Verdrag van Minamata inzake kwik

Type Verdrag
Publication 2025-04-25
Laatst bijgewerkt 2026-05-23
State In force
Source BWB
artikelen 63
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
4.

Een uit hoofde van het tweede of derde lid afgelegde verklaring blijft van kracht totdat zij overeenkomstig de daarin vermelde voorwaarden haar geldigheid verliest, of tot drie maanden na nederlegging van de schriftelijke kennisgeving van herroeping bij de depositaris.

5.

Het vervallen van de geldigheid van een verklaring, een kennisgeving van herroeping of een nieuwe verklaring heeft generlei gevolgen voor geschillen die reeds bij een scheidsgerecht of bij het Internationaal Gerechtshof aanhangig zijn gemaakt, tenzij de partijen bij het geschil anders overeenkomen.

6.

Indien de partijen bij een geschil niet hetzelfde middel van geschillenbeslechting als bedoeld in het tweede of derde lid hebben aanvaard, en indien zij er binnen twaalf maanden na de kennisgeving van de ene partij aan de andere dat tussen hen een geschil bestaat, niet in geslaagd zijn hun geschil te regelen door middel van het in het eerste lid genoemde middel, wordt het geschil op verzoek van één van de bij het geschil betrokken partijen aan een conciliatiecommissie voorgelegd. De in Deel II van Bijlage E beschreven procedure heeft betrekking op conciliatie ingevolge dit artikel.

Artikel 26. Wijzigingen van het Verdrag

1.

Wijzigingen van dit Verdrag kunnen door elke partij worden voorgesteld.

2.

Wijzigingen van dit Verdrag worden aangenomen tijdens een vergadering van de Conferentie van de partijen.

De tekst van voorgestelde wijzigingen wordt uiterlijk zes maanden vóór de vergadering waarop zij ter aanneming worden voorgelegd, door het Secretariaat aan de partijen toegezonden. Voorgestelde wijzigingen worden door het Secretariaat tevens toegezonden aan de ondertekenaars van dit Verdrag en ter informatie aan de depositaris.

3.

De partijen stellen alles in het werk om over elke voorgestelde wijziging van dit Verdrag consensus te bereiken. Indien alle pogingen om consensus te bereiken zijn uitgeput en er geen overeenstemming is bereikt, wordt de wijziging in laatste instantie aangenomen met een meerderheid van drie vierden van de stemmen van de op de vergadering aanwezige partijen die hun stem uitbrengen.

4.

Een aangenomen wijziging wordt door de depositaris ter bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring aan alle partijen toegezonden.

5.

De bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van wijzigingen wordt schriftelijk medegedeeld aan de depositaris. Overeenkomstig het derde lid aangenomen wijzigingen worden voor de partijen die ermee hebben ingestemd hierdoor te worden gebonden, van kracht op de negentigste dag na de datum van nederlegging van de akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring door ten minste drie vierden van de partijen die partij waren op het tijdstip van aanneming van de wijzigingen. Daarna worden de wijzigingen voor elke andere partij van kracht op de negentigste dag na de datum waarop die partij haar akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van die wijzigingen heeft nedergelegd.

Artikel 27. Aanneming en wijziging van bijlagen

1.

De bijlagen bij dit Verdrag maken een integrerend deel uit van het Verdrag en een verwijzing naar het Verdrag vormt tegelijkertijd een verwijzing naar de bijlagen daarbij, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald.

2.

Eventuele aanvullende bijlagen die na de inwerkingtreding van dit Verdrag worden aangenomen mogen uitsluitend betrekking hebben op aangelegenheden van procedurele, wetenschappelijke, technische of administratieve aard.

3.

De volgende procedure is van toepassing op het voorstellen, de aanneming en de inwerkingtreding van aanvullende bijlagen bij dit Verdrag:

4.

Voor het voorstellen, de aanneming en de inwerkingtreding van wijzigingen van de bijlagen bij dit Verdrag gelden dezelfde procedures als voor het voorstellen, de aanneming en de inwerkingtreding van aanvullende bijlagen bij het Verdrag, met dien verstande dat een wijziging van een bijlage niet in werking treedt voor een partij die een verklaring omtrent de wijzigingen van bijlagen heeft ingediend in overeenstemming met artikel 30, vijfde lid, in welk geval een dergelijke wijziging voor die partij in werking treedt op de negentigste dag na de datum van de nederlegging bij de depositaris van haar akte van bekrachtiging, aanvaarding of datum van de goedkeuring van, of toetreding tot een dergelijke wijziging.

5.

Indien een aanvullende bijlage of een wijziging van een bijlage verband houdt met een wijziging van dit Verdrag, treedt die aanvullende bijlage of die wijziging eerst in werking wanneer de wijziging van het Verdrag in werking treedt.

Artikel 28. Stemrecht

1.

