Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland (Lid-Staten der Europese Gemeenschappen) en de Helleense Republiek betreffende de toetreding van de Helleense Republiek tot de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie

Type Verdrag
Publication 1981-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Zijne Majesteit de Koning der Belgen,

Hare Majesteit de Koningin van Denemarken,

de President van de Bondsrepubliek Duitsland,

de President van de Helleense Republiek,

de President van de Franse Republiek,

de President van Ierland,

de President van de Italiaanse Republiek,

Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg,

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden,

Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verenigd in de wil de verwezenlijking van de doelstellingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie voort te zetten,

Vastbesloten, in de geest van deze Verdragen, op de reeds gelegde grondslagen een steeds hechtere eenheid tussen de Europese volkeren tot stand te brengen,

Overwegende dat artikel 237 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap alsmede artikel 205 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, aan de Europese Staten de mogelijkheid bieden lid van deze Gemeenschappen te worden,

Overwegende dat de Helleense Republiek heeft verzocht lid te worden van deze Gemeenschappen,

Overwegende dat de Raad der Europese Gemeenschappen, na advies van de Commissie te hebben ingewonnen, zich heeft uitgesproken voor toelating van deze Staat,

Hebben besloten in gemeenschappelijk overleg de voorwaarden voor deze toelating en de in de Verdragen tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie aan te brengen aanpassingen vast te stellen, en hebben daartoe als gevolmachtigden aangewezen:

Zijne Majesteit de Koning der Belgen,

de heer Wilfried Martens, Eerste Minister;

de heer Henri Simonet, Minister van Buitenlandse Zaken;

de heer Joseph van der Meulen, Ambassadeur,

Permanente Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen;

Hare Majesteit de Koningin van Denemarken,

de heer Niels Anker Kofoed, Minister van Landbouw;

de heer Gunnar Riberholdt, Ambassadeur,

Permanente Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen;

de President van de Bondsrepubliek Duitsland,

de heer Hans-Dietrich Genscher, Bondsminister van Buitenlandse Zaken;

de heer Helmut Sigrist, Ambassadeur,

Permanente Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen;

de President van de Helleense Republiek,

de heer Constantinos Karamanlis, Eerste Minister;

de heer Georgios Rallis, Minister van Buitenlandse Zaken;

de heer Georgios Kontogeorgis, Minister zonder portefeuille, belast met de betrekkingen met de Europese Gemeenschappen;

de President van de Franse Republiek,

de heer Jean François-Poncet, Minister van Buitenlandse Zaken;

de heer Pierre Bernard-Reymond, Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken;

de heer Luc de La Barre de Nanteuil, Ambassadeur,

Permanente Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen;

de President van Ierland,

de heer John Lynch, Eerste Minister;

de heer Michael O'Kennedy, Minister van Buitenlandse Zaken;

de heer Brendan Dillon, Ambassadeur,

Permanente Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen;

de President van de Italiaanse Republiek,

de heer Giulio Andreotti, Voorzitter van de Ministerraad;

de heer Adolfo Battaglia, Adjunct-Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken;

de heer Eugenio Plaja, Ambassadeur,

Permanente Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen;

Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg,

de heer Gaston Thorn, President van de Regering,

Minister van Buitenlandse Zaken;

de heer Jean Dondelinger, Ambassadeur,

Permanente Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen;

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden,

de heer Ch. A. van der Klaauw, Minister van Buitenlandse Zaken;

de heer J. H. Lubbers, Ambassadeur,

Permanente Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen;

Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Lord Carrington, Minister van Buitenlandse en Gemenebest-Zaken;

Sir Donald Maitland, Ambassadeur,

Permanente Vertegenwoordiger bij de Europese Gemeenschappen;

die, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten, omtrent de volgende bepalingen overeenstemming hebben bereikt:

Artikel 1
1.

De Helleense Republiek wordt lid van de Europese Economische Gemeenschap en van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en wordt Partij bij de Verdragen tot oprichting van deze Gemeenschappen, zoals deze Verdragen zijn gewijzigd of aangevuld.

2.

De voorwaarden voor de toelating en de daaruit voortvloeiende aanpassingen van de Verdragen tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie zijn neergelegd in de bij dit Verdrag gevoegde Akte. De bepalingen van deze Akte die betrekking hebben op de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie maken een integrerend deel van dit Verdrag uit.

3.

De in de in lid 1 genoemde Verdragen voorkomende bepalingen betreffende de rechten en verplichtingen van de Lid-Staten alsmede de algemene en bijzondere bevoegdheden van de Instellingen van de Gemeenschappen, zijn van toepassing ten aanzien van dit Verdrag.

Artikel 2

Dit Verdrag zal door de Hoge Verdragsluitende Partijen worden bekrachtigd overeenkomstig hun onderscheiden grondwettelijke bepalingen. De Akten van bekrachtiging zullen uiterlijk 31 december 1980 worden neergelegd bij de Regering van de Italiaanse Republiek.

