Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de weg (ADR)
De Overeenkomstsluitende Partijen,
Verlangend de veiligheid van het internationale wegvervoer te verhogen,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1
In deze Overeenkomst verstaat men
- a). onder „voertuigen”: motorrijtuigen, gelede voertuigen, aanhangwagens en opleggers, zoals deze zijn omschreven in artikel 4 van het Verdrag nopens het wegverkeer van 19 september 1949, met uitzondering van de voertuigen welke toebehoren aan de krijgsmacht van een Overeenkomstsluitende Partij of welke zich bevinden onder de verantwoordelijkheid van die krijgsmacht;
- b). onder „gevaarlijke goederen”: de stoffen en voorwerpen waarvan de Bijlagen A en B het internationale vervoer over de weg verbieden of slechts onder bepaalde voorwaarden toelaten;
- c). onder „internationaal vervoer”: alle vervoer dat wordt verricht op het grondgebied van tenminste twee Overeenkomstsluitende Partijen met voertuigen zoals hierboven onder a omschreven.
Artikel 2
Onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 4, lid 3, mag geen internationaal vervoer plaats hebben van gevaarlijke goederen waarvan Bijlage A het vervoer verbiedt.
Internationaal vervoer van andere gevaarlijke goederen is slechts toegelaten, indien zijn vervuld:
- a). de voorwaarden welke Bijlage A stelt ten aanzien van de goederen in kwestie, met name ten aanzien van hun verpakking en etikettering, en
- b). de voorwaarden welke Bijlage B stelt, met name ten aanzien van de bouw en de uitrusting van en het rijden met het voertuig, dat de gevaarlijke goederen in kwestie vervoert, onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 4, lid 2.
Artikel 3
De Bijlagen bij deze Overeenkomst vormen een wezenlijk deel daarvan.
Artikel 4
Elke Overeenkomstsluitende Partij behoudt het recht, het invoeren op zijn grondgebied van gevaarlijke goederen aan regelingen te onderwerpen of te verbieden om andere redenen dan de veiligheid gedurende het vervoer.
Voertuigen welke op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij vóór de inwerkingtreding van deze Overeenkomst of binnen twee maanden na die inwerkingtreding in dienst zijn gesteld, mogen gedurende drie jaren na die inwerkingtreding nog internationaal vervoer van gevaarlijke goederen verrichten, zelfs indien hun bouw en uitrusting niet geheel voldoen aan de voorwaarden welke in Bijlage B ten aanzien van het vervoer in kwestie zijn gesteld. Bijzondere bepalingen in Bijlage B kunnen deze termijn echter verkorten.
De Overeenkomstsluitende Partijen behouden het recht, door middel van bijzondere twee- of meerzijdige akkoorden overeen te komen dat bepaalde gevaarlijke goederen waarvan deze Overeenkomst alle internationaal vervoer verbiedt onder bepaalde voorwaarden voor internationaal vervoer op hun grondgebied kunnen worden aangenomen of dat gevaarlijke goederen waarvan deze Overeenkomst internationaal vervoer slechts onder bepaalde voorwaarden toelaat voor internationaal vervoer op hun grondgebied kunnen worden aangenomen onder minder strenge voorwaarden dan die welke door de Bijlagen bij deze Overeenkomst worden gesteld. De in dit lid bedoelde twee- of meerzijdige akkoorden dienen te worden medegedeeld aan de Secretaris-Generaal der Verenigde Naties. Deze zal van die akkoorden mededeling doen aan de Overeenkomstsluitende Partijen die deze akkoorden niet hebben ondertekend.
Artikel 5
Het vervoer waarop deze Overeenkomst van toepassing is blijft onderworpen aan de nationale of internationale voorschriften welke in algemene zin het wegverkeer, het internationale wegvervoer of de internationale handel betreffen.
Artikel 6
De landen welke lid zijn van de Economische Commissie voor Europa, zomede de landen welke overeenkomstig paragraaf 8 van het mandaat dezer Commissie met adviserende bevoegdheid tot haar werkzaamheden zijn toegelaten, kunnen Partij bij deze Overeenkomst worden:
- a). door ondertekening;
- b). door bekrachtiging, na de Overeenkomst te hebben ondertekend onder voorbehoud van bekrachtiging;
- c). door toetreding,
De landen welke ingevolge paragraaf 11 van het mandaat van de Economische Commissie voor Europa in aanmerking komen om aan bepaalde werkzaamheden van deze Commissie deel te nemen kunnen Partij bij deze Overeenkomst worden door tot de Overeenkomst toe te treden na haar inwerkingtreding.
De Overeenkomst staat tot en met 15 december 1957 open voor ondertekening. Na deze datum staat zij open voor toetreding.
