Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Aruba, en de Republiek Argentinië inzake de uitwisseling van informatie betreffende belastingen
Het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Aruba,
en
de Republiek Argentinië
Geleid door de wens een verdrag te sluiten inzake de uitwisseling van informatie betreffende belastingen;
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Doelstelling en reikwijdte van het Verdrag
De bevoegde autoriteiten van de partijen verlenen elkaar bijstand door middel van de uitwisseling van informatie die naar verwachting van belang zal zijn voor de toepassing en handhaving van de nationale wetten van de partijen die betrekking hebben op de belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is. Deze informatie omvat informatie die naar verwachting van belang zal zijn voor de bepaling, vaststelling en inning van deze belastingen, de invordering en tenuitvoerlegging van belastingvorderingen of het onderzoek naar of de vervolging van belastingzaken. Informatie wordt uitgewisseld in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag en wordt vertrouwelijk behandeld op de wijze voorzien in artikel 9.
De uit hoofde van de wetten of de bestuursrechtelijke praktijk van de aangezochte partij aan personen toegekende rechten en waarborgen blijven van toepassing. De aangezochte partij stelt alles in het werk teneinde te waarborgen dat de doeltreffende uitwisseling van informatie niet onnodig wordt belet of vertraagd.
Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is dit Verdrag uitsluitend van toepassing op Aruba.
Artikel 2. Rechtsmacht
De aangezochte partij is niet verplicht informatie te verstrekken die noch in het bezit is van haar autoriteiten, noch in het bezit of in de macht van personen die onder haar territoriale rechtsmacht vallen.
Artikel 3. Belastingen waarop het Verdrag van toepassing is
De belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is betreffen:
- a. wat Aruba betreft: alle belastingen die worden opgelegd of tenuitvoergelegd door Aruba.
- b. wat de Republiek Argentinië betreft:
- i. de inkomstenbelasting;
- ii. de belasting over de toegevoegde waarde;
- iii. de belasting over persoonlijke zaken; en
- iv. de belasting over verondersteld minimuminkomen.
Indien de bevoegde autoriteiten van de partijen zulks overeenkomen, is dit Verdrag ook van toepassing op alle identieke of in wezen gelijksoortige belastingen die na de datum van ondertekening van dit Verdrag naast of in de plaats van de bestaande belastingen worden geheven. De bevoegde autoriteiten van de partijen doen elkaar mededeling van alle wezenlijke wijzigingen die zijn aangebracht in de belastingheffing en daarmee samenhangende maatregelen ten behoeve van het verzamelen van informatie waarop het Verdrag van toepassing is.
Artikel 4. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van dit Verdrag:
- a. wordt verstaan onder de uitdrukking „partij” de Republiek Argentinië of het Koninkrijk der Nederlanden, ten behoeve van Aruba, al naargelang de context vereist;
- b. wordt verstaan onder de uitdrukking „bevoegde autoriteit”:
- i. wat Argentinië betreft, de Federale Administratie Overheidsinkomsten of haar bevoegde vertegenwoordiger;
- ii. wat Aruba betreft, de minister belast met Financiën of een bevoegde vertegenwoordiger van de minister;
- c. wordt verstaan onder de uitdrukking „persoon” een natuurlijke persoon, een lichaam en elke andere vereniging van personen;
- d. wordt verstaan onder de uitdrukking „lichaam” elke rechtspersoon of elke eenheid die voor de belastingheffing als een rechtspersoon wordt behandeld;
- e. wordt verstaan onder de uitdrukking „beursgenoteerd lichaam” elk lichaam waarvan de voornaamste aandelencategorie aan een erkende effectenbeurs staat genoteerd mits de ter beurze genoteerde aandelen direct door het publiek gekocht en verkocht kunnen worden. Aandelen kunnen „door het publiek” worden gekocht of verkocht indien de aankoop of verkoop van aandelen niet impliciet of expliciet is voorbehouden aan een beperkte groep investeerders;
