Statuut van het Internationaal Instituut voor de Eenmaking van het Privaatrecht
Artikel 1
Het Internationaal Instituut voor de Eenmaking van het Privaatrecht stelt zich ten doel te onderzoeken welke middelen kunnen leiden tot harmonisering en coördinatie van het privaatrecht tussen Staten of groepen Staten, alsmede de aanvaarding door de verschillende Staten van een eenvormige wetgeving inzake het privaatrecht geleidelijk voor te bereiden.
Hiertoe:
- (a). bereidt het Instituut wetsontwerpen of ontwerpverdragen voor die het instellen van een eenvormig nationaal recht beogen;
- (b). bereidt het Instituut ontwerpovereenkomsten voor ter bevordering van de internationale betrekkingen op het gebied van het privaatrecht;
- (c). verricht het Instituut rechtsvergelijkende studiën op het gebied van het privaatrecht;
- (d). neemt het Instituut kennis van de initiatieven die reeds op al deze gebieden zijn genomen door andere instellingen waarmede het Instituut, zo nodig, contact kan onderhouden;
- (e). organiseert het Instituut conferenties en publiceert het studies die volgens het Instituut voor verspreiding op ruime schaal in aanmerking komen.
Artikel 2
Het Internationaal Instituut voor de Eenmaking van het Privaatrecht is een internationale instelling die onder de verantwoordelijkheid van de deelnemende Regeringen valt.
Als deelnemende Regeringen worden beschouwd de Regeringen die overeenkomstig het bepaalde in artikel 20 tot dit Statuut zijn toegetreden.
Op het grondgebied van ieder der deelnemende Regeringen heeft het Instituut de rechtsbevoegdheid, nodig voor het verrichten van zijn werkzaamheden en voor het verwezenlijken van zijn doeleinden.
De privileges en immuniteiten die het Instituut, zijn agenten en zijn functionarissen genieten, worden omschreven in tussen de deelnemende Regeringen te sluiten overeenkomsten.
Artikel 3
Het Internationaal Instituut voor de Eenmaking van het Privaatrecht heeft zijn zetel te Rome.
Artikel 4
De organen van het Instituut zijn:
- (1). de Algemene Vergadering;
- (2). de President;
- (3). de Raad van Bestuur;
- (4). het Dagelijks Bestuur;
- (5). het Administratieve Tribunaal;
- (6). het Secretariaat.
Artikel 5
De Algemene Vergadering is samengesteld uit vertegenwoordigers van de deelnemende Regeringen; elk der Regeringen vaardigt één vertegenwoordiger af. Met uitzondering van de Regering van Italië, worden alle Regeringen erin vertegenwoordigd door hun diplomatieke vertegenwoordiger bij de Italiaanse regering, of diens afgevaardigde.
De Vergadering komt tenminste eenmaal per jaar op uitnodiging van de President in gewone zitting te Rome bijeen, ter goedkeuring van de jaarlijkse rekeningen de inkomsten en uitgaven betreffende en van de begroting.
Elke drie jaar hecht zij, op voorstel van de Raad van Bestuur, haar goedkeuring aan het werkprogramma van het Instituut en herziet zij, overeenkomstig de vierde alinea van artikel 16, met een meerderheid van twee derde van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen, de eventueel krachtens de derde alinea van artikel 16 aangenomen resoluties.
Artikel 6
De Raad van Bestuur bestaat uit de President en vijf-en-twintig leden.
De President wordt benoemd door de Italiaanse Regering.
De leden worden benoemd door de Algemene Vergadering. Naast de in de eerste alinea bedoelde leden, kan de Vergadering een lid benoemen uit de bij het Internationaal Gerechtshof in functie zijnde rechters.
Het mandaat van de President en van de leden van de Raad van Bestuur duurt vijf jaar en kan met eenzelfde periode worden verlengd.
Het lid van de Raad van Bestuur dat is benoemd ter vervanging van een lid wiens mandaat niet is afgelopen, voltooit het mandaat van zijn voorganger.
Ieder lid kan zich, met toestemming van de President, laten vertegenwoordigen door iemand van eigen keuze.
De Raad van Bestuur kan vertegenwoordigers van internationale instellingen of organisaties verzoeken als adviseur aan zijn zittingen deel te nemen, indien de werkzaamheden van het Instituut verband houden met aangelegenheden deze instellingen of organisaties betreffende.
De Raad van Bestuur wordt door de President bijeengeroepen telkens wanneer deze zulks nodig acht, doch minstens eenmaal per jaar.