De bekrachtiging of de toetreding geschiedt door nederlegging van een daartoe strekkende akte bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Artikel 7
Deze Overeenkomst treedt in werking een maand na de datum waarop het aantal van de in artikel 6, lid 1, bedoelde landen welke de Overeenkomst hebben ondertekend zonder voorbehoud van bekrachtiging of hun akte van bekrachtiging of van toetreding hebben nedergelegd tot vijf is gestegen. De Bijlagen zullen evenwel eerst van toepassing worden zes maanden na de inwerkingtreding van de Overeenkomst zelf.
Met betrekking tot elk land dat deze Overeenkomst heeft bekrachtigd of tot de Overeenkomst is toegetreden, nadat vijf van de in artikel 6, lid 1, bedoelde landen haar hebben ondertekend zonder voorbehoud van bekrachtiging of hun akte van bekrachtiging of van toetreding hebben nedergelegd, treedt deze Overeenkomst in werking een maand na de nederlegging van de akte van bekrachtiging of van toetreding van dat land, en de Bijlagen zullen voor dat land van toepassing zijn hetzij op diezelfde dag, indien zij op dat ogenblik reeds van kracht zijn, hetzij op de dag waarop zij krachtens de bepalingen van lid 1 van dit artikel van kracht worden.
Artikel 8
Deze Overeenkomst kan door elke Overeenkomstsluitende Partij worden opgezegd door een daartoe strekkende, aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving.
De opzegging zal van kracht worden vijftien maanden na de datum van ontvangst van de kennisgeving van opzegging door de Secretaris-Generaal.
Artikel 9
Deze Overeenkomst zal ophouden van kracht te zijn, indien na haar inwerkingtreding het aantal Overeenkomstsluitende Partijen minder is dan vijf gedurende een tijdvak van twaalf opeenvolgende maanden.
In het geval dat een voor de gehele wereld bedoelde overeenkomst wordt gesloten tot reglementering van het vervoer van gevaarlijke goederen, zal elke bepaling van deze Overeenkomst, welke in strijd is met enige bepaling van die wereldomvattende overeenkomst, in de betrekkingen tussen de Partijen bij deze Overeenkomst, die Partij zijn geworden bij de wereldomvattende overeenkomst, met ingang van de dag dat deze laatste in werking is getreden automatisch buiten werking treden en ipso facto worden vervangen door de desbetreffende bepaling van de wereldomvattende overeenkomst.
Artikel 10
Elk land kan ten tijde van de ondertekening van deze Overeenkomst zonder voorbehoud van bekrachtiging, of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging of van toetreding, of te eniger tijd daarna, door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving verklaren, dat de Overeenkomst van toepassing zal zijn ten aanzien van alle of een deel van de gebieden welker internationale betrekkingen het behartigt. De Overeenkomst zal van toepassing zijn ten aanzien van het gebied of de gebieden, in de kennisgeving vermeld, één maand na de datum van ontvangst van die kennisgeving door de Secretaris-Generaal.
Elk land dat overeenkomstig het eerste lid van dit artikel een verklaring heeft afgelegd, waardoor deze Overeenkomst van toepassing wordt verklaard ten aanzien van een gebied welks internationale betrekkingen het behartigt, kan de Overeenkomst met betrekking tot dit gebied afzonderlijk opzeggen overeenkomstig de bepalingen van artikel 8.
Artikel 11
Een geschil tussen twee of meer Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of de toepassing van deze Overeenkomst zal voor zoveel mogelijk worden beslecht door middel van onderhandelingen tussen de Partijen waartussen geschil is gerezen.
Elk geschil dat niet is beslecht door onderhandelingen zal aan een scheidsrechterlijke uitspraak worden onderworpen, indien een der Overeenkomstsluitende Partijen waartussen het geschil is gerezen, zulks verzoekt, en zal dienovereenkomstig worden verwezen naar een of meer scheidsrechters die door de Partijen waartussen het geschil is gerezen in gemeen overleg zijn gekozen. Indien binnen drie maanden na de datum van het verzoek om een scheidsrechterlijke uitspraak de Partijen waartussen geschil is gerezen niet tot overeenstemming zijn gekomen omtrent de keuze van een of meer scheidsrechters, kan een van die Partijen de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties verzoeken één scheidsrechter aan te wijzen naar wie het geschil ter beslechting zal worden verwezen.
De uitspraak van de overeenkomstig het tweede lid van dit artikel aangewezen scheidsrechter of scheidsrechters zal bindend zijn voor de betrokken Overeenkomstsluitende Partijen.
Artikel 12
Elke Overeenkomstsluitende Partij kan op het tijdstip waarop zij deze Overeenkomst ondertekent of bekrachtigt of tot deze Overeenkomst toetreedt verklaren, dat zij zich niet gebonden acht door artikel 11. De andere Overeenkomstsluitende Partijen zijn niet gebonden door artikel 11 tegenover elke Overeenkomstsluitende Partij die een zodanig voorbehoud heeft geformuleerd.
Elke Overeenkomstsluitende Partij die overeenkomstig het eerste lid van dit artikel een voorbehoud heeft geformuleerd kan te allen tijde dit voorbehoud intrekken door een daartoe strekkende, aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties gerichte kennisgeving.
