Benelux-Verdrag inzake grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking

Type Verdrag
Publication 2019-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk België, vertegenwoordigd door:

de Federale Regering,

de Vlaamse Regering,

de Franse Gemeenschapsregering,

de Duitstalige Gemeenschapsregering,

de Waalse Regering,

de Brusselse Hoofdstedelijke Regering.

Het Groothertogdom Luxemburg,

Het Koninkrijk der Nederlanden,

hierna genoemd „de Partijen”,

Gelet op het Verdrag tot instelling van de Benelux Unie, en in het bijzonder artikel 6, tweede lid, onder f),

Gelet op de Europese Kaderovereenkomst inzake grensoverschrijdende samenwerking tussen territoriale gemeenschappen of autoriteiten, ondertekend te Madrid op 21 mei 1980 alsmede het Aanvullend Protocol nr. 1 van 9 november 1995, Protocol nr. 2 van 5 mei 1998 en Protocol nr. 3 van 16 november 2009 bij deze kaderovereenkomst;

Gelet op de Benelux-Overeenkomst inzake grensoverschrijdende samenwerking tussen territoriale samenwerkingsverbanden of autoriteiten, ondertekend te Brussel op 12 september 1986, en het Protocol, gedaan te Brussel op 22 september 1998, tot aanvulling van deze Benelux-Overeenkomst;

Met voldoening vaststellende dat territoriale samenwerkingsverbanden of autoriteiten op het grondgebied van de Lidstaten van de Benelux Unie, de hiervoor vermelde Benelux-Overeenkomst veelvuldig voor hun onderlinge grensoverschrijdende samenwerking gebruiken;

Vaststellende dat de samenwerkingsverbanden die tot stand zijn gekomen op basis van deze Benelux-Overeenkomst de deelnemende leden bij een efficiënte grensoverschrijdende samenwerking hebben ondersteund, maar tegelijkertijd ook belemmeringen in de samenwerking aan het licht hebben gebracht;

Overwegende dat een actualisering van de Benelux-Overeenkomst gewenst is om een oplossing voor deze belemmeringen te bieden;

Overwegende dat deze actualisering mede gewenst is in het licht van de in Europees verband tot stand gekomen nieuwe mogelijkheden om grensoverschrijdend en interterritoriaal samen te werken;

Gezien de belangstelling in de Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad voor grensoverschrijdende samenwerking en de melding aan deze Raad in de gezamenlijke verslagen van de Belgische, Nederlandse en Luxemburgse regeringen over 2007 en 2008, dat actualisering van de Benelux-Overeenkomst ter hand is genomen;

Vaststellende dat de Benelux-Overeenkomst toelaat de samenwerking te regelen tussen territoriale samenwerkingsverbanden of -autoriteiten van de drie Lidstaten van de Benelux Unie, maar niet tussen territoriale samenwerkingsverbanden of autoriteiten van deze Staten en territoriale gemeenschappen of autoriteiten van de buurlanden van deze Staten;

Overwegende dat het om deze redenen aangewezen is om de grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking in een nieuw Verdrag te regelen;

Wensende uitvoering te geven aan de doelstellingen van het Verdrag tot instelling van de Benelux Unie, en inzonderheid artikel 2, eerste lid, daarvan, dat bepaalt dat de Benelux Unie tot doel heeft de samenwerking tussen de Hoge Verdragsluitende Partijen te verdiepen en uit te bouwen, opdat deze verder een voortrekkersrol kan vervullen binnen de Europese Unie en de grensoverschrijdende samenwerking op alle niveaus kan versterken en verbeteren;

Eveneens wensende te handelen in de geest van deel 3 van het Verdrag tot instelling van de Benelux Unie en inzonderheid artikel 25 daarvan, waarin de samenwerking tussen enerzijds de Benelux Unie en anderzijds de Staten, Deelstaten en bestuurlijke entiteiten die grenzen aan de grondgebieden van de Benelux Lidstaten, wordt benadrukt.

