Verdrag tot regeling van zekere wetsconflicten ten aanzien van wisselbrieven en orderbriefjes
(Opsomming van Staatshoofden.)
Verlangend regelen te stellen tot oplossing van zekere wetconflicten ten aanzien van wisselbrieven en orderbriefjes, hebben als hun gevolmachtigden aangewezen:
(Lijst van Gevolmachtigden.)
Die, na elkander hun in goeden en behoorlijken vorm bevonden volmachten te hebben medegedeeld, omtrent de volgende bepalingen zijn overeengekomen:
Artikel 1
De Hooge Verdragsluitende Partijen verbinden zich jegens elkander voor de oplossing der hieronder genoemde wetsconflicten ten aanzien van wisselbrieven en orderbriefjes de in de volgende artikelen opgesomde regelen toe te passen.
Artikel 2
De bekwaamheid van een persoon om zich bij wisselbrief en orderbriefje te verbinden wordt bepaald door zijn nationale wet. Indien deze nationale wet de wet van een ander land bevoegd verklaart, is deze laatste wet toepasselijk.
De persoon, die onbekwaam zou zijn volgens de wet in het voorgaande lid genoemd, is desniettemin rechtsgeldig verbonden, indien de handteekening is geplaatst op het grondgebied van een land, volgens welks wetgeving de persoon bekwaam zou zijn geweest.
Ieder der Hooge Verdragsluitende Partijen is bevoegd de rechtsgeldigheid niet te erkennen van een door één harer onderdanen aangegane verbintenis ten aanzien van wisselbrieven en orderbriefjes, welke op het grondgebied der andere Hooge Verdragsluitende Partijen slechts door toepassing van het voorgaande lid van dit artikel geldig zou zijn.
Artikel 3
De vorm der verbintenissen ten aanzien van wisselbrieven en orderbriefjes aangegaan, wordt beoordeeld naar de wet van het land, op welks grondgebied die verbintenissen zijn onderteekend.
Indien echter de op een wisselbrief of een orderbriefje aangegane verbintenissen volgens de bepalingen van het voorgaande lid niet rechtsgeldig zijn, doch in overeenstemming zijn met de wetgeving van den Staat, waar een latere verbintenis is onderteekend, doet de omstandigheid, dat de eerst aangegane verbintenissen, wat vorm betreft, ongeldig zijn, geen afbreuk aan de geldigheid van de later aangegane verbintenis.
Ieder der Hooge Verdragsluitende Partijen is bevoegd te bepalen, dat de verbintenissen ten aanzien van wisselbrieven en orderbriefjes door een harer onderdanen in het buitenland aangegaan, tegenover een van haar andere onderdanen op haar grondgebied geldig zullen zijn, mits zij worden aangegaan in den vorm, door de nationale wet voorgeschreven.
Artikel 4
De rechtsgevolgen der verplichtingen van den acceptant van een wisselbrief en van den onderteekenaar van een orderbriefje worden bepaald door de wet van de plaats, waar die titels betaalbaar zijn.
De rechtsgevolgen, die de handteekeningen der andere uit den wisselbrief of het orderbriefje verbonden personen met zich brengen, worden bepaald door de wet van het land, op welks grondgebied de handteekeningen zijn geplaatst.
Artikel 5
De termijnen tot uitoefening van het recht van regres worden ten aanzien van alle onderteekenaren beheerscht door de wet van de plaats van uitgifte van den titel.
Artikel 6
De vraag, of de houder van een wisselbrief de schuldvordering verkrijgt, welke aanleiding heeft gegeven tot het uitgeven van den titel, wordt bepaald door de wet van de plaats van uitgifte van den titel.
Artikel 7
De vraag, of de acceptatie kan worden beperkt tot een gedeelte van de som, en of de houder al dan niet verplicht is een gedeeltelijke betaling aan te nemen, wordt beoordeeld naar de wet van het land, waar de wisselbrief betaalbaar is.
