Notawisseling houdende een Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Restmechanisme voor het Speciaal Hof voor Sierra Leone betreffende de zetel van het Restmechanisme voor het Speciaal Hof voor Sierra Leone
MINISTERIE VAN BUITENLANDSE ZAKEN VAN HET
KONINKRIJK DER NEDERLANDEN
AFDELING VERDRAGEN
Den Haag, 17 december 2013
MINBUZA-2013.351004
Het ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden biedt het Restmechanisme voor het Speciaal Hof voor Sierra Leone zijn complimenten aan en heeft de eer een zetelverdrag voor te stellen tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Restmechanisme voor het Speciaal Hof voor Sierra Leone (hierna te noemen „de partijen”):
Overwegend dat ingevolge resolutie 1315 van de Veiligheidsraad, aangenomen op 14 augustus 2000, het Speciaal Hof voor Sierra Leone (hierna het „Speciaal Hof”) werd opgericht bij het Verdrag tussen de Verenigde Naties en de regering van Sierra Leone inzake de oprichting van een Speciaal Hof voor Sierra Leone (hierna het „Verdrag inzake het Speciaal Hof”), ondertekend op 16 januari 2002, om onderzoek in te stellen naar degenen die de grootste verantwoordelijkheid dragen voor de ernstige schendingen van het internationale humanitaire recht en het recht van Sierra Leone, begaan op het grondgebied van Sierra Leone sinds 30 november 1996 en hen te vervolgen;
Herinnerend aan artikel 23 van het Verdrag inzake het Speciaal Hof waarin wordt bepaald dat het Verdrag na overeenstemming tussen de partijen zal worden beëindigd na afronding van de gerechtelijke werkzaamheden van het Speciaal Hof;
In aanmerking genomen dat, anticiperend op de afronding van de gerechtelijke werkzaamheden van het Speciaal Hof, bij het Verdrag tussen de Verenigde Naties en de regering van Sierra Leone inzake de oprichting van een Restmechanisme voor het Speciaal Hof voor Sierra Leone (hierna het „Verdrag inzake de oprichting van een Restmechanisme voor het Speciaal Hof”), ondertekend in augustus 2010, het Restmechanisme voor het Speciaal Hof voor Sierra Leone wordt opgericht (hierna het „Restmechanisme voor het Speciaal Hof”) om de functies van het Speciaal Hof uit te voeren die voortgezet dienen te worden na de sluiting ervan, met inbegrip van het onderhouden, in stand houden en beheren van zijn archieven, met inbegrip van de archieven van het Speciaal Hof;
In aanmerking genomen dat in artikel 6 van het Verdrag inzake de oprichting van het Restmechanisme voor het Speciaal Hof wordt bepaald dat „het Restmechanisme voor het Speciaal Hof zijn hoofdzetel in Sierra Leone heeft” en dat het Restmechanisme voor het Speciaal Hof zijn taken uitoefent op een interim zetel in Nederland, met een afdeling of kantoor in Sierra Leone ten behoeve van de bescherming en ondersteuning van getuigen en slachtoffers, tot het moment waarop de partijen anderszins besluiten;
Overwegend dat artikel 1, derde lid, van het Verdrag tot oprichting van het Restmechanisme voor het Speciaal Hof bepaalt dat het Restmechanisme voor het Speciaal Hof de rechtsmacht, functies, rechten en verplichtingen van het Speciaal Hof voortzet en dat het Restmechanisme voor het Speciaal Hof wordt opgericht als een onafhankelijke internationale juridische instantie;
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1
„Het Verdrag tot oprichting van het Restmechanisme voor het Speciaal Hof” betekent het Verdrag tussen de Verenigde Naties en de regering van Sierra Leone inzake de oprichting van een Restmechanisme voor het Speciaal Hof voor Sierra Leone, ondertekend op 11 augustus 2010, en eventuele wijzigingen daarvan in de toekomst;
„Het Restmechanisme voor het Speciaal Hof” betekent het Restmechanisme voor het Speciaal Hof voor Sierra Leone dat is opgericht bij het Verdrag tot oprichting van het Restmechanisme voor het Speciaal Hof;
„De resolutie” betekent resolutie 1315 van de Veiligheidsraad, aangenomen op 14 augustus 2000, waarin de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties wordt verzocht met de regering van Sierra Leone te onderhandelen over een verdrag inzake het instellen van het Speciaal Hof voor Sierra Leone;