- f. wordt verstaan onder de uitdrukking „voornaamste aandelencategorie” de aandelencategorie of -categorieën die een meerderheid van het totale aantal stemmen en de waarde van het lichaam vertegenwoordigen;
- g. wordt verstaan onder de uitdrukking „erkende effectenbeurs” elke effectenbeurs die de bevoegde autoriteiten van de partijen overeenkomen;
- h. wordt verstaan onder de uitdrukking „collectief beleggingsfonds of collectieve beleggingsregeling” elk gezamenlijk beleggingsinstrument, ongeacht de juridische vorm. De uitdrukking „openbaar collectief beleggingsfonds of openbare collectieve beleggingsregeling” omvat elk collectief beleggingsfonds of elke collectieve beleggingsregeling, mits de eenheden, aandelen of andere belangen in het fonds of de regeling direct door het publiek kunnen worden gekocht, verkocht of afgelost. Eenheden, aandelen of andere belangen in het fonds of de regeling kunnen direct „door het publiek” worden gekocht, verkocht of afgelost indien de aankoop, verkoop of aflossing niet impliciet of expliciet is voorbehouden aan een beperkte groep investeerders;
- i. wordt verstaan onder de uitdrukking „belasting” elke belasting waarop het Verdrag van toepassing is;
- j. wordt verstaan onder de uitdrukking „verzoekende partij” de partij die om informatie verzoekt;
- k. wordt verstaan onder de uitdrukking „aangezochte partij” de partij die verzocht wordt informatie te verstrekken;
- l. wordt verstaan onder de uitdrukking „maatregelen ten behoeve van het verzamelen van informatie” wetten en bestuursrechtelijke of gerechtelijke procedures die een partij in staat stellen de gevraagde informatie te verkrijgen en te verstrekken;
- m. wordt verstaan onder de uitdrukking „informatie” alle feiten, verklaringen of stukken ongeacht in welke vorm, die nodig zijn voor de toepassing en handhaving van de belastingen waarop het Verdrag van toepassing is; en
- n. wordt verstaan onder de uitdrukking „fiscale delicten” strafbare feiten of overtredingen die zijn begaan op het gebied van belastingen en die volgens de nationale wetgeving als zodanig worden beschouwd, ongeacht of ze zijn opgenomen in de belastingwetten, het wetboek van strafrecht of andere wetten.
Wat betreft de toepassing van dit Verdrag, op enig moment, door een partij heeft, tenzij de context anders vereist, elke daarin niet omschreven uitdrukking de betekenis welke die uitdrukking op dat tijdstip heeft volgens de wetgeving van die partij, waarbij elke betekenis volgens de toepasselijke belastingwetgeving van die partij prevaleert boven een betekenis die volgens andere wetgeving van die partij aan die uitdrukking wordt gegeven.
Artikel 5. Uitwisseling van informatie op verzoek
De bevoegde autoriteit van de aangezochte partij verstrekt op verzoek informatie ten behoeve van de in artikel 1 bedoelde doelstellingen. Dergelijke informatie wordt uitgewisseld ongeacht of de onderzochte gedragingen, indien deze op het grondgebied van de aangezochte partij zouden plaatsvinden, uit hoofde van de wetgeving van de aangezochte partij als strafbaar feit zouden worden aangemerkt.
Indien de informatie in het bezit van de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij niet toereikend is om aan het verzoek om informatie te voldoen, treft die partij alle toepasselijke maatregelen ten behoeve van het verzamelen van informatie teneinde de verzoekende partij de verzochte informatie te verstrekken, ongeacht het feit dat de aangezochte partij ten behoeve van haar eigen belastingheffing niet over dergelijke informatie hoeft te beschikken.
Indien de bevoegde autoriteit van een verzoekende partij daar specifiek om verzoekt, is de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij gehouden uit hoofde van dit artikel informatie te verstrekken, voor zover zulks is toegestaan uit hoofde van haar nationale wetgeving, in de vorm van getuigenverklaringen en gewaarmerkte afschriften van originele stukken.