Dezelfde regel is van toepassing ten aanzien van de betaling van het orderbriefje.
Artikel 8
De vorm en de termijnen van het protest, alsmede de vorm der andere handelingen, welke noodzakelijk zijn voor de uitoefening of voor het behoud van de rechten ten aanzien van wisselbrief of orderbriefje, worden beheerscht door de wetten van het land, op welks grondgebied het protest moet worden opgemaakt of de bedoelde handeling worden verricht.
Artikel 9
De maatregelen, welke genomen moeten worden in geval van verlies of diefstal van den wisselbrief of het orderbriefje, worden bepaald door de wet van de plaats, waar de wisselbrief of het orderbriefje betaalbaar zijn.
Artikel 10
Ieder der Hooge Verdragsluitende Partijen behoudt zich de bevoegdheid voor om de door dit Verdrag gehuldigde beginselen van internationaal privaatrecht niet toe te passen voor zooverre betreft:
- 1°. een buiten het grondgebied van een der Hooge Verdragsluitende Partijen aangegane verbintenis;
- 2°. een wet, welke toepasselijk zou zijn overeenkomstig deze beginselen en welke niet die van een der Hooge Verdragsluitende Partijen zou zijn.
Artikel 11
Op het grondgebied van ieder der Hooge Verdragsluitende Partijen zullen de bepalingen van dit Verdrag niet toepasselijk zijn op wisselbrieven en orderbriefjes, welke reeds op het oogenblik van de inwerkingtreding van dit Verdrag zijn uitgegeven.
Artikel 12
Dit Verdrag, waarvan de Fransche en Engelsche teksten beide authentiek zijn, zal de dagteekening van heden dragen.
Het zal tot 6 September 1930 kunnen worden onderteekend namens ieder Lid van den Volkenbond en iederen Staat niet-Lid.
Artikel 13
Dit Verdrag zal worden bekrachtigd
De oorkonden van bekrachtiging zullen vóór den 1sten September 1932 worden nedergelegd bij den Secretaris-Generaal van den Volkenbond, die van de ontvangst onmiddellijk mededeeling zal doen aan alle Leden van den Volkenbond en aan alle Staten niet-Leden, die partij zijn bij dit Verdrag.
Artikel 14
Van 6 September 1930 af zal ieder Lid van den Volkenbond en iedere Staat niet-Lid tot dit Verdrag kunnen toetreden.
Deze toetreding zal geschieden door een kennisgeving aan den Secretaris-Generaal van den Volkenbond, die haar zal nederleggen in de archieven van het Secretariaat.
De Secretaris-Generaal zal van de nederlegging onmiddellijk kennis geven aan allen, die dit Verdrag hebben onderteeekend, of die daartoe zijn toegetreden.
Artikel 15
Dit Verdrag treedt eerst in werking, wanneer de bekrachtiging of de toetreding zal hebben plaats gehad namens zeven Leden van den Volkenbond of Staten niet-Leden, waaronder drie permanente Leden van den Volkenbondsraad.
De datum van inwerkingtreding zal zijn de negentigste dag, volgende op de ontvangst door den Secretaris-Generaal van den Volkenbond van de zevende bekrachtiging of toetreding, overeenkomstig het eerste lid van dit artikel.
De Secretaris-Generaal van den Volkenbond zal, bij het doen der kennisgevingen, bedoeld bij de artikelen 13 en 14, in het bijzonder doen blijken, dat de bekrachtigingen of toetredingen, bij het eerste lid van dit artikel bedoeld, verkregen zijn.
Artikel 16
Iedere bekrachtiging of toetreding, welke zal geschieden na de inwerkingtreding van het Verdrag overeenkomstig artikel 15, zal van kracht zijn te rekenen van af den negentigsten dag, volgende op den datum van haar ontvangst door den Secretaris-Generaal van den Volkenbond.
