Overeenkomst inzake de rechtspositie van de strijdkrachten voor militair personeel en troepenuitrusting tussen de Staat Qatar en het Koninkrijk der Nederlanden
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Staat Qatar komen, in het kader van vertrouwen en goodwill, en in lijn met de versterking van de militaire samenwerking, het volgende overeen:
Artikel 1
De Regering van de Staat Qatar stemt in met het op tijdelijke basis bieden van onderdak aan personeelsleden van het Koninkrijk der Nederlanden in de Staat Qatar.
Artikel 2
De strijdkrachten van het Koninkrijk der Nederlanden verplichten zich ertoe geen grondgebied, luchtruim of regionale wateren waarover de Regering van de Staat Qatar toezicht heeft, binnen te gaan zonder schriftelijke toestemming van de Regering van de Staat Qatar.
Artikel 3
Binnen het kader en afhankelijk van de omvang van de missie krijgen de strijdkrachten van het Koninkrijk der Nederlanden toestemming voor binnenkomst in en vertrek uit de Staat Qatar met gebruikmaking van hun nationale paspoorten, en voor het bewegen in en rond de Staat Qatar met gebruikmaking van de militaire identiteitskaart van de Nederlandse troepen.
De commandanten van elke betrokken eenheid moeten aan de Qatarese autoriteiten een lijst verstrekken met de volgende informatie:
-
- de aard en verwachte duur van de missie;
-
- het aantal betrokken militairen en hun namen, registratienummer en nationaliteit;
-
- de hoeveelheid en soort munitie en uitrustingsstukken;
-
- de verwachte verblijfsduur in de Staat Qatar.
Bovengenoemde gegevens moeten ten minste 15 dagen voor de binnenkomst in de Staat Qatar langs diplomatieke weg bij de Regering van Qatar worden ingediend.
Artikel 4
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden is verplicht tot betaling van alle bijbehorende kosten in relatie tot haar strijdkrachten, waaronder leges voor in- en uitreisvisa.
Artikel 5
Het is de Nederlandse strijdkrachten toegestaan uitrusting, voertuigen en geneeskundige voorraden voor het officiële doel van de missie te stationeren, na verkregen toestemming van de Regering van de Staat Qatar.
Artikel 6
Het is de strijdkrachten van het Koninkrijk der Nederlanden toegestaan hun voorschriften en tuchtrechtelijke maatregelen ten aanzien van hun personeelsleden gedurende de stationering in de Staat Qatar te handhaven.
Artikel 7
Leden van de strijdkrachten van het Koninkrijk der Nederlanden zijn verplicht de wetten van de Staat Qatar na te leven en te eerbiedigen en mogen zich niet bemoeien met Qatarese nationale aangelegenheden. Het Qatarese rechtsstelsel heeft rechtsbevoegdheid ten aanzien van misdrijven, overtredingen en civiele zaken die in de Staat Qatar plaatsvinden, in overeenstemming met artikel 12.
Artikel 8
Beide partijen zijn verplicht tot de vergoeding van schade, zoals dood of letsel, toegebracht aan medewerkers van de andere partij, alsmede van schade aan militaire eigendommen als gevolg van ongevallen of menselijke fouten door leden van de andere partij bij de uitoefening van hun taken.
Elke partij is gerechtigd verzoeken om schadevergoeding af te wijzen. Ingeval een derde partij schade lijdt, is de partij die voor de schade aansprakelijk is, verplicht de derde partij schadeloos te stellen overeenkomstig de bestaande wetten van de Staat Qatar.
Artikel 9
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden verplicht zich ertoe geen gevechtsoperaties uit te voeren of daaraan deel te nemen met gebruikmaking van Qatarees grondgebied zonder de uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van de Regering van de Staat Qatar. Het is eveneens verboden uitrusting of materialen te stationeren die ingevolge internationale voorschriften en verdragen verboden zijn.