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking
1.

Overheden, instellingen en samenwerkingsverbanden als bedoeld in artikel 2, eerste lid, kunnen met elkaar grensoverschrijdend en interterritoriaal samenwerken met het oog op een gemeenschappelijke belangenbehartiging.

2.

De grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking op basis van dit Verdrag vindt plaats op het grondgebied van de Lidstaten van de Benelux Unie en op dat van de Staten die grenzen aan dit grondgebied en die op grond van artikel 27 tot dit Verdrag toetreden.

Artikel 2. Deelnemers
1.

Aan de grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking op basis van dit Verdrag kunnen, binnen het kader van de bevoegdheden ingevolge hun interne recht, deelnemen:

2.

Deze grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking is slechts mogelijk in het kader van de wetgeving van de betrokken Partijen en op voorwaarde dat de deelname zich uitstrekt over het grondgebied van ten minste twee Partijen bij dit Verdrag, waarvan er ten minste één Lidstaat is van de Benelux Unie.

3.

Natuurlijke personen kunnen niet deelnemen aan de grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking op basis van dit Verdrag.

Artikel 3. Vormen van grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking

Zonder afbreuk te doen aan de mogelijkheden om op basis van het privaatrecht samen te werken, kan de grensoverschrijdende en interterritoriale samenwerking gestalte krijgen in:

HOOFDSTUK 2. BENELUX GROEPERING VOOR TERRITORIALE SAMENWERKING

Artikel 4. Kenmerken en oprichting van de BGTS
1.

Een BGTS is een grensoverschrijdend openbaar lichaam met rechtspersoonlijkheid.

2.

Tot de oprichting van een BGTS wordt besloten op gezamenlijk initiatief van haar kandidaat-deelnemers.

3.

Een BGTS wordt opgericht door ondertekening van de oprichtingsakte. Deze akte wordt ondertekend door alle leden en bevat tevens de statuten van een BGTS.

4.

Een BGTS geniet in elke Partij de ruimste handelingsbekwaamheid die in de wetgeving van deze Partij aan rechtspersonen wordt toegekend, waaronder ten minste de bevoegdheid om:

5.

In alle documenten uitgaande van een BGTS wordt de naam „Benelux Groepering voor Territoriale Samenwerking” dan wel de afkorting „BGTS” vermeld.

Artikel 5. Toekenning van bevoegdheden van regeling en bestuur

De deelnemers genoemd in artikel 2, eerste lid, onderdelen a en b, en hun samenwerkingsverbanden kunnen aan een BGTS bevoegdheden van regeling en bestuur toekennen als het interne recht van de Partijen dit toelaat.

Artikel 6. Statuten
1.

De statuten van een BGTS mogen niet in strijd zijn met de openbare orde van de Partijen waartoe de deelnemers behoren.

2.

De statuten van een BGTS regelen ten minste de volgende onderwerpen:

3.

De statuten van een BGTS zijn opgesteld in de taal of talen van het grondgebied waartoe de deelnemers van een BGTS behoren.

Artikel 7. Verkrijging van rechtspersoonlijkheid

De ondertekende oprichtingsakte van een BGTS wordt neergelegd en bekendgemaakt volgens de voorschriften van het interne recht van de Partij waar de maatschappelijke zetel gelegen is. De BGTS verkrijgt rechtspersoonlijkheid op de datum van deze bekendmaking.

Artikel 8. Maatschappelijke zetel en vestigingen van een BGTS
1.

Een BGTS vestigt haar maatschappelijke zetel op het grondgebied van één van de Partijen waartoe de deelnemers behoren.

2.

Een BGTS kan daarnaast op het grondgebied van de Partijen waartoe de deelnemers behoren, één of meer vestigingen oprichten.

3.

Elke vorm van correspondentie aan een BGTS, met inbegrip van betekeningen, ingebrekestellingen of dagvaardingen, geschiedt rechtsgeldig aan de maatschappelijke zetel of aan een vestiging van een BGTS.

