Internationaal Verdrag van Hongkong voor het veilig en milieuvriendelijk recyclen van schepen, 2009
De partijen bij dit Verdrag,
Gelet op de groeiende bezorgdheid om veiligheid, gezondheid, milieu en welzijn in de scheepsrecyclingsector,
Erkennend dat het recyclen van schepen bijdraagt aan een duurzame ontwikkeling en als zodanig de beste optie is voor schepen die het eind van hun levenscyclus bereikt hebben,
In herinnering roepend resolutie A.962(23), aangenomen door de Vergadering van de Internationale Maritieme Organisatie (richtlijnen inzake scheepsrecycling), wijzigingen van de Richtsnoeren aangenomen bij resolutie A.980(24), Beslissing VI/24 van de zesde vergadering van de Conferentie van de partijen bij het Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan, die technische richtsnoeren heeft aangenomen voor het milieuverantwoord beheer van de volledige en gedeeltelijke ontmanteling van schepen, alsmede de Richtsnoeren goedgekeurd tijdens de 289ste zitting van de Raad van Beheer van het Internationaal Arbeidsbureau (Safety and Health in Shipbreaking: Guidelines for Asian countries and Turkey),
Voorts in herinnering roepend resolutie A.981(24) waarbij de Vergadering van de Internationale Maritieme Organisatie de Commissie voor de Bescherming van het Mariene Milieu van de Organisatie heeft verzocht een wettelijk bindend instrument inzake scheepsrecycling op te stellen,
Voorts gelet op de rol van de Internationale Arbeidsorganisatie bij de bescherming van de bedrijfsveiligheid en gezondheid van werknemers in de scheepsrecycling,
Voorts gelet op de rol van het Verdrag van Bazel inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan bij het beschermen van de gezondheid van de mens en het milieu tegen de mogelijk schadelijke gevolgen van deze afvalstoffen,
Indachtig de voorzorgsbenadering vervat in beginsel 15 van de Verklaring van Rio inzake Milieu en Ontwikkeling en waarnaar verwezen wordt in resolutie MEPC.67(37), op 15 september 1995 aangenomen door de Commissie voor de Bescherming van het Mariene Milieu van de Organisatie,
Voorts indachtig de noodzaak om te bevorderen dat gevaarlijke materialen bij de bouw en het onderhoud van schepen worden vervangen door minder gevaarlijke of, bij voorkeur, ongevaarlijke materialen zonder afbreuk te doen aan de veiligheid van schepen, de veiligheid en gezondheid van zeevarenden en het efficiënt functioneren van de schepen,
Vastbesloten de gevaren voor het milieu, de gezondheid en veiligheid die verband houden met de scheepsrecycling aan te pakken door middel van een juridisch bindend instrument, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van maritiem vervoer en de noodzaak te waarborgen dat schepen aan het eind van hun levenscyclus probleemloos uit de vaart worden genomen,
Overwegend dat deze doelstellingen mogelijk het best kunnen worden verwezenlijkt door het sluiten van een Internationaal Verdrag voor het veilig en milieuverantwoord recyclen van schepen,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Algemene verplichtingen
Elke partij bij dit Verdrag verbindt zich de bepalingen ervan volledig uit te voeren teneinde ongevallen, letsel en andere schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de mens en het milieu ten gevolge van de scheepsrecycling te voorkomen, te beperken, tot een minimum terug te brengen en voor zover haalbaar uit te bannen en de veiligheid van schepen, de bescherming van de gezondheid van de mens en het milieu gedurende de gehele levenscyclus van schepen te bevorderen.
Geen enkele bepaling van dit Verdrag wordt zodanig uitgelegd dat partijen belet worden individueel of gezamenlijk stringentere maatregelen te treffen die verenigbaar zijn met het internationale recht met betrekking tot het veilig en milieuverantwoord recyclen van schepen teneinde alle nadelige gevolgen voor de gezondheid van de mens en het milieu te voorkomen, te beperken of tot een minimum terug te brengen.
De partijen streven ernaar samen te werken ten behoeve van de doeltreffende uitvoering, naleving en handhaving van dit Verdrag.
De partijen verbinden zich tot het stimuleren van de voortdurende ontwikkeling van technologieën en praktijken die bijdragen aan de veilige en milieuverantwoorde scheepsrecycling.