Elke partij waarborgt dat haar bevoegde autoriteit, ten behoeve van de in artikel 1 van het Verdrag omschreven doelstellingen, over de bevoegdheid beschikt het navolgende te verkrijgen en te verstrekken:
- a. informatie die berust bij banken, overige financiële instellingen, of personen die bij wijze van vertegenwoordiging of als vertrouwenspersoon optreden, met inbegrip van gevolmachtigden en trustees;
- b. informatie met betrekking tot de eigendom van lichamen, samenwerkingsverbanden, trusts, stichtingen, „Anstalten” en andere personen, met inbegrip van, binnen de beperkingen van artikel 2, informatie inzake de eigendom met betrekking tot al deze personen binnen een eigendomsketen; in het geval van trusts, informatie met betrekking tot instellers, trustees en begunstigden, met inbegrip van de personen aan wie de eigendomstitel van de trust wordt overgedragen nadat de looptijd van de trust is verstreken; en in het geval van stichtingen, informatie met betrekking tot stichters, leden van het bestuur en begunstigden. Dit Verdrag schept geen verplichting voor de partijen informatie inzake de eigendom te verkrijgen of te verstrekken met betrekking tot beursgenoteerde lichamen of openbare collectieve beleggingsfondsen of openbare collectieve beleggingsregelingen tenzij deze informatie kan worden verkregen zonder tot onevenredige moeilijkheden te leiden.
De bevoegde autoriteit van de verzoekende partij verstrekt de volgende informatie aan de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij wanneer de eerstgenoemde partij uit hoofde van het Verdrag een verzoek om informatie doet, teneinde aan te tonen dat de verzochte informatie naar verwachting van belang zal zijn:
- a. de identiteit van de persoon op wie de controle of het onderzoek betrekking heeft;
- b. een verklaring omtrent de verlangde informatie met inbegrip van de aard ervan en de vorm waarin de verzoekende partij de informatie van de aangezochte partij wenst te ontvangen;
- c. het fiscale doel waarvoor om de informatie wordt verzocht;
- d. de redenen om te veronderstellen dat de verzochte informatie op het grondgebied van de aangezochte partij is of in het bezit of in de macht is van een persoon die zich in het rechtsgebied van de aangezochte partij bevindt;
- e. de naam en adresgegevens, voor zover bekend, van personen van wie verondersteld wordt dat zij in het bezit zijn van de verzochte informatie;
- f. een verklaring dat het verzoek in overeenstemming is met de wetgeving en de bestuursrechtelijke praktijk van de verzoekende partij, dat indien de gevraagde informatie zich in het rechtsgebied van de verzoekende partij zou bevinden, de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij deze informatie volgens de wetten van de verzoekende partij of volgens de normale gang van zaken in de bestuursrechtelijke praktijk zou kunnen verkrijgen, en dat het verzoek in overeenstemming is met dit Verdrag; en
- g. een verklaring dat de verzoekende partij op haar eigen grondgebied alles in het werk heeft gesteld om de informatie te verkrijgen, tenzij dit zou leiden tot onevenredige moeilijkheden.
De bevoegde autoriteit van de aangezochte partij doet de verzochte informatie zo spoedig mogelijk toekomen aan de verzoekende partij. Teneinde een snel antwoord te waarborgen:
- a. bevestigt de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij de ontvangst van een verzoek schriftelijk aan de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij en stelt zij de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij binnen 60 dagen na ontvangst van het verzoek in kennis van eventuele gebreken in het verzoek; en
- b. indien de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij niet in staat is de informatie binnen 90 dagen na ontvangst van het verzoek te verkrijgen en te verstrekken, onder meer omdat zij belemmeringen ondervindt bij het verstrekken van de informatie dan wel weigert de informatie te verstrekken, stelt zij de verzoekende partij daarvan onverwijld op de hoogte, onder vermelding van de oorzaken van de onmogelijkheid, de aard van de belemmeringen of de redenen voor haar weigering, behalve in de situatie omschreven in artikel 8, vierde lid, van dit Verdrag.
Verzoeken dienen schriftelijk te worden ingediend in de officiële taal van de partij die deze verzoeken ontvangt – in het geval van Aruba, de Nederlandse taal, en in het geval van de Republiek Argentinië, de Spaanse taal – of in de Engelse taal. Verzoeken mogen ook langs elektronische weg worden ingediend.
Artikel 6. Spontane uitwisseling van informatie
De bevoegde autoriteiten kunnen elkaar, zonder voorafgaand verzoek, de informatie verstrekken waarvan zij weten dat deze in overeenstemming met artikel 1 naar verwachting van belang kan zijn.