Dit Verdrag treedt in werking op 1 januari 1981, mits alle Akten van bekrachtiging voor dit tijdstip zijn neergelegd en mits de Akte van toetreding van de Helleense Republiek tot de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal op dit tijdstip is neergelegd.

Artikel 3

Dit Verdrag, opgesteld in één enkel exemplaar, in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Griekse, de Ierse, de Italiaanse en de Nederlandse taal, zijnde de acht teksten gelijkelijk authentiek, zal worden neergelegd in het archief van de Regering van de Italiaanse Republiek, die een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toezendt aan de Regeringen der andere ondertekenende Staten.

DEEL EERSTE. BEGINSELEN

Artikel 1

In de zin van deze Akte:

Artikel 2

Vanaf de toetreding zijn de oorspronkelijke Verdragen en de door de Instellingen van de Gemeenschappen genomen besluiten verbindend voor de Helleense Republiek en in deze Staat toepasselijk onder de voorwaarden voorzien in deze Verdragen en in deze Akte.

Artikel 3
1.

Bij deze Akte treedt de Helleense Republiek toe tot de door de Vertegenwoordigers van de Regeringen der Lid-Staten, in het kader van de Raad bijeen, genomen besluiten en gesloten overeenkomsten. Zij verbindt zich ertoe op het tijdstip van de toetreding ook toe te treden tot elke andere door de huidige Lid-Staten gesloten overeenkomst die de werking van de Gemeenschappen betreft of in nauw verband staat met het optreden van deze Gemeenschappen.

2.

De Helleense Republiek verbindt zich ertoe toe te treden tot de overeenkomsten bedoeld in artikel 220 van het EEG-Verdrag, alsmede tot de Protocollen betreffende de uitlegging door het Hof van Justitie van deze overeenkomsten, die door de Lid-Staten van de Gemeenschap in haar oorspronkelijke of huidige samenstelling zijn ondertekend, en te dien einde onderhandelingen aan te knopen met de huidige Lid-Staten om daarin de vereiste aanpassingen aan te brengen.

3.

De Helleense Republiek bevindt zich ten aanzien van de verklaringen, resoluties of andere standpuntbepalingen van de Raad alsmede ten aanzien van die, welke betrekking hebben op de Europese Gemeenschappen en in onderling overleg tussen de Lid-Staten zijn aanvaard, in dezelfde situatie als de huidige Lid-Staten. Zij zal derhalve de beginselen en beleidslijnen die hieruit voortvloeien, eerbiedigen en zal de maatregelen treffen die nodig zouden kunnen blijken ter verzekering van de toepassing daarvan.

Artikel 4
1.

De door één van de Gemeenschappen met één of meer derde Staten, met een internationale organisatie dan wel met een onderdaan van een derde Staat gesloten overeenkomsten of akkoorden zijn verbindend voor de Helleense Republiek, en wel onder de in de oorspronkelijke Verdragen en in deze Akte neergelegde voorwaarden.

2.

De Helleense Republiek verplicht zich ertoe onder de in deze Akte neergelegde voorwaarden toe te treden tot de door de huidige Lid-Staten gezamenlijk met één van de Gemeenschappen gesloten overeenkomsten of akkoorden, alsmede tot de door de huidige Lid-Staten gesloten overeenkomsten die verband houden met deze overeenkomsten of akkoorden. De Gemeenschap en de huidige Lid-Staten zijn de Helleense Republiek hierbij behulpzaam.

3.

Bij deze Akte en onder de daarin neergelegde voorwaarden, treedt de Helleense Republiek toe tot de interne overeenkomsten welke door de huidige Lid-Staten werden gesloten voor de toepassing van de in lid 2 bedoelde overeenkomsten en akkoorden.

4.

De Helleense Republiek treft de passende maatregelen om zo nodig haar positie ten aanzien van internationale organisaties en internationale overeenkomsten waarbij andere Lid-Staten of één van de Gemeenschappen eveneens partij zijn, aan te passen aan de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit haar toetreding tot de Gemeenschappen.

Artikel 5

Artikel 234 van het EEG-Verdrag en de artikelen 105 en 106 van het EGA-Verdrag zijn voor de Helleense Republiek van toepassing op de overeenkomsten en akkoorden gesloten vóór haar toetreding.

Artikel 6

De bepalingen van deze Akte kunnen, tenzij anders is bepaald, uitsluitend worden geschorst, gewijzigd of ingetrokken door middel van de procedures voorzien in de oorspronkelijke Verdragen die het mogelijk maken tot een herziening van die Verdragen te komen.

Artikel 7

De door de Instellingen van de Gemeenschappen genomen besluiten waarop de in deze Akte vastgestelde overgangsmaatregelen zijn gebaseerd, behouden hun eigen rechtskarakter; met name blijven de voor deze besluiten geldende wijzigingsprocedures van toepassing.

