Internationaal Verdrag betreffende de normen inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van personeel van vissersvaartuigen, 1995

Type Verdrag
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De partijen bij dit Verdrag,

Gelet op het Internationaal Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst, 1978 (hierna te noemen het „STCW-verdrag van 1978”),

Geleid door de wens de veiligheid van mensenlevens en zaken op zee verder te bevorderen en het mariene milieu verder te beschermen door het in onderling overleg opstellen van internationale normen inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van personeel aan boord van vissersvaartuigen,

Overwegend dat dit doel het best kan worden bereikt door het sluiten van een Internationaal Verdrag betreffende de normen inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van personeel van vissersvaartuigen, hierna te noemen „het Verdrag”,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel 1. Algemene verplichtingen
1.

De partijen verplichten zich ertoe uitvoering te geven aan de bepalingen van het Verdrag en van de bijlage daarbij, die een integrerend onderdeel vormt van het Verdrag. Elke verwijzing naar het Verdrag houdt tegelijkertijd een verwijzing in naar de bijlage daarbij.

2.

De partijen verplichten zich ertoe alle wetten, besluiten, beschikkingen en voorschriften uit te vaardigen en alle andere maatregelen te nemen die nodig zijn voor de volledige uitvoering van het Verdrag, teneinde te waarborgen dat, uit het oogpunt van de veiligheid van mensenlevens en zaken op zee en van de bescherming van het mariene milieu, het personeel aan boord van zeevissersvaartuigen wat zijn vakbekwaamheid en lichamelijke conditie betreft geschikt is om zijn taak te vervullen.

Artikel 2. Begripsomschrijvingen

Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, wordt bij de toepassing van het Verdrag verstaan onder:

Artikel 3. Toepassing

Dit Verdrag is van toepassing op personeel dat werkt op zeevissersvaartuigen die gerechtigd zijn de vlag van een partij te voeren.

Artikel 4. Toezending van informatie

Elke partij zendt de Secretaris-Generaal de volgende informatie toe:

Artikel 5. Andere verdragen en interpretatie
1.

Alle voorgaande verdragen, overeenkomsten en regelingen, betrekking hebbende op de normen inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van personeel van vissersvaartuigen die tussen de partijen van kracht zijn, blijven gedurende de hiervoor vastgestelde tijd volledig van kracht, voor zover het betreft:

2.

Voor zover eerdergenoemde verdragen, overeenkomsten of regelingen echter in strijd zijn met de bepalingen van het Verdrag, toetsen de partijen hun verbintenissen krachtens die verdragen, overeenkomsten en regelingen teneinde te verzekeren dat deze verbintenissen niet strijdig zijn met hun verplichtingen op grond van het Verdrag.

3.

Alle aangelegenheden waarin niet uitdrukkelijk is voorzien in dit Verdrag blijven onderworpen aan de wetgeving van de partijen.

Artikel 6. Diplomering

De diplomering van personeel van vissersvaartuigen geschiedt in overeenstemming met de bijlage bij dit Verdrag.

Artikel 7. Nationale bepalingen
1.

Elke partij stelt werkwijzen en procedures vast voor het onpartijdig onderzoek naar elk gerapporteerd geval van onbekwaamheid, handelen of nalaten dat een directe bedreiging kan vormen voor de veiligheid van mensenlevens of zaken op zee of voor het mariene milieu, door houders van bewijzen of van officiële verklaringen afgegeven door die partij met betrekking tot de vervulling van hun taken zoals in hun bewijzen omschreven, en voor het intrekken, tijdelijk intrekken en ongeldig verklaren van deze bewijzen op dergelijke gronden en ter voorkoming van fraude.

2.

Elke partij schrijft straffen of disciplinaire maatregelen voor voor gevallen waarin de bepalingen van haar nationale wetgeving ter uitvoering van het Verdrag niet worden nageleefd met betrekking tot vaartuigen die gerechtigd zijn haar vlag te voeren of personeelsleden van vissersvaartuigen aan wie de partij naar behoren een bewijs heeft afgegeven.

3.

