Internationaal Verdrag betreffende de normen inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van personeel van vissersvaartuigen, 1995
De partijen bij dit Verdrag,
Gelet op het Internationaal Verdrag betreffende de normen voor zeevarenden inzake opleiding, diplomering en wachtdienst, 1978 (hierna te noemen het „STCW-verdrag van 1978”),
Geleid door de wens de veiligheid van mensenlevens en zaken op zee verder te bevorderen en het mariene milieu verder te beschermen door het in onderling overleg opstellen van internationale normen inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van personeel aan boord van vissersvaartuigen,
Overwegend dat dit doel het best kan worden bereikt door het sluiten van een Internationaal Verdrag betreffende de normen inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van personeel van vissersvaartuigen, hierna te noemen „het Verdrag”,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Algemene verplichtingen
De partijen verplichten zich ertoe uitvoering te geven aan de bepalingen van het Verdrag en van de bijlage daarbij, die een integrerend onderdeel vormt van het Verdrag. Elke verwijzing naar het Verdrag houdt tegelijkertijd een verwijzing in naar de bijlage daarbij.
De partijen verplichten zich ertoe alle wetten, besluiten, beschikkingen en voorschriften uit te vaardigen en alle andere maatregelen te nemen die nodig zijn voor de volledige uitvoering van het Verdrag, teneinde te waarborgen dat, uit het oogpunt van de veiligheid van mensenlevens en zaken op zee en van de bescherming van het mariene milieu, het personeel aan boord van zeevissersvaartuigen wat zijn vakbekwaamheid en lichamelijke conditie betreft geschikt is om zijn taak te vervullen.
Artikel 2. Begripsomschrijvingen
Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, wordt bij de toepassing van het Verdrag verstaan onder:
- .1. partij: een staat waarvoor het Verdrag in werking is getreden;
- .2. administratie: de regering van de partij waarvan het vaartuig gerechtigd is de vlag te voeren;
- .3. bewijs: een geldig document, welke naam ook dragend, dat is afgegeven of erkend in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag en dat de houder ervan het recht geeft dienst te doen op de wijze vermeld in dat document of toegestaan door de nationale voorschriften;
- .4. gediplomeerd: volgens de voorschriften in het bezit zijnde van een bewijs;
- .5. Organisatie: de Internationale Maritieme Organisatie;
- .6. Secretaris-Generaal: de Secretaris-Generaal van de Organisatie;
- .7. vissersvaartuig of vaartuig: elk vaartuig dat met commercieel oogmerk wordt gebruikt voor het vangen van vis of andere levende rijkdommen van de zee;
- .8. zeevissersvaartuig: een vissersvaartuig anders dan een vissersvaartuig dat uitsluitend vaart in de binnenwateren of in wateren binnen of nauw grenzend aan beschutte wateren of gebieden waar havenvoorschriften van toepassing zijn.
Artikel 3. Toepassing
Dit Verdrag is van toepassing op personeel dat werkt op zeevissersvaartuigen die gerechtigd zijn de vlag van een partij te voeren.
Artikel 4. Toezending van informatie
Elke partij zendt de Secretaris-Generaal de volgende informatie toe:
- .1. een verslag van de maatregelen die zij genomen heeft om volledig uitvoering te geven aan de bepalingen van het Verdrag, met inbegrip van modellen van de bewijzen die in overeenstemming met het Verdrag worden afgegeven; en
- .2. overige informatie die in voorschrift I/5 kan worden vermeld of verstrekt.
Artikel 5. Andere verdragen en interpretatie
Alle voorgaande verdragen, overeenkomsten en regelingen, betrekking hebbende op de normen inzake opleiding, diplomering en wachtdienst van personeel van vissersvaartuigen die tussen de partijen van kracht zijn, blijven gedurende de hiervoor vastgestelde tijd volledig van kracht, voor zover het betreft:
- .1. personeelsleden van vissersvaartuigen op wie dit Verdrag niet van toepassing is; en
- .2. personeelsleden van vissersvaartuigen op wie dit Verdrag van toepassing is, ten aanzien van aangelegenheden waarin niet uitdrukkelijk in dit Verdrag is voorzien.
