Internationale Overeenkomst tot bescherming der onderzeese telegraafkabels, met additioneel artikel

Type Verdrag
Publication 1888-05-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Zijne Majesteit de Koning der Nederlanden, Groot-Hertog van Luxemburg; Zijne Majesteit de Keizer van Duitschland, Koning van Pruissen; Zijne Excellentie de President van den Argentijnschen Bond, Zijne Majesteit de Keizer van Oostenrijk, Koning van Bohemen enz. en Apostolisch Koning van Hongarije; Zijne Majesteit de Koning der Belgen; Zijne Majesteit de Keizer van Brazilië, Zijne Excellentie de President der Republiek Costa-Rica; Zijne Majesteit de Koning van Denemarken; Zijne Excellentie de President der Dominicaansche Republiek; Zijne Majesteit de Koning van Spanje; Zijne Excellentie de President der Vereenigde Staten van Amerika; Zijne Excellentie de President der Vereenigde Staten van Columbia; Zijne Excellentie de President der Fransche Republiek; Hare Majesteit de Koningin van het Vereenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland, Keizerin van Indië; Zijne Excellentie de President der Republiek Guatemala; Zijne Majesteit de Koning der Hellenen; Zijne Majesteit de Koning van Italië; Zijne Majesteit de Keizer der Ottomanen; Zijne Majesteit de Shah van Perzië; Zijne Majesteit de Koning van Portugal en van Algarvië; Zijne Majesteit de Koning van Rumenië; Zijne Majesteit de Keizer aller Russen; Zijne Excellentie de President der Republiek Salvador; Zijne Majesteit de Koning van Servië; Zijne Majesteit de Koning van Zweden en Noorwegen, en Zijne Excellentie de President der Oostelijke Republiek Uruguay; wenschende de instandhouding der telegrafische gemeenschap, die plaats heeft door middel van onderzeesche kabels, te verzekeren, hebben besloten te dien einde eene overeenkomst te sluiten en tot hunne gevolmachtigden benoemd, te weten:

Zijne Majesteit de Koning der Nederlanden, Groothertog van Luxemburg: den heer baron VAN ZUYLEN VAN NYEVELT, Hoogstdeszelfs buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Parijs, enz., enz., enz.;

Zijne Majesteit de Keizer van Duitschland, Koning van Pruissen: Zijne Hoogheid Prins CHLODWIG CHARLES VICTOR VON HOHENLOHE-SCHILLINGSFÜRST, Prins van Ratibor en Corvey, opper-kamerheer van de kroon van Beyeren, Hoogstdeszelfs buitengewoon en gevolmachtigd ambassadeur bij de Regeering der Fransche Republiek, enz., enz., enz.

Zijne Excellentie de President van de Argentynsche Bond: den heer BALCARCE, buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister van den Bond te Parijs, enz., enz., enz.

Zijne Majesteit de Keizer van Oostenrijk, Koning van Bohemen enz. en Apostolisch Koning van Hongarije: Zijne Excellentie den heer graaf LADISLAS HOYOS, geheimraad in werkelijken dienst, Hoogstdeszelfs buitengewoon en gevolmachtigd ambassadeur bij de Regeering der Fransche Republiek, enz., enz., enz.;

Zijne Majesteit de Koning der Belgen: den heer baron BEYENS, Hoogstdeszelfs buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Parijs, enz., enz., enz.; den heer LEOPOLD ORBAN, buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister, directeur-generaal der politieke afdeeling aan het Belgische Ministerie van Buitenlandsche Zaken, enz., enz., enz.;

Zijne Majesteit de Keizer van Brazilië: den heer D'ARANJO, baron D'ITAJUBA, zaakgelastigde van Brazilië te Parijs, enz., enz., enz.;

Zijne Excellentie de President der Republiek Costa-Rica: den heer LÉON SOMZÉE, gezantschapssecretaris van Costa-Rica te Parijs, enz., enz., enz.;

Zijne Majesteit de Koning van Denemarken : den heer graaf DE MOLTKE-HVITFELDT, Hoogstdeszelfs buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Parijs, enz., enz., enz.;

Zijne Excellentie de President der Dominicaansche Republiek: den heer baron DE ALMEDA, gevolmachtigd minister der Dominicaansche Republiek te Parijs, enz., enz., enz.;