Artikel 17
Dit Verdrag kan niet worden opgezegd voor het einde van een termijn van twee jaren, te rekenen van af den datum zijner inwerkingtreding voor het Lid van den Volkenbond of voor den Staat niet-Lid, die tot opzegging overgaat; deze opzegging zal van kracht worden te rekenen van af den negentigsten dag, volgende op de ontvangst door den Secretaris-Generaal van de tot hem gerichte kennisgeving.
Iedere opzegging zal onmiddellijk door den Secretaris-Generaal van den Volkenbond worden medegedeeld aan alle andere Hooge Verdragsluitende Partijen.
Iedere opzegging zal slechts van kracht zijn voor de Hooge Verdragsluitende Partij, namens welke zij zal hebben plaats gehad.
Artikel 18
Ieder lid van den Volkenbond en iedere Staat niet-Lid, voor wien dit Verdrag in werking is, zal na het einde van het vierde jaar, volgende op de inwerkingtreding van dit Verdrag een verzoek kunnen richten tot den Secretaris-Generaal van den Volkenbond, strekkende tot herziening van enkele of van alle bepalingen van dit Verdrag.
Indien een zoodanig verzoek, na mededeeling aan de andere Leden van den Volkenbond of Staten niet-Leden, voor wie het Verdrag alsdan van kracht zal zijn, binnen den termijn van een jaar wordt gesteund door tenminste zes van hen, zal de Raad van den Volkenbond beslissen of er reden is te dien einde een Conferentie samen te roepen.
Artikel 19
De Hooge Verdragsluitende Partijen kunnen op het oogenblik van onderteekening, bekrachtiging of toetreding verklaren, dat zij door de aanvaarding van dit Verdrag geen verplichting op zich wenschen te nemen ten aanzien van alle of eenige van haar koloniën, protectoraten of gebieden, die onder haar suzereiniteit of mandaat zijn geplaatst; in dat geval zal dit Verdrag niet van toepassing zijn op de gebieden, die in een zoodanige verklaring zijn genoemd.
De Hooge Verdragsluitende Partijen kunnen later ten allen tijde ter kennis van den Secretaris-Generaal van den Volkenbond brengen, dat zij wenschen, dat dit Verdrag van toepassing zal zijn op alle of eenige gebieden, die in de verklaring, bedoeld in het voorgaande lid, zijn genoemd. In dat geval zal het Verdrag van toepassing zijn op de gebieden, die in deze mededeeling worden genoemd, negentig dagen na de ontvangst daarvan door den Secretaris-Generaal van den Volkenbond.
Evenzoo kunnen de Hooge Verdragsluitende Partijen ten allen tijde verklaren, dat zij de toepassing van dit Verdrag op alle of eenige van haar koloniën, protectoraten of gebieden, die onder haar suzereiniteit of mandaat zijn geplaatst, wenschen te beëindigen. In dat geval zal het Verdrag ophouden van toepassing te zijn op de gebieden, die in een zoodanige verklaring zijn genoemd, een jaar na de ontvangst daarvan door den Secretaris-Generaal van den Volkenbond.
Artikel 20
Dit Verdrag zal door den Secretaris-Generaal van den Volkenbond onmiddellijk bij zijn inwerkingtreding worden geregistreerd. Het zal vervolgens zoo spoedig mogelijk worden gepubliceerd in den „Recueil des Traités” van den Volkenbond.
Bij het onderteekenen van het heden gesloten Verdrag tot regeling van zekere wetsconflicten ten aanzien van wisselbrieven en orderbriefjes zijn de ondergeteekenden, behoorlijk daartoe gevolmachtigd, omtrent de navolgende bepalingen overeengekomen:
IN FAITH WHEREOF the above-mentioned Plenipotentiaries have signed the present Convention.
DONE at Geneva, the seventh day of June, one thousand nine hundred and thirty, in a single copy, which shall be deposited in the archives of the Secretariat of the League of Nations, and of which authenticated copies shall de delivered to all Members of the League of Nations and non-Member States represented at the Conference.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.