Voor zover eerdergenoemde verdragen, overeenkomsten of regelingen echter in strijd zijn met de bepalingen van het Verdrag, toetsen de partijen hun verbintenissen krachtens die verdragen, overeenkomsten en regelingen teneinde te verzekeren dat deze verbintenissen niet strijdig zijn met hun verplichtingen op grond van het Verdrag.
Alle aangelegenheden waarin niet uitdrukkelijk is voorzien in dit Verdrag blijven onderworpen aan de wetgeving van de partijen.
Artikel 6. Diplomering
De diplomering van personeel van vissersvaartuigen geschiedt in overeenstemming met de bijlage bij dit Verdrag.
Artikel 7. Nationale bepalingen
Elke partij stelt werkwijzen en procedures vast voor het onpartijdig onderzoek naar elk gerapporteerd geval van onbekwaamheid, handelen of nalaten dat een directe bedreiging kan vormen voor de veiligheid van mensenlevens of zaken op zee of voor het mariene milieu, door houders van bewijzen of van officiële verklaringen afgegeven door die partij met betrekking tot de vervulling van hun taken zoals in hun bewijzen omschreven, en voor het intrekken, tijdelijk intrekken en ongeldig verklaren van deze bewijzen op dergelijke gronden en ter voorkoming van fraude.
Elke partij schrijft straffen of disciplinaire maatregelen voor voor gevallen waarin de bepalingen van haar nationale wetgeving ter uitvoering van het Verdrag niet worden nageleefd met betrekking tot vaartuigen die gerechtigd zijn haar vlag te voeren of personeelsleden van vissersvaartuigen aan wie de partij naar behoren een bewijs heeft afgegeven.
Dergelijke straffen of disciplinaire maatregelen moeten met name worden opgelegd en ten uitvoer worden gelegd in gevallen waarin:
- .1. een eigenaar, agent van een eigenaar of schipper een persoon heeft aangesteld die geen bewijs bezit zoals vereist door het Verdrag;
- .2. een schipper heeft toegestaan dat een functie of dienst in een hoedanigheid die krachtens deze voorschriften moet worden verricht door een persoon die in het bezit is van een passend bewijs, wordt verricht door een persoon die niet in het bezit is van een passend bewijs of passende ontheffing; of
- .3. een persoon middels fraude of vervalste documenten een aanstelling heeft gekregen om een functie te vervullen of dienst te doen in een hoedanigheid waarvan de uitoefening of vervulling volgens deze voorschriften moet geschieden door een persoon die in het bezit is van een bewijs of ontheffing.
Een partij binnen wier rechtsgebied zich een eigenaar, agent van een eigenaar of persoon bevindt van wie op duidelijke gronden wordt aangenomen dat deze verantwoordelijk was voor of kennis droeg van kennelijke niet-nakoming van het Verdrag zoals bepaald in het derde lid, moet alle mogelijke medewerking verlenen aan een partij die haar op de hoogte stelt van haar voornemen uit hoofde van haar rechtsbevoegdheid gerechtelijke stappen te ondernemen.
Artikel 8. Controle
Vissersvaartuigen zijn tijdens hun verblijf in de havens van een andere partij onderworpen aan controle door functionarissen die door die partij naar behoren zijn gemachtigd om erop toe te zien dat alle aan boord dienst doende personen die volgens het Verdrag gediplomeerd moeten zijn de desbetreffende bewijzen bezitten of in het bezit zijn van een passende ontheffing.
Indien wordt verzuimd de in voorschrift I/4, paragraaf 3, genoemde tekortkoming te herstellen en voor zover dit een gevaar oplevert voor personen, zaken of het milieu, neemt de partij die de controle uitvoert stappen om te waarborgen dat het vaartuig niet uitvaart tenzij en totdat zodanig aan deze vereisten is voldaan dat het gevaar is weggenomen. De feiten betreffende de genomen maatregelen worden onverwijld aan de Secretaris-Generaal en aan de administratie medegedeeld.