Behoudens het bepaalde in het tweede lid, heeft elke partij bij dit Verdrag één stem.

2.

Regionale organisaties voor economische integratie beschikken, ten aanzien van binnen hun bevoegdheid vallende aangelegenheden, over het aantal stemmen dat gelijk is aan het aantal stemmen van hun lidstaten die partij zijn bij dit Verdrag. Dergelijke organisaties oefenen hun stemrecht niet uit indien een van hun lidstaten zijn stemrecht uitoefent, en omgekeerd.

Artikel 29. Ondertekening

Dit Verdrag is voor ondertekening opengesteld te Kumamoto, Japan, voor alle staten en regionale organisaties voor economische integratie op 10 en 11 oktober 2013 en daarna op de zetel van de Verenigde Naties te New York tot en met 9 oktober 2014.

Artikel 30. Bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding

1.

Dit Verdrag dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd door staten en regionale organisaties voor economische integratie. Het staat open voor toetreding door staten en regionale organisaties voor economische integratie vanaf de dag na de datum waarop het Verdrag voor ondertekening gesloten is. De akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding worden nedergelegd bij de depositaris.

2.

Een regionale organisatie voor economische integratie die partij wordt bij dit Verdrag zonder dat één van haar lidstaten partij is, is gebonden aan alle verplichtingen krachtens het Verdrag. Wanneer één of meer lidstaten van een dergelijke organisatie partij zijn bij dit Verdrag, beslissen de organisatie en haar lidstaten over hun respectieve verantwoordelijkheden met betrekking tot de nakoming van hun verplichtingen ingevolge het Verdrag. In dergelijke gevallen zijn de organisatie en de lidstaten niet gerechtigd de uit het Verdrag voortvloeiende rechten tegelijkertijd uit te oefenen.

3.

In hun akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding vermelden regionale organisaties voor economische integratie de omvang van hun bevoegdheid ter zake van door het Verdrag geregelde aangelegenheden. Deze organisaties stellen de depositaris ook in kennis van elke relevante wijziging betreffende de omvang van hun bevoegdheid, en de depositaris stelt op zijn beurt de partijen daarvan in kennis.

4.

Elke staat of regionale organisatie voor economische integratie wordt aangemoedigd op het tijdstip van zijn of haar bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring van of toetreding tot het Verdrag het Secretariaat informatie te doen toekomen over zijn of haar maatregelen voor de uitvoering van het Verdrag.

5.

In haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding kan een partij verklaren dat een wijziging van een bijlage voor het eerst in werking treedt na nederlegging van haar akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring van of toetreding tot een dergelijke wijziging.

Artikel 31. Inwerkingtreding

1.

Dit Verdrag treedt in werking op de negentigste dag na de datum van nederlegging van de vijftigste akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding.

2.

Voor elke staat of regionale organisatie voor economische integratie die dit Verdrag na de nederlegging van de vijftigste akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, bekrachtigt, aanvaardt of goedkeurt, dan wel hiertoe toetreedt, treedt het Verdrag in werking op de negentigste dag na de datum van nederlegging van de akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding door die staat of regionale organisatie voor economische integratie.

3.

Voor de toepassing van het eerste en tweede lid wordt de nederlegging van een akte door een regionale organisatie voor economische integratie niet meegeteld bij de door de lidstaten van deze organisatie nedergelegde akten.

Artikel 32. Voorbehouden

Ten aanzien van dit Verdrag kan geen enkel voorbehoud worden gemaakt.

Artikel 33. Opzegging

1.

Drie jaar na de datum waarop dit Verdrag voor een partij in werking is getreden, kan die partij het Verdrag te allen tijde opzeggen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de depositaris.

2.

De opzegging wordt van kracht na het verstrijken van één jaar vanaf de datum waarop de depositaris de kennisgeving van opzegging heeft ontvangen of op een latere in de kennisgeving vermelde datum.

Artikel 34. Depositaris

De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties is depositaris van dit Verdrag.

Artikel 35. Authentieke teksten

Het origineel van dit Verdrag, waarvan de Arabische, de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse tekst gelijkelijk authentiek zijn, wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.

DEEL I. : ARBITRAGEPROCEDURE

Artikel 1

1.

Een partij kan in overeenstemming met artikel 25 van dit Verdrag een arbitrageprocedure instellen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de andere partij of partijen bij het geschil. De kennisgeving dient vergezeld te gaan van een verklaring omtrent de vordering tezamen met stukken ter ondersteuning. Deze kennisgeving dient het onderwerp van arbitrage te omschrijven, in het bijzonder onder vermelding van de artikelen van het Verdrag waarvan de uitleg of de toepassing ter discussie staat.

2.