„Het Statuut” betekent het Statuut van het Restmechanisme voor het Speciaal Hof, dat als bijlage is gevoegd bij het Verdrag inzake de oprichting van een Restmechanisme voor het Speciaal Hof;
„Het Tribunaal” betekent het Internationaal Tribunaal voor de vervolging van personen verantwoordelijk voor ernstige schendingen van het internationaal humanitair recht op het grondgebied van het voormalig Joegoslavië sedert 1991, opgericht door de Veiligheidsraad ingevolge haar resoluties 808 (1993) en 827 (1993);
„Het zetelverdrag van het Tribunaal” betekent het Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Naties betreffende de zetel van het Internationaal Tribunaal, ondertekend te New York op 29 juli 1994, zoals aangevuld of mogelijk in de toekomst aangevuld, dat is bijgevoegd in de Bijlage;
„Het Algemeen Verdrag” betekent het Verdrag nopens de voorrechten en immuniteiten van de Verenigde Naties, aangenomen door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 13 februari 1946;
„Personen die missies uitvoeren voor het Restmechanisme voor het Speciaal Hof” betekent personen anders dan de personen naar wie specifiek wordt verwezen in het Verdrag tot oprichting van het Restmechanisme voor het Speciaal Hof die opdrachten voor het Restmechanisme voor het Speciaal Hof uitvoeren die betrekking hebben op onderzoek, vervolging, gerechtelijke procedures of andere officiële werkzaamheden door of van het Restmechanisme voor het Speciaal Hof;
„Secretaris-Generaal” betekent de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Artikel 2
Het Restmechanisme voor het Speciaal Hof mag in Nederland zijn rechtsmacht en functies uitoefenen in overeenstemming met het Verdrag tot oprichting van het Restmechanisme voor het Speciaal Hof en zijn Statuut.
Artikel 3
Tenzij anders voorzien in dit Verdrag is het zetelverdrag van het Tribunaal van overeenkomstige toepassing op het Restmechanisme voor het Speciaal Hof en zijn president, rechters, aanklager, griffier en personeel dat werkzaam is bij het Restmechanisme voor het Speciaal Hof.
Artikel 4
Vertegenwoordigers van staten op wie artikel 3 van dit Verdrag niet van toepassing is, genieten dezelfde voorrechten en immuniteiten als vertegenwoordigers van leden ingevolge artikel IV van het Algemeen Verdrag.
Personen die missies voor het Restmechanisme voor het Speciaal Hof uitvoeren en op wie artikel 3 van dit Verdrag niet van toepassing is, genieten voor zover dat voor hun aanwezigheid bij het Restmechanisme voor het Speciaal Hof in Nederland noodzakelijk is, dezelfde voorrechten en immuniteiten als getuigen en deskundigen ingevolge artikel XVIII van het zetelverdrag van het Tribunaal.
Artikel 5
De voorrechten en immuniteiten worden aan de rechters, de aanklager en de griffier verleend in het belang van het Restmechanisme voor het Speciaal Hof en niet voor het persoonlijk voordeel van de personen zelf. Het recht en de verplichting afstand te doen van immuniteit in gevallen waarin daarvan afstand kan worden gedaan zonder afbreuk te doen aan het doel waarvoor zij is toegekend, berust bij de Secretaris-Generaal in samenspraak met de president.
De voorrechten en immuniteiten worden aan het personeel dat werkzaam is bij het Restmechanisme voor het Speciaal Hof verleend in het belang van het Hof en niet voor het persoonlijk voordeel van de personen zelf. Het recht en de verplichting afstand te doen van immuniteit in gevallen waarin daarvan afstand kan worden gedaan zonder afbreuk te doen aan het doel waarvoor zij is toegekend, berust bij de griffier van het Restmechanisme voor het Speciaal Hof.
Daarnaast zijn op het Restmechanisme voor het Speciaal Hof de volgende regels van toepassing inzake het opheffen van voorrechten en immuniteiten:
- a. De voorrechten en immuniteiten van personeelsleden die lokaal zijn geworven en op uurbasis worden betaald en op wie dit artikel niet anderszins van toepassing is, kunnen door de griffier worden opgeheven.
- b. De voorrechten en immuniteiten van raadslieden, getuigen, deskundigen en personen die missies voor het Restmechanisme voor het Speciaal Hof uitvoeren kunnen door de president worden opgeheven.