Zijne Majesteit de Koning van Spanje: Zijne Excellentie den heer MANUEL SILVELA DE LA VILLEUSE, onafzetbaar Senator, lid der Spaansche Academie, Hoogstdeszelfs buitengewoon en gevolmachtigd ambassadeur bij de Regeering der Fransche Republiek, enz., enz., enz.;

Zijne Excellentie de President der Vereenigde Staten van Amerika: den heer L. P. MORTON, buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister der Vereenigde Staten van Amerika te Parijs, enz., enz., enz.; den heer VIGNAUD, secretaris van het gezantschap der vereenigde Staten van Amerika te Parijs, enz., enz., enz.;

Zijne Excellentie de President der Vereenigde Staten van Columbia: den heer dr. JOSÉ G. TRIANA, consul-generaal der Vereenigde Staten van Columbia te Parijs;

Zijne Excellentie de President der Fransche Republiek: den heer JULES FERRY, afgevaardigde, President van den Raad, Minister van Buitenlandsche Zaken, enz., enz., enz.; den heer ADOLPHE COCHERY, afgevaardigde der Posten en Telegrafen, enz., enz., enz.;

Hare Majesteit de Koningin van het Vereenigd Koninkrijk van Groot-Britannië en Ierland, Keizerin van Indië: Zijne Excellentie den zeer Honorable RICHARD BICKERTON PEMELL, burggraaf LYONS, Pair van het Vereenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland, lid van den Geheimen Raad van Hare Britsche Majesteit, Hoogstderzelver buitengewoon en gevolmachtigd ambassadeur bij de Regeering der Fransche Republiek, enz., enz., enz.;

Zijne Excellentie de President der Republiek Guatemala: den heer CRISANTO MEDINA, buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister der Republiek Guatemala te Parijs, enz., enz., enz.;

Zijne Majesteit de Koning der Hellenen: Prins MAUROCORDATO, Hoogstdeszelfs buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Parijs, enz., enz., enz.;

Zijne Majesteit de Koning van Italië: Zijne Excellentie den generaal graaf MENABREA, markies VAN VALDORA, Hoogstdeszelfs buitengewoon en gevolmachtigd ambassadeur bij de Regeering der Fransche Republiek, enz., enz., enz.;

Zijne Majesteit de Keizer der Ottomanen: Zijne Excellentie ESSAD PACHA, Hoogstdeszelfs buitengewoon en gevolmachtigd ambassadeur bij de Regeering der Fransche Republiek, enz., enz., enz.;

Zijne Majesteit de Shah van Perzië: den generaal NAZARE AGA, Hoogstdeszelfs buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Parijs, enz., enz., enz.;

Zijne Majesteit de Koning van Portugal en Algarvië: den heer D'AZEVEDO, zaakgelastigde van Portugal te Parijs, enz., enz., enz.;

Zijne Majesteit de Koning van Rumenië, den heer ODOBESCO, zaakgelastigde van Rumenië te Parijs, enz., enz., enz.;

Zijne Majesteit de Keizer aller Russen: Zijne Excellentie den heer adjudant-generaal Prins NICOLAAS ORLOFF, Hoogstdeszelfs buitengewoon en gevolmachtigd ambassadeur bij de Regeering der Fransche Republiek, enz., enz., enz.;

Zijne Excellentie de President der Republiek Salvador, den heer TORRÉS-CAÏCEDO, buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister der Republiek Salvador te Parijs, enz., enz., enz.;

Zijne Majesteit de Koning van Servië: den heer MARINOVITCH, Hoogstdeszelfs buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Parijs, enz., enz., enz.;

Zijne Majesteit de Koning van Zweden en Noorwegen: den heer SIBBERN, Hoogstdeszelfs buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Parijs, enz., enz., enz.;

Zijne Excellentie de President der Oostelijke Republiek Uruguay, den kolonel DIAZ, buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister der Republiek Uruguay te Parijs, enz., enz., enz.;

die, na wederzijdsche mededeeling hunner in goeden en behoorlijken staat bevonden volmachten, omtrent de volgende artikelen zijn overeengekomen:

Artikel 1

Deze overeenkomst is, buiten de territoriale wateren, toepasselijk op alle op wettige wijze aangelegde onderzeesche kabels, aan land komende op het grondgebied, de koloniën of bezittingen, van een of meerdere der Hooge contracteerende Partijen.

