Additionele Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België houdende uitbreiding tot de Nederlandse koloniën van het uitleveringsverdrag van 31 mei 1889
Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden en in Hoogstderzelver naam Hare Majesteit de Koningin-Weduwe, Regentes van het Koninkrijk, en Zijne Majesteit de Koning der Belgen, nuttig geoordeeld hebbende het verdrag betreffende de uitlevering van misdadigers, den 31 Mei 1889 te Brussel gesloten, tot de Nederlandsche koloniën uit te strekken door middel eener additioneele overeenkomst, hebben te dien einde tot Hunne gevolmachtigden benoemd, te weten:
Hare Majesteit de Koningin-Weduwe, Regentes van het Koninkrijk: den heer baron Gericke van Herwijnen, ridder Grootkruis der Orde van den Nederlandschen Leeuw, ridder 1ste klasse der Orde van den Gouden Leeuw van het Huis van Nassau, Grootkruis der Orde van Leopold van België enz. enz. Buitengewoon Gezant en Gevolmachtigd Minister van Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden bij Zijne Majesteit den Koning der Belgen;
en Zijne Majesteit de Koning der Belgen: den heer graaf van Merode Westerloo, ridder der Orde van Leopold, Grootkruis der Orden van den Verlosser van Griekenland, van de Ster van Rumenië enz. enz., lid van de Kamer van Vertegenwoordigers, Hoogstdeszelfs Minister van Buitenlandsche Zaken, die, na elkander hunne volmachten te hebben medegedeeld, welke in goeden en behoorlijken vorm zijn bevonden, omtrent het volgende zijn overeengekomen:
Artikel 1
De bepalingen van het verdrag, betreffende de uitlevering van misdadigers den 31sten Mei 1889 te Brussel gesloten, zullen van toepassing zijn op de koloniën en vreemde bezittingen der Nederlanden, doch, gegrondvest zijnde op de wetgeving van het moederland, zullen deze bepalingen slechts worden nageleefd voor zooverre zij bestaanbaar zijn met de wetten in die koloniën en bezittingen van kracht.
In afwijking van artikel 10 der bovenvermelde overeenkomst, zal de termijn voor de invrijheidstelling drie maanden bedragen.
Artikel 2
De tegenwoordige additioneele overeenkomst zal in werking treden drie maanden na de uitwisseling der akten van bekrachtiging.
Zij zal van kracht blijven tot zes maanden na verklaring in tegenovergestelden zin door eene der beide Regeeringen gedaan. Desniettegenstaande zal zij geacht worden te zijn opgezegd door het feit der opzegging van de overeenkomst van 31 Mei 1889.
Zij zal worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging ervan zullen worden uitgewisseld, binnen den termijn van eene maand of, zoo mogelijk, vroeger.
En foi de quoi les plénipotentiaires respectifs ont signé la présente convention et y ont apposé leurs cachets.
Fait en double expédition, à Bruxelles le 14 février 1895.
(signé) L. Gericke.
(L.S.)
(signé) Merode Westerloo.
(L.S.)
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.