De Bijlage bij dit Verdrag maakt een integrerend onderdeel uit van het Verdrag. Tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, vormt een verwijzing naar dit Verdrag tevens een verwijzing naar de Bijlage daarbij.
Artikel 2. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag, tenzij uitdrukkelijk anders bepaald, wordt verstaan onder:
-
- „Verdrag”: het Internationaal Verdrag van Hongkong voor het veilig en milieuverantwoord recyclen van schepen, 2009.
-
- „Administratie”: de Regering van de Staat waarvan het schip gerechtigd is de vlag te voeren, of aan wiens gezag het is onderworpen.
-
- „bevoegde autoriteit(en)”: door een partij aangewezen overheidsinstantie of overheidsinstanties, als de binnen een of meer omschreven geografische gebieden of op een of meer gebieden van deskundigheid verantwoordelijke autoriteit(en) voor taken die verband houden met scheepsrecyclingsinrichtingen die opereren onder de rechtsmacht van die partij zoals omschreven in dit Verdrag.
-
- „Organisatie”: de Internationale Maritieme Organisatie.
-
- „Secretaris-Generaal”: de Secretaris-Generaal van de Organisatie.
-
- „Commissie”: de Commissie voor de Bescherming van het Mariene Milieu van de Organisatie.
-
- „schip”: een vaartuig, van welk type ook, dat in het mariene milieu opereert of heeft geopereerd, met inbegrip van onderwatervaartuigen, drijvend materiaal, drijvende platforms, hefeilanden, drijvende opslageenheden (FSU's) en drijvende productie-, opslag- en overslageenheden (FPSO's), met inbegrip van vaartuigen die van hun uitrusting zijn ontdaan of worden gesleept.
-
- „brutotonnage”: de brutotonnage (GT) berekend in overeenstemming met de voorschriften inzake tonnagemetingen vervat in Bijlage 1 van het Internationaal Verdrag van 1969 betreffende de meting van schepen, of elk opvolgend verdrag.
-
- „gevaarlijke materiaal”: elk materiaal dat en elke stof die gevaar kan opleveren voor de gezondheid van de mens en/of het milieu.
-
- „scheepsrecycling”: het geheel of gedeeltelijk ontmantelen van schepen bij een scheepsrecyclingsinrichting teneinde onderdelen en materialen terug te winnen voor bewerking en hergebruik, waarbij zorg wordt gedragen voor gevaarlijke en andere materialen; hieronder worden mede begrepen de bijbehorende activiteiten zoals de opslag en behandeling ter plaatse van onderdelen en materialen, met uitzondering van de verdere verwerking of verwijdering in afzonderlijke inrichtingen.
-
- „scheepsrecyclingsinrichting”: een afgebakend gebied, zijnde een terrein, werf of inrichting gebruikt voor het recyclen van schepen.
-
- „recyclingsbedrijf”: de eigenaar van de scheepsrecyclingsinrichting of elke andere organisatie of persoon die de verantwoordelijkheid voor de scheepsrecycling van de eigenaar heeft overgenomen en die daarmee alle bij dit Verdrag opgelegde taken en verantwoordelijkheden heeft aanvaard.
Artikel 3. Toepassing
Tenzij uitdrukkelijk anders bepaald in dit Verdrag, is dit Verdrag van toepassing op:
- .1. schepen die gerechtigd zijn de vlag van een partij te voeren, of onder wier gezag zij opereren;
- .2. scheepsrecyclingsinrichtingen die vallen onder de rechtsmacht van een partij.
Dit Verdrag is niet van toepassing op oorlogsschepen, marinehulpschepen of andere schepen die eigendom zijn van of worden geëxploiteerd door een partij, en op dat moment uitsluitend voor niet-commerciële overheidsdiensten worden gebruikt. Elke partij dient door het nemen van passende maatregelen die niet ten koste gaan van de exploitatie of operationele mogelijkheden van dergelijke schepen die tot haar eigendom behoren of door haar worden geëxploiteerd evenwel te waarborgen dat deze schepen opereren op een wijze die verenigbaar is met dit Verdrag, voor zover dat redelijk en praktisch uitvoerbaar is.
