Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer

Type Verdrag
Publication 1998-06-14
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

[Zie de Franse tekst voor een opsomming van Staatshoofden]

het nut erkend hebbende van op eenvormige wijze de voorwaarden van het internationale luchtvervoer te regelen met betrekking tot de voor dit vervoer gebezigde documenten en de aansprakelijkheid van den vervoerder,

hebben tot dat doel benoemd hunne respectievelijke gevolmachtigden die, behoorlijk gemachtigd, het volgende verdrag hebben gesloten en onderteekend:

HOOFDSTUK I. Onderwerp. Definities.

Artikel 1

1). Dit Verdrag is toepasselijk op alle internationaal vervoer van personen, bagage of goederen, dat met luchtvaartuigen tegen betaling plaats heeft. Het is eveneens toepasselijk op het kosteloos vervoer met luchtvaartuigen, door een luchtvervoeronderneming bewerkstelligd.

2). Onder internationaal vervoer in de zin van dit Verdrag wordt verstaan alle vervoer, waarbij volgens de overeenkomst tussen partijen de plaats van vertrek en de plaats van bestemming, zij er al dan niet onderbreking van het vervoer of overlading, zijn gelegen hetzij op het grondgebied van twee Hoge Verdragsluitende Partijen, hetzij op het grondgebied van een enkele Hoge Verdragsluitende Partij indien een tussenlanding wordt voorzien binnen het grondgebied van een andere Staat, zelfs indien deze Staat geen Hoge Verdragsluitende Partij is. Het vervoer, zonder een zodanige tussenlanding, tussen twee punten binnen het grondgebied van een enkele Hoge Verdragsluitende Partij, wordt niet beschouwd als internationaal in de zin van dit Verdrag.

3). Het vervoer, te bewerkstelligen door verschillende opeenvolgende luchtvervoerders, wordt voor de toepassing van dit Verdrag geacht een enkel vervoer te vormen, wanneer het door de partijen als een enkele handeling is beschouwd, of het nu in de vorm van een enkele overeenkomst, dan wel in de vorm van een reeks van overeenkomsten is gesloten, en het verliest zijn internationaal karakter niet door de omstandigheid, dat een enkele overeenkomst of een reeks van overeenkomsten ten volle moet worden uitgevoerd binnen het grondgebied van dezelfde Staat.

Artikel 2

1). Het Verdrag is op vervoer, bewerkstelligd door den Staat of door andere openbare lichamen, van toepassing onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 1.

2). Bij het vervoer van postzendingen is de vervoerder slechts aansprakelijk tegenover de betrokken postadministratie overeenkomstig de regels die van toepassing zijn op de verhouding tussen de vervoerders en de postadministraties.

3). Behoudens het bepaalde in het tweede lid van dit artikel zijn de bepalingen van dit Verdrag niet van toepassing op het vervoer van postzendingen.

HOOFDSTUK II. Vervoerbewijzen.

DEEL I. REISBILJET.

Artikel 3

1). Bij het vervoer van reizigers moet een reisbiljet worden uitgereikt bevattende:

2). Het reisbiljet vormt, behoudens tegenbewijs, het bewijs van het sluiten van en de voorwaarden van de vervoersovereenkomst. Het ontbreken van het reisbiljet, een onnauwkeurigheid daarin of het verlies daarvan heeft invloed noch op het bestaan, noch op de geldigheid van de vervoersovereenkomst, welke desondanks zal zijn onderworpen aan de bepalingen van dit Verdrag. Indien evenwel de reiziger met toestemming van de vervoerder aan boord gaat, zonder dat een reisbiljet is uitgereikt, of indien het reisbiljet niet de in lid 1 c) van dit artikel vereiste mededeling bevat, heeft de vervoerder niet het recht zich te beroepen op de bepalingen van artikel 22.

DEEL II. BAGAGEBILJET.

