Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaamse Gewest betreffende de aanleg van de nieuwe sluis Terneuzen

Type Verdrag
Publication 2023-12-19
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk der Nederlanden, enerzijds,

en

het Vlaamse Gewest, anderzijds,

hierna te noemen „de Verdragsluitende Partijen”,

Verwijzend naar:

het op 20 juni 1960 te Brussel tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België betreffende de verbetering van het kanaal van Terneuzen naar Gent en de regeling van enige daarmee verband houdende aangelegenheden;

het op 21 december 2005 te Middelburg tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, enerzijds, en de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaams Gewest, anderzijds, inzake de samenwerking op het gebied van het beleid en het beheer in het Schelde-estuarium;

het op 21 december 2005 te Middelburg tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Vlaams Gewest inzake het gemeenschappelijk nautisch beheer in het Scheldegebied.

Overwegende dat:

Nederland en Vlaanderen op 11 maart 2005 in een memorandum van overeenstemming zijn overeengekomen om gezamenlijk de maritieme toegankelijkheid van de Kanaalzone Gent-Terneuzen te verkennen;

bij deze verkenning is geconcludeerd dat er zich wat de toegankelijkheid in de Kanaalzone Gent-Terneuzen betreft nu en straks problemen kunnen voordoen op het terrein van afmetingen, beschikbaarheid en betrouwbaarheid van het bestaande sluizencomplex;

Nederland en Vlaanderen met het oog hierop verschillende oplossingsrichtingen hebben onderzocht en het resultaat van dat onderzoek in een Maatschappelijke Kosten Baten Analyse (MKBA) hebben neergelegd;

het Stakeholders Advies Forum (SAF) de oplossingsrichtingen in de MKBA heeft getoetst op oplossend vermogen en in januari 2009 de Verdragsluitende Partijen heeft geadviseerd zich te richten op de aanleg van een nieuwe sluis;

de Minister van Infrastructuur en Milieu van Nederland en de Minister van Mobiliteit en Openbare Werken van Vlaanderen als Politiek College van de Vlaams-Nederlandse Schelde Commissie op grond van artikel 4, eerste lid, onder a, van het op 21 december 2005 tot stand gekomen Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden, enerzijds, en de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaams Gewest, anderzijds, inzake de samenwerking op het gebied van het beleid en het beheer in het Schelde-estuarium op 19 maart 2012 en 24 december 2014 respectievelijk een besluit inzake de planuitwerkingsfase grote zeesluis Kanaal Gent-Terneuzen, en een besluit inzake de overbruggingsfase voor de Nieuwe Sluis Terneuzen hebben genomen;

Nederland en Vlaanderen hebben besloten tot de aanleg van de Nieuwe Sluis Terneuzen en daartoe de volgende regelingen te treffen:

Komen het volgende overeen:

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsbepalingen

In dit Verdrag wordt verstaan onder:

Artikel 2. Doel

Dit Verdrag heeft tot doel de tenuitvoerlegging en de bekostiging te verzekeren van:

HOOFDSTUK 2. AANLEG EN INFRASTRUCTUREEL BEHEER EN ONDERHOUD VAN DE NIEUWE SLUIS TERNEUZEN

Artikel 3. Uitgangspunten
1.

Uitgangspunt voor de ontwerpeisen van de nieuwe sluis zijn de afmetingen 427m x 55m x 16,44m (lbd).

2.

De aanbesteding van de aanleg van de nieuwe sluis vindt plaats overeenkomstig de Design and Build-methode, waarbij voor het ontwerp overeenkomstig de Life Cycle Cost-benadering wordt uitgegaan van een levensduur van honderd jaar vanaf de datum van ingebruikname van de nieuwe sluis, vermeld in het achtste lid.

3.

Dit Verdrag voorziet in de verrekening van de kosten van het infrastructureel beheer en onderhoud van de nieuwe sluis voor een periode van dertig jaar vanaf de datum van ingebruikname van de nieuwe sluis, vermeld in het achtste lid.

4.