Dit Verdrag is niet van toepassing op schepen met een brutotonnage van minder dan 500 ton of op schepen die gedurende hun levenscyclus uitsluitend opereren in wateren die vallen onder de soevereiniteit of rechtsmacht van de Staat wiens vlag het schip gerechtigd is te voeren. Elke partij waarborgt evenwel door het aannemen van passende maatregelen dat dergelijke schepen worden geëxploiteerd op een wijze die verenigbaar is met dit Verdrag, voor zover dat redelijk en praktisch uitvoerbaar is.
Ten aanzien van schepen die gerechtigd zijn de vlag te voeren van Staten die geen partij zijn bij dit Verdrag, passen de partijen de vereisten van dit Verdrag waar nodig toe teneinde te waarborgen dat dergelijke schepen niet gunstiger behandeld worden.
Artikel 4. Controle met betrekking tot scheepsrecycling
Elke partij verlangt dat schepen die gerechtigd zijn haar vlag te voeren of onder haar gezag opereren voldoen aan de in dit Verdrag vervatte vereisten en treft doeltreffende maatregelen om deze naleving waarborgen.
Elke partij verlangt dat scheepsrecyclingsinrichtingen die onder haar rechtsmacht opereren voldoen aan de in dit Verdrag vervatte vereisten en treft doeltreffende maatregelen om deze naleving te waarborgen.
Artikel 5. Onderzoek en certificering van schepen
Elke partij waarborgt dat schepen die onder haar vlag varen of onder haar gezag opereren en onderzocht en gecertificeerd dienen te worden, worden onderzocht en gecertificeerd in overeenstemming met de voorschriften in de Bijlage.
Artikel 6. Toelating van scheepsrecyclingsinrichtingen
Elke partij waarborgt dat scheepsrecyclingsinrichtingen die onder haar rechtsmacht opereren en schepen recyclen waarop dit Verdrag van toepassing is of schepen die ingevolge artikel 3, vierde lid, van dit Verdrag op soortgelijke wijze behandeld worden, in overeenstemming met de voorschriften in de Bijlage worden toegelaten.
Artikel 7. Uitwisseling van informatie
Met betrekking tot de door een partij toegelaten scheepsrecyclingsinrichtingen, verschaft deze partij de Organisatie desgevraagd, en die partijen die daarom verzoeken, de in verband met dit Verdrag relevante gegevens op grond waarvan het besluit tot toelating gebaseerd is. De informatie wordt snel en tijdig uitgewisseld.
Artikel 8. Inspectie van schepen
Een schip waarop dit Verdrag van toepassing is, kan in elke haven of laad- of losplaats buitengaats van een andere partij geïnspecteerd worden door functionarissen die door die partij naar behoren zijn gemachtigd teneinde te bepalen of het schip voldoet aan dit Verdrag. Behalve als het bepaalde in het tweede lid van toepassing is, is een dergelijke inspectie beperkt tot het verifiëren of er een Internationaal certificaat betreffende de inventarisatie van gevaarlijke materialen of een Internationaal certificaat betreffende de gereedheid voor recycling aan boord is dat, mits geldig, dient te worden aanvaard.
Indien op het schip geen geldig certificaat aanwezig is of er duidelijke gronden zijn om aan te nemen dat:
- .1. de toestand van het schip of zijn uitrusting in belangrijke mate afwijkt van de gegevens op het certificaat en/of van deel 1 van de inventarislijst van gevaarlijke materialen; of
- .2. er aan boord van het schip geen procedure geldt voor het bijhouden van deel 1 van de inventarislijst van gevaarlijke materialen; kan een uitgebreide inspectie worden uitgevoerd met inachtneming van door de Organisatie opgestelde richtlijnen.
Artikel 9. Opsporing van overtredingen
De partijen dienen samen te werken bij de opsporing van overtredingen en de handhaving van de bepalingen van dit Verdrag.
Wanneer er voldoende bewijs is dat een schip opereert, heeft geopereerd of op het punt staat te opereren in strijd met een bepaling van dit Verdrag, kan de partij die over het bewijs beschikt, verzoeken dat het schip wordt onderzocht zodra het een haven of laad- of losplaats buitengaats onder de rechtsmacht van een andere partij binnenkomt. Het rapport betreffende een dergelijk onderzoek wordt toegezonden aan de partij die erom heeft verzocht, aan de Administratie van het betrokken schip en aan de Organisatie, zodat passende maatregelen kunnen worden getroffen.
