Algemene Overeenkomst betreffende tarieven en handel

Type Verdrag
Publication 1967-08-22
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De Regeringen van het Gemenebest van Australië, het Koninkrijk België, de Verenigde Staten van Brazilië, Birma, Canada, Ceylon, de Republiek Chili, de Republiek China, de Republiek Cuba, de Tsjechoslowaakse Republiek, de Franse Republiek, India, Libanon, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, Nieuw-Zeeland, het Koninkrijk Noorwegen, Pakistan, Zuid-Rhodesia, Syrië, de Unie van Zuid-Afrika, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en de Verenigde Staten van Amerika;

Erkennende, dat hun betrekkingen op het gebied van handel en economie dienen te zijn gericht op verhoging van de levensstandaard, werkgelegenheid voor iedereen en een ruim, gestadig toenemend, reëel inkomen en een grote, gestadig toenemende, effectieve vraag, volledig gebruik van 's werelds hulpbronnen en uitbreiding van de produktie en de goederenruil;

Geleid door de wens bij te dragen tot de verwezenlijking van deze doeleinden door het aangaan, op grondslag van wederkerigheid en wederzijds voordeel, van overeenkomsten die een aanzienlijke verlaging van douanetarieven en een aanzienlijke vermindering van andere handelsbelemmeringen, zomede de afschaffing van discriminerende behandeling in het internationale handelsverkeer, beogen;

Zijn door middel van hun vertegenwoordigers het volgende overeengekomen:

De Engelse en Franse tekst van de Overeenkomst is oorspronkelijk gepubliceerd in Stb.1950/K 440. De vertaling is gepubliceerd in Stb.1950/K 440. De Overeenkomst wordt voorlopig toegepast per 1 januari 1948, zie Trb. 1951/53. Het verdrag is aangevuld en gewijzigd door de in rubriek J van Trb. 1954/129 en rubriek J van Trb. 1956/29 genoemde Protocollen, Overeenkomsten, etc.

DEEL I

Artikel I. Algehele meestbegunstiging
1.

Ten aanzien van in- en uitvoerrechten en enigerlei heffingen terzake van of in verband met in- of uitvoer of terzake van de overmaking naar of uit het buitenland van gelden ter betaling van importen of exporten, alsmede ten aanzien van de wijze van heffing van zodanige rechten en heffingen en voorts ten aanzien van alle regels en formaliteiten nopens in- en uitvoer, alsmede ten aanzien van alle in de leden 2 en 4 van artikel III bedoelde aangelegenheden, zal elk voordeel, elke gunst, elk voorrecht of elke vrijstelling welke een der verdragsluitende partijen verleent aan enig produkt van oorsprong uit of bestemd voor enig ander land, terstond en onvoorwaardelijk worden verleend aan het overeenkomstige produkt van oorsprong uit of bestemd voor het grondgebied van alle andere verdragsluitende partijen.

2.

De bepalingen van lid 1 van dit artikel vereisen niet de afschaffing van enige preferenties met betrekking tot invoerrechten of -heffingen welke de in lid 4 van dit artikel vastgestelde hoogte niet te boven gaan en onder de volgende categorieën vallen:

3.

De bepalingen van lid 1 zullen niet van toepassing zijn op de preferenties tussen de landen die eertijds een deel van het Ottomaanse Keizerrijk uitmaakten en die op 24 juli 1923 daarvan zijn afgescheiden, op voorwaarde dat zodanige preferenties worden toegestaan krachtens lid 5 van artikel XXV, welk lid in dit opzicht zal worden toegepast met inachtneming van lid 1 van artikel XXIX.

4.

De preferentiële marge voor een produkt ten aanzien waarvan een preferentie is toegestaan ingevolge lid 2 van dit artikel, mag, voor zover niet uitdrukkelijk een maximale marge is vermeld in de desbetreffende aan deze Overeenkomst gehechte Lijst:

Wat betreft de verdragsluitende partijen genoemd in Bijlage G, wordt de onder (a) en (b) van dit lid vermelde datum 10 april 1947 vervangen door de respectieve data welke in voormelde Bijlage zijn vermeld.

Artikel II. Concessielijsten
2.

Geen enkele bepaling van dit artikel belet een verdragsluitende partij bij de invoer van enig artikel te eniger tijd te heffen:

3.

Een verdragsluitende partij mag niet haar methode voor het bepalen van de belastbare waarde of het omrekenen van valuta's zodanig wijzigen, dat daardoor de waarde van een concessie vastgelegd in de desbetreffende bij deze Overeenkomst gevoegde Lijst wordt aangetast.

4.

Indien een verdragsluitende partij, hetzij rechtens, hetzij in feite, een monopolie op de invoer van enig produkt omschreven in de desbetreffende bij deze Overeenkomst gevoegde Lijst instelt, handhaaft of goedkeurt, mag dit monopolie, tenzij het tegendeel in die Lijst is bepaald of anderszins is overeengekomen tussen de partijen die oorspronkelijk de concessie overeenkwamen, niet ten gevolge hebben, dat zulks gemiddeld een grotere mate van bescherming verschaft dan in die Lijst is voorzien. Het bepaalde in dit lid legt de verdragsluitende partijen geen beperking op met betrekking tot enige vorm van steun aan binnenlandse producenten welke elders in deze Overeenkomst wordt toegestaan.

5.