Dergelijke straffen of disciplinaire maatregelen moeten met name worden opgelegd en ten uitvoer worden gelegd in gevallen waarin:

4.

Een partij binnen wier rechtsgebied zich een eigenaar, agent van een eigenaar of persoon bevindt van wie op duidelijke gronden wordt aangenomen dat deze verantwoordelijk was voor of kennis droeg van kennelijke niet-nakoming van het Verdrag zoals bepaald in het derde lid, moet alle mogelijke medewerking verlenen aan een partij die haar op de hoogte stelt van haar voornemen uit hoofde van haar rechtsbevoegdheid gerechtelijke stappen te ondernemen.

Artikel 8. Controle
1.

Vissersvaartuigen zijn tijdens hun verblijf in de havens van een andere partij onderworpen aan controle door functionarissen die door die partij naar behoren zijn gemachtigd om erop toe te zien dat alle aan boord dienst doende personen die volgens het Verdrag gediplomeerd moeten zijn de desbetreffende bewijzen bezitten of in het bezit zijn van een passende ontheffing.

2.

Indien wordt verzuimd de in voorschrift I/4, paragraaf 3, genoemde tekortkoming te herstellen en voor zover dit een gevaar oplevert voor personen, zaken of het milieu, neemt de partij die de controle uitvoert stappen om te waarborgen dat het vaartuig niet uitvaart tenzij en totdat zodanig aan deze vereisten is voldaan dat het gevaar is weggenomen. De feiten betreffende de genomen maatregelen worden onverwijld aan de Secretaris-Generaal en aan de administratie medegedeeld.

3.

Bij het uitoefenen van de controles:

4.

Dit artikel wordt waar nodig toegepast om te waarborgen dat aan vaartuigen die gerechtigd zijn de vlag te voeren van een staat die geen partij is, geen gunstiger behandeling wordt gegeven dan een vaartuig dat gerechtigd is de vlag te voeren van een staat die partij is.

Artikel 9. Bevorderen van technische samenwerking
1.

De partijen bij het Verdrag bevorderen, in overleg met en met hulp van de Organisatie, ondersteuning van de staten die om technische bijstand verzoeken inzake:

2.

De Organisatie streeft van haar kant de bovenstaande doelstellingen na, al naargelang van toepassing in overleg of samenwerking met andere internationale organisaties, met name de Internationale Arbeidsorganisatie en de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties.

Artikel 10. Wijzigingen
1.

Dit Verdrag kan worden gewijzigd volgens een van de in dit artikel omschreven procedures.

2.

Wijziging na bestudering binnen de Organisatie:

3.

Wijziging door een conferentie:

4.

Elke verklaring van aanvaarding van of van bezwaar tegen een wijziging, of elke kennisgeving gedaan krachtens het bepaalde in het tweede lid, onderdeel 9, wordt schriftelijk toegezonden aan de Secretaris-Generaal, die alle partijen in kennis stelt van deze verklaringen of kennisgevingen en van de datum van ontvangst ervan.

5.

De Secretaris-Generaal stelt alle partijen in kennis van wijzigingen die in werking treden, alsmede van de datum waarop elke wijziging in werking treedt.

Artikel 11. Ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring en toetreding
1.

Het Verdrag blijft open voor ondertekening op de zetel van de Organisatie van 1 januari 1996 tot 30 september 1996 en blijft daarna open voor toetreding. Staten kunnen partij worden bij het Verdrag door:

2.

Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding geschiedt door nederlegging van een daartoe strekkende akte bij de Secretaris-Generaal.

Artikel 12. Inwerkingtreding
1.

Het Verdrag treedt in werking 12 maanden na de datum waarop ten minste 15 staten hetzij het hebben ondertekend zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring hetzij de vereiste akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding hebben nedergelegd in overeenstemming met artikel 11.

2.

Voor staten die een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding ter zake van het Verdrag hebben nedergelegd nadat voldaan is aan de vereisten voor de inwerkingtreding ervan maar voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding, wordt de bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding van kracht op de datum waarop het Verdrag in werking treedt of drie maanden na de datum van de nederlegging van de akte, naargelang van wat het laatst is.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.