Artikel 7
Het Dagelijks Bestuur bestaat uit de President en vijf leden die de Raad van Bestuur uit zijn eigen leden benoemt.
De leden van het Dagelijks Bestuur blijven gedurende vijf jaar in functie en zijn herkiesbaar.
Het Dagelijks Bestuur wordt door de President bijeengeroepen telkens wanneer deze zulks nodig acht, doch minstens eenmaal per jaar.
Artikel 7bis
Het Administratieve Tribunaal is bevoegd een uitspraak te doen in geschillen tussen het Instituut en zijn ambtenaren of functionarissen, of hun rechthebbenden, met name ten aanzien van de interpretatie of de toepassing van het Personeelsreglement. Geschillen voortvloeiende uit contractuele betrekkingen tussen het Instituut en derden worden voorgelegd aan dit Tribunaal, mits deze bevoegdheid uitdrukkelijk wordt erkend door de partijen bij het contract dat aanleiding geeft tot het geschil.
Het Tribunaal bestaat uit drie gewone leden en één waarnemend lid; zij worden gekozen buiten het Instituut en zijn bij voorkeur van verschillende nationaliteit. Zij worden gekozen door de Algemene Vergadering voor de duur van vijf jaar. In een vacature bij het Tribunaal wordt door coöptatie voorzien.
Het Tribunaal spreekt recht in eerste en laatste instantie, onder toepassing van de bepalingen van het Statuut en van het Reglement alsmede onder toepassing van de algemene rechtsbeginselen. Het kan eveneens ex aequo et bono een uitspraak doen wanneer het daartoe bij overeenkomst tussen de partijen bevoegd is.
Indien de President van het Tribunaal van mening is dat een geschil tussen het Instituut en een van zijn ambtenaren of functionarissen van zeer beperkt belang is, kan hijzelf een uitspraak doen of het nemen van een beslissing aan een van de rechters van het Tribunaal opdragen.
Het Tribunaal stelt zelf zijn reglement van rechtspleging vast.
Artikel 7ter
De leden van de Raad van Bestuur of van het Administratieve Tribunaal wier mandaat afloopt, blijven in functie tot de installering der nieuw gekozen leden.
Artikel 8
Het Secretariaat bestaat uit een Secretaris-Generaal benoemd door de Raad van Bestuur op voordracht van de President, twee adjunct-Secretarissen-Generaal van verschillende nationaliteit, eveneens benoemd door de Raad van Bestuur, en de ambtenaren en functionarissen die worden aangewezen ingevolge de voorschriften betreffende de administratie en de interne werking van het Instituut, zoals bedoeld in artikel 17.
De Secretaris-Generaal en de adjunct-Secretarissen-Generaal worden benoemd voor een tijdvak van ten hoogste vijf jaar. Zij zijn herkiesbaar.
De Secretaris-Generaal van het Instituut is ambtshalve de Secretaris van de Algemene Vergadering.
Artikel 9
Het Instituut bezit een bibliotheek die onder leiding staat van de Secretaris-Generaal.
Artikel 10
De officiële talen van het Instituut zijn Italiaans, Duits, Engels, Spaans en Frans.
Artikel 11
De Raad van Bestuur beraadt zich op middelen ter uitvoering van de in artikel 1 genoemde taken.
De Raad van Bestuur stelt het programma van de werkzaamheden van het Instituut vast.
De Raad van Bestuur keurt het jaarverslag over de werkzaamheden van het Instituut goed.
De Raad van Bestuur stelt de ontwerp-begroting op en legt deze ter goedkeuring voor aan de Algemene Vergadering.
Artikel 12
Iedere deelnemende Regering alsmede iedere officiële internationale instelling kan bij de Raad van Bestuur voorstellen indienen met betrekking tot de bestudering van vraagstukken de eenmaking, de harmonisering of de coördinatie van het privaatrecht betreffende.
Iedere internationale instelling of vereniging die zich de bestudering van juridische vraagstukken ten doel stelt kan de Raad van Bestuur suggesties doen aangaande te bestuderen onderwerpen.
De Raad van Bestuur beslist welk gevolg er zal worden gegeven aan de aldus ingediende voorstellen en suggesties.
Artikel 12bis
De Raad van Bestuur kan zowel met andere intergouvernementele organisaties als met niet deelnemende Regeringen alle betrekkingen aangaan die een samenwerking overeenkomstig hun onderscheiden doelstellingen kunnen verzekeren.
Artikel 13
De Raad van Bestuur kan het onderzoek van bijzondere vraagstukken aan daarin gespecialiseerde commissies van rechtsgeleerden opdragen.