Artikel 4

1). Bij het vervoer van aangegeven bagage moet een bagagebiljet worden uitgereikt, dat, tenzij het is gecombineerd met of opgenomen in een met de bepalingen van artikel 3, lid 1, overeenstemmend reisbiljet, dient te bevatten:

2). Het bagagebiljet vormt, behoudens tegenbewijs, het bewijs van het aangeven van de bagage en van de voorwaarden van de vervoersovereenkomst. Het ontbreken van het bagagebiljet, een onnauwkeurigheid daarin of het verlies daarvan heeft invloed noch op het bestaan, noch op de geldigheid van de vervoersovereenkomst, welke desondanks zal zijn onderworpen aan de bepalingen van dit Verdrag. Indien evenwel de vervoerder de bagage aanneemt zonder dat een bagagebiljet is uitgereikt, of indien het bagagebiljet, ingeval het niet is gecombineerd met of opgenomen in een met de bepalingen van artikel 3, lid 1 c), overeenstemmend reisbiljet, niet de in lid 1 c) van dit artikel vereiste mededeling bevat, heeft de vervoerder niet het recht zich te beroepen op de bepalingen van artikel 22, lid 2.

DEEL III. – Documenten betreffende goederen.

Artikel 5
1.

Bij het vervoer van goederen moet een luchtvrachtbrief worden uitgereikt.

2.

De uitreiking van een luchtvrachtbrief kan, met toestemming van de afzender, vervangen worden door het gebruik van ieder ander middel waardoor de gegevens betreffende het te verrichten vervoer worden vastgelegd. Indien van zodanig ander middel gebruik wordt gemaakt, reikt de vervoerder aan de afzender, op diens verzoek, een ontvangstbewijs voor de goederen uit, dat identificatie van de zending mogelijk maakt en toegang geeft tot de door die andere middelen vastgelegde gegevens.

3.

De onmogelijkheid om op de plaatsen van doorvoer en bestemming gebruik te maken van de andere middelen, waardoor de gegevens betreffende het vervoer kunnen worden vastgelegd, zoals bedoeld in het tweede lid van dit artikel, geeft de vervoerder niet het recht te weigeren de goederen ten vervoer aan te nemen.

Artikel 6
1.

De luchtvrachtbrief wordt door de afzender opgemaakt in drie oorspronkelijke exemplaren.

2.

Het eerste exemplaar bevat de vermelding „voor de vervoerder”; het wordt getekend door de afzender. Het tweede exemplaar bevat de vermelding „voor de geadresseerde”; het wordt getekend door de afzender en de vervoerder. Het derde exemplaar wordt getekend door de vervoerder en door hem, na ontvangst van de goederen, aan de afzender overhandigd.

3.

De handtekening van de vervoerder en van de afzender kunnen worden gedrukt of vervangen door een stempel.

4.

Indien, op verzoek van de afzender, de vervoerder de luchtvrachtbrief opmaakt, wordt hij, behoudens tegenbewijs, geacht namens de afzender te handelen.

Artikel 7

Wanneer er meerdere colli zijn:

Artikel 8

De luchtvrachtbrief en het ontvangstbewijs voor de goederen moeten bevatten:

Artikel 9

Niet-inachtneming van het bepaalde in de artikelen 5 tot en met 8 doet niet af aan het bestaan of de geldigheid van de vervoerovereenkomst, die desondanks onderworpen zal zijn aan de regels van dit Verdrag, met inbegrip van die betreffende de beperking van de aansprakelijkheid.

Artikel 10
1.

De afzender is verantwoordelijk voor de juistheid van de bijzonderheden en verklaringen betreffende de goederen die door of namens hem in de luchtvrachtbrief zijn opgenomen, of die door of namens hem aan de vervoerder zijn verstrekt voor opneming in het ontvangstbewijs voor de goederen of in de gegevens, vastgelegd door de andere middelen, bedoeld in artikel 5, tweede lid.

2.