De eisende partij stelt het Secretariaat ervan in kennis dat zij een geschil ingevolge artikel 25 van dit Verdrag voorlegt voor arbitrage. De kennisgeving dient vergezeld te gaan van de schriftelijke kennisgeving van de eisende partij, de verklaring omtrent de vordering en de stukken ter ondersteuning bedoeld in het eerste lid van dit artikel. Het Secretariaat zendt de aldus ontvangen informatie naar alle partijen.

Artikel 2

1.

Indien een geschil in overeenstemming met artikel 1 van deze procedure wordt voorgelegd voor arbitrage, wordt een scheidsgerecht ingesteld. Het scheidsgerecht bestaat uit drie leden.

2.

Elke partij bij het geschil benoemt een arbiter en de twee aldus benoemde arbiters wijzen in gezamenlijk overleg een derde arbiter aan als voorzitter van het scheidsgerecht. Bij geschillen tussen meer dan twee partijen benoemen partijen met hetzelfde belang in gezamenlijk overleg een arbiter. De voorzitter van het scheidsgerecht mag geen onderdaan van een van de partijen bij het geschil zijn, noch mag hij of zij zijn of haar gewone verblijfplaats op het grondgebied van een van die partijen hebben, in dienst zijn bij een van hen, of in een andere hoedanigheid reeds bij de aangelegenheid betrokken zijn geweest.

3.

Vacatures worden vervuld op de wijze voorgeschreven voor de oorspronkelijke benoeming.

Artikel 3

1.

Indien een van de partijen bij het geschil nalaat binnen twee maanden na de datum waarop de gedaagde partij de kennisgeving inzake de arbitrage heeft ontvangen, een arbiter te benoemen, kan de andere partij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties daarvan in kennis stellen, die binnen een termijn van nogmaals twee maanden de benoeming verricht.

2.

Indien de voorzitter van het scheidsgerecht niet binnen twee maanden na de datum van de benoeming van de tweede arbiter is aangewezen, wijst de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, op verzoek van een partij, binnen een termijn van nogmaals twee maanden de voorzitter aan.

Artikel 4

Het scheidsgerecht neemt zijn beslissingen in overeenstemming met de bepalingen van dit Verdrag en met het internationale recht.

Artikel 5

Tenzij de partijen bij het geschil anders overeenkomen, stelt het scheidsgerecht zijn eigen reglement van orde vast.

Artikel 6

Het scheidsgerecht kan, op verzoek van een van de partijen bij het geschil, noodzakelijke voorlopige maatregelen ter bescherming aanbevelen.

Artikel 7

De partijen bij het geschil doen alles wat in hun vermogen ligt om het werk van het scheidsgerecht te vergemakkelijken, met name door:

Artikel 8

De partijen bij het geschil en de arbiters zijn verplicht de vertrouwelijkheid te beschermen van de informatie of documenten die zij gedurende de procedure van het scheidsgerecht in vertrouwelijkheid ontvangen.

Artikel 9

Tenzij het scheidsgerecht anders bepaalt vanwege de bijzondere omstandigheden van de zaak, worden de kosten van het scheidsgerecht in gelijke delen gedragen door de partijen bij het geschil. Het scheidsgerecht houdt een overzicht van al zijn kosten bij en verstrekt de partijen daarvan een eindopgave.

Artikel 10

Elke partij die een belang van juridische aard heeft bij de aangelegenheid die het onderwerp van het geschil is, en waarvoor de beslissing gevolgen kan hebben, kan zich met de instemming van het scheidsgerecht voegen in de procedure.

Artikel 11

Het scheidsgerecht kan tegenvorderingen die rechtstreeks voortvloeien uit het onderwerp van het geschil horen en erover beslissen.

Artikel 12

Het scheidsgerecht neemt beslissingen over de procedures en de inhoud bij meerderheid van de stemmen van zijn leden.

Artikel 13

1.

Indien een van de partijen bij het geschil niet voor het scheidsgerecht verschijnt of haar zaak niet verdedigt, kan de andere partij het scheidsgerecht verzoeken de procedure voort te zetten en een beslissing te nemen. Het feit dat een partij niet voor het scheidsgerecht verschijnt of haar zaak niet verdedigt, vormt geen belemmering voor de voortzetting van de procedure.

2.

Alvorens zijn definitieve uitspraak te doen, dient het scheidsgerecht zich ervan te vergewissen dat de eis feitelijk en rechtens gegrond is.

Artikel 14

Het scheidsgerecht doet zijn definitieve uitspraak binnen vijf maanden na de datum waarop het volledig was ingesteld, tenzij het het noodzakelijk acht deze termijn te verlengen met een termijn van ten hoogste vijf maanden.