Artikel 7. Belastingcontrole in het buitenland en aanwezigheid van ambtenaren van een partij op het grondgebied van de andere partij ten behoeve van belastingcontrole
Een partij kan ambtenaren van de bevoegde autoriteit van de andere partij toestaan het grondgebied van de eerstgenoemde partij binnen te komen teneinde, met schriftelijke toestemming van de betrokkenen, natuurlijke personen te ondervragen en stukken te onderzoeken. De bevoegde autoriteit van de als tweede genoemde partij stelt de bevoegde autoriteit van de eerstgenoemde partij in kennis van het tijdstip en de locatie van de bijeenkomst met de betrokken natuurlijke personen.
Op verzoek van de bevoegde autoriteit van de ene partij kan de bevoegde autoriteit van de andere partij ambtenaren van de bevoegde autoriteit van de eerstgenoemde partij toestaan aanwezig te zijn bij het daarvoor in aanmerking komende deel van een belastingcontrole op het grondgebied van de als tweede genoemde partij.
Indien het in het tweede lid bedoelde verzoek wordt ingewilligd, stelt de bevoegde autoriteit van de partij die de controle uitvoert, de bevoegde autoriteit van de andere partij zo spoedig mogelijk in kennis van het tijdstip en de locatie van de controle, de aangewezen autoriteit of ambtenaar die de controle zal uitvoeren en van de procedures en voorwaarden die bij de eerstgenoemde partij vereist zijn voor de uitvoering van de controle. Alle beslissingen met betrekking tot het uitvoeren van de belastingcontrole worden genomen door de partij die de controle uitvoert.
Artikel 8. Mogelijkheid een verzoek af te wijzen
Van de aangezochte partij kan niet worden verlangd dat zij informatie verkrijgt of verstrekt die de verzoekende partij krachtens haar eigen wetgeving niet zou kunnen verkrijgen ten behoeve van de toepassing of handhaving van haar eigen belastingwetten. De bevoegde autoriteit van de aangezochte partij kan weigeren bijstand te verlenen indien het verzoek niet in overeenstemming met dit Verdrag is gedaan.
De bepalingen van dit Verdrag mogen een partij niet verplichten informatie te verstrekken waardoor een handelsgeheim, zakelijk geheim, industrieel, commercieel of beroepsgeheim of handelsproces zou worden onthuld. Niettegenstaande het voorgaande zal de informatie bedoeld in artikel 5, vierde lid, niet als geheim of handelsproces worden behandeld uitsluitend op grond van het feit dat zij aan de in dat lid gestelde criteria voldoet.
De bepalingen van dit Verdrag mogen een verdragsluitende partij niet verplichten informatie te verkrijgen of te verstrekken waardoor vertrouwelijke communicatie tussen een cliënt en een advocaat of een andere erkende juridische vertegenwoordiger zou worden onthuld indien dergelijke communicatie plaatsvindt ten behoeve van:
- a. het verzoeken om of verstrekken van juridisch advies; of
- b. bestaande of mogelijk in te stellen gerechtelijke procedures.
De aangezochte partij kan een verzoek om informatie afwijzen indien openbaarmaking van de informatie in strijd zou zijn met de openbare orde (ordre public).
Een verzoek om informatie wordt niet geweigerd op grond van het feit dat de belastingvordering die aanleiding gaf tot het verzoek wordt betwist.
De aangezochte partij kan een verzoek om informatie afwijzen indien de informatie door de verzoekende partij wordt gevraagd teneinde een bepaling van de belastingwetgeving van de verzoekende partij toe te passen of te handhaven die, of een daarmee verband houdend vereiste dat, discriminatie inhoudt van een onderdaan van de aangezochte partij ten opzichte van een onderdaan van de verzoekende partij die zich in dezelfde omstandigheden bevindt.
Artikel 9. Vertrouwelijkheid
Alle uit hoofde van dit Verdrag door een partij ontvangen informatie wordt op dezelfde wijze vertrouwelijk behandeld als informatie verkregen uit hoofde van haar nationale wetgeving, of volgens de voorwaarden voor vertrouwelijkheid die van toepassing zijn in het rechtsgebied van de partij die deze informatie verstrekt heeft, indien de als tweede genoemde voorwaarden stringenter zijn, en wordt uitsluitend ter kennis gebracht van personen of autoriteiten (met inbegrip van rechterlijke instanties en bestuursrechtelijke lichamen) die onder de rechtsmacht van de desbetreffende partij vallen en betrokken zijn bij de vaststelling of inning van, de tenuitvoerlegging of vervolging ter zake van, of de beslissing in beroepszaken betrekking hebbende op de belastingen waarop dit Verdrag van toepassing is. Deze personen of autoriteiten mogen uitsluitend voor deze doeleinden van deze informatie gebruikmaken. Zij mogen de informatie bekendmaken in openbare rechtszittingen of in gerechtelijke beslissingen. De informatie mag niet op andere wijze ter kennis worden gebracht van enige andere persoon, instelling, autoriteit of rechterlijke instantie zonder de uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij.