Artikel 9. Organen

Een BGTS beschikt ten minste over de volgende organen:

Artikel 10. Personeel van een BGTS
1.

Een BGTS kan arbeidsovereenkomsten van bepaalde of onbepaalde duur sluiten.

2.

De deelnemers kunnen personeel ter beschikking stellen aan een BGTS. Deze personeelsleden ontvangen hun instructies uitsluitend van een BGTS. De modaliteiten van de terbeschikkingstelling, in het bijzonder de eventuele verrekening van het door de oorspronkelijke werkgever betaalde loon met de door hem verschuldigde financiële bijdrage aan een BGTS, maken het voorwerp uit van een specifieke overeenkomst tussen de werkgever en een BGTS.

3.

Een BGTS streeft, met inachtneming van de toepasselijke wetgeving, gelijkwaardigheid na van de arbeidsvoorwaarden op de verschillende arbeidslocaties.

Artikel 11. Toepasselijk recht en bevoegd rechtscollege
1.

Voor zover aan een BGTS bevoegdheden van regeling en bestuur werden toegekend, worden de rechtsbetrekkingen met de aan de BGTS rechtsonderhorige natuurlijke en rechtspersonen en de daaraan verbonden rechtsgang geregeld door het recht dat van toepassing zou zijn als de deelnemende overheden zelf de toegekende bevoegdheden hadden uitgeoefend. De in het kader van deze bevoegdheden genomen beslissingen van een BGTS vermelden uitdrukkelijk de mogelijkheden tot beroep.

2.

Zonder afbreuk te doen aan het eerste lid, is het recht van de maatschappelijke zetel van toepassing op:

3.

Zonder afbreuk te doen aan het eerste lid, is het recht van de plaats van een eventuele vestiging van toepassing op:

4.

Voor zover de rechterlijke bevoegdheid niet geregeld is door het Europese of internationale recht of door het eerste lid, is het rechtscollege dat aangewezen wordt door het recht van de maatschappelijke zetel bevoegd voor de behandeling van geschillen waarbij een BGTS partij is, met uitzondering van de behandeling van geschillen over de in het derde lid vermelde gevallen, waarvoor het bevoegde rechtscollege wordt aangewezen door het recht van de vestiging.

Artikel 12. Financiële aansprakelijkheid

De deelnemers zijn financieel aansprakelijk bij ontoereikend vermogen van een BGTS naar rato van hun in de statuten vastgelegde deelname. In dezelfde mate zijn zij aansprakelijk voor de verplichtingen die voortvloeien uit de verbintenissen die na de ontbinding gehandhaafd blijven.

Artikel 13. Administratief en financieel toezicht
1.

Op alle beslissingen van de deelnemers in verband met een BGTS blijven de administratieve toezichtprocedures van het interne recht van toepassing.

2.

De overheden die volgens het interne recht bevoegd zijn voor het administratief toezicht op de deelnemers, kunnen gezamenlijk één toezichthouder aanwijzen die instaat voor het algemene administratieve toezicht op een BGTS en voorts de toezichtprocedure regelen. Deze toezichthouder zorgt voor de behartiging van de belangen van alle deelnemers uit elk van de betrokken Partijen. Het Secretariaat-generaal van de Benelux Unie biedt desgevallend secretariële en administratieve ondersteuning aan de toezichthouder.

3.

Vooraleer de gezamenlijke toezichthouder dwingende maatregelen neemt ten opzichte van een BGTS, stelt hij de overheden die hem hebben aangewezen hiervan op de hoogte, tenzij deze maatregelen geen uitstel dulden.

4.

De boekhouding van een BGTS wordt gevoerd overeenkomstig de regelgeving die in de Partij waar zij haar maatschappelijke zetel heeft, van toepassing is op de boekhouding van ondernemingen en met naleving van eventuele richtlijnen van de gezamenlijke toezichthouder.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.