Bij het uitoefenen van de controles:
- .1. moet al het mogelijke in het werk worden gesteld teneinde te voorkomen dat het vaartuig onnodig wordt opgehouden of vertraagd. Indien een vaartuig onnodig wordt opgehouden of vertraagd, ontstaat er recht op schadevergoeding voor daaruit voortvloeiende verliezen of schade; en
- .2. mag de beoordelingsvrijheid die in het geval van personeel van buitenlandse vissersvaartuigen is toegestaan niet minder zijn dan die wordt toegekend aan personeel van vaartuigen die de vlag van de havenstaat voeren.
Dit artikel wordt waar nodig toegepast om te waarborgen dat aan vaartuigen die gerechtigd zijn de vlag te voeren van een staat die geen partij is, geen gunstiger behandeling wordt gegeven dan een vaartuig dat gerechtigd is de vlag te voeren van een staat die partij is.
Artikel 9. Bevorderen van technische samenwerking
De partijen bij het Verdrag bevorderen, in overleg met en met hulp van de Organisatie, ondersteuning van de staten die om technische bijstand verzoeken inzake:
- .1. de opleiding van administratief en technisch personeel;
- .2. de oprichting van instituten voor de opleiding van personeel van vissersvaartuigen;
- .3. het verstrekken van uitrusting en faciliteiten voor opleidingsinstituten;
- .4. het uitwerken van passende opleidingsprogramma’s, met inbegrip van praktijkopleidingen op zeevissersvaartuigen; en
- .5. het faciliteren van andere maatregelen en regelingen om de kwalificaties van personeel van vissersvaartuigen te verbeteren, bij voorkeur op nationale, subregionale of regionale basis, teneinde de doelstellingen van het Verdrag verder te verwezenlijken, rekening houdend met de bijzondere behoeften van ontwikkelingslanden in dit opzicht.
De Organisatie streeft van haar kant de bovenstaande doelstellingen na, al naargelang van toepassing in overleg of samenwerking met andere internationale organisaties, met name de Internationale Arbeidsorganisatie en de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties.
Artikel 10. Wijzigingen
Dit Verdrag kan worden gewijzigd volgens een van de in dit artikel omschreven procedures.
Wijziging na bestudering binnen de Organisatie:
- .1. Elke door een partij voorgestelde wijziging wordt ingediend bij de Secretaris-Generaal, die deze vervolgens ten minste zes maanden voordat zij zal worden bestudeerd, toezendt aan alle partijen en aan de directeuren-generaal van het Internationale Arbeidsbureau en van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties.
- .2. Elke aldus voorgestelde en toegezonden wijziging wordt ter bestudering voorgelegd aan de Maritieme Veiligheidscommissie van de Organisatie.
- .3. De partijen, ongeacht of zij lid zijn van de Organisatie, zijn gerechtigd deel te nemen aan de besprekingen van de Maritieme Veiligheidscommissie ter bestudering en aanneming van wijzigingen.
- .4. Wijzigingen worden aangenomen met een tweederdemeerderheid van de partijen die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen in de Maritieme Veiligheidscommissie, die is uitgebreid zoals bepaald in het tweede lid, onderdeel 3 (hierna te noemen de „uitgebreide Maritieme Veiligheidscommissie”), op voorwaarde dat ten minste een derde van de partijen aanwezig is op het tijdstip van stemming.
- .5. Wijzigingen aangenomen overeenkomstig het tweede lid, onderdeel 4, worden door de Secretaris-Generaal toegezonden aan alle partijen.
- .6. Een wijziging van een artikel wordt geacht te zijn aanvaard op de datum waarop zij is aanvaard door twee derde van de partijen;
- .7. Een wijziging van de bijlage of van een aanhangsel bij de bijlage wordt geacht te zijn aanvaard: Indien binnen die vastgestelde termijn meer dan een derde van de partijen de Secretaris-Generaal ervan in kennis heeft gesteld dat zij bezwaar maken tegen de wijziging, wordt deze geacht niet te zijn aanvaard.