Artikel 10. Kosten
Tenzij de bevoegde autoriteiten van de partijen anders overeenkomen, worden gewone kosten gemaakt bij het verlenen van bijstand gedragen door de aangezochte partij en worden buitengewone kosten gemaakt bij het verlenen van bijstand (met inbegrip van redelijke kosten voor het inschakelen van externe adviseurs in verband met een rechtsgeding of andere kosten) gedragen door de verzoekende partij. Op verzoek van een van de partijen plegen de bevoegde autoriteiten indien nodig overleg met betrekking tot dit artikel en in het bijzonder overlegt de bevoegde autoriteit van de aangezochte partij vooraf met de bevoegde autoriteit van de verzoekende partij indien de kosten van het verstrekken van informatie naar aanleiding van een specifiek verzoek naar verwachting aanmerkelijk zullen zijn.
Artikel 11. Procedure voor onderling overleg
De bevoegde autoriteiten trachten moeilijkheden of twijfelpunten die mochten rijzen tussen de partijen met betrekking tot de uitvoering of de uitlegging van het Verdrag in onderling overleg op te lossen.
Naast de in het eerste lid bedoelde afspraken kunnen de bevoegde autoriteiten van de partijen in onderling overleg overeenstemming bereiken over de krachtens de artikelen 5 en 7 te hanteren procedures.
De bevoegde autoriteiten van de partijen kunnen zich rechtstreeks met elkaar in verbinding stellen teneinde overeenstemming als bedoeld in dit artikel te bereiken.
De partijen kunnen ook overeenstemming bereiken over andere vormen van geschillenregeling.
Artikel 12. Inwerkingtreding
Elk van de partijen stelt de andere langs diplomatieke weg schriftelijk in kennis van de voltooiing van de op grond van haar wetgeving vereiste procedures voor het in werking doen treden van dit Verdrag.
Het Verdrag treedt in werking op de laatste dag van de eerste maand na ontvangst van de laatste kennisgeving. Vanaf de inwerkingtreding is dit Verdrag van toepassing op:
- a. fiscale delicten, vanaf de datum van inwerkingtreding, voor belastingtijdvakken beginnend op of na die datum, of indien er geen belastingtijdvakken bestaan, ter zake van alle belastingvorderingen ontstaan op of na die datum; en
- b. alle andere aangelegenheden genoemd in artikel 1, vanaf de datum van inwerkingtreding, voor belastingtijdvakken beginnend op of na 1 januari van het jaar dat volgt op de datum waarop het Verdrag in werking treedt, of indien er geen belastingtijdvakken bestaan, ter zake van alle belastingvorderingen die ontstaan op of na 1 januari van het jaar dat volgt op de datum waarop het Verdrag in werking treedt.
Artikel 13. Beëindiging
Dit Verdrag blijft van kracht totdat het door een van beide partijen wordt beëindigd. Elke partij mag, na het verstrijken van een jaar na de datum van de inwerkingtreding ervan, het Verdrag beëindigen door de andere partij langs diplomatieke weg daarvan schriftelijk kennis te geven. In dat geval houdt het Verdrag op van toepassing te zijn op de eerste dag van de maand na het verstrijken van een tijdvak van zes maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving van beëindiging door de andere partij.
Niettegenstaande de beëindiging van het Verdrag overeenkomstig het eerste lid blijven beide partijen gebonden door de voorwaarden van artikel 9 ten aanzien van alle uit hoofde van het Verdrag verkregen informatie.
DONE in duplicate at Buenos Aires this 30th day of September 2013 in the English, Dutch and Spanish languages, all texts being equally authentic. In case of divergence in the interpretation of this Agreement, the English version shall prevail.
For the Kingdom of the Netherlands, in respect of Aruba,
J.W.P. JURRIENS
For the Argentine Republic,
R. ECHEGARAY