Artikel 10
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden mag na de voltooiing van haar missie geen uitrusting, met inbegrip van militaire uitrusting, in de Staat Qatar verkopen zonder voorafgaande toestemming van de betrokken autoriteiten in de Staat Qatar.
Artikel 11
De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden draagt er zorg voor dat haar personeelsleden zich onthouden van activiteiten die vallen buiten het specifieke doel van hun stationering in de Staat Qatar.
Artikel 12
-
- De personeelsleden van de strijdkrachten van het Koninkrijk der Nederlanden zijn verantwoordelijk voor de eerbiediging van de wetten, gebruiken, tradities en bestaande voorschriften in de Staat Qatar.
-
- De Qatarese rechtbanken behouden jurisdictie ten aanzien van alle civiele zaken en strafzaken, dat wil zeggen ernstige misdrijven, zware en minder zware delicten, in Qatar begaan door leden van de strijdkrachten van het Koninkrijk der Nederlanden, voor zover deze handelingen strafbaar zijn ingevolge het Qatarees recht.
-
- De Nederlandse autoriteiten zijn bevoegd jurisdictie uit te oefenen over hun personeel in zaken met betrekking tot strafbare feiten (misdrijven, ernstige misdrijven en delicten) en civiele zaken, begaan door hun eigen personeel tegen hun eigendommen, veiligheid, eigen personeel of uitrusting.
-
- Het is beide partijen toegestaan, op verzoek van de andere partij, afstand te doen van jurisdictie. In een dergelijk geval beloven beide zijden elkaar zo spoedig mogelijk te berichten over de uitkomst/beschikking van/in de zaak en de genomen maatregelen.
-
- De autoriteiten van het Koninkrijk der Nederlanden en de Staat Qatar werken samen bij onderzoeken in overeenstemming met het Qatarees recht. Dienovereenkomstig werken beide partijen samen bij het vergaren en verzamelen van bewijs, en de behandeling van goederen en documenten die verband houden met de misdrijven en zorgen zij voor de juiste teruggave hiervan. De autoriteiten van de ene partij kunnen van de autoriteiten van de andere partij eisen dat zij, voordat de goederen aan haar worden overhandigd, beloven de goederen te retourneren.
-
- De Qatarese autoriteiten zijn verplicht de andere partij op de hoogte te brengen in geval een personeelslid van de strijdkrachten van het Koninkrijk der Nederlanden wordt gearresteerd. Ingeval personeelsleden van de strijdkrachten van het Koninkrijk der Nederlanden voor de Qatarese rechter moet verschijnen, hebben zij recht op:
- a. een snelle berechting, voor zover praktisch uitvoerbaar;
- b. naar behoren op de hoogte te worden gebracht van de hem/haar ten laste gelegde feiten en een oproeping te ontvangen ter verschijning op een bepaalde datum;
- c. vertegenwoordiging door een advocaat;
- d. een vakbekwame tolk;
- e. de aanwezigheid van een vertegenwoordiger van zijn/haar ambassade bij de rechtszaak.
Artikel 13
Deze Overeenkomst legt de Staat Qatar geen enkele financiële verplichting op. Beide landen nemen hun eigen kosten van het uitvoeren van de missie en de intenties van deze Overeenkomst op zich.
Artikel 14
Wat niet in deze Overeenkomst is geregeld, valt onder het Qatarees recht en de bestaande voorschriften.
Artikel 15
Deze Overeenkomst treedt op de datum van ondertekening in werking en geldt voor een tijdvak van een jaar, en kan worden verlengd met de instemming van beide partijen.
DONE in Doha on 16 December 2014 in two original copies, in three languages, the Arabic, Netherlands and English, each version being equally authentic. In the event of any inconsistencies, the English version shall prevail.
For the Government of the Kingdom of the Netherlands,
YVETTE VAN EECHOUD
Ambassador
For the Government of the State of Qatar,
Major General GHANIM BIN SHAHEEN AL GHANIM
Chief of Staff
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.