Indien een verdragsluitende partij van oordeel is, dat een produkt van de zijde van een andere verdragsluitende partij niet een zodanige behandeling geniet als, naar de mening van de eerste verdragsluitende partij, is beoogd op grond van een concessie vastgelegd in de desbetreffende bij deze Overeenkomst gevoegde Lijst, brengt zij de zaak terstond onder de aandacht van de andere verdragsluitende partij. Geeft de laatste toe, dat de beoogde behandeling die is waarop de eerste partij zegt recht te hebben, doch verklaart zij dat zulk een behandeling niet kan worden verleend, aangezien een rechtsprekend orgaan of ander bevoegd lichaam heeft beslist, dat het betrokken produkt krachtens de tariefwetgeving van deze verdragsluitende partij niet zodanig kan worden ingedeeld, dat een behandeling als in deze Overeenkomst bedoeld mogelijk is, dan treden de beide verdragsluitende partijen, tezamen met andere verdragsluitende partijen welke hierbij een aanmerkelijk belang hebben, terstond in nadere onderhandeling teneinde een billijke regeling te treffen welke in de plaats kan treden van de oorspronkelijk overeengekomene.

7.

De aan deze Overeenkomst gehechte Lijsten vormen een integrerend deel van Deel I van deze Overeenkomst.

DEEL II

Artikel III. Nationale behandeling op het gebied van binnenlandse belastingen en regelingen
1.

De verdragsluitende partijen erkennen, dat binnenlandse belastingen en andere binnenlandse heffingen, evenals wetten, verordeningen en voorschriften betreffende verkoop, aanbod ten verkoop, koop, vervoer, distributie of gebruik van produkten in het binnenland, en binnenlandse kwantitatieve regelingen welke menging, be- of verwerking of gebruik van produkten in bepaalde hoeveelheden of verhoudingen voorschrijven, niet mogen worden toegepast op geïmporteerde of binnenlandse produkten op zodanige wijze dat bescherming aan de binnenlandse produktie wordt verleend.

2.

De produkten van oorsprong uit het grondgebied van enige verdragsluitende partij zijn bij invoer in het grondgebied van enige andere verdragsluitende partij noch rechtstreeks noch middellijk onderworpen aan binnenlandse belastingen of andere binnenlandse heffingen van welke aard ook hoger dan die welke rechtstreeks of middellijk overeenkomstige produkten van binnenlandse oorsprong treffen. Bovendien mag geen verdragsluitende partij op enige andere wijze binnenlandse belastingen of andere binnenlandse heffingen op geïmporteerde of binnenlandse produkten toepassen op een wijze die in strijd is met de in lid 1 geformuleerde beginselen.

3.

Wat betreft een bestaande binnenlandse belasting die onverenigbaar is met het bepaalde in lid 2 doch uitdrukkelijk is toegestaan op grond van een op 10 april 1947 van kracht zijnde handelsovereenkomst krachtens welke het invoerrecht op het belaste produkt niet kan worden verhoogd, staat het de verdragsluitende partij die de belasting heft vrij de toepassing van het bepaalde in lid 2 ten aanzien van deze heffing uit te stellen totdat zij ontheffing kan verkrijgen van de bij deze handelsovereenkomst aangegane verplichtingen en zij, dus het recht heeft verkregen dit invoerrecht in die mate te verhogen als nodig is om het nadeel van de opheffing van de door de belasting verleende bescherming te ondervangen.

4.

De produkten van oorsprong uit het grondgebied van enige verdragsluitende partij mogen bij invoer in het grondgebied van een andere verdragsluitende partij, wat betreft alle wetten, verordeningen en voorschriften betreffende verkoop, aanbod ten verkoop, koop, vervoer, distributie of gebruik in het binnenland, geen minder gunstige behandeling genieten dan die welke wordt verleend aan overeenkomstige produkten van binnenlandse oorsprong. Het bepaalde in dit lid vormt geen beletsel voor de toepassing van differentiële binnenlandse vervoerstarieven welke uitsluitend berusten op de economische exploitatie van vervoermiddelen en niet op de oorsprong van het produkt.

5.

Geen verdragsluitende partij mag enige binnenlandse kwantitatieve regeling nopens menging, be- of verwerking of gebruik van produkten in bepaalde hoeveelheden of verhoudingen uitvaardigen of handhaven die rechtstreeks of middellijk zou vereisen, dat een bepaalde hoeveelheid of een bepaald percentage van een onder de regeling vallend produkt van binnenlandse oorsprong moet zijn. Bovendien mag geen verdragsluitende partij op enigerlei andere wijze binnenlandse kwantitatieve regelingen toepassen op een wijze die in strijd is met de in lid 1 geformuleerde beginselen.

6.

Het bepaalde in lid 5 is niet van toepassing op enigerlei binnenlandse kwantitatieve regeling welke, ter keuze van een verdragsluitende partij, op 1 juli 1939, op 10 april 1947 of op 24 maart 1948 binnen het grondgebied van die verdragsluitende partij van kracht is, onder voorwaarde dat een zodanige regeling welke in strijd is met het bepaalde in lid 5 niet ten nadele van de invoer mag worden gewijzigd en dientengevolge zal worden beschouwd als een invoerrecht ter fine van onderhandeling.

7.

Geen binnenlandse kwantitatieve regeling nopens menging, be- of verwerking of gebruik van produkten in bepaalde hoeveelheden of percentages mag worden toegepast op zodanige wijze dat bedoelde hoeveelheden of percentages over buitenlandse toevoerbronnen worden verdeeld.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.