Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot wijziging van art. 6 van het Tractaat van 12 mei 1863 betreffende de regeling der wateraftappingen uit de Maas

Type Verdrag
Publication 1874-02-14
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Zijne Majesteit de Koning der Nederlanden, Groot-Hertog van Luxemburg, en Zijne Majesteit de Koning der Belgen, het nuttig geoordeeld hebbende de bepalingen van art. 6 van het tractaat van 12 Mei 1863, regelende de wateraftappingen van de Maas, door andere te vervangen, meer overeenkomstig de belangen van Belgie en van de Nederlanden, hebben te dien einde tot Hunne gevolgmagtigden benoemd, te weten:

Zijne Majesteit de Koning der Nederlanden, Groot-Hertog van Luxemburg,

den heer JAN WILLEM VAN LANSBERGE, ridder der orde van den Nederlandschen Leeuw, officier der Leopoldsorde, grootkruis der orde van Frans Joseph, enz., enz., enz., Hoogstdeszelfs Buitengewoon Gezant en Gevolmagtigd Minister bij Zijne Majesteit den Koning der Belgen;

Zijn Majesteit de Koning der Belgen,

den heer WILLEM B. F. C. graaf VAN ASPREMONT LYNDEN, officier der Leopoldsorde, kommandeur van den Ernestinischen tak van het Huis van Saksen, grootkruis der orden van den Witten Adelaar, van Karel III, van den Verlosser van Griekenland, ridder 1ste klasse der orde van Medjidié, lid van den Senaat, Hoogstdeszelfs Minister van Buitenlandsche Zaken;

die, na hunne volmagten te hebben gewisseld en in orde bevonden, zijn overeengekomen als volgt:

Artikel 1

Wijzigt het Tractaat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot regeling der wateraftappingen uit de Maas; 's-Gravenhage, 12 mei 1863.

Artikel 2

De Belgische Regering verbindt zich de som van twee honderd vijftig duizend francs (fr. 250 000) bij te dragen in de kosten tot verbetering van de rivier de Dommel en hare zijtakken of andere wateren op Nederlandsch gebied gelegen en bestemd het water te ontvangen der Belgische bevloeijingen, dat ten allen tijde over het Nederlandsch gebied moet worden ontlast, zonder dat daaruit voor Belgie eenige verantwoordelijkheid ontstaat jegens de Nederlandsche oevereigenaars of bezitters van fabrieken langs die wateren.

Artikel 3

De bijdrage van Belgie zal ter beschikking der Nederlanden worden gesteld bij opvolgende termijnen, waarvan het bedrag en de tijdstippen van storting zullen bepaald worden naarmate van de vordering der werken tot verbetering der bovenbedoelde wateren en de uitgaven daardoor te weeg gebragt.

De Nederlandsche en Belgische Regeringen het nuttig geoordeeld hebbende verschillende vraagpunten te regelen, die de uitvoering van het tractaat van 12 Mei 1863 heeft doen ontstaan, zoo hebben de ondergeteekenden, daartoe behoorlijk gemagtigd, in naam hunner Regeringen, de volgende verklaring opgemaakt:

Artikel 1

De hoeveelheid water, aan de Maas onttrokken door de prise d'eau te Maastricht, zal worden berekend door middel der formule:

M = n x b x h √ 2 g H,

waarin, voor den meter als lengte-eenheid, is:

Artikel 2

De Belgische Regering zal aan sluis 17 te Loozen op het kanaal van Maastricht naar 's Hertogenbosch eene waterleiding doen maken gelijk aan de bestaande aan sluis 16 te Weert, bestemd om het aanhouden en de regelmatigheid te verzekeren van den afvoer der hoeveelheid water, bepaald in art. 5 van voornoemd tractaat, en om de hoegrootheid van dien afvoer gemakkelijk te kunnen nagaan.

De wijze van bepaling der hoegrootheid van dezen afvoer door middel van het bedoeld kunstwerk en de coëfficient daartoe betrekkelijk zullen later in gemeen overleg geregeld worden door de hoofdingenieurs der bruggen en wegen en van den waterstaat in de provincie en het hertogdom Limburg.

Artikel 3

Het pand van het kanaal van Maastricht naar 's Hertogenbosch, gelegen beneden sluis 17 te Loozen, zal bij voortduur op het normale peil gehouden worden; de afvoer, zoowel direct door deze sluis als door de waterleiding in art. 2 bedoeld, zal echter niet de hoeveelheden kunnen te boven gaan, bepaald in art. 5 van het tractaat van 12 Mei 1863.

Ingeval, bij afvoer van de grootste hoeveelheid water, de waterstand van het beneden gelegen pand beneden den normalen stand mogt dalen, zal de sluiswachter te Loozen daarvan terstond kennis geven aan de administratie van den waterstaat.

Artikel 4

Ten einde de middelbare snelheid van den stroom niet het maximum overschrijde, bepaald in art. 3 van het tractaat, wordt het vaarpeil op het kanaal van Maastricht naar 's Hertogenbosch bepaald als volgt:

Zoodra de waterspiegel in het kanaal de aangeduide grenzen zal bereiken boven de hoogte van veertig meters zestig centimeters (40 M. 60) + AP., zal de afvoer door de prise d'eau zoo noodig genoegzaam verminderd worden om verdere rijzing te voorkomen.

Mogt, bij strikte naleving der hierboven gegeven voorschriften, het doel, in art. 3 van het tractaat omschreven, niet volledig bereikt worden, zoo zullen de betrokken administratien in gemeen overleg de noodige maatregelen nemen om in ieder geval de geheele uitvoering der bepalingen van dat artikel te verzekeren.

Artikel 5

Er zullen peilschalen geplaatst worden, duidelijk aanwijzende de verschillende hoogten in art. 4 opgenoemd.

Artikel 6

Van iedere verandering in den afvoer der prise d'eau te Maastricht zal de administratie van den waterstaat terstond mededeeling doen aan de Belgische administratie der bruggen en wegen.

En foi de quoi les plénipotentiaires respectifs ont signé la présente convention et y ont apposé le cachet de leurs armes.

Fait en double expédition à Bruxelles, le onzième jour du mois de Janvier de l'an de grâce mil huit cent soixante-treize.

(Signé) VAN LANSBERGE.

(L. S.)

(Signé) Cte. D'ASPREMONT LYNDEN,

(L. S)

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.