Indien geconstateerd wordt dat het schip dit Verdrag overtreedt, kan de partij die de inspectie verricht maatregelen treffen om het schip te waarschuwen, aan te houden, weg te sturen of de toegang tot haar havens te ontzeggen. Een partij die dergelijke maatregelen treft, stelt de Administratie van het betrokken schip en de Organisatie onverwijld in kennis.
Indien van een partij een verzoek om inspectie van een scheepsrecyclingsinrichting wordt ontvangen, tezamen met voldoende bewijs dat deze opereert, heeft geopereerd of op het punt staat te opereren in strijd met een bepaling van dit Verdrag, dient de partij onder wier rechtsmacht de scheepsrecyclingsinrichting valt deze te onderzoeken en een rapport op te stellen. Het rapport van een dergelijk onderzoek wordt gezonden aan de partij die erom heeft verzocht, met inbegrip van informatie over de eventueel getroffen of te treffen maatregelen, alsmede aan de Organisatie ten behoeve van passende maatregelen.
Artikel 10. Overtredingen
Elke overtreding van de vereisten van dit Verdrag dient volgens het nationale recht verboden te zijn en:
- .1. indien het een schip betreft, worden sancties vastgesteld overeenkomstig het recht van de Administratie, ongeacht waar de overtreding plaatsvindt. Indien de Administratie in kennis wordt gesteld van een dergelijke overtreding door een partij, onderzoekt zij de zaak en kan zij de partij die de overtreding heeft gemeld verzoeken aanvullend bewijs te verschaffen van de vermeende overtreding. Indien de Administratie ervan overtuigd is dat voldoende bewijs voorhanden is om handhavend op te treden met betrekking tot de vermeende overtreding, stelt zij de vervolging overeenkomstig haar eigen recht zo spoedig mogelijk in. De Administratie stelt de partij die de vermeende overtreding heeft gemeld alsmede de Organisatie onverwijld in kennis van elke getroffen maatregel. Indien de Administratie binnen een jaar na het ontvangen van de informatie geen maatregelen heeft getroffen, stelt zij de partij die de vermeende overtreding heeft gemeld en de Organisatie in kennis van de reden voor het achterwege laten van maatregelen.
- .2. indien het een scheepsrecyclingsinrichting betreft, worden sancties vastgesteld overeenkomstig het recht van de partij onder wier rechtsmacht de inrichting valt. Indien de partij in kennis wordt gesteld van een dergelijke overtreding door een andere partij, onderzoekt zij de zaak en kan zij de partij die de overtreding heeft gemeld verzoeken aanvullend bewijs te verschaffen van de vermeende overtreding. Indien de partij ervan overtuigd is dat voldoende bewijs voorhanden is om handhavend op te treden met betrekking tot de vermeende overtreding, stelt zij de vervolging overeenkomstig haar eigen recht zo spoedig mogelijk in. De partij stelt de partij die de vermeende overtreding heeft gemeld alsmede de Organisatie onverwijld in kennis van elke getroffen maatregel. Indien de partij binnen een jaar na het ontvangen van de informatie geen maatregelen heeft getroffen, stelt zij de partij die de vermeende overtreding heeft gemeld en de Organisatie in kennis van de reden voor het achterwege laten van maatregelen.
Elke overtreding van de vereisten van dit Verdrag onder de rechtsmacht van een partij dient te worden verboden en sancties dienen te worden vastgesteld in overeenstemming met het recht van die partij. Indien een dergelijke overtreding plaatsvindt, zal de partij hetzij:
- .1. erop toezien dat in overeenstemming met haar recht handhavend wordt opgetreden; hetzij
- .2. de Administratie van het schip de informatie en het bewijs verschaffen waarover zij mogelijk beschikt die erop wijzen dat een overtreding heeft plaatsgevonden.
De in het recht van een partij voorziene sancties overeenkomstig dit artikel dienen zwaar genoeg te zijn om overtredingen van dit Verdrag ongeacht waar zij plaatsvinden te ontmoedigen.
Artikel 11. Onnodige vertraging of aanhouding van schepen
Al het mogelijke dient in het werk te worden gesteld om te voorkomen dat een schip onnodig wordt aangehouden of vertraagd op grond van de artikelen 8, 9 of 10 van dit Verdrag.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.