Artikel 2

Verbreking of beschadiging van een onderzeeschen kabel, door opzet of schuldige nalatigheid, welke ten gevolge zoude kunnen hebben dat de telegraphische gemeenschap geheel of gedeeltelijk verbroken of bemoeilijkt werd, is strafbaar, onverminderd de burgerlijke rechtsvordering tot schadevergoeding.

Deze bepaling is niet toepasselijk op verbrekingen of beschadigingen, indien de daders slechts het rechtmatig doel gehad hebben hun leven of de veiligheid van hun schip te beschermen, en eerst alle noodige voorzorgen hebben genomen om die verbrekingen of beschadigingen te vermijden.

Artikel 3

De Hooge contracteerende Partijen verbinden zich, bij het geven van machtiging tot het aan land leggen van een onderzeeschen kabel, zooveel mogelijk de passende veiligheidsvoorwaarden voor te schrijven, zoowel met betrekking tot de richting als tot de afmetingen van den kabel.

Artikel 4

De eigenaar van een kabel, die bij het leggen of herstellen van dien kabel de verbreking of beschadiging van een anderen kabel veroorzaakt, moet de kosten van herstel door deze verbreking of beschadiging noodzakelijk gemaakt, dragen, onverminderd de toepassing, zoo daartoe aanleiding bestaat, van art. 2 dezer overeenkomst.

Artikel 5

De vaartuigen, gebezigd tot het leggen of herstellen van onderzeesche kabels, moeten de voorschriften omtrent de seinen opvolgen, welke door de Hooge contracteerende Partijen in gemeen overleg, ter voorkoming van aanvaringen, zijn of zullen worden vastgesteld.

Indien een vaartuig, gebezigd tot het herstellen van een kabel, gezegde seinen voert, zullen de andere schepen, die deze seinen zien of kunnen zien, zich moeten terugtrekken of zich minstens één zeemijl van het vaartuig verwijderd moeten houden, ten einde het niet in zijne verrichtingen te storen.

De vischtuigen of netten zullen op denzelfden afstand moeten worden gehouden.

Niettemin zullen visschersbooten, die een telegraafvaartuig, de gezegde seinen voerende, zien of kunnen zien, hoogstens vier en twintig uren, gedurende welke zij in hunne bewegingen niet bemoeilijkt mogen worden, den tijd hebben zich overeenkomstig de aldus gegeven waarschuwing te gedragen.

De werkzaamheden van het telegraafschip zullen in den kortst mogelijken tijd moeten afloopen.

Artikel 6

De vaartuigen, die de boeien, bestemd om bij het leggen, bij verstoring of verbreking, de ligging der kabels aan te geven, zien of kunnen zien, moeten zich op minstens een kwart zeemijl van deze boeien verwijderd houden.

De vischtuigen of netten der visschers zullen op denzelfden afstand gehouden moeten worden.

Artikel 7

De eigenaars van schepen of vaartuigen, die kunnen bewijzen dat zij een anker, een net of eenig ander tuig ten gebruike van de visscherij hebben opgeofferd, ten einde een onderzeeschen kabel niet te beschadigen, moeten door den eigenaar van den kabel schadeloos worden gesteld.

Om op eene dergelijke schadeloosstelling aanspraak te hebben, moet, zooveel mogelijk onmiddellijk na het voorval, een proces-verbaal tot staving daarvan worden opgemaakt, gesteund door de getuigenis van de bemanning, en moet de kapitein van het schip, binnen 24 uren na aankomst in de eerste haven van terugkeer of verblijf, zijne verklaring ten overstaan der bevoegde overheid afleggen.

Deze geeft daarvan kennis aan de consulaire overheid van den Staat, waartoe de eigenaar van den kabel behoort.

Artikel 8

De rechtbanken, bevoegd kennis te nemen van de overtredingen dezer overeenkomst, zijn die van het land, waartoe het vaartuig behoort, aan boord waarvan de overtreding is geschied.

Men is bovendien overeengekomen dat in geval het bepaalde bij de voorgaande alinea niet mocht kunnen worden nagekomen, de vervolging ter zake der overtredingen dezer overeenkomst in elk der contracteerende Staten zal plaats hebben ten aanzien zijner onderhoorigen, overeenkomstig de algemeene regelen van bevoegdheid in strafzaken, voortvloeiende uit de bijzondere wetten van die Staten of uit internationale verdragen.