Artikel 8

De bepalingen van deze Akte waarvan het doel of het gevolg is dat besluiten van de Instellingen van de Gemeenschappen anders dan bij wijze van overgangsmaatregel worden ingetrokken of gewijzigd, verkrijgen hetzelfde rechtskarakter als de daardoor ingetrokken of gewijzigde bepalingen en zijn onderworpen aan dezelfde regels als laatstgenoemde bepalingen.

Artikel 9
1.

Ten aanzien van de toepassing van de oorspronkelijke Verdragen en van de door de Instellingen genomen besluiten gelden, bij wijze van overgang, de in deze Akte neergelegde afwijkende bepalingen.

2.

Onder voorbehoud van de bijzondere bepalingen van deze Akte waarin wordt voorzien in andere data of kortere dan wel langere termijnen, eindigt de toepassing van de overgangsmaatregelen aan het eind van het jaar 1985.

DEEL TWEEDE. AANPASSING DER VERDRAGEN

Titel I. Institutionele bepalingen

HOOFDSTUK 1. De Vergadering

Artikel 10

Wijzigt de Akte betreffende de verkiezing van de leden van het Europees Parlement door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen; Brussel, 20 september 1976.

HOOFDSTUK 2. De Raad

Artikel 11

Wijzigt het Verdrag tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben; Brussel, 8 april 1965.

Artikel 12

Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Parijs, 18 april 1951.

Artikel 13

Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Parijs, 18 april 1951.

Artikel 14

Wijzigt het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; Rome, 25 maart 1957 en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM); Rome, 25 maart 1957.

HOOFDSTUK 3. De Commissie

Artikel 15

Wijzigt het Verdrag tot instelling van één Raad en één Commissie welke de Europese Gemeenschappen gemeen hebben; Brussel, 8 april 1965.

HOOFDSTUK 4. Het Hof van Justitie

Artikel 16

Zodra de Helleense Republiek is toegetreden, stelt de Raad van de Europese Gemeenschappen met eenparigheid van stemmen de aanpassingen vast die onderscheidenlijk in artikel 32, eerste alinea, van het EGKS-Verdrag, artikel 165, eerste alinea, van het EEG-Verdrag en artikel 137, eerste alinea, van het EGA-Verdrag dienen te worden aangebracht ten einde het aantal rechters bij het Hof van Justitie met één te vermeerderen. De Raad stelt eveneens de aanpassingen vast die dientengevolge dienen te worden aangebracht in artikel 32 ter, tweede alinea, van het EGKS-Verdrag, artikel 167, tweede alinea, van het EEG-Verdrag en artikel 139, tweede alinea, van het EG A-Verdrag, alsmede in artikel 18, tweede alinea, van het Protocol betreffende het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, in artikel 15 van het Protocol betreffende het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Economische Gemeenschap en in artikel 15 van het Protocol betreffende het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.

HOOFDSTUK 5. Het Economisch en Sociaal Comité

Artikel 17

Wijzigt het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; Rome, 25 maart 1957 en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM); Rome, 25 maart 1957.

HOOFDSTUK 6. De Rekenkamer

Artikel 18

Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal; Parijs, 18 april 1951, het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; Rome, 25 maart 1957 en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM); Rome, 25 maart 1957.

HOOFDSTUK 7. Het Wetenschappelijk en Technisch Comité

Artikel 19

Wijzigt het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (EURATOM); Rome, 25 maart 1957.

Titel II. Andere aanpassingen

Artikel 20

Wijzigt het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie; Rome, 25 maart 1957.

DEEL DERDE. AANPASSING VAN DE BESLUITEN VAN DE INSTELLINGEN

Artikel 21

Ten aanzien van de besluiten genoemd in de lijst die voorkomt in bijlage I van deze Akte vinden de aanpassingen plaats die in die bijlage worden omschreven.

Artikel 22

De ingevolge de toetreding noodzakelijke aanpassingen van de in de lijst die voorkomt in bijlage II van deze Akte genoemde besluiten, worden verricht overeenkomstig de in die bijlage vervatte richtsnoeren en volgens de procedure en op de wijze bepaald in artikel 146.

DEEL VIERDE. OVERGANGSMAATREGELEN

Titel I. Institutionele bepalingen

Artikel 23
1.

In de loop van het jaar 1981 gaat de Helleense Republiek over tot de verkiezing door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen van de vierentwintig vertegenwoordigers van het Griekse volk in de Vergadering, overeenkomstig het bepaalde in de Akte van 20 september 1976 betreffende de verkiezing van de vertegenwoordigers in de Vergadering door middel van rechtstreekse algemene verkiezingen.

Het mandaat van deze vertegenwoordigers eindigt terzelfder tijd als dat van de in de huidige Lid-Staten gekozen vertegenwoordigers.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.