van het verdrag en wordt de berekening der bijdragen herzien overeenkomstig de bepalingen van artikel 20 van dit Reglement.

Art. 7

De Conférence générale, vermeld in artikel 3 van het verdrag zal, na bijeenroeping door het Comité international ten minste éénmaal in elke zes jaar te Parijs samenkomen.

Haar taak is het bespreken en het uitlokken van de noodige maatregelen voor de verbreiding en volmaking van het metrieke stelsel, alsmede het bekrachtigen van de nieuwe fundamenteele metrologische metingen, die verricht mochten zijn in het tijdsverloop tusschen hare bijeenkomsten. Zij ontvangt het verslag van het Comité international betreffende de volbrachte werkzaamheden en gaat bij geheime stemming over tot vernieuwing voor de helft van het Comité international.

De stemmingen in de Conférence Générale hebben Staatsgewijze plaats; elke Staat heeft recht op ééne stem.

De leden van het Comité international hebben van rechtswege zitting in de samenkomsten van de Conférence; zij kunnen ter zelfder tijd gevolmachtigden van hunne Regeeringen zijn.

Art. 8

Het Comité international, vermeld in artikel 3 van het verdrag, is samengesteld uit achttien leden, allen tot verschillende Staten behoorende.

Bij de vernieuwing, voor de helft, van het Comité international zijn aftredende leden in de eerste plaats degenen, die bij het openvallen van plaatsen in het tijdsverloop tusschen twee zittingen van de Conférence, voorloopig gekozen zijn; de anderen worden door het lot aangewezen.

De aftredende leden zijn herkiesbaar.

Art. 9

Het Comité international verkiest zelf bij geheime stemming zijn voorzitter en zijn secretaris. Deze benoemingen worden ter kennis gebracht van de Regeeringen van de Hooge verdragsluitende partijen.

De voorzitter en de secretaris van het Comité en de directeur van het bureau moeten tot verschillende landen behooren.

Is het Comité eenmaal samengesteld, dan kan het niet tot nieuwe verkiezingen of benoemingen overgaan dan drie maanden, nadat alle leden in kennis zijn gesteld met het openvallen van de plaats, waardoor de aanleiding tot stemmen ontstaat.

Art. 10

Het Comité international heeft de leiding van allen metrologischen arbeid, dien de Hooge verdragsluitende partijen zullen besluiten gemeenschappelijk te doen uitvoeren.

Het is bovendien belast met het toezicht op de bewaring van de internationale prototypen en standaarden.

Het kan, ten slotte, de samenwerking tot stand brengen van specialisten op het gebied der metrologie en de resultaten van hunnen arbeid tot een geheel te brengen.

Art. 11

Het Comité vergadert ten minste eenmaal in de twee jaar.

Art. 12

De stemmingen in de zittingen van het Comité hebben plaats bij meerderheid van stemmen; in geval van staking van stemmen, beslist die van den voorzitter. De besluiten zijn slechts geldig, indien het aantal der aanwezige leden ten minste gelijk is aan de helft van dat der gekozen leden, die deel van het Comité uitmaken.

Onder dit voorbehoud, hebben de afwezige leden het recht hunne stemmen over te dragen aan de aanwezige leden, die van deze volmacht zullen moeten doen blijken. Hetzelfde geldt ten opzichte van de benoemingen bij geheime stemming.

De directeur van het Bureau is in het Comité stemgerechtigd.

Art. 13

In het tijdsverloop tusschen twee zittingen heeft het Comité het recht door middel van briefwisseling te beraadslagen.

Opdat in dit geval de beslissing geldig zij, is het noodig, dat alle leden van het Comité uitgenoodigd zijn, van hunne meening te doen blijken.

Art. 14

Het Comité international des Poids et Mesures vult voorloopig de plaatsen, die in zijn midden mochten openvallen, aan; deze verkiezingen geschieden door briefwisseling, terwijl alle leden uitgenoodigd worden daaraan deel te nemen.

Art. 15

Het Comité international stelt een tot in bijzonderheden uitgewerkt reglement voor de inrichting en de werkzaamheden van het Bureau op en bepaalt de heffingen, die betaald moeten worden voor de buitengewone werkzaamheden, voorzien bij de artikelen 6 en 7 van het verdrag.

Deze heffingen zullen besteed worden tot volmaking van het wetenschappelijk materieel van het Bureau. Jaarlijks kan van het totale bedrag der heffingen door het Bureau, een bedrag afgezonderd worden ten bate van het Pensioenfonds.

Art. 16

Alle verbinding van het Comité international en de Regeeringen der Hooge verdragsluitende partijen zal geschieden door tusschenkomst van hare diplomatieke vertegenwoordigers te Parijs.

Voor alle zaken, waarvan de beslissing bij een Franschen tak van dienst behoort, wendt het Comité zich tot het Ministerie van Buitenlandsche Zaken van Frankrijk.

Art. 17

Een reglement, vastgesteld door het Comité, stelt de maximale getalsterkte vast voor elke categorie van het personeel van het Bureau.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.