Indien mogelijk staan deze commissies onder leiding van een lid van de Raad van Bestuur.
Artikel 14
Na bestudering van de vraagstukken die de Raad van Bestuur tot onderwerp van zijn werkzaamheden heeft genomen, keurt deze de eventueel aan de Regeringen voor te leggen voorontwerpen goed.
De Raad van Bestuur legt deze voorontwerpen hetzij aan de deelnemende Regeringen voor, hetzij aan de instellingen of verenigingen die voorstellen of suggesties hebben ingediend, en vraagt daarbij hun mening over de wenselijkheid en de inhoud van de opgestelde bepalingen.
Op grond van de ontvangen antwoorden keurt de Raad van Bestuur eventueel de definitieve ontwerpen goed.
Deze worden voorgelegd aan de Regeringen en aan de instellingen of verenigingen die voorstellen of suggesties hebben ingediend.
De Raad van Bestuur beraadt zich vervolgens op middelen om te komen tot het beleggen van een diplomatieke conferentie ter bestudering van de ontwerpen.
Artikel 15
De President vertegenwoordigt het Instituut.
De uitvoerende macht wordt uitgeoefend door de Raad van Bestuur.
Artikel 16
De jaarlijkse uitgaven verband houdende met de werkzaamheden en de instandhouding van het Instituut worden gedekt door de in de begroting van het Instituut vermelde inkomsten, die voornamelijk bestaan uit de basisbijdrage van de als initiatiefnemer optredende italiaanse Regering, zoals goedgekeurd door het italiaanse Parlement, en welke genoemde Regering verklaart vast te stellen, met ingang van het jaar 1985, op het bedrag van 300 miljoen italiaanse lire per jaar, hetwelk kan worden herzien na verloop van elke periode van drie jaar middels de goedkeuringswet van de begroting van de italiaanse Staat, alsmede uit de gewone jaarlijkse bijdragen van de andere deelnemende Regeringen.
Ter fine van de verdeling tussen de andere deelnemende Regeringen van het aandeel in de jaarlijkse uitgaven die niet worden gedekt door de gewone bijdrage van de Italiaanse Regering of door inkomsten uit andere bronnen worden deze Regeringen ingedeeld in categorieën. Bij elke categorie behoort een bepaald aantal eenheden.
Het aantal categorieën, het aantal bij elke categorie behorende eenheden, het bedrag van elke eenheid alsmede de indeling van elke Regering in een categorie worden, op voorstel van een door de Algemene Vergadering benoemde Commissie, vastgesteld bij resolutie van de Algemene Vergadering, aangenomen met een meerderheid van twee derde van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen. Bij deze indeling houdt de Vergadering onder andere rekening met het nationaal inkomen van het vertegenwoordigde land.
De krachtens de derde alinea van dit artikel door de Algemene Vergadering genomen besluiten kunnen, naar aanleiding van haar besluit bedoeld in de derde alinea van artikel 5, elke drie jaar worden herzien door middel van een nieuwe resolutie van de Algemene Vergadering, aangenomen met dezelfde meerderheid van twee derde van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen.
De resoluties van de Algemene Vergadering aangenomen krachtens de derde en de vierde alinea van dit artikel worden door de Italiaanse Regering ter kennis gebracht van de deelnemende Regeringen.
Binnen een termijn van een jaar, te rekenen vanaf de kennisgeving bedoeld in de vijfde alinea van dit artikel, staat voor de deelnemende Regeringen de mogelijkheid open, op de volgende zitting van de Algemene Vergadering bezwaren in te brengen tegen de resoluties betreffende haar indeling in een categorie. De Vergadering dient zich uit te spreken bij een resolutie aangenomen met een meerderheid van twee derde van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen; deze resolutie wordt door de Italiaanse Regering ter kennis gebracht van de betrokken deelnemende Regering. Voor deze Regering staat evenwel de mogelijkheid open, haar lidmaatschap van het Instituut op te zeggen volgens de procedure neergelegd in de derde alinea van artikel 19.
De deelnemende Regeringen die met het betalen van hun bijdrage meer dan twee jaar achter zijn, hebben in de Algemene Vergadering geen stemrecht zolang deze achterstand niet is aangezuiverd. Bovendien wordt bij de samenstelling van de op grond van artikel 19 van dit Statuut vereiste meerderheid geen rekening met deze Regeringen gehouden.
Voor de uitoefening van de werkzaamheden van het Instituut stelt de Italiaanse Regering de nodige ruimte ter beschikking.