Nederland gunt de contracten voor de aanleg van de nieuwe sluis, vermeld in het tweede lid, binnen een periode van twee maanden na de inwerkingtreding van dit Verdrag en nadat de besluiten die daartoe ingevolge het Nederlandse recht nodig zijn, zijn genomen en de daartoe voorziene procedure, met inbegrip van de vereisten die gelden voor een dergelijk besluit in het kader van het „Meerjarenprogramma Infrastructuur ruimte en transport” (MIRT), is afgewikkeld.

5.

Nederland gunt de contracten voor de aanleg van de nieuwe sluis nadat de VNSC hierover een positief advies heeft uitgebracht.

6.

De VNSC maakt de gunningsverslagen op en ondertekent ze.

7.

Uiterlijk tot het moment van de voorlopige gunning van het contract voor de aanleg van de nieuwe sluis hebben de Verdragsluitende Partijen ieder het recht hun medewerking aan de aanleg van de nieuwe sluis te beëindigen, als onzeker is dat de gunning binnen de budgettaire randvoorwaarde blijft of als er onaanvaardbaar grote budgettaire risico’s blijken te zijn.

8.

De VNSC bepaalt het moment van de ingebruikname en oplevering van de nieuwe sluis.

Artikel 4. Financiering en bekostiging
1.

De budgettaire randvoorwaarde geldt als maximale kostprijs voor de uitvoering van het project nieuwe sluis.

2.

Als een Verdragsluitende Partij een wijziging in de reikwijdte van het project nieuwe sluis voorstelt, komt deze voor rekening van de Verdragsluitende Partij die de wijziging voorstelt.

3.

Alle specifiek genoemde bedragen in dit Verdrag zijn, tenzij anders vermeld, exclusief Belasting Toegevoegde Waarde en op basis van het prijspeil van 2014. Deze bedragen worden op het moment van verrekenen gecorrigeerd voor prijsstijgingen conform de IBOI-methodiek.

4.

De Verdragsluitende Partijen maken twee jaar voor de afloop van de periode van dertig jaar, vermeld in artikel 3, derde lid, een afspraak over het infrastructureel beheer en onderhoud van de nieuwe sluis voor de volgende zeventig jaar.

5.

Vlaanderen neemt het initiatief tot een verzoek aan de instellingen van de Europese Unie om een bijdrage in de financiering of bekostiging van de nieuwe sluis. Nederland ondersteunt dit verzoek.

Artikel 5. Kostenverdeling en kostenverhouding
1.

Vlaanderen draagt de werkelijke kosten van de aanleg. Vlaanderen draagt ook de kosten van het infrastructureel beheer en onderhoud van de nieuwe sluis, geraamd volgens een gezamenlijk overeengekomen methodiek, gedurende de periode van dertig jaar, vermeld in artikel 3, derde lid. Ongeacht de effectieve hoogte van alle vermelde kosten levert Nederland een bijdrage van 155,381 miljoen euro.

2.

De Verdragsluitende Partijen dragen elk de financieringskosten en de Belasting Toegevoegde Waarde voor hun aandeel in de kosten van het project nieuwe sluis.

3.

Bij de toepassing van artikel 3, zevende lid, worden de daar omschreven uit beëindiging voortvloeiende kosten gelijk verdeeld tussen de Verdragsluitende Partijen. Kosten gemaakt voor de inwerkingtreding van dit Verdrag blijven buiten beschouwing.

4.

Betalingen geschieden overeenkomstig de betalingsregeling.

5.

Als de Europese Unie een bijdrage verleent aan de bekostiging of financiering van de nieuwe sluis, gelden de volgende beginselen:

Artikel 6. lnfrastructureel beheer en onderhoud
1.

Het infrastructureel beheer en onderhoud betreft het functiebehoud van de nieuwe sluis, waaronder wordt verstaan het blijvend laten voldoen aan de functionele eisen waarmee de nieuwe sluis is ontworpen en gebouwd.

2.

De kosten en meerkosten van het infrastructureel beheer en onderhoud worden geraamd op basis van de SSK-methodiek en de door Verdragsluitende Partijen gedeelde uitgangspunten infrastructureel beheer en onderhoud nieuwe sluis, opgenomen in bijlage F.