De afzender is aansprakelijk voor alle schade die door de vervoerder of door enige andere persoon jegens wie de vervoerder aansprakelijk is, wordt geleden als gevolg van de onnauwkeurigheid, onjuistheid of onvolledigheid van de bijzonderheden en verklaringen die door of namens de afzender zijn verstrekt.

3.

Behoudens het bepaalde in het eerste en tweede lid van dit artikel is de vervoerder aansprakelijk voor alle schade die door de afzender of enige andere persoon jegens wie de afzender aansprakelijk is, wordt geleden als gevolg van de onnauwkeurigheid, onjuistheid of onvolledigheid van de bijzonderheden en verklaringen die door of namens de vervoerder zijn opgenomen in het ontvangstbewijs voor de goederen of in de gegevens, vastgelegd door de andere middelen, bedoeld in artikel 5, tweede lid.

Artikel 11
1.

De luchtvrachtbrief en het ontvangstbewijs voor de goederen strekken, behoudens tegenbewijs, tot bewijs van het sluiten van de overeenkomst, van de ontvangst van de goederen en de vervoervoorwaarden die erin worden vermeld.

2.

De opgaven in de luchtvrachtbrief en in het ontvangstbewijs voor de goederen betreffende het gewicht, de afmetingen en de verpakking van de goederen, alsmede betreffende het aantal colli, hebben kracht van bewijs, behoudens tegenbewijs; die betreffende de hoeveelheid, de omvang en de toestand van de goederen leveren slechts bewijs op jegens de vervoerder voor zover zij door hem in tegenwoordigheid van de afzender zijn geverifieerd en daarvan melding is gemaakt in de luchtvrachtbrief, of indien het opgaven betreft die betrekking hebben op de uiterlijke staat van de goederen.

Artikel 12
1.

Onder voorwaarde dat hij al de uit de vervoerovereenkomst voortvloeiende verplichtingen nakomt, heeft de afzender het recht over de goederen te beschikken, hetzij door deze op de luchthaven van vertrek of van bestemming terug te nemen, hetzij door deze tijdens de reis bij een landing op te houden, hetzij door deze op de plaats van bestemming of tijdens de reis te doen afleveren aan een ander dan de oorspronkelijk aangewezen geadresseerde, hetzij door terugzending te vragen naar de luchthaven van vertrek, voor zover de uitoefening van dat recht geen nadeel toebrengt aan de vervoerder of aan de andere afzenders en met de verplichting de daaruit voortvloeiende kosten te vergoeden.

2.

Indien uitvoering van de opdrachten van de afzender onmogelijk is, moet de vervoerder hem daarvan onmiddellijk in kennis stellen.

3.

Indien de vervoerder de opdrachten van de afzender betreffende de beschikking over de goederen uitvoert zonder overlegging te vorderen van het aan deze uitgereikte exemplaar van de luchtvrachtbrief of ontvangstbewijs voor de goederen, is hij, behoudens zijn recht van verhaal op de afzender, aansprakelijk voor de schade die daardoor veroorzaakt mocht worden aan de regelmatige houder van de luchtvrachtbrief of van het ontvangstbewijs voor de goederen.

4.

Het recht van de afzender eindigt op het moment waarop dat van de geadresseerde begint overeenkomstig artikel 13. Indien evenwel de geadresseerde de goederen weigert of indien hij niet kan worden bereikt, herkrijgt de afzender zijn beschikkingsrecht.

Artikel 13
1.

Tenzij de afzender het hem ingevolge artikel 12 toekomende recht heeft uitgeoefend, heeft de geadresseerde het recht, na aankomst van de goederen op de plaats van bestemming, van de vervoerder aflevering van de goederen te vorderen tegen betaling van de verschuldigde bedragen en onder naleving van de vervoervoorwaarden.

2.

Tenzij anders is bedongen, moet de vervoerder de geadresseerde onmiddellijk in kennis stellen van de aankomst van de goederen.