Artikel 9

De vervolging der overtredingen, bedoeld in de artikelen 2, 5 en 6 dezer overeenkomst, zal plaats hebben door of in naam van den Staat.

Artikel 10

De overtredingen dezer overeenkomst kunnen geconstateerd worden door alle bewijsmiddelen, toegelaten door de wetgeving van het land waar de betrokken rechtbank gevestigd is.

Indien de officieren bevel voerende over oorlogsschepen van eene der Hooge contracteerende Partijen, of over door deze opzettelijk daarvoor uitgezonden vaartuigen, reden hebben te gelooven, dat eene overtreding van de maatregelen door deze overeenkomst vastgesteld, begaan is door een vaartuig, geen oorlogsschip zijnde, zullen zij van den kapitein of schipper de vertooning kunnen vorderen der officieele stukken waaruit de nationaliteit van gezegd vaartuig blijkt. Summiere aanteekening van deze vertooning zal onmiddellijk op de overgelegde stukken worden gesteld.

Bovendien zullen, welke ook de nationaliteit van het aangeklaagd vaartuig zij, door genoemde officieren processen-verbaal kunnen worden opgemaakt. Deze processen-verbaal zullen opgemaakt worden volgens de vormen en in de taal gebruikelijk in het land waartoe de officier die dezelve opmaakt, behoort; zij zullen als bewijsmiddel kunnen dienen in het land waar men er zich op zal beroepen en zulks volgens de wetgeving van dat land. De beklaagden en de getuigen zullen het recht hebben er in hun eigen taal alle toelichtingen die zij nuttig mochten achten, bij te voegen of te doen bijvoegen; deze toelichtingen moeten behoorlijk onderteekend zijn.

Artikel 11

Het onderzoek en de beoordeeling van de overtredingen der bepalingen dezer overeenkomst heeft altijd plaats op zoo summiere wijze, als de van kracht zijnde wetten en reglementen veroorloven.

Artikel 12

De Hooge contracteerende Partijen verbinden zich de noodige maatregelen ter uitvoering dezer overeenkomst te nemen of die aan de Wetgevende Macht van haren Staat voor te stellen en meer in het bijzonder daarbij strafbaar te stellen, hetzij met gevangenis, hetzij met boete, hetzij met beide straffen gezamenlijk, degenen die zich mochten schuldig maken aan overtreding van de bepalingen der artikelen 2, 5 en 6.

Artikel 13

De Hooge contracteerende Partijen zullen elkander mededeeling doen van de wetten, die, met betrekking tot het onderwerp dezer overeenkomst, in hunne Staten reeds uitgevaardigd mochten zijn of worden.

Artikel 14

Aan de Staten die geen deel hebben genomen aan deze overeenkomst, wordt toegelaten daartoe, op hun verzoek, toe te treden.

Van die toetreding zal langs diplomatieken weg aan de Regeering der Fransche Republiek en door deze aan de andere Regeeringen die deze overeenkomst hebben onderteekend, worden kennis gegeven.

Artikel 15

Men is overeengekomen dat de bepalingen dezer overeenkomst geen inbreuk maken op de vrijheid van handelen van oorlogvoerenden.

Artikel 16

Deze overeenkomst zal in werking treden op den dag, dien de Hooge contracteerende Partijen daarvoor zullen vaststellen.

Zij zal, te rekenen van dien dag, gedurende vijf jaren van kracht blijven, en ingeval geene der Hooge contracteerende Partijen twaalf maanden vóór het eindigen van genoemd tijdsverloop van vijf jaren haar voornemen mocht hebben te kennen gegeven, de werking er van te doen ophouden, zal zij nog een jaar van kracht blijven, en zoo verder van jaar tot jaar.

Mocht eene der Mogendheden die de overeenkomst hebben onderteekend haar opzeggen, zoo zal die opzegging alleen voor Haarzelve gevolg hebben.

Artikel 17

Deze overeenkomst zal bekrachtigd worden; de akten van bekrachtiging zullen zoo spoedig mogelijk en uiterlijk binnen den tijd van één jaar te Parijs worden uitgewisseld.

En foi de quoi, les Plénipotentiaires respectifs l'ont signée et y ont apposé leurs cachets.

Fait en vingt-six exemplaires, à Paris, le 14 Mars 1884.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.