- .7.1. na afloop van twee jaar, te rekenen vanaf de datum van aanneming; of
- .7.2. na afloop van een andere termijn, die niet korter mag zijn dan een jaar, indien zulks is bepaald op het tijdstip van aanneming ervan door een tweederdemeerderheid van de partijen die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen in de uitgebreide Maritieme Veiligheidscommissie.
- .8. Een wijziging van een artikel treedt in werking ten aanzien van de partijen die haar hebben aanvaard, zes maanden na de datum waarop zij geacht wordt te zijn aanvaard en ten aanzien van elke partij die haar na die datum aanvaardt, zes maanden na de datum van aanvaarding door die partij.
- .9. Een wijziging van de bijlage of van een aanhangsel bij een bijlage treedt in werking ten aanzien van alle partijen, behalve die welke bezwaar tegen de wijziging hebben gemaakt krachtens het bepaalde in het tweede lid, onderdeel 7, en deze bezwaren niet hebben ingetrokken, zes maanden na de datum waarop zij wordt geacht te zijn aanvaard. Vóór de datum die is vastgesteld voor de inwerkingtreding, kan elke partij de Secretaris-Generaal ervan in kennis stellen dat zij zich onthoudt van het geven van uitvoering aan deze wijziging voor een termijn van ten hoogste een jaar, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding ervan, of voor een langere termijn, vast te stellen met een tweederdemeerderheid van de partijen die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen in de uitgebreide Maritieme Veiligheidscommissie op het tijdstip van aanneming van de wijziging.
Wijziging door een conferentie:
- .1. Op verzoek van een partij, waarmee door ten minste een derde van de partijen wordt ingestemd, roept de Organisatie, in samenwerking of overleg met de directeuren-generaal van het Internationale Arbeidsbureau en van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, een conferentie van de partijen bijeen teneinde wijzigingen van dit Verdrag te bestuderen.
- .2. Elke door een dergelijke conferentie met een tweederdemeerderheid van de partijen die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen aangenomen wijziging wordt door de Secretaris-Generaal ter aanvaarding toegezonden aan alle partijen.
- .3. Tenzij de conferentie anders besluit, wordt de wijziging geacht te zijn aanvaard en treedt zij in werking overeenkomstig de procedures omschreven in de onderdelen 6 en 8, respectievelijk 7 en 9 van het tweede lid, met dien verstande dat de verwijzingen daarin naar de uitgebreide Maritieme Veiligheidscommissie worden verstaan als verwijzingen naar de conferentie.
Elke verklaring van aanvaarding van of van bezwaar tegen een wijziging, of elke kennisgeving gedaan krachtens het bepaalde in het tweede lid, onderdeel 9, wordt schriftelijk toegezonden aan de Secretaris-Generaal, die alle partijen in kennis stelt van deze verklaringen of kennisgevingen en van de datum van ontvangst ervan.
De Secretaris-Generaal stelt alle partijen in kennis van wijzigingen die in werking treden, alsmede van de datum waarop elke wijziging in werking treedt.
Artikel 11. Ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring en toetreding
Het Verdrag blijft open voor ondertekening op de zetel van de Organisatie van 1 januari 1996 tot 30 september 1996 en blijft daarna open voor toetreding. Staten kunnen partij worden bij het Verdrag door:
- .1. ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring; of
- .2. ondertekening onder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, gevolgd door bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring; of
- .3. toetreding.
Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding geschiedt door nederlegging van een daartoe strekkende akte bij de Secretaris-Generaal.
Artikel 12. Inwerkingtreding
Het Verdrag treedt in werking 12 maanden na de datum waarop ten minste 15 staten hetzij het hebben ondertekend zonder voorbehoud van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring hetzij de vereiste akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding hebben nedergelegd in overeenstemming met artikel 11.
Voor staten die een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding ter zake van het Verdrag hebben nedergelegd nadat voldaan is aan de vereisten voor de inwerkingtreding ervan maar voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding, wordt de bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding van kracht op de datum waarop het Verdrag in werking treedt of drie maanden na de datum van de nederlegging van de akte, naargelang van wat het laatst is.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.