Er wordt een operationeel Fonds van het Instituut ingesteld, dat is bestemd om, in afwachting van de inning van de door de deelnemende Regeringen verschuldigde bijdragen, de lopende uitgaven te dekken alsmede de onvoorziene uitgaven.
De regels betreffende het operationele Fonds vormen een onderdeel van het Reglement van het Instituut. Zij worden aangenomen en gewijzigd door de Algemene Vergadering met een meerderheid van twee derde van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen.
Artikel 17
De voorschriften betreffende de administratie, de interne werking en het personeelsstatuut van het Instituut worden opgesteld door de Raad van Bestuur; zij moeten worden goedgekeurd door de Algemene Vergadering en worden voorgelegd aan de Italiaanse Regering.
De reis- en verblijfsvergoedingen van de leden van de Raad van Bestuur en van de studiecommissies, evenals de bezoldiging van het personeel van het Secretariaat, alsmede iedere andere uitgave ten behoeve van de administratie komen ten laste van de begroting van het Instituut.
De Algemene Vergadering benoemt op voordracht van de President een of twee financiële deskundigen die met de financiële controle van het Instituut worden belast. Dezen blijven vijf jaar in functie. Indien twee deskundigen worden benoemd, moeten dezen van verschillende nationaliteit zijn.
De Italiaanse Regering neemt geen financiële of andere aansprakelijkheid op zich voortvloeiend uit de administratie van het Instituut, noch enige wettelijke aansprakelijkheid voortvloeiend uit de uitoefening van zijn werkzaamheden, met name ten aanzien van het personeel van het Instituut.
Artikel 18
De verbintenis die de Italiaanse Regering aangaat met betrekking tot de jaarlijkse subsidie en de ruimte die het Instituut ter beschikking wordt gesteld, zoals bedoeld in artikel 16, wordt aangegaan voor een termijn van zes jaar en blijft daarna opnieuw gedurende zes jaar van kracht, indien de Italiaanse Regering niet ten minste twee jaar voor het einde van de lopende termijn de andere deelnemende Regeringen kennis heeft gegeven van haar voornemen haar te beëindigen. In dat geval wordt de Algemene Vergadering door de President bijeengeroepen, zo nodig in een buitengewone zitting.
In geval de Algemene Vergadering tot opheffing van het Instituut zou besluiten is het haar taak, onverminderd de bepalingen van het Statuut en van het Reglement betreffende het operationele Fonds, alle nodige maatregelen te nemen ten aanzien van de bezittingen die het Instituut in de loop van de uitoefening van zijn taak heeft verworven, met name het archief en de documentatie, alsmede boeken of tijdschriften.
Het is echter wel te verstaan dat in dit geval de terreinen, gebouwen en roerende goederen welke door de Italiaanse Regering ter beschikking van het Instituut zijn gesteld, weder aan deze zullen vervallen.
Artikel 19
De wijzigingen van dit Statuut die door de Algemene Vergadering worden aangenomen, worden van kracht na goedkeuring door een meerderheid van twee derde van het aantal deelnemende Regeringen.
Iedere Regering brengt haar goedkeuring schriftelijk ter kennis van de Italiaanse Regering, die hiervan de andere deelnemende Regeringen, alsmede de President van het Instituut kennis geeft.
Iedere Regering die een wijziging van dit Statuut niet goedkeurt staat de mogelijkheid open haar lidmaatschap op te zeggen binnen een termijn van zes maanden, te rekenen van het tijdstip van inwerkingtreding van de wijziging. De opzegging wordt van kracht op de dag waarop hiervan kennis word gegeven aan de Italiaanse Regering, die de andere deelnemende Regeringen alsmede de President van het Instituut hiervan in kennis stelt.
Artikel 20
Iedere Regering die tot dit Statuut wenst toe te treden geeft de Italiaanse Regering schriftelijk van haar toetreding kennis.
De toetreding geldt voor zes jaar; zij wordt stilzwijgend telkens voor zes jaar verlengd; behoudens schriftelijke opzegging één jaar voor het verstrijken van iedere termijn.
De toetredingen en opzeggingen worden door de Italiaanse Regering ter kennis gebracht van de deelnemende Regeringen.
Artikel 21
Dit Statuut wordt van kracht nadat ten minste zes Regeringen de Italiaanse Regering kennis hebben gegeven van hun toetreding.
Artikel 22
Dit Statuut, dat is gedateerd 15 maart 1940, wordt nedergelegd in het archief van de Italiaanse Regering. De Italiaanse Regering zal voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van de tekst doen toekomen aan elk der deelnemende Regeringen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.