Artikel 6
Het Koninkrijk der Nederlanden staat de detentie van de verdachten en andere personen, die in hechtenis worden gehouden door het Restmechanisme voor het Speciaal Hof in de detentiefaciliteit die het Restmechanisme voor het Speciaal Hof ter beschikking is gesteld, toe en faciliteert deze.
Op verzoek van het Restmechanisme voor het Speciaal Hof arresteert het Koninkrijk der Nederlanden elke in het eerste lid van dit artikel bedoelde persoon, die uit de detentiefaciliteit of tijdens het vervoer ontsnapt is en draagt deze over aan het Hof, onder dezelfde voorwaarden en volgens dezelfde procedures die op het Tribunaal van toepassing zijn.
Artikel 7
Binnen hun respectieve rechtsstelsels verlenen het Restmechanisme voor het Speciaal Hof en Nederland elkaar de ruimst mogelijke ondersteuning in verband met de berechting van personen die in hechtenis worden gehouden door het Restmechanisme voor het Speciaal Hof en daarmee verband houdende rechtszaken door Nederland.
Artikel 8
Het Restmechanisme voor het Speciaal Hof stelt personen die in hechtenis worden gehouden door het Restmechanisme voor het Speciaal Hof niet in vrijheid op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden, tenzij laatstgenoemde hiermee instemt.
Wanneer een persoon die door het Restmechanisme voor het Speciaal Hof in hechtenis wordt gehouden om welke reden dan ook in vrijheid wordt gesteld, treft het Restmechanisme voor het Speciaal Hof zo spoedig mogelijk voorzieningen die het passend acht voor zijn overbrenging, rekening houdend met de opvattingen van de persoon, naar een staat die verplicht is hem te ontvangen, naar een andere staat die ermee instemt hem te ontvangen of naar een staat die om zijn uitlevering heeft verzocht met instemming van de staat die hem oorspronkelijk had overgedragen. In dit geval faciliteert het Koninkrijk der Nederlanden de overbrenging in overeenstemming met dit Verdrag en daarmee verband houdende overeenkomsten.
Artikel 9
De partijen bij dit Verdrag komen overeen wanneer nodig met elkaar te overleggen over verdere praktische regelingen of overeenkomsten.
Artikel 10
De bepalingen van dit Verdrag worden voorlopig toegepast vanaf de datum van totstandkoming van dit Verdrag, met uitzondering van de artikelen 6, 7 en 8.
Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand nadat beide partijen elkaar schriftelijk ervan in kennis hebben gesteld dat aan de wettelijke vereisten voor inwerkingtreding is voldaan.
Dit Verdrag kan met wederzijdse instemming van beide partijen worden gewijzigd.
Dit Verdrag houdt op van kracht te zijn met wederzijdse instemming van de partijen, indien de interim zetel van het Restmechanisme voor het Speciaal Hof wordt verwijderd van het grondgebied van Nederland of indien het Restmechanisme voor het Speciaal Hof wordt ontbonden, met uitzondering van bepalingen die van toepassing kunnen zijn in verband met de ordentelijke beëindiging van de werkzaamheden van het Restmechanisme voor het Speciaal Hof op zijn interim zetel in Nederland en de vervreemding van zijn bezittingen aldaar, alsmede van bepalingen inzake immuniteit ten aanzien van elke juridische procedure met betrekking tot woorden die zijn gesproken of geschreven of handelingen die zijn verricht in een officiële hoedanigheid ingevolge dit Verdrag.
Dit Verdrag is slechts van toepassing op het deel van het Koninkrijk der Nederlanden in Europa.
If the foregoing is acceptable to the Residual Special Court for Sierra Leone, the Ministry of Foreign Affairs of the Kingdom of the Netherlands has the honour to propose that this Note and the Note in reply of the Residual Special Court for Sierra Leone shall constitute a Headquarters Agreement between the Kingdom of the Netherlands and the Residual Special Court for Sierra Leone. The Agreement shall be applied provisionally as from the date of the Note in reply of the Residual Special Court for Sierra Leone, with the exception of Articles 6, 7 and 8, and shall enter into force on the first day of the second month after both Parties have notified each other in writing that the legal requirements for entry into force have been complied with.
The Ministry of Foreign Affairs of the Kingdom of the Netherlands avails itself of this opportunity to renew to the Residual Special Court for Sierra Leone the assurances of its highest consideration.
To the Residual Special Court for Sierra Leone
The Hague
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.