Artikel 13
Nadat deze Overeenkomst gedurende drie jaren in werking zal zijn geweest, kan elke Overeenkomstsluitende Partij door een kennisgeving, gericht aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, de bijeenroeping van een conferentie verzoeken, ten einde deze Overeenkomst te herzien. De Secretaris-Generaal zal van dit verzoek mededeling doen aan alle Overeenkomstsluitende Partijen en zal een conferentie ter herziening van deze Overeenkomst bijeenroepen, indien binnen vier maanden na de datum van de door hem gedane mededeling ten minste een vierde van de Overeenkomstsluitende Partijen hem hun instemming met dit verzoek hebben kenbaar gemaakt.
Indien een conferentie overeenkomstig het eerste lid van dit artikel wordt bijeengeroepen, zal de Secretaris-Generaal alle Overeenkomstsluitende Partijen daarvan in kennis stellen en hen uitnodigen binnen drie maanden voorstellen in te dienen, waarvan zij behandeling door de conferentie wensen. De Secretaris-Generaal zal uiterlijk drie maanden vóór de aanvang van de conferentie aan alle Overeenkomstsluitende Partijen mededeling doen van de voorlopige agenda voor de conferentie, alsmede van de tekst van de ingediende voorstellen.
De Secretaris-Generaal zal alle in het eerste lid van artikel 6 bedoelde landen, alsmede de landen welke krachtens artikel 6, lid 2, Overeenkomstsluitende Partij zijn geworden, uitnodigen tot bijwoning van elke conferentie die overeenkomstig dit artikel wordt bijeengeroepen.
Artikel 14
Onafhankelijk van de in artikel 13 voorziene herzieningsprocedure kan elke Overeenkomstsluitende Partij een of meer wijzigingen van de Bijlagen bij deze Overeenkomst voorstellen. Met dit doel zal zij de tekst daarvan aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties toezenden. Teneinde te verzekeren, dat deze Bijlagen in overeenstemming zijn met andere internationale overeenkomsten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen, kan ook de Secretaris-Generaal wijzigingen van de Bijlagen bij deze Overeenkomst voorstellen.
De Secretaris-Generaal deelt elk overeenkomstig lid 1 van dit artikel gedane voorstel mede aan alle Overeenkomstsluitende Partijen en brengt dit ter kennis van de andere in artikel 6, lid 1, bedoelde landen.
Elk voorstel tot wijziging van de bijlagen wordt geacht te zijn aangenomen, tenzij ten minste een derde der Overeenkomstsluitende Partijen, of vijf van hen indien een derde meer is dan dit aantal, binnen een termijn van drie maanden, te rekenen van de dag waarop de Secretaris-Generaal het voorstel heeft rondgezonden, schriftelijk aan de Secretaris-Generaal hebben kenbaar gemaakt bezwaar tegen de voorgestelde wijziging te hebben. Indien de wijziging wordt geacht te zijn aangenomen, treedt zij voor alle Overeenkomstsluitende Partijen in werking na het verstrijken van een nieuwe termijn, die drie maanden zal duren, behalve in de volgende gevallen:
- a). lngeval soortgelijke wijzigingen zijn aangebracht of waarschijnlijk zullen worden aangebracht in de andere internationale overeenkomsten bedoeld in het eerste lid van dit artikel treedt de wijziging in werking na het verstrijken van een termijn waarvan de duur door de Secretaris-Generaal zodanig wordt bepaald dat deze wijziging en die welke zijn aangebracht of waarschijnlijk zullen worden aangebracht in die andere overeenkomsten, zoveel mogelijk gelijktijdig in werking kunnen treden; deze termijn zal echter niet korter zijn dan één maand;
- b). De Overeenkomstsluitende Partij die een voorstel tot wijziging indient, kan in dit voorstel een langere termijn dan drie maanden aangeven ten aanzien van de inwerkingtreding van de wijziging, indien deze zou worden aanvaard.
De Secretaris-Generaal zal zo spoedig mogelijk alle Overeenkomstsluitende Partijen en alle in artikel 6, lid 1, bedoelde landen mededeling doen van elk van de Overeenkomstsluitende Partijen ontvangen bezwaar tegen een voorgestelde wijziging.
Indien de voorgestelde wijziging van de Bijlagen niet wordt geacht te zijn aangenomen, doch tenminste één andere Overeenkomstsluitende Partij dan die welke de wijziging heeft voorgesteld schriftelijk aan de Secretaris-Generaal zijn instemming met het voorstel heeft kenbaar gemaakt, zal deze laatste binnen een termijn van drie maanden, te rekenen van het verstrijken van de in lid 3 van dit artikel voor het indienen van bezwaren voorziene termijn van drie maanden, een bijeenkomst bijeenroepen van alle Overeenkomstsluitende Partijen en van alle in artikel 6, lid 1, bedoelde landen. De Secretaris-Generaal kan voor die bijeenkomst ook vertegenwoordigers uitnodigen:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.