3.

Als het infrastructureel beheer en onderhoud van de voorhaven binnen de blauwe stippellijn op de kaart geheel of gedeeltelijk door of namens Vlaanderen wordt uitgevoerd, geschiedt dit conform de normen die gelden als Nederland het uit zou laten voeren en op voorwaarde dat er, voorafgaand aan de uitvoering, overeenstemming bestaat over de ramingen waartegen het werk wordt gewaardeerd. Vlaanderen voert deze baggerwerken uit voor eigen rekening. Deze kosten worden verrekend in het globale pakket van het onderhoud, vermeld in het tweede lid.

4.

Vlaanderen heeft de mogelijkheid de kosten van infrastructureel beheer en onderhoud met het oog op het functiebehoud van de nieuwe sluis, vermeld in het eerste lid, af te kopen. De basis hiervoor vormt de raming, vermeld in het tweede lid.

5.

De Verdragsluitende Partijen kunnen in een nadere regeling ter uitvoering van dit Verdrag afspraken maken over de verdeling van de kosten bij functieverbetering of bij functieherstel. Onder functieverbetering wordt verstaan het uitvoeren van maatregelen waarbij afgeweken wordt van de functionele eisen waarmee de nieuwe sluis is ontworpen en gebouwd. Onder functieherstel wordt verstaan het ervoor zorgen dat de nieuwe sluis na oplevering opnieuw voldoet aan de functionele eisen die bij het ontwerp werden vastgelegd, na schade veroorzaakt door een onvoorziene gebeurtenis die niet het gevolg is van gebrek aan infrastructureel beheer en onderhoud gericht op functiebehoud.

HOOFDSTUK 3. KANAALAANPASSINGEN

Artikel 7. Besluitvorming en uitvoering kanaalaanpassingen
1.

Elke Verdragsluitende Partij kan een voorstel tot een kanaalaanpassing doen ter beraadslaging en besluitvorming binnen de VNSC. De VNSC bepaalt een redelijke periode van beraadslaging en besluitvorming.

2.

De uitvoering van een kanaalaanpassing op Nederlands grondgebied vindt plaats in gezamenlijk overleg tussen de Verdragsluitende Partijen.

3.

De VNSC bepaalt de datum van ingebruikname van een kanaalaanpassing.

4.

De Verdragsluitende Partijen treffen geen eenzijdige maatregelen in de infrastructuur waarvan in alle redelijkheid kan worden verwacht dat zij een toekomstige kanaalaanpassing onmogelijk of significant duurder maken.

Artikel 8. Berekening meerkosten kanaalaanpassingen

De meerkosten van kanaalaanpassingen worden berekend door op de werkelijke kosten van de aanleg en het infrastructureel beheer en onderhoud van de betrokken kanaalaanpassing in de situatie met de nieuwe sluis de verhouding toe te passen van de tussen Nederland en Vlaanderen overeengekomen raming van de aanleg en het infrastructureel beheer en onderhoud van de betrokken kanaalaanpassing in een situatie waarin de nieuwe sluis is aangelegd en in een situatie waarin de nieuwe sluis niet is aangelegd toe te passen.

Artikel 9. Kosten, kostenverdeling en betalingsregeling
1.

Bij de beraadslaging en besluitvorming, vermeld in artikel 7, eerste lid, raamt de VNSC rekening houdend met de Nederlandse systematiek de kosten van de aanleg, alsmede van het infrastructureel beheer en onderhoud voor een periode van dertig jaar van een kanaalaanpassing op Nederlands grondgebied. Zij berekent daarbij tevens de meerkosten op grond van artikel 8.

2.

Vlaanderen betaalt de kosten van de aanleg en het infrastructureel beheer en onderhoud van een kanaalaanpassing op Vlaams grondgebied, alsmede de meerkosten van de aanleg en het infrastructureel beheer en onderhoud voor een periode van dertig jaar van een kanaalaanpassing op Nederlands grondgebied.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.