3.

Indien het verlies van de goederen door de vervoerder wordt erkend, of indien de goederen niet zijn aangekomen na afloop van een termijn van zeven dagen nadat zij hadden moeten aankomen, is de geadresseerde gerechtigd de rechten die uit de vervoerovereenkomst voortvloeien, jegens de vervoerder geldend te maken.

Artikel 14

De afzender en de geadresseerde kunnen alle rechten doen gelden die hun onderscheidenlijk in de artikelen 12 en 13 zijn toegekend, ieder op zijn eigen naam, onverschillig of zij handelen in hun eigen belang of dat van een ander, onder voorwaarde dat zij de door de vervoerovereenkomst opgelegde verplichtingen nakomen.

Artikel 15
1.

De artikelen 12, 13 en 14 laten de verhouding tussen de afzender en de geadresseerde onderling en de verhouding tussen derden die hun rechten ontlenen aan de afzender of de geadresseerde, onverlet.

2.

Van de artikelen 12, 13 en 14 kan alleen worden afgeweken door een uitdrukkelijke bepaling in de luchtvrachtbrief of in het ontvangstbewijs voor de goederen.

Artikel 16
1.

De afzender is verplicht de inlichtingen en documenten te verschaffen die, vóór de aflevering van de goederen aan de geadresseerde, nodig zijn om aan de formaliteiten inzake douane, plaatselijke rechten of politie te voldoen. De afzender is aansprakelijk jegens de vervoerder voor alle schade die het gevolg is van het ontbreken, de onvolledigheid of onnauwkeurigheid van die inlichtingen en documenten, behoudens in geval van schuld aan de zijde van de vervoerder of diens ondergeschikten.

2.

De vervoerder is niet gehouden te onderzoeken of die inlichtingen en documenten juist of voldoende zijn.

HOOFDSTUK III. Aansprakelijkheid van den vervoerder.

Artikel 17

De vervoerder is aansprakelijk voor schade, ontstaan in geval van dood, verwonding of eenig ander lichamelijk letsel door een reiziger geleden, wanneer het ongeval, dat de schade veroorzaakte, plaats heeft gehad aan boord van het luchtvaartuig of tijdens eenige handeling verband houdende met het aan boord gaan en het verlaten van het luchtvaartuig.

Artikel 18
1.

De vervoerder is aansprakelijk voor de schade die wordt geleden in geval van vernieling, verlies of beschadiging van aangegeven bagage, indien de gebeurtenis die de schade heeft veroorzaakt, plaats heeft gehad tijdens het luchtvervoer.

2.

De vervoerder is aansprakelijk voor de schade die wordt geleden in geval van vernieling, verlies of beschadiging van goederen, op grond van het enkele feit dat de gebeurtenis die de schade heeft veroorzaakt, heeft plaats gehad tijdens het luchtvervoer.

3.

De vervoerder is evenwel niet aansprakelijk indien hij bewijst dat de vernieling, het verlies of de beschadiging van de goederen enkel en alleen het gevolg is van een of meer van de volgende omstandigheden:

4.

Het luchtvervoer, bedoeld in de voorgaande leden, omvat het tijdvak gedurende hetwelk de bagage of de goederen zich onder de hoede van de vervoerder bevinden, hetzij op een luchthaven, hetzij aan boord van een luchtvaartuig of waar dan ook in geval van landing buiten een luchthaven.

5.

Het tijdvak van het luchtvervoer omvat niet enig vervoer over land, zee of binnenwateren, bewerkstelligd buiten een luchthaven. Indien dergelijk vervoer evenwel plaatsvindt ter uitvoering van een luchtvervoerovereenkomst met het oog op de inlading, aflevering of overlading, wordt elke schade, behoudens tegenbewijs, geacht het gevolg te zijn van een gebeurtenis die heeft plaats gehad tijdens het luchtvervoer.

Artikel 19

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.