Artikel 15

De definitieve uitspraak van het scheidsgerecht dient beperkt te zijn tot het onderwerp van het geschil en met redenen te worden omkleed. De uitspraak dient de namen te bevatten van de leden die hebben deelgenomen en de datum van de definitieve uitspraak. Elk lid van het scheidsgerecht kan een afzonderlijke of afwijkende mening toevoegen aan de definitieve uitspraak.

Artikel 16

De definitieve uitspraak van het scheidsgerecht is bindend voor de partijen bij het geschil. De uitleg van dit Verdrag in de definitieve uitspraak is tevens bindend voor een partij die zich ingevolge artikel 10 van deze regeling heeft gevoegd, voor zover deze betrekking heeft op aangelegenheden ter zake waarvan de partij zich heeft gevoegd. Tegen de definitieve uitspraak staat geen beroep open, tenzij de partijen bij het geschil vooraf overeenstemming hebben bereikt over een beroepsprocedure.

Artikel 17

Geschillen die mogelijk ontstaan tussen de partijen die gebonden zijn door de definitieve uitspraak in overeenstemming met artikel 16 van deze procedure met betrekking tot de uitleg of wijze van tenuitvoerlegging van die definitieve uitspraak kunnen door elk van de partijen worden voorgelegd aan het scheidsgerecht dat de uitspraak heeft gedaan.

DEEL II. : CONCILIATIEPROCEDURE

Artikel 1

Een verzoek van een partij bij een geschil om instelling van een conciliatiecommissie ingevolge artikel 25, zesde lid van dit Verdrag, wordt schriftelijk ingediend bij het Secretariaat, met een afschrift voor de andere partij of partijen bij het geschil. Het Secretariaat stelt alle partijen onverwijld in kennis van het verzoek.

Artikel 2

1.

Tenzij de partijen bij het geschil anders overeenkomen, bestaat de conciliatiecommissie uit drie leden, van wie er door elke betrokken partij een wordt benoemd en een gezamenlijk door deze leden tot voorzitter wordt gekozen.

2.

Bij geschillen tussen meer dan twee partijen, benoemen partijen met hetzelfde belang hun lid van de commissie in gezamenlijk overleg.

Artikel 3

Indien de partijen bij het geschil nalaten binnen twee maanden na de datum van ontvangst door het secretariaat van het schriftelijk verzoek bedoeld in het artikel 1 van deze procedure, benoemingen te verrichten, verricht de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties op verzoek van een partij deze benoemingen binnen een termijn van nogmaals twee maanden.

Artikel 4

Indien de voorzitter van de conciliatiecommissie niet binnen twee maanden na de benoeming van het tweede lid van de commissie is gekozen, wijst de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, op verzoek van een partij bij het geschil, binnen een termijn van nogmaals twee maanden de voorzitter aan.

Artikel 5

De conciliatiecommissie verleent de partijen bij het geschil op onafhankelijke en onpartijdige wijze bijstand bij hun poging tot een minnelijke schikking te komen.

Artikel 6

1.

De conciliatiecommissie kan de conciliatieprocedure uitvoeren op de wijze die zij passend acht, daarbij volledig rekening houdend met de omstandigheden van de zaak en de opvattingen die de partijen bij het geschil kenbaar kunnen maken, met inbegrip van verzoeken om een snelle oplossing. De conciliatiecommissie kan indien gewenst haar eigen reglement van orde aannemen, tenzij de partijen anders overeenkomen.

2.

De conciliatiecommissie kan op elk moment tijdens de procedure voorstellen of aanbevelingen doen om het geschil te regelen.

Artikel 7

De partijen bij het geschil verlenen de conciliatiecommissie medewerking. Zij spannen zich met name in om te voldoen aan verzoeken van de commissie om schriftelijk materiaal in te dienen, bewijzen te overleggen en bijeenkomsten bij te wonen. De partijen en de leden van de conciliatiecommissie zijn verplicht de vertrouwelijkheid te beschermen van alle informatie of documenten die zij gedurende de procedure van de commissie in vertrouwelijkheid ontvangen.

Artikel 8

De conciliatiecommissie neemt haar beslissingen bij meerderheid van stemmen van haar leden.

Artikel 9

Tenzij het geschil reeds is beslecht, brengt de conciliatiecommissie uiterlijk twaalf maanden na de instelling ervan een verslag uit met aanbevelingen ter beslechting van het geschil, die de partijen te goeder trouw in overweging nemen.

Artikel 10

Bij geschillen omtrent de bevoegdheid van de conciliatiecommissie inzake een aan haar voorgelegde aangelegenheid beslist de commissie.

Artikel 11

De kosten van de conciliatiecommissie worden in gelijke delen gedragen door de partijen bij het geschil, tenzij zij anders overeenkomen. De commissie houdt een overzicht van al haar kosten bij en verstrekt de partijen daarvan een eindopgave.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorized to that effect, have signed this Convention.

DONE at Kumamoto, Japan, on this tenth